Archief | januari, 2013

Cultuurgebouw RIP

29 Jan

De soap rond het Cultuurgebouw is nu definitief een nieuwe fase ingegaan. De gemeente realiseert zich blijkbaar eindelijk dat niet alleen voor de bouw, maar dat ook de verhuizing en de inrichting voor de armlastige ‘partners’ een flinke investering vergen. Naast de doorgaande kosten om de exploitatie te dekken, want na de financiële debacles rond Theater Castellum en zwembad Aquarijn zal wel niemand geloven dat dit Cultuurhuis ooit zonder een steeds groeiende subsidie zou kunnen bestaan.

Trekker
Tegen beter weten in blijft PvdA wethouder Hélène Opatja het geesteskind van haar partij een grote rol toedichten in het aantrekken van klanten voor ons Stadshart. Sta-Art zit alweer jaren op een riante plek aan ons Thorbeckeplein, en er is ook al jaren weinig te merken van “het bruisen” dat bestuurder Martin van der Zwan ons op praktisch dezelfde plaats belooft.
Voor zover een bibliotheek kan ‘bruisen’ verandert er natuurlijk niet zoveel als deze organisatie nog geen vijftig meter verder een nieuw pand gaat betrekken. De bestaande vestiging heeft het Thorbeckeplein toch niet zo veel geholpen. Hetzelfde geldt voor de Volksuniversiteit, die natuurlijk vooral mensen trekt als de winkels al dicht zijn. Over de ‘bruisende werking’ van het Archief kunnen we helemaal kort zijn.
Nu de muziekschool blijft waar deze zit, is de functie van dat Cultuurhuis als ‘trekker’ aan het Thorbeckeplein definitief uitgehold. Zonder twee essentiële onderdelen van een ‘Kulturhûs’ (Theater én Muziekschool) slaat die naam ook nergens meer op. Kortom, het Cultuurgebouw is hiermee Voltooid Verleden Tijd geworden. Nét zo levensvatbaar als ooit ‘Theater De Kom’ aan datzelfde Thorbeckeplein was!

Bioscoop?
Het is te gek voor woorden, maar blijkbaar is alles geoorloofd om het Lage Zijde plan maar op poten te houden. Dat plan is van een noodzakelijke upgrade van ons Stadshart verworden tot een politiek prestigeobject, alleen nog van belang voor politici onder elkaar. Bouwen om te bouwen. Want zelfs de gedachte aan een nieuwe bioscoop door Pathé (trekt ook vooral publiek na sluitingstijd) betekent een onoverkomelijke klap voor Theater Castellum, dat haar levensvatbaarheid zonder bioscoopbezoekers verliest. En wie gaat dát dan weer betalen? Beoogd bouwer VORM heeft aan dat Thorbeckeplein duizenden vierkante meters nieuwe winkelruimte in de aanbieding, maar denkt toch serieus ook in het historische Nutsgebouw winkels te realiseren. Wethouder Hoekstra mag straks, als VVD lijsttrekker, gaan uitleggen waarom nóg een supermarkt in ons centrum een zegenrijke werking op de leefbaarheid van Alphen aan den Rijn zal hebben. Tenslotte, onder zijn leiding regent het nieuw vestigingen van supermarktketens in de stad (6 in twee jaar!) En onze bevolking is met nog geen 1000 inwoners gegroeid!

Branche Advies Commissie
Al mijn lezers weten dat ik dit hele instituut een hopeloos relikwie uit een grijs verleden vindt, een verleden waarin winkels netjes in branches waren ingedeeld en waarbij de term ‘branchevreemd’ een scheldwoord was. Tegenwoordig kun je binnen praktisch elke winkel aanbod uit verschillende branches vinden, en het internet biedt de consument alles wat hem in ons Stadshart niet bevalt.
Maar het blijft uiterst verdacht dat die zo belangrijk geachte Branche Advies Commissie NIET mag meepraten over de invulling van het Thorbeckeplein. Blijkbaar heeft VORM de vrije hand gevraagd én gekregen om daar elke huurder die maar wil in die panden te krijgen. Ook als dat de ondergang van andere winkels in ons centrum betekent!

Wonen Centraal
Ook Wonen Centraal ‘is met de gemeente overeen gekomen’ dat de bouw van gewone woningen binnen ‘De Lage Zijde’ doorgaat ten koste van ouderenvoorzieningen in Nieuwe Sloot. Blijkbaar is de realisatie van prestigeproject De Lage Zijde, en daarmee van het steeds verder afkalvende Cultuurhuis, voor alle betrokkenen belangrijker dan de zorg voor onze verouderende bevolking. Een nogal cynische gedachtegang!

Nadenken
Nu de bibliotheek ‘tijdelijk’ vertrekt naar het Aargebouw, hoeven we ons daar de komende jaren geen zorgen over te maken. Niemand heeft nog belangstelling voor dat Aargebouw, dus daar kunnen ze wel even vooruit. En daarna is die instelling allang geprivatiseerd. Dan rendeert de hoge investering in dat gebouw ook nog. Intussen kunnen we eens nadenken of we dat Lage Zijde plan eigenlijk nog wel willen.
Ik heb al vaker aangegeven dat er ontwikkelingen zijn in de richting van winkelformules waarbij webshops en fysieke winkel volledig geïntegreerd zijn. Winkels als Hunkemöller, Pets Place en Dixons zijn daar al mee bezig. Dat betekent dat winkels méér kunnen bieden op minder ruimte, komt er ruimte vrij voor starters en lost het probleem van hoge huren zichzelf op. Maar het betekent wel dat winkelcentra, ook ons eigen Stadshart, compacter zijn dan we twintig jaar geleden dachten. Zeker als dagelijkse artikelen grotendeels uit het centrum verdwijnen. Waar ooit de herontwikkeling van het Thorbeckeplein nog prioriteit had, is dat inmiddels maar de vraag. En dan komt De Baronie er nog bij!
We hebben nu tijd om de hele zaak te overdenken, laten we er gebruik van maken.

Tja, dan komt het Cultuurhuis er definitief niet. “Who cares!”

Advertenties

I Dreamed a Dream

16 Jan

Nee, dit wordt geen recensie voor één van de leukste musicals van de laatste jaren, of voor de film die er net van gemaakt is.
Nee, de jongerenraad van Alphen aan den Rijn heeft de oorlog verklaard aan de onwillige Alphense horeca. Hun doel, vanaf 15 jaar welkom in cafés, te beginnen in Bar Amsterdam. Hun wapen: Een polsbandje. Natuurlijk reageert Sander Koppenol allerminst enthousiast. Het betekent immers voor hem méér werk, weinig extra omzet en verlies van oudere klanten. Die jongeren hebben immers nauwelijks geld om uit te geven, mogen géén alcohol drinken en gedragen zich alsof een bar een schoolplein is. Dáár gaat een gerespecteerde 20-jarige toch niet bij zitten!
Kortom, er zit voor onze horecasector weinig winst, en een hoop problemen, in dat voorstel verscholen.

Wat is dat, die jeugd?
Vanaf de leeftijd van 15 jaar tot 25 jaar maken jonge Alphenaren een enorme ontwikkeling door. Afhankelijk van hun achtergrond, hun intelligentie en hun persoonlijkheid wordt in die tien jaar bepaald wie en wat ze gaan worden, en wat ze voor de maatschappij kunnen en zullen betekenen. Ze volgen een wirwar van opleidingen, doen meer of minder fanatiek aan hun hobby’s, hebben allerlei ‘baantjes’ om een grijpstuiver te verdienen. Ze werken wel dan niet als vrijwilliger bij de vele instellingen, kerkelijk én seculier, waar ze dat kunnen doen, en zijn vooral bezig met zichzelf in relatie tot anderen. Het is dan ook wel wat, te beweren dat je ‘De Alphense Jeugd’ vertegenwoordigt. Toch is het best goed dat er een Jongerenraad is, en dat zij met name de Alphense politiek wijst op datgene wat de jeugd bezighoudt. Het gaat verkeerd als de Jongerenraad zich laat misbruiken om voor bepaalde groepen jongeren bepaalde voorrechten te claimen zonder daarbij te letten op de balans met de wensen van andere groepen.

Waarom in de kroeg?
Laten we ervan uit gaan dat met ‘de jeugd’ waarover de jongerenraad het heeft, de groep tussen 15 en 18 jaar wordt bedoeld. Scholieren, in meerderheid, die te oud zijn, of dat denken te zijn, voor MAXpartynights, maar te jong om gewoon naar een café te mogen gaan.
De groep waarvan we als maatschappij hebben vastgesteld dat alcoholgebruik slecht is voor hun ontwikkeling, en die dus geen alcoholhoudende dranken mag kopen, nóch in de supermarkt, nóch in de slijterij, noch in de horeca. Die deze dranken zelfs niet meer in bezit mag hebben!
De groep die de jongerenraad dus willens en wetens wil mixen met jongeren die dat wél mogen en daarmee de horecasector op te zadelen met het probleem dit alcoholverbod te handhaven. Een taak waarvoor die horeca niet is uitgerust, en waar ze ook absoluut geen zin in hebben. Af en toe een ‘alcoholvrij’ feest, best, maar gemixt? Nee, dank je.
Met deze actie straalt die Jongerenraad een absoluut verkeerd signaal uit, en de gemeente zou wel gek zijn zich achter dit plan te plaatsen.

Sixteen
Aan de andere kant komt er natuurlijk een tijd dat jongeren MAX (vanaf groep 8) ontgroeien. De één met 15, de ander met 17, zeker niet iedereen tegelijkertijd! MAX heeft dat al eerder opgepakt en activiteiten opgestart onder de naam SIXTEEN. Feesten die helemaal zijn toegesneden op deze oudere doelgroep. Feesten waar de jongens en meisjes van MAX dus NIET welkom zijn, want niemand onder de SIXTEEN mag erin. Helaas kost SIXTEEN niet alleen extra inzet van de MAX vrijwilligers, maar ook extra geld. Geld dat MAX niet heeft. Tja, en dan wil die groep wel naar de kroeg, maar ze hebben er eigenlijk het geld niet voor. Dus valt er niet aan te denken dat SIXTEEN via drankverkoop uit de kosten komt. En omdat, vreemd genoeg, hun ouders en grootouders het grotendeels vertikken donateur van MAX te worden, kunnen er maar mondjesmaat SIXTEEN feesten worden georganiseerd.

Wat wil de jeugd eigenlijk?
Volgens de Jongerenraad wil de 15+ groep geen feesten bij MAX, ook geen SIXTEEN feesten. Maar waarop baseren ze die mening? Want er kwamen en komen wel degelijk veel leeftijdsgenoten naar SIXTEEN. Dat zijn toch ook Alphense jongeren? Onderzoek doen? Dat gaat hoogstens uitwijzen dat veel jongeren naar die kroeg willen, en dat wisten we al.
Ooit schreef ik een blog over waarom de gemeente, om een scala van redenen, geen geld moest uitgeven aan een DISCO. Dat werd gelijk het meest becommentarieerde blog op Alphens.nl. Uiteindelijk, nadat er duizenden Euro’s waren verspild aan onderzoeken naar de mogelijkheden voor zo’n uitgaansgelegenheid, bleek de gemeente het met me eens te zijn.

Oplossing
Het lijkt me beter dat de Jongerenraad eens gaat praten over hoe de wensen van Alphense jongeren en MAX kunnen worden verenigd in wat nu jongerensociëteit SIXTEEN heet. Dat is praktisch, omdat SIXTEEN al bestaat, er een organisatie achter staat, en ze een locatie beheren. Natuurlijk kun je niet verwachten dat het resultaat door iedereen wordt omarmd, maar gelukkig zijn er andere festiviteiten in de regio, en zelfs in Alphen (Zomerspektakel en Lakeside, bijvoorbeeld). Wellicht komt er ooit weer een Alphens Poppodium. Maar ook de vele verenigingen, scholen en kerken organiseren evenementen voor deze groep. Er is dus geen sprake van dat er ‘niks’ is!
Dan zou het natuurlijk wel correct zijn als de gemeente Alphen aan den Rijn hier ook een substantiële bijdrage zou leveren, en niet een jaarlijkse aalmoes aan MAX. De vrijwilligers (ook de jongeren daarbij) leveren de mankracht wel, maar het geld?

Verder is er natuurlijk niets op tegen om te doen wat wij vroeger ook deden, namelijk zélf als vriendenkring iets lokaals organiseren in een garage, een verenigingsgebouwtje of een sportkantine. Als je dat klein (besloten) houdt, heb je er helemaal geen vergunning voor nodig. Als je wat wilt, moet je zorgen dat je het krijgt, en niet van anderen verwachten dat zij dat wel voor je regelen.

Jeugdbeleid
Natuurlijk vindt ‘iedereen’ binnen en buiten de politiek dat er iets voor onze jeugd gedaan moet worden. Vrijwilligers die dit daadwerkelijk oppakken, worden hoog gewaardeerd. Maar zo gauw dat alles geld gaat kosten, wordt het stil.
Praat daar maar eens over met MAX! Die werden zelfs Vrijwilligersorganisatie van het Jaar, maar moeten, élk jaar opnieuw, sappelen voor hun centjes.

To Dream an Impossible Dream (uit een andere musical)

Hoger onderwijs benut de kansen van internet niet?

8 Jan

Renske Baars heeft voor het AD twee hoogleraren geïnterviewd: Wolter Mooi van de Vrije Universiteit en José van Dijck van de Universiteit van Amsterdam. Ook De Volkskrant besteedde aandacht aan dit vermeende gebrek aan interesse.
Beide hooggeleerden denken dat méér colleges op het internet voor studenten aan hogescholen en universiteiten betekent dat ze beter worden opgeleid, en voor de onderwijsinstituten dat ze goedkoper uit zijn. Geen wonder dat dit soort ideeën door het Ministerie van Onderwijs worden omarmd!
Professor Mooi is daarbij wel zo praktisch op te merken dat studenten, gepokt en gemazeld met interactieve media als Smartphones, tablets en laptops, zich verbazingwekkend weinig van die media aantrekken zo gauw dat de privésfeer ontstijgt.

Vernieuwen is verbeteren?
Tja, en daarmee zijn we dan weer terug bij af. Want met het op internet beschikbaar stellen van alle colleges zijn we er natuurlijk niet. Op Avans Hogeschool zijn de powerpoints van praktisch alle colleges, mét het ondersteunende materiaal, al jaren via de digitale leeromgeving Blackboard voor élke student beschikbaar. Maar ik kan me toch nauwelijks voorstellen dat dít de voornaamste reden is waarom juist Avans Hogeschool al jarenlang de ranglijst van beste (brede) hogescholen in Nederland aanvoert.
En dan die colleges van beroemde Amerikaanse hoogleraren. Ik vroeg ooit mijn zoon, toen student wiskunde aan de Universiteit Utrecht, hoe vaak hij colleges in het Engels moest volgen. Het bleek dat praktisch al zijn colleges door Engelstalige docenten werden gegeven. Dan kan een college uit de US er ook nog wel bij, natuurlijk.
Nou, professoren, mijn ervaring is dat hogeschoolstudenten met een grote boog om die Engelstalige colleges en minors, die er wél zijn, heen lopen. Een Engelstalig boek is voor de meesten al een verschrikking. Geen kwestie van intelligentie, overigens, maar van luiheid. Natuurlijk kost kennis opdiepen in een vreemde taal meer tijd, al was het alleen maar omdat je daarbij noodzakelijkerwijs onbekende woorden moet gaan opzoeken. Een Nederlandstalig boek, zoals ik ze zelf schrijf, wordt al heel moeizaam doorgeploegd. En een Engelstalig college via het internet volgen? Kom nou!
En dat is bij het internet niet anders. Een collega kwam ooit briesend de koffiekamer binnen. Een student had hem gezegd ‘niets’ over een onderwerp op het internet te kunnen vinden. Nou, hij wel, natuurlijk, maar toen hij de student zei er wel een halfuur naar gezocht te hebben, kreeg hij als antwoord: “Oh, nou bedankt, maar als ik iets niet direct vind, stop ik ermee”. Hij wel!

Zelfstudie stimuleren
Avans heeft een mediatheek vol met boeken en een onderwijssystematiek (Probleem Gestuurd Onderwijs en Project Georiënteerd Onderwijs) die het zoeken naar verschillende bronnen stimuleert. Helaas leidt dat niet tot de diversiteit van invalshoeken waarop we ooit hoopten. Geen onkunde, maar, opnieuw, luiheid. Met name voor minors en afstudeeropdrachten is het Picarta systeem beschikbaar om uit heel Nederland wetenschappelijke publicaties over een bepaald onderwerp te verzamelen. Maar ik heb die publicaties maar zelden terug gevonden in de bibliografie van hun verslagen en afstudeerscripties. Zelfs niet na de nodige druk van mijn zijde. Kost veel te veel tijd naast baan en uitgaan. Er zijn uitzonderingen, overigens, maar die vallen op! Dat zijn de ex-studenten die ik, fysiek en virtueel, ook nog regelmatig tegen kom.

Onderwijs zélf hervormen
Nee, als we in het HBO, conform de stellingname van Mooi en Van Dijk, nog meer gaan digitaliseren, zonder de kern van ons onderwijssysteem te veranderen, gooien we het kind mét het badwater weg.
Betekent dit dat er maar niets moet, of kan, gebeuren in dat HBO? Natuurlijk wel.
Alleen moet dan wel de hele manier van denken over de rol van ‘vakgebieden’ voor stafmedewerkers en docenten op de schop. Bij alle vormen van Project Onderwijs worden studentengroepen wekelijks begeleid door docenten. Alleen worden daarvoor álle beschikbare docenten ingezet, ongeacht hun (tekort aan) kennis, vaardigheid en ervaring op het specifieke vakgebied. Daarom, en daarom alleen al, is het gros van alle hoorcolleges noodzakelijk, als compensatie. Didactisch is het natuurlijk veel nuttiger om studenten, na één inleidend college, de stof vanuit het project zelf te laten opzoeken en verwerken, en de voortgang daarvan via de wekelijkse besprekingen te controleren, te verdiepen en te verduidelijken. Het zal duidelijk zijn dat je, om dát als docent te kunnen, je vakgebied wel goed en breed moet beheersen. Van inzet van ‘alle’ docenten kan dan ook geen sprake zijn. Díe docenten die daartoe wél in staat zijn, moeten dan ook niet alleen studenten, maar ook collega docenten hierin bijscholen en begeleiden. Het is toch te gek voor woorden dat het HBO onderwijs inhoudelijk wordt opgehangen aan het niveau wat de minst vak domein-competente docenten nog net aankunnen? Of blijven we elkaar wijsmaken dat het met een paar extra masterdiploma’s en nog zeldzamer promoties ook wel lukt?

Vis begint bij de kop te stinken
In de inleiding van ‘Buildings, Programs en Environments’ (University of Glamorgan, 2004) stelde ik niet voor niets: “Hogescholen zouden hun studenten geen goedkoop, flets, palet aan cursussen moeten aanbieden, maar juist felle kleuren om hen te helpen bij het bereiken van professioneel succes”. Niet het diploma zelf, maar de weg er naar toe, is het enige wat werkelijk telt. Voor de Hogeschool zou niet het aantal afgestudeerden, of de score bij visitaties, of zelfs hun plaats op die eerder genoemde ranglijst moeten tellen, maar de manier waarop ex-studenten in de praktijk vanuit die opgedane competenties uit de verf komen. Dát moet longitudinaal onderzocht worden.
Dát vereist een bottom-up opzet van opleidingen en cursussen binnen die opleidingen, met een dwars daarop ingeweven (en niet top-down opgedrongen) systeem van kwaliteitszorg vanuit de stafafdelingen. Mijn ervaring is dat veel onderwijs juist wordt ontwikkeld vanuit die kwaliteitszorg, omdat hogescholen wel goed móeten scoren bij de periodieke visitaties. Maar hierdoor komt niet alleen de student, maar ook de docent, steeds meer in de marge te staan van onderwijs ontwikkeling in het HBO, óók bij Avans Hogeschool.

De rol van de ‘Studieomgeving’
De ontwikkeling van de student als professional in zijn of haar vakgebied moet centraal staan. Daarbij zijn inhoud (theorie én praktische vaardigheid) én de juiste studieomgeving cruciaal. Dat is alleen mogelijk als de docenten uit dat vakgebied centraal staan. En die studieomgeving is niet beperkt tot hardware (de schoolgebouwen) en de faciliteiten, zoals nu, ook door genoemde hoogleraren, vaak wordt gedacht. “Een studieomgeving is alles wat een opleidingsinstituut naast de inhoud van de opleiding (curriculum) aan kan bieden om individuele studenten de door hen gewenste competenties te laten verwerven”. Dat betekent gelijk dat we af moeten van de groepsgewijze benadering waarbij de nadruk onvermijdelijk ligt op de minst presterende. Zij beïnvloeden immers het resultaat van een opleiding, faculteit en onderwijsinstituut, op dit moment! Nee, ook HBO instellingen moeten er voor zorgdragen dat degenen die theoretisch uitblinken daar ook de nodige waardering en ondersteuning voor krijgen. Maar ook dat degenen die vooral praktisch getalenteerd zijn, niet worden overladen met kennis en abstracte modellen waarin ze niet geïnteresseerd zijn. Waarin ze van te voren weten er niet in te kunnen excelleren. Eigenlijk dezelfde motivatie discussie die speelt op VMBO en MBO niveau. Er is nog altijd veel kritiek op competentie gericht leren, maar het is juist dít onderwijsmodel dat het individuele studenten mogelijk maakt op volstrekt eigen manier te voldoen aan uniforme exameneisen. En die paar studenten die én in praktische zin, én in theoretische, excelleren, ach, die hebben immers toch al vaak meer last dan steun van hun opleiding, welke opleiding dan ook!

Reinder Koornstra MSc

De auteur is auteur en coauteur van verschillende studieboeken voor het HBO. Hij was 21 docent Commerciële Economie (CE) bij wat nu Avans Hogeschool ’s Hertogenbosch heet, en is daar regelmatig bezig geweest met onderwijsontwikkeling, op het niveau van opleidingen (Deeltijdopleiding CE, Opleiding CE en Opleiding Small Business en Retail Management), op het niveau van keuzevakken en minors (Retail Marketing, Inkoop en Trade Marketing) en, uiteraard, op het niveau van lesblokken binnen verschillende opleidingen. Daarbij heeft hij zich intensief beziggehouden met het (proef)visitatie traject bij verschillende opleidingen van Avans Hogeschool.
Daarvoor was hij, naast zijn werk als Marketing Directeur in de farmaceutische industrie, werkzaam als docent, onderwijsontwikkelaar én lid examencommissie bij opleidingsinstituut ISW en als caseschrijver en corrector bij het Nederlands Instituut voor Marketing (NIMA).
Hij is zelf afgestudeerd aan de (UK) Universiteit van Glamorgan, op een onderzoek naar de rol die het aanbieden van de juiste studieomgeving speelt als factor om als opleidingsinstituut aantrekkelijk te zijn voor nieuwe studenten. Een onderzoek op de grens van Marketing en Onderwijskunde.

Stadshart Alphen aan den Rijn, die 177e plek zegt HELEMAAL NIETS

7 Jan

De problemen rond de aantrekkelijkheid van de centra van kleinere steden zoals Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden zijn algemeen bekend. Daarom is elke tabel, waarin deze steden voorkomen direct een hot item. Zo ook het recente lijstje over diversiteit van het CBS. Voor mij is ook dit lijstje weer een bevestiging van mijn bekende scepsis ten aanzien van lijstjes, en de aandacht voor de plaats daarop. Niet ten opzichte van het CBS zelf, overigens.
Op de frontpagina van dagblad AD/Alphen komen een aantal plaatselijke Retail coryfeeën aan het woord, maar die lijken, gezien hun antwoorden, niet helemaal op de hoogte van wat die lijst nou eigenlijk betekent: Diversiteit is NIET hetzelfde als aantrekkelijkheid! En plaats, stijgen of dalen op die lijst zeggen juist heel weinig.
Uiteraard heeft Sanne van der Kolk ook mij geïnterviewd, op bladzijde 5. Maar de vraag ‘Wat is een aantrekkelijk stadscentrum’ laat zich niet in een paar antwoorden vangen. Vandaar deze ‘uitbreiding’ die ook in dit blog noodzakelijkerwijs ook wat langer uitvalt. Mijn excuses!

CBS tabel diversiteit
Het Centraal Bureau voor de Statistiek doet elk jaar onderzoek naar welke buurt de bezoekers de meeste diversiteit aan branches biedt. Uit dat onderzoek blijkt de binnenstad van Haarlem veruit het meeste (68 van de 81 door CBS gekozen branches) te bieden, en scoort Lelystad op plaats 485, met slechts 30 branches van de 81, als minste. Binnen het Groene Hart spelen Gouda (plaats 43) en Woerden (64) nog mee, maar zijn Alphen aan den Rijn (177) en Zoetermeer (147) niet meer dan schamele middenmoters. Bodegraven (425), met overigens een prachtig verhaal in dezelfde krant, zit in de onderste groep, de kleinere kernen in het Groene Hart worden niet eens meegeteld.

Wat is diversiteit?
Het CBS definieert diversiteit als het MINSTENS ÉÉN KEER voorkomen van een branche uit hun tabel! Daarbij wordt met een aantal zaken géén rekening gehouden:
• Het aantal verschillende winkels binnen de dezelfde ‘branche’ is binnen een stadscentrum beslist groter dan binnen een dorpscentrum.
• Veel winkels voeren artikelen uit verschillende branches, maar gewoonlijk (ook het CBS zal dat doen) telt de artikelgroep die voor minstens de helft van de omzet zorgdraagt.
• Diversiteit zegt op deze manier ook niets over de ‘kwaliteit’, of zelfs van het aanbod van een winkelcentrum.
• Er wordt in het geheel geen rekening mee gehouden dat er verschillende typen winkelcentra zijn met sterk verschillende functies voor de consument.
• De sterk groeiende rol van het internet wordt vergeten (http://www.bricksenclicks.me)

Diversiteit in winkels is niet gelijk aan diversiteit in aanbod
Bij een recent onderzoek in Vestingstad Hulst (plaats 388) kwam ik er achter dat de 33 winkels in de Binnenstad (Hulst heeft ál haar grote supermarkten buiten de wallen liggen) betekenden dat binnen de door mij gedefinieerde 47 (sub) branches (inclusief horeca) deze in totaal 157 maal werden aangeboden. Kortom, veel winkels vangen het ontbreken van een speciaalzaak op door er een assortiment bij te nemen. Ook in relatief kleine dorpen is in feite alles te krijgen, mits je minder eisen stelt aan de keus in merken en prijsniveau. De ‘speciaalzaken’ zijn er minder gespecialiseerd.
Maar ook in grotere centra kan verwarring optreden. Want een HEMA biedt al jaren van alles en nog wat, maar profileert zich de laatste jaren steeds meer als city-supermarkt. Maar in de CBS grafieken komt het bedrijf niet als supermarkt voor. Aan de andere is een Albert Heijn XL steeds meer een HEMA geworden, maar telt niet als warenhuis mee. Winkelketen Kruitvat wordt nog steeds meegeteld als drogisterij, maar verkoopt van alles en nog wat. Dat is nóg erger bij winkels als ACTION of zijn kloon Grand Bazar. Zeeman zit in dezelfde branche als Primark, maar kan er 20x in! Kortom, wat statistisch is neergelegd is niet wat een klant in de praktijk mag verwachten.

Verschillende functies voor verschillende centra
Binnen een ‘verzorgingsgebied’ zien we winkelaanbod van verschillend niveau, van buurt (dorps) super tot grote-stadscentrum. Daartussen zitten dorpscentra, buurtcentra, wijkcentra en (kleine- en middelgrote) stadscentra. De bedoeling is dat de consument voor zijn dagelijkse behoeften terecht kan in de directe omgeving (ook goed voor het milieu), en dat hij/zij voor “recreatief winkelen” in de centra van onze steden terecht kan. Het toppunt vormt dan natuurlijk wel een bezoek aan één van onze grootste steden. Daarnaast, zoals iedereen weet, hebben we centra voor grootschalige detailhandel (bouwmarkten, e.d.) en centra met een speciale functie (Meubelpleinen, Factory Outlet Centers, MegaMalls, maar ook IKEA). Voor meer informatie, zie: ‘Marketing voor Retailers, tweede editie). Het is dan ook maar de vraag of sommige Stadscentra niet TEVEEL branches herbergen die de sfeer voor recreatief winkelen meer storen dan bevorderen. Zeker in Alphen aan den Rijn!
Diversiteit is maar één aspect van Aantrekkelijkheid
Zelf meet ik in onderzoek altijd op de aspecten:
• BREEDTE, het aantal artikelgroepen binnen een winkel, het aantal ‘branches’ binnen een winkelcentrum, zoals het CBS dat vastlegt
• DIEPTE, de keus in merken en prijsklassen binnen een artikelgroep en in winkels binnen een bepaalde ‘branche’ in dat winkelcentrum
• HOOGTE, het prijsniveau van de winkel, in vergelijking met het gemiddelde binnen het winkelcentrum, en van het winkelcentrum in vergelijking met andere in dat verzorgingsgebied.
• NIVEAU, de mate waarin de winkel past bij de ambitie van het centrum als geheel
• UITSTRALING, de mate waarin de winkel in alle opzichten het GEWENSTE imago van het winkelcentrum ondersteunt
Uit dít rijtje is al snel duidelijk dat het CBS lijstje alleen het éérste aspect betreft. Daarbij tel ik altijd mee de horecasector, het aanbod van dienstverleners (Banken, maar ook kerken), het cultuuraanbod en overheidsdiensten. En natuurlijk de beschikbaarheid van vrij internet (WIFI). Tenslotte zijn ook andere activiteiten (markten, evenementen, manifestaties) op welke schaal dan ook belangrijk om van een centrum ook een ‘place to be’ te maken, of, zoals Corio dat noemt: ‘Favorate Meeting Places’.

Wat is aantrekkelijk?
Zoveel mensen, zoveel zinnen, zegt het spreekwoord. In veel dorpen stellen retailers al snel dat er met een aantal winkels in dezelfde branche er wel voldoende keus is. Nou, dát is maar de vraag. Want verschillende (doel)groepen consumenten stellen elk andere eisen aan de producten en diensten die ze kopen, en, om het ingewikkeld te maken, verschilt dit ook nog sterk per productgroep. Jongeren en ouderen, tweeverdieners en huisgezinnen, professionals en amateurs, ze stellen allemaal andere eisen. En het winkelcentrum wil eigenlijk aan alles tegelijkertijd voldoen.
Dát is in de praktijk onmogelijk, en dus moet er gekozen worden. Ondernemers en gemeente moeten samen een uitgangspunt bepalen voor de verschillende winkelcentra: Wat willen we zijn, en voor wie? Het antwoord op die vraag (Het Anker) betekent tegelijkertijd wat er de komende jaren in die winkelcentra moet gebeuren.
Want ook de beste winkelformule faalt op de verkeerde plek!
En teveel goede winkelformules op de verkeerde plek betekent dat die plek zelf (het winkelcentrum) ook faalt.
Dát is het probleem van kleine en middelgrote steden als Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden!

Corio kiest voor Zoetermeer

3 Jan

Lage Zijde Alphen aan den Rijn
Vandaag is er belangrijk nieuws voor Alphenaren. Niet omdat er in Alphen iets gebeurt, maar juist omdat het níet in Alphen gebeurt.
Ons gemeentebestuur, geconfronteerd met het probleem dat eerst BAM afhaakte aan het Thorbeckeplein en daarna CORIO, gaf de schuld aan een beleidsverandering bij dat bedrijf. Immers Corio, eigenaar van De Aarhof, maakte een strategische keuze om zich alleen nog te gaan richten op ‘Favorite Meeting Places’. De suggestie werd daarbij gewekt dat Corio, vooral bekend van heel grote shopping Malls in binnen- én buitenland, het Alphense stadscentrum te klein vond om verder in te investeren.

Favorite Meeting Places
Maar de simpele mededeling dat Corio het gloednieuwe wijkcentrum Oosterheem in Zoetermeer heeft overgenomen, geeft de werkelijkheid weer. Het bedrijf investeert liever in een WIJKCENTRUM in Zoetermeer dan in het STADSHART van Alphen aan den Rijn.
Daarmee wordt duidelijk, en dat weten we toch al heel lang, dat dit Stadshart absoluut niet de ‘Favorite Meeting Place’ in de huidige én de nieuwe gemeente is. En ook, dat Corio er, mét mij, zeker van is dat dit ook in de toekomst NIET gaat gebeuren. Ondanks, of juist daardoor, de voorgenomen uitbreidingsplannen aan de Lage Zijde. Ondanks die geheide ‘trekker’ die het Cultuurhuis niet gaat worden.
De beslissing van Corio heeft dus helemaal niets van doen met de omvang van het winkelcentrum, want dat Oosterheem is met 12.000 vierkante meter nauwelijks groter dan alleen al rond het Thorbeckeplein gebouwd zou worden. Het Alphense Stadshart als geheel is vele malen groter. Het is typisch wijkwinkelcentrum dat ik al eerder, toen nog als noodwinkelcentrum, in 2009 beschreef in “Kansen voor Buurtcentra” (vakblad Retailtrends). Een winkelcentrum dat nooit de plaats van het Zoetermeerse Stadshart gaat innemen, maar waar de gemeente Zoetermeer wel ALLE voorzieningen voor die nieuwe wijk concentreerde. Zoals die gemeente dat deed rond alle buurt- en wijkcentra in die gemeente.

Nieuwe kansen?
Mijn lezers weten dat ik al jaren grote zorgen heb over datgene wat binnen onze gemeente als ‘Detailhandelsbeleid’ doorgaat. Dat is immers helemaal gericht op handhaving van de status quo, gericht op de schijnbare belangen van iedereen die in deze stad wat geld wil verdienen. Intussen loopt ons Stadshart als sinds 2004, de opening van het ‘Rijnplein’, leeg zonder dat dit leidt tot een duidelijke koersverandering. Nee, het internet, de webshop, is ook in Alphen tot zondebok verheven. De webshop als vernietiger van onze binnenstad.
Wel, mensen, die binnenstad vernietigt zichzelf wel, daarvoor is concurrentie van dat internet helemaal niet nodig. De sterke terugloop in het bezoek uit het Stadshart was immers allang begonnen voor die webshops iets voorstelden. Als de gemeente Alphen aan den Rijn, en burgemeester Bas Eenhoorn was daar op de nieuwjaarsbijeenkomst heel duidelijk over, ons Stadshart als regionaal centrum van het Groene Hart wil promoveren, dan is dat een al té lang gekoesterde ambitie die kant noch wal raakt. Als er in dat Groene Hart één bepalend centrum is, dan is dat, ook zonder Factory Outlet Center, Zoetermeer, niet Alphen. Aan meer heeft de bevolking, met al die grote stadscentra rond het Groene Hart, immers helemaal niet nodig?
Zwarte toekomst?
Kortom, de kansen van ons Stadshart zijn beperkt tot de stad Alphen aan den Rijn zelf. Zolang politici én ondernemers zich dat niet willen realiseren, zal ons Stadshart steeds verder afglijden. Corio heeft de gemeente een kans gegeven, maar kon duidelijk NIET vooruit met het dorpse denken in en rond het Stadhuis. Corio is een partij waar in Nederland naar wordt gekeken. En zo verandert een verpauperende Aarhof snel tot gidsomgeving voor het hele Stadshart! Want zonder een substantiële boost in de aantrekkelijkheid van dat Stadshart, zullen, mét Corio, steeds meer toonaangevende winkelketens onze stad verlaten.
En zullen Alphenaren voor het échte winkelen in een écht stadscentrum, steeds vaker ons eigen Stadshart links laten liggen.

Conclusie
Ik had U, zo vlak na Nieuwjaar, dit sombere verhaal graag bespaard. Helaas gaf het persbericht van Corio mij geen keus. Het is voor Alphen aan den Rijn nu kiezen of delen en geen Lage Zijde plan, Bypass of Cultuurhuis gaat daar iets aan veranderen. Wachten op de nieuwe gemeente-indeling heeft geen zin, omdat het immers een typisch stadsprobleem is.
Natuurlijk kunnen we nog wel wat doen, maar er is weinig tijd:
• Stop met dromen over een regiofunctie van ons Stadshart
• Vergeet het Thorbeckeplein als winkelomgeving
• Stop verdere investeringen in het Cultuurhuis, privatiseer Bibliotheek
• Breidt De Atlas uit tot een volwaardig wijkcentrum voor Kerk en Zanen. Gewoon, over de sloot. Groen is leuk, maar meer winkelaanbod is nodig voor de leefbaarheid
• Ga snel de Herenhof aanpakken, voor ook daar de verpaupering zichtbaar wordt
• Zorg voor tijdige vervanging van De Ridderhof, een bouwsel uit de zestiger jaren. Herbouw als BUURTCENTRUM
Ruim alle Retail buiten die winkelcentra op
• Concentreer op den duur ALLE voorzieningen in de winkelcentra
• Zorg voor adequate WIFI verbindingen in onze winkelcentra
• Start snel met Centrummanagement voor het hele Stadshart in de lijn van mijn schets in het plan van 1 miljoen op deze site. Centrummanagement is overigens heel wat anders dan het citymanagement waaraan het Stadhuis graag denkt
• Stop ermee iedereen wijs te maken dat het op de ‘Alphense manier’ ook wel lukt. Hoeveel meer bewijs dat dit NIET het geval is, hebben we eigenlijk nodig?
En verder?
Kijk maar eens op http://www.bricksenclicks.me