Gezellig samen enquêteren

6 Jan

Koopzondag
Om te beginnen wil ik, voor de duidelijkheid, stellen niet vóór of tegen een koopzondag te zijn. Of dat er nou 12, 18 of 52 zijn, maakt principieel ook niet veel uit, natuurlijk. Wat wel duidelijk is dat er in onze grote gemeente meerdere types winkelcentra zijn, die elk, voor de omwonenden, een geheel andere functie hebben. Als professional zie ik niet in hoe een koopzondag enige zin zou hebben buiten het Stadshart van Alphen aan den Rijn.
Maar ja, wat de meerderheid in de raad hierover besluit is me om het even, mits er voldoende rekening wordt gehouden met de wensen van de minderheid.

Fascinatie
Eerlijk gezegd begrijp ik die fascinatie bij leken voor enquêtes wel. Want wat is er nou mooier dan besluiten nemen op basis van wat de betrokkenen zelf willen? Dan vraag je het hen dus gewoon! Dus besloten de meeste partijen in onze gemeenteraad dat zo’n enquête nodig was voor ze zouden beslissen over de drie opties over de koopzondag die wethouder Van As hen had voorgelegd. En meer dan dat! Want, op de kleintjes lettend, gaan onze politici niet alleen zelf de vragenlijst opstellen, maar ook nog eens persoonlijk de enquêtes uitvoeren! Tja, voor de apparatsjiks van de VVD telt de mening van de burger niet, die regeren rechtstreeks vanuit het partijprogramma, en doen niet mee, en ook de PvdA lijkt altijd allang te weten wat de burger wil, zoals uit de recente verkiezingsresultaten blijkt. Tja, en Wil Verschuur doet ook niet mee, want wie weet wil die Alphenaar wel iets anders dan Wil en haar vrienden (=kiezers) voor ogen staat.
Tja, er zullen nu ook binnen de fractie van “mijn” Nieuw Elan wenkbrauwen gefronst worden, maar, beste lezers, die enquête is gewoon flauwekul.
Moet wel flauwekul zijn, en waarom?

Professioneel
Alweer jaren geleden heb ik voor de Vereniging van Marktonderzoekers de examens afgenomen voor gecertificeerde enquêteurs. Een schriftelijk examen over alle mogelijke dingen die rond het afnemen van enquêtes een rol spelen, gevolgd door een mondeling examen waarin de kandidaten ons een enquête moesten afnemen. Een enquête die, uiteraard, door professionele marktonderzoekers was opgesteld rond een geschikt onderwerp.
Maar onze politici lijken het zonder ook maar een spoor van certificering allemaal zelf te kunnen, en zullen dan ook onherroepelijk in de bekende fouten vallen:
• De onderzoeksvraag, de kern van wat je wilt weten, moet heel goed worden onderzocht en verwoord, omdat dit het uitgangspunt is voor de analyse van de antwoorden, en het trekken van de conclusies naderhand.
• De vragen dienen objectief te zijn opgesteld, in voor alle betrokkenen duidelijke taal, gericht te zijn op de leefwereld van de verschillende respondenten, terwijl ze in geen enkele richting sturend mogen zijn met betrekking tot bepaalde antwoorden.
• De vragen dienen, zowel voor het bedrijfsleven, als voor de ‘burger’, gericht te worden aan volkomen willekeurige bezoekers van alle winkelgebieden in onze gemeente (en dát zijn er nog wel een paar), in vaktaal: Ad Random. Dát alleen al vereist de nodige studie, zoals gecertificeerde enquêteurs maar al te goed weten.
• Het moet zonneklaar zijn dat naar de wensen van de geënquêteerden wordt gevraagd met betrekking tot het winkelcentrum waarin ze zich bevinden, en/of met betrekking tot het Alphense Stadshart, en/of, gewoon voor het principe, in het algemeen! Hetzelfde geldt voor de winkeliers, waarbij de enquête natuurlijk onderscheid moet maken tussen winkels voor dagelijkse aankopen, voor winkels die meer gericht zijn op de shoppers, en voor winkels voor incidentele aankopen (zoals, jawel, ook autoshowrooms). Dat de groep horeca apart moet worden gehouden, lijkt me nogal duidelijk. En hoe zit dat met maatschappelijke organisaties, of de gemeente zelf?
• Omdat respondenten van nature de neiging hebben de gestelde vragen zo te beantwoorden dat de enquêteur daar blij mee is (pleasing), is het belangrijk dat respondent en enquêteur elkaar, en elkaars standpunten, niet kennen. Wat er gebeurt als bekende politici hen bekende Alphenaren gaan bevragen, laat zich raden. Het ‘pleasen’ zal overigens zowel positief als negatief uitwerken in de antwoorden.
• De gekozen methode van vraagstelling moet vooraf zijn vastgelegd. Eerst de vragen schriftelijk stellen -zoals aan de VOA-(retail)leden- en bij te weinig response (daar kun je op wachten, bij die doelgroep) alsnog mondeling enquêteren, is een kunstfout. Dus ik zou deze ‘enquêteurs’ willen aanraden ook die winkeliers en horecamensen, gewoon ad random (elke vierde of vijfde winkel of elke derde horecaonderneming) mondeling te ondervragen om dit probleem te omzeilen.
• De enquêteurs moeten zich, hoe snel er ook weer verkiezingen aankomen, concentreren op de vragen, en ALLEEN op de vragen. Beslist een tantaluskwelling!
• Uiteindelijk moeten de gegeven antwoorden geïnterpreteerd worden, en de eerste vraag die zich dan aandient is of die antwoorden eigenlijk wel representatief zijn voor de hele onderzoekspopulatie, zoals dat nu eenmaal heet. Anders kun je de uitkomsten nooit generaliseren naar de hele bevolking! Daarvoor moeten er een aantal vragen worden gesteld die specifiek hiermee te maken hebben. Niet representatief=Nutteloos!
• Uiteindelijk moeten er, na een deugdelijke statistische analyse, conclusies worden getrokken, voor elk van de onderzochte deelpopulaties, zodat duidelijk is waarop de gemeenteraad eigenlijk beslist. Het ligt overigens nogal voor de hand dat de hele onderzoeksrapportage, met de data, voor ‘De Alphenaar’ beschikbaar komt.

Raadsleden besluiteloos?
Alweer jaren geleden durfden de gemeenteraadsleden van Tilburg niet zelf, op basis van hun politieke legitimiteit, te beslissen over de komst van een ‘Megamall’ die ze eigenlijk allemaal graag wilden. Ze hebben toen gemeend dat aan hun kiezers over te moeten laten in een referendum. Tja, en op de vraag of ze zo’n Megamall wilden, antwoordde natuurlijk het gros ‘JA’. Op een tweede vraag, namelijk, accepteert U daarmee de teloorgang van het Tilburgse stadscentrum, en de centra van de omliggende wijken en dorpen, zou anders zijn geantwoord, maar zo’n vraag werd natuurlijk niet gesteld. Gelukkig had de actie die een aantal professionals, waaronder ik (docent Retailmarketing in Den Bosch), voerde op het provinciehuis, tot gevolg dat de Provinciale Staten het Tilburgse voornemen veroordeelden.
Hier speelt hetzelfde. Natuurlijk wil het gros van de Alphenaren zo’n koopzondag, maar accepteren ze daarmee ook de gevolgen? En welke? Dus heeft die enquête geen zin (de VOA Retailcommissie heeft haar standpunt immers al bepaald, al hebben ze ook daar geen idee van de gevolgen), en is die hele enquête vooral een poging later geen politieke schade van die gevolgen te ondervinden. ‘De Alphenaar’ wilde het immers zo?
Net als in Tilburg ontlopen onze volksvertegenwoordigers in de Gemeenteraad hiermee hun eigen politieke verantwoordelijkheid, zouden ze hun tijd beter aan zinniger taken kunnen besteden, en een professioneel marktonderzoeksbureau moeten vragen onderzoek te doen naar de consequenties van elk van de drie keuzes. Of gewoon, op basis van hun kennis binnen hun eigen netwerk, de durf hebben dat te doen waarvoor we raadsleden betalen: VOOR of TEGEN elk van die alternatieven te stemmen.

Tja, ik zie al fronsende wenkbrouwen…..

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: