Archief | mei, 2013

Donkere wolken boven ons Stadshart

31 Mei

Aan een Zijden Draadje
De samengebalde communicatiekracht op ons Stadhuis heeft de Alphenaar jarenlang een roze wolk rond het Thorbeckeplein voorgespiegeld. Maar sinds woensdag j.l. werd duidelijk dat wolken zich nu rond dit geplaagde project Lage Zijde samentrekken, steeds donkerder van kleur worden. Hoewel de VVD wethouders Lyczak en Hoekstra zich blijven vastklampen aan elk vezeltje hoop, is wel duidelijk dat het hele project, inclusief het Cultuurhuis, nog slechts aan een heel dun en rafelig zijden draadje hangt.

Positivisme
Natuurlijk zou een echec van dit plan vooral een ramp betekenen voor het campagneteam van de VVD, vooral omdat één van de twee betrokken VVD wethouders, Tseard Hoekstra, ook lijsttrekker is voor die partij. Die moeten, met de rug tegen de muur, wel positief blijven, natuurlijk!
Nou, heren, het zou toch wel een blunder zijn geweest als ‘Brussel’ het aanbestedingsplan niet had goedgekeurd (Niemand wilde immers, na het afhaken van twee eerdere gegadigden). Alphense ambtenaren doen natuurlijk heel veel wél goed!
En het zou toch een wereldwonder zijn geweest als de drie gemeenteraden, zo vlak voor de verkiezingen, zich opeens tegen dat Lage Zijde plan hadden gekeerd. Maar ja, dát is PR, natuurlijk!

Intussen is Brussel nog altijd NIET akkoord met wat ik toch als ongeoorloofde overheidssteun zie, de 13 miljoen grote subsidie aan VORM óm het plan uit te laten voeren.

Vormfout
Aan de andere kant valt niet te ontkennen dat ontwikkelaar VORM er, in lijn met mijn voorspelling, niet in is geslaagd tijdig, vóór 23 mei, minstens 70% van de 10.000 m2 ruimte voor winkels en horeca, te verhuren. Dát was bij voorbaat een ‘mission impossible’, deels door de economische crisis, maar vooral omdat er, zonder economische noodzaak, bij De Baronie 10.000 m2 winkelruimte bij is gebouwd.
Kijk, het lijkt wel leuk, dat VORM ál 50% heeft verhuurd, maar zo positief is dat niet. Er zijn heel wat supermarkten die graag minstens 2000 m2 in Alphen aan den Rijn willen huren, omdat ze tot dusverre in deze Hoogvliet stad geen poot aan de grond kregen. Dát was dus al bij voorbaat 20% ‘zekerheid’, en het was hoogstens een klus om er één uit te kiezen. Daarbij was al bekend dat een aantal al gevestigde ondernemers, winkels én horeca, zich graag aan dit nieuwe plein zouden willen vestigen, zeg nog eens 1000 m2, totaal was dus al 30% ‘verhuurd’ toen VORM met haar werving begon. Uiteindelijk hebben ze in de afgelopen maanden slechts 20% erbij verhuurd. En om de 70% te halen, moeten ze díe prestatie, in een steeds verslechterende markt, dus nóg eens herhalen. Het lijkt, met de zomer voor ogen, een onmogelijke klus om dat nog voor de verkiezingen voor elkaar te krijgen. En, natuurlijk, betekent 70% verhuurd nog steeds 30% leegstand. Dat is slechter dan nú in Alphen het geval is.

Misleiding
Dit politieke schimmenspel is natuurlijk dodelijk voor de kansen van de winkeliers dáár en in de Hooftstraat. Tenslotte zijn zij vele jaren lang blij gemaakt met een dooie mus en hebben ze ook al jaren weinig gedaan aan hun situatie. Intussen kan toch geen zinnig mens dat Thorbeckeplein nog als winkelcentrum betitelen, terwijl de Hooftstraat aan de ene kant is afgesloten door paaltjes van de gemeente Alphen, en aan de andere kant door dat ontvolkte Thorbeckeplein. In de wetenschap dat deze situatie, op het moment dat het grote breken werkelijk begint, nog heel wat slechter wordt.
Natuurlijk storten zich de nodige reclamebureaus op de nog overgebleven ondernemers, met hún idee om er met wat toeters en bellen nog wat van te maken. Maar ook dat is vergeefse hoop. Deze historische bewinkeling, inclusief de nieuwbouw overigens, is al jaren niet meer van deze tijd, en, mét of zonder Thorbeckeplein, zal daar, een enkele buurtwinkel daargelaten, over 5-10 jaar geen spoor meer van te vinden zijn. Ondernemers verkassen, of sluiten, de boodschap kán niet vriendelijker.

Kansen
Natuurlijk zijn er voor hen kansen, maar dan volgens de regels van Retail 3.0, mét geïntegreerde webshops in kleine, nauw met elkaar samenwerkende, winkeleenheden, horeca en dienstenaanbieders. Conform wat ik op http://www.bricksenclicks.me publiceerde. Kansen die zich ook alleen voordoen in een compact Stadshart, waarbij ik De Aar toch écht als grens zie. Tja, en wat er dan met dat Thorbeckeplein moet gebeuren? Nou, in ieder geval geen winkels en geen cultuurhuis, wellicht wél een heel grote, met de bibliotheek geïntegreerde, mediawinkel en wat leuke horecagelegenheden, mét terrasjes, langs de Rijn. In ieder geval is opknappen van de huidige winkels GEEN optie, omdat voor deze ouderwetse, inadequate winkelruimtes nóg minder vraag zal zijn dan naar de nieuwe eenheden die VORM in de aanbieding heeft. Verder kan, voor wat mij betreft, dat plein gewoon als extern parkeerterrein worden gebruikt voor de bezoekers van ons Stadshart aan de Lage Zijde. Met woningen i.p.v. winkels, waarbij met name aan de vele singles moet worden gedacht.

Advertenties

Bouwen voor Leegstand

28 Mei

De Branche-Adviescommissie
Het wás te verwachten, het college bezwoer de gemeenteraad dat als ontwikkelaar VORM niet op 23 mei kon aantonen dat zij minstens 70% van de te bouwen winkelruimte aan het Thorbeckeplein verhuurd zou hebben, het hele project niet door zou gaan. Maar, zoals ik al verwachtte, bleek op 23 mei alleen de, tijdelijk in de hoek gezette Branche-adviescommissie, toch nog ingeschakeld te worden. Prompt komt die commissie met het advies daar niet nóg een supermarkt te bouwen. En even prompt blijkt dit advies in de wind geslagen te worden, simpelweg omdat niemand weet wat ánders te doen met 2000 m2 winkelruimte aan De Vest. Niet voor niets zat daar tot voor kort onze bibliotheek!
Tja, en dat er toch nog 3000 m2 voor zelfstandige ondernemers overblijft, dáár hadden we helemaal geen Branche-adviescommissie nodig, want dat is overal zo. Gelukkig voelt die commissie zich wél serieus genomen. Want daar zijn ze de enige in: de commissie is gewoon gepiepeld door zich te laten inschakelen op een moment dat er toch niets meer gewijzigd kon worden. Als doekje voor het bloeden. En nu krijgen we op 7 juni opnieuw duidelijkheid? Waarover?

 

Trekkers
Merkwaardig dat we in Alphen aan den Rijn nog altijd dorps denken in ‘Trekkers’. Die worden voorondersteld klanten naar ons Stadshart te sleuren, waarna de andere winkels die klanten vervolgens kunnen plukken zonder zelf veel moeite te doen.
Misschien dat het dertig jaar geleden nog zo werkte, maar zo gaat het níet meer. Waar voorheen een bepaalde winkelformule nog wel klanten uit de regio trok, hebben die ketens al overal om Alphen heen zelf winkels geopend. Waar zit nou niet een HEMA, en ook C&A heeft overal om Alphen heen filialen gebouwd. En waar nog wel ruimte was voor andersoortige ketens als ACTION en XENOS, heeft de gemeente Alphen aan den Rijn rustig een nieuw winkelcentrum laten bouwen in De Baronie. Niet de A-1 locatie van wethouder Hoekstra, maar wel een stuk goedkoper! En voor die ketens fietsen de Alphenaren nog wel vijf minuten verder, natuurlijk.
En wat voor andere “trekkers” zijn er nog te vinden voor een Stadshart waar grote landelijke formules als HEMA, V&D, C&A, H&M en MEDIAMARKT blijkbaar onvoldoende trekkracht leveren. Waarom ánders loopt jaar na jaar het bezoek aan ons Stadshart terug? Ondanks het enorme nieuwbouwproject aan de Hoge Zijde? Welke winkelketen zou dat dan moeten zijn? Primark, maar díe komt niet naar Alphen. Zara, zoals gemeenteplanoloog Inge van Oostende suggereert, komt ook niet. Want die winkel (en dat is al eerder geprobeerd aan de Hoge Zijde) wil vestigingen in steden van minstens een dubbele omvang als wat Alphen kan bieden. Ketens als Free Record Shop én Dixons zagen al eerder géén brood in ons Stadshart. Wie dan wel?

Bricks&Clicks
Alphenaren hebben eigenlijk al keus genoeg, zéker in mode. Maar ja, in Leiden, Zoetermeer, Hoofddorp en Amstelveen hebben ze nóg meer. Maar die steden hebben ook veel meer potentiële kopers, dus moet je je zegeningen tellen. Met de komst van een ACTION, een XENOS en twee LIDL’s hebben we in Alphen weinig meer te wensen, eigenlijk. En nóg meer horeca? Wie gaat voor hun omzet zorgen in een snel verouderende én ontgroenende stad?

Daarbij, juist het internet, de webwinkel, schept geweldige nieuwe mogelijkheden voor bestaande én nieuwe retailers. Want ‘Het nieuwe winkelen’ van Cor Molenaar is bepaald niet alleen een gevaar voor winkeliers. Nee, dat is juist een kans, voor ‘De Nieuwe Winkelier’ die ik schets op mijn andere site http://www.bricksenclicks.me.
Die winkelier heeft veel minder winkelruimte nodig, omdat deze het grootste deel van zijn huidige assortiment via zijn webshop, óók ín de winkel, kan aanbieden. Dat scheelt de helft aan huurprijs, energie, voorraadkosten én personeelskosten. Dat betekent wel dat de huidige winkelruimtes te groot zijn, en dus kunnen andere winkeliers, ook starters, tegen lage kosten gaan ‘inwonen’. Als je daarmee een beetje creatief bent, biedt zo’n combinatiewinkel de klant zelfs méér voor minder geld. Alleen betekent dat wel dat ons Stadshart daardoor 30% kleiner zal worden dan het nu is, en dat bijvoorbeeld de Aarhof helemaal niet ingrijpend verbouwd hoeft te worden, omdat ook dáár voortaan de winkelruimtes groot genoeg zullen zijn. Kortom, al in de nabije toekomst zal ons centrum écht bij De Aar stoppen. Over vijf tot tien jaar zal niet alleen alle verspreide bewinkeling verdwenen zijn, op een paar buurtwinkels na, maar zullen ook de verste uitlopers van de Julianastraat en Raadhuisstraat geen winkels meer hebben, terwijl aan de Hooftstraat helemaal niets meer zal herinneren aan de ‘Koopstraat’ van vroeger.

Conclusie: we hebben dat Thorbeckeplein als winkelcentrum helemaal niet meer nodig, en kunnen daarvoor beter een nieuwe bestemming zoeken. Want bouwen voor leegstand, om politiek geen blauwtje te lopen,  is natuurlijk complete onzin.
A-1 locatie, Waterfront, Cultuurhuis, VORM, vergéét het maar!

Alphen en VOA de crisis te lijf?

20 Mei

Heel lang geleden stelde een econoom dat je beter een markt dan een fabriek kon hebben, maar die wetenschap lijkt nóch bij onze wethouder van economische zaken, noch bij onze grote Vereniging van Ondernemers in Alphen aan den Rij aangekomen te zijn. Die denken nog altijd de economische problemen in deze gemeente ook bínnen Alphen aan den Rijn op te lossen. Dát denken ze te doen door via wel 35 doelen 250 arbeidsplaatsen te realiseren (Alphen.CC, 18 mei). Alleen hebben ze daar wel, om de één of andere duistere reden, wel een duur ‘ondernemershuis’ voor nodig!

De Alphense Economie: Industrie en Dienstverlening
Onze Alphense Economie steunt op twee belangrijke pijlers, de retailsector en de industriële ondernemingen. Die industriële ondernemingen zijn, omdat ze voor een groot deel gericht zijn op de sectoren bouw en distributie, op dit moment vooral bezig zélf het vege lijf te redden. Want het zijn juist die sectoren die het meest door de crisis getroffen zijn. Een grote werkgever als Hoogvliet verlaat de gemeente, een opvolger gaat zich niet aandienen, de situatie in de supermarktsector kennend. En hoelang Zeeman blijft?? En Dirk??
De containerhaven zou de motor achter het ‘innovatief meerlagig bedrijventerrein’ moeten zijn, maar voorlopig zie ik, mét alle andere Alphenaren, daar alleen maar ZAND. Ik hoor daar ook niemand meer over, al jaren niet!
Kortom, het koene plan van VOA en gemeente lijkt vooral gerealiseerd te moeten worden binnen de uiterst dunne marges van de bestaande bedrijvigheid.

De Alphense Economie: Retail
Die retailsector steunt, en daarmee vertel ik niets nieuws, volledig op het vrij besteedbaar inkomen van ons Alphenaren. Kortom, als je die sector wilt steunen moet je in ieder geval ervoor zorgen dat die Alphenaren méér geld kunnen en willen uitgeven. Tja, en hoe ik dan alle lastenverzwaringen die de overheid (óók de gemeente Alphen aan den Rijn) ons oplegt moet uitleggen? Want die zorgen ervoor dat een steeds slinkend deel van de bevolking meer geld kán uitgeven. En de landelijke crisis zorgt voor een klimaat waarin Alphenaren die dat wél kunnen, dat even niet wíllen. Dit plan gaat daar in ieder geval weinig aan bijdragen omdat het inkomen van 2/3 van alle Alphenaren helemaal niet in deze gemeente wordt verdiend.
Al jaren is ook duidelijk dat er in Alphen aan den Rijn sprake is van overbewinkeling, maar van sanering is geen sprake: 10.000 m2 in de Baronie en straks ook nog 10.000 m2 rond het Thorbeckeplein? Terwijl er nú al minstens 10.000 m2 teveel is! Waar moeten die klanten allemaal vandaan komen, en waar moeten ze op hun beurt het geld vandaan halen?
Tja, dan kun je wel een centrummanager aanstellen, maar (een beetje) méér toeters en bellen zullen dat probleem niet oplossen.

250 banen
Hoekstra rekent even uit dat tien banen de gemeente alleen aan uitkeringen al 120.000 Euro minder kost. Als hij dus in zijn opzet slaagt, betekent dat jaarlijks 25*120.000 = € 3 miljoen Euro minder uit de gemeentekas. En om die 3 miljoen te realiseren trekt hij slechts 90.000 Euro uit!!!! Ik kan alleen daaruit al concluderen dat de wethouder niet veel fiducie heeft in zijn eigen plan. Want 250 nieuwe arbeidsplaatsen leveren natuurlijk nog veel méér op dan alleen een reductie van de uitkeringen.

Ondernemershuis
Merkwaardigerwijze heeft onze Tseard zelfs méér geld over voor de realisatie van het ondernemershuis, een oude VOA droom, dan voor die 250 extra arbeidsplaatsen. Terwijl het volstrekt onduidelijk is hoe dat ‘ondernemershuis’ ooit zou bijdragen aan de verbetering van de economische situatie van Alphen aan den Rijn. Natuurlijk moet die VOA wel een kantoor hebben, maar die zouden zó kunnen gaan inwonen bij ‘Zin in Ondernemen’ en daar bestaande faciliteiten delen, i.p.v. die allemaal zelf op te zetten. En waarom die honderden ondernemers binnen de VOA financiering door de overheid (van ons burgers dus) nodig hebben voor een ruimte die zó belangrijk is voor hun voortbestaan, dát is mij al járen een raadsel. Ik hoop dan ook werkelijk dat onze gemeenteraad zich realiseert dat ze het, zo vlak voor de verkiezingen, niet kunnen maken bejaarden hun kaartclubje in De Wielewaal en Westerhove af te pakken, maar wel dit kaartclubje van de Alphense ondernemers te financieren.
Dweilen met de kraan open
Ik kom weer terug op die fabriek en de markt. Soms lijkt het erop dat Alphense ondernemers vooral aan elkaar verkopen. Niet erg bij ZZP-ers, maar de grotere ondernemingen moeten, willen ze écht groeien, hun afnemers vooral BUITEN Alphen aan den Rijn zoeken. In plaats daarvan gaan ze lekker samenklitten in hun knusse ondernemershuis.
En ook Tseard Hoekstra moet zich toch eens gaan realiseren dat hij niet rustig in onze Stadskas kan blijven wachten tot de broodnodige grote ondernemingen zich aanmelden, maar dat hij de hort op moet. Natuurlijk zijn ook starters belangrijk, maar díe gaan echt de eerste 5-10 jaar onze economie niet redden. Tseard moet zíjn neus, en die van Alphen aan den Rijn, meer buiten Alphen laten zien. Hoe leuk dat ook is, maar op manifestaties binnen de gemeente kom je die zo gewenste nieuwe ondernemingen natuurlijk niet tegen. Maar wat is de kans dat die potentiële dragers van onze economie Tseard, óf wie dan ook vnuit de gemeente, óf de VOA, buiten de gemeente tegenkomen? Natuurlijk is niet alleen de wethouder hiervoor verantwoordelijk, maar hoe vaak heeft hij, met zijn mensen, vorig jaar Alphen BUITEN Alphen vertegenwoordigd? En dan bedoel ik niet op het provinciehuis!
Zolang we niet stoppen met navelstaren, blijft de ‘economische stimulans’ van dit grootse plan hangen bij ‘dweilen met de kraan open’.

Zondag vereren of jobs creëren?

13 Mei

Dit was de titel van een artikel door Frederick Vandeput in het Belgische dagblad De Standaard op de laatste dag van 2012, mij doorgestuurd door een trouwe ‘meelezer’, waarvoor dank. De auteur is voorzitter van de jongerenorganisatie van België ’s grootste regeringspartij VLD. Omdat deze VLD een ‘bloedbroeder’ van Nederlandse liberale partijen als de VVD en het ronduit anti-christelijke D’66 is, mogen we aannemen dat een aantal van zijn conclusies wel in hun programma’s terecht zullen komen.
Dan is het beter eens vooraf te bekijken of deze compilatie van wetenschappelijk ogende literatuur eigenlijk zelf wel wetenschappelijk is, of gewoon politieke propaganda.

Koopzondagen creëren 15.000 nieuwe jobs in België?
Met enige politieke vaardigheid wijst Vandeput op het feit dat de koopzondag in de detailhandel viermaal méér banen oplevert dan er door de sluiting van de Ford fabriek in Genk verloren zijn gegaan. Kortom, hij belooft zijn landgenoten een hemel op aarde, al zullen daar de nodige Belgen heel anders over denken. Voornamelijk op basis van een studie van Maarten Goos van de London School of Business, concludeert hij dat de zondagopening kan leiden tot duizend tot tweeduizend nieuwe winkels en 10-15 duizend nieuwe banen! Zijn Nederlandse geestverwanten zullen dit graag opkloppen tot 30.000 banen hier!

Wat klopt hier niet?
Het onderzoek “Sinking the Blues: The impact of Shop Closing Hours on Labour and Product Markets” (2004) werd uitgevoerd in de Verenigde Staten. Normaal gesproken zou ik niet zo gemakkelijk onderzoek vanuit de LSB kritiseren, maar professor Goos is een arbeidsdeskundige (HRM), geen marketeer en zeker geen retailmarketeer. Met name daarom onderschat hij de eigenheid van de retailinfrastructuren in de verschillende landen. Natuurlijk, en dat weten we al vanaf Garner (1966!), is het waar dat retailorganisaties die veel kosten maken (en dus méér klanten nodig hebben om die kosten te dragen) organisaties met lagere kosten (zelfstandige winkeliers!) uit winkelcentra verdringen. Tenslotte hebben ze méér geld, mankracht én kennis om die benodigde klanten ook daadwerkelijk uit steeds grotere gebieden, én uit de winkels van lokale concurrenten, aan te trekken. Kortom, als je het grootwinkelbedrijf zijn gang laat gaan (deregulatie, zie de politieke achtergrond van dit stuk) bouwen ze steeds meer en grotere winkels buiten de stad, laten ze hun klanten steeds grotere afstanden rijden, en doen ze die winkels liefst nooit meer dicht. Als je al die nieuwe shopping malls vervolgens uitrust met vertier en vermaak, gaan mensen daar beslist een groter deel van hun inkomen uitgeven, kunnen dáár meer mensen worden tewerkgesteld en gaan de daar gevestigde grootwinkelbedrijven méér geld verdienen. Nou, dát wordt netjes, wetenschappelijk verantwoord, bewezen in deze studie. Gelukkig is Europa de VS niet, leven we hier lichtelijk dichter op elkaar en houden we van de binnensteden die in deze VS allang niet meer bestaan. Deregulering ligt hier dus minder voor de hand, en daarbij is de Europeaan aanzienlijk minder consumptief ingesteld. Het is dan ook maar de vraag of hier, zelfs áls de omstandigheden gelijk zouden zijn, de effecten van extra aankopen bij deregulatie van winkeltijden en vestigingsplaatsen vergelijkbaar zouden zijn.
Een andere aangehaalde studie heeft zo mogelijk een nóg tendentieuzer titel: “The Church vs The Mall: What happens when religion faces increased secular competition? (2006) door Gruber en Hungerman. Ook deze studie is uitgevoerd in de VS en geeft aan dat méér aanbod in de seculiere sector, als gevolg van het intrekken van de ‘blue laws’, die in veel staten de zondagsrust bepalen, leidt tot minder bijdragen aan kerken. Naast het feit dat in de VS de religieuze beleving een andere is dan in Europa, wordt hier duidelijk gekozen voor een of/of benadering. Of je kunt op zondag kopen, óf je zit in de kerk! Daarbij, maar dat zal Vandeput U niet vertellen, is een andere conclusie uit dit onderzoek dat ook het misbruik van drank én drugs door deregulatie gaat toenemen!
In ‘Explaining Sunday Shop policies’ (2004) concluderen onderzoekers Dijkgraaf en Gradus vooral dat het buitengewoon zinnig is de besluitvorming over de koopzondag op het niveau van gemeenten te leggen, gezien de grote variëteit aan meningen binnen de bevolking, en de grote verschillen per gemeente. Een bijkomstige conclusie is dat het CDA, door aanhangers toch gezien als een Christelijke partij, een absoluut irrelevante factor in die discussie over de koopzondag is. Maar het onderzoek geeft vooral een inschatting van de effecten die optreden als wordt besloten tot deregulatie en is als zodanig verplichte kost voor politieke partijen en groeperingen.
Waarom Vandeput een Duitse studie (The dynamics of store hour changes and consumption behaviour, 2003) van Grünhagen, Grove en Gentry aanhaalt is onduidelijk. Deze studie gaat over het effect van een langere winkelopening op ZATERDAG, een inderdaad nogal middeleeuwse gewoonte in ons buurland waarover ik me al in 1974 buitengewoon verbaasde. Natuurlijk heeft dat effect op de rentabiliteit van winkels en winkelcentra, maar die resultaten kun je niet zomaar extrapoleren naar de zondag, en zeker niet naar België of Nederland.

Internet
De invloed van het internet ontbreekt. Webshops speelden immers voor 2005, behalve voor liefhebbers, nog nauwelijks een rol. Verder zijn deze studies afgesloten vóór er sprake was van economische crisis of recessie. In die dagen dachten we immers dat de Dot.com crisis het ergste was dat ons ooit zou kunnen overkomen. Maar dat dit internet de hele retailsector definitief zou veranderen, en daarbij deze studies snel obsoleet zouden maken, dát kon niemand weten. Maar Vandeput weet dit wél, zou dit moeten weten, maar rept er in zijn tendentieuze artikel met geen woord over. En de crisis treft ook België! Dát alleen al maakt ook zijn recente artikel obsoleet!

Conclusie
Dit artikel, net als de onderliggende studies, tasten de uitgangspunten van mijn eerdere blog “Principes” totaal niet aan. Méér deregulatie, méér uren open, leidt alleen maar tot verbetering van resultaten bij het slinkend aantal winkelketens die de mogelijkheid hebben daarvan gebruik te maken. En uitbreiding van winkeltijden wordt, voor alle winkels in stads-, dorps- en wijkcentra, snel minder belangrijk omdat deze steeds vaker zullen profiteren van de integrale samensmelting van fysieke winkels en webshops, zoals besproken op http://www.bricksenclicks.me. Dat maakt deregulatie in Nederland steeds meer tot een exclusief onderwerp voor grootschalige detailhandelsvestigingen op perifere locaties, zoals meubelpleinen en dealerparken, of voor geheel vrijstaande megavestigingen als Intratuin, IKEA, Hornbach of Vrijbuiter.

Principes op Zondag

6 Mei

Hemelvaartsdag
Gisteren viel mij een tweet op waarin de Alphenaren werden opgeroepen donderdag, op Hemelvaartsdag, toch vooral boodschappen te komen doen bij supermarkt Ten Brink. Eerlijk gezegd, is dit niet de verdwazing ten top? Persoonlijk associeer ik die dag met heel veel dingen, religieus, maar vooral niet-religieus, maar boodschappen doen? Waarom? Vrijwel iedereen heeft de vrijdag daarna ook vrij, en de zaterdag daarop volgend. Als men al niet deze twee weken schoolvakantie heeft benut om Alphen zelfs helemaal te ontvluchten.
Maar nu moeten we, op Hemelvaartsdag, ook nog naar de supermarkt……..

Winkelopenstelling
Als je het ‘de Alphenaar’ vraagt, wil die niets liever dan elk moment van de dag en de week winkelen. Alleen, daarmee willen ze veel meer dan ze in de praktijk doen, of kúnnen doen!
Nog niet zo lang geleden luidde het VOC, de club van centrumondernemers, de noodklok over de ‘koopavond’. Want op die avond komen er maar zo weinig Alphenaren winkelen dat de winkeliers de extra kosten aan personeel en energie niet eens terugverdienen.
Vandaag, 5 mei, heeft vooral de horecasector geprobeerd om van deze koopzondag iets aparts te maken, en dát is hen wel gelukt, met veel mensen aan het brunchen, volle terrassen en veel animo voor het geren over ons Rijnplein. Kortom, Alphenaren waren op Bevrijdingsdag overal mee bezig, zelfs in het Stadshart, maar winkelen? Ik heb me niet in dat feestgewoel gestort, maar mijn Twitter timeline en Facebook bleef angstig leeg. Het kampioenschap van AJAX (in Alphen valt wat dat betreft niet zoveel te vieren, de laatste jaren) scoort bij Alphenaren aanmerkelijk beter dan de winkels in Alphen aan den Rijn. Toch blijven de echte ‘gelovigen’, consumenten, winkeliers én politici, rustig volhouden dat we van élke zondag een koopzondag moeten maken, en het liefst van negen tot negen!

Geld verdienen
Het blijft lastig om al die mensen, die zo graag de winkels 24/7 open willen hebben, duidelijk te maken dat ondernemers ook op zondag met die winkels geld willen verdienen. Geld dat overblijft als ze de BTW en kosten aftrekken van hun omzet. En die omzet, beste Alphenaren, ontstaat pas als U een fors deel van úw inkomsten in ons Stadshart, onze wijk-, dorps- en buurtcentra spendeert. Dát kunt U alleen doen als U uw tijd in die winkelcentra besteedt. En dat doet U alleen als die winkelcentra voor U aantrekkelijk genoeg zijn om die tijd door te brengen.
Alleen, zeker in crisistijd kunt U daar toch niet meer uitgeven dan U hebt. In een situatie waarin dat inkomen niet meer stijgt, maar de druk van belastingen, sociale voorzieningen, wonen, zorg en onderwijs wél, kunt U niet meer, maar juist minder uitgeven dan een paar jaar geleden. Dan kunnen die winkeliers wel hun winkeltijden verruimen, en U met een hoop reclame naar die winkel trekken, maar daarmee kunt U nog steeds minder uitgeven dan zij, met U, zouden willen. Kortom, elk uur extra open levert die winkelier wel (forse) extra kosten op, maar géén extra inkomsten. En dat geldt ook voor die koopzondagen. Ook op 5 mei zullen onze winkeliers, als ze al hun winkels openden, er achter zijn gekomen dat ze wéér meer geld hebben uitgegeven dan ontvangen. Wat ik bedoel, beste lezers, is dat op dit moment, midden in de crisis, zelfs al het praten over méér winkeluren in méér winkels te gek voor woorden is.
Toch gebeurt dat! En steeds vaker sluiten die winkels hun deuren…..

Winkelen of Boodschappen doen?
Winkelen is in eerste instantie een recreatieve bezigheid. Klanten zijn niet alleen bezig met het kopen van allerlei spullen, maar vooral met het leuk (samen) bezig zijn in winkels, op terrasjes of bij evenementen in dat winkelcentrum. In tegenstelling tot wat winkeliers zichzelf wijsmaken, staat de aankoop zelf niet eens voorop. Zien en gezien worden!
Het is aan die winkeliers om het verblijf in hun winkel zo aantrekkelijk te maken, dat klanten besluiten dáár iets te kopen wat ze ook in een andere winkel of zelfs in een ander winkelcentrum kunnen krijgen. Of op het internet, veruit de snelste en gemakkelijkste manier om bepaalde producten aan te schaffen. Als je precies weet wat je nodig hebt, tenminste.
Nou, het scheppen van een aantrekkelijke koopomgeving (en dat is iets heel anders dan een mooie winkel) lukt veel winkeliers niet, en dat lukt ook veel winkelcentra niet. Dat lukt ook het Alphense Stadshart niet. Als gevolg valt bezoek én omzet tegen, en dat verander je echt niet door nóg meer kosten te maken of die winkel nóg langer open te stellen.

Boodschappen doen is gewoon iets heel anders. Daarbij wil je je zo snel en gemakkelijk mogelijk voorzien in spullen die in het dagelijks leven gewoon nodig zijn. Van aardappelen tot sokken. Daar gaat het helemaal niet om de gezelligheid, maar om een noodzakelijk kwaad. De mensen die ’s zondagsmiddags al om vier uur in de rij staan bij Albert Heijn moeten zich wel érg vervelen om dat leuk te vinden, en dat geldt donderdag ook voor Ten Brink. Want laten we wel zijn, die supermarkten zijn ELKE avond van negen tot negen uur open, dus er is écht niemand die nu niet aan zijn levensmiddelen kan komen.

Beleving
Martin, onze nieuwe centrummanager, gaat dat natuurlijk allemaal niet veranderen. Hij heeft geen toverstafje en er staat niets op zijn CV over het vangen van ratten in Hamelen. Winkeliers, horecamensen én Alphenaren moeten, mét hem, van hun Stadshart een aantrekkelijke plaats maken om te vertoeven. Zolang dát niet het geval is, zijn alle acties boter aan de galg.
Daarvoor moet dat Stadshart helemaal niet voor miljoenen te worden uitgebreid. Dan moet U daar immers nóg meer spenderen dan nu al nodig is. Dat Stadshart moet wel worden aangepakt; kleiner, dynamischer en verrassender worden gemaakt.
Hoe? Dat staat al een jaar op mijn blog http://www.bricksenclicks.me

Trouwens, een stadshart dat in deze tijd nog niet eens een vrij wifi netwerk aanbiedt, begrijpt niet waar het bij ‘Het Nieuwe Winkelen’ om gaat! Bij Avifauna begrijpen ze dat toch ook!