Wordt het stil zonder V&D?

13 Feb

Een fuik van kleine vestigingen
V&D Alphen aan den Rijn is één van de kleinste vestigingen van het concern, en is dat altijd geweest. Het is een wonder dat de winkel hier ooit is gevestigd, en zeker dat ze tot op de huidige dag bestaat. Hoe is dat zo gekomen?
De wederopbouw van ons land na de oorlog leidde al snel tot een grotere welvaart dan ons land ooit had gekend. V&D, tot het midden van de zeventiger jaren niets meer dan een conglomeraat van zelfstandige NV’s, realiseerde zich al snel dat het aantal vestigingen veel te klein was om van die opbloei te profiteren. Als gevolg opende elk van die NV’s kleine vestigingen rond hun bestaande, grote, winkels. Vestigingen die in feite als vangnet fungeerden om ook klanten uit de provincie aan de formule te verbinden. Daarbij vormden ze, met hun beperkte assortiment, als een soort fuik voor de grotere filialen in de stad. Elke week naar de eigen vestiging, en één keer per maand naar de ‘echte’ V&D in de stad, was het parool.
Nu lijkt dat misschien een merkwaardige constructie, maar in een tijd dat de meeste mensen zelfs nog geen koelkast hadden, laat staan een auto, een adequate bedrijfsfilosofie. Maar in de zeventiger jaren, toen ik ‘de baas’ was van zo’n filiaal (IJmuiden) al een volkomen achterhaalde situatie. Toen ging iedereen regelmatig naar ‘de stad’ (Haarlem), gaven die IJmuidenaren al een groeiend deel van hun geld buiten de eigen woonplaats uit, en werd het zaak de overblijvende koopkracht juist aan je eigen winkelcentrum en je eigen filiaal te binden. Tja, en toen bleek het steeds centralistischer aangestuurde bedrijf een groeiende blokkade te vormen om juist lokaal te scoren. De kleine filialen werden vooral als ‘wingewest’ gezien waarin minimaal werd geïnvesteerd. Voor mij de reden het bedrijf, na tien mooie jaren, te verlaten en mijn geluk elders te beproeven. Dat lukte prima, overigens.

Vestiging Alphen aan den Rijn
Dat Alphen aan den Rijn überhaupt een vestiging kreeg, was ongetwijfeld het gevolg van de regeringsplannen dit dorp als overloopgebied in het Groene Hart te bestemmen. Na de nogal kneuterige vestiging aan de Raadhuisstraat nam men de merkwaardige beslissing geen compleet nieuwe vestiging aan de Van Boetzelaerstraat te bouwen, maar het daar te laten bij een supermarkt met een kleine bovenverdieping, terwijl de oude winkelruimte gewoon vijftig meter verder gewoon bleef bestaan. Voor de bedrijfsleiding een nachtmerrie, lijkt me, maar het paste wel in de naoorlogse sfeer in ons stadje. Toen Anton Dreesmann supermarktconcern Edah aan zijn groeiende retailbedrijf VENDEX had toegevoegd, en, mede als gevolg daarvan, de supermarkten in de V&D vestigingen werden gesloten, betekende dat het einde van veel kleinere warenhuizen, zoals dat in IJmuiden. Maar de merkwaardige constructie in Alphen aan den Rijn in twee panden betekende dat het mogelijk werd alle goederen voortaan in het nieuwe pand te verkopen, en de Raadhuisstraat af te stoten. Mede omdat het bedrijf jarenlang geen duidelijk beleid had met betrekking tot de functie van kleine warenhuizen –er werden zelfs weer een paar geopend(!)– bleef V&D Alphen aan den Rijn bestaan, tegen alle gezonde retailtheorieën in. Maar toen de mogelijkheid ontstond er in 2004 een écht warenhuis van te maken (op de plaats van de MediaMarkt), bleek het bedrijf financieel én commercieel al zo zwak geworden dat deze kans verloren ging. De vorig jaar aangekondigde plannen om de huidige vestiging te verbouwen heb ik dan ook met een grimlach gelezen…..

Wordt het stil, zonder V&D
Er wordt wat afgeleuterd, de laatste weken: V&D lijkt wel voetbal, met 17 miljoen warenhuiskenners. Zo ook over de rampspoed die sluiting van die warenhuizen voor de betrokken stadscentra zou betekenen.
Als dat waar zou zijn, is er helemaal geen probleem, toch?

Het merkwaardige doet zich voor, zeker ook in Alphen, dat de inwoners wel graag heel veel, en grote, winkels in hun centrum willen hebben, om daar vervolgens zo weinig mogelijk te komen. Zo zou de gewenste komst van een Primark (onwaarschijnlijk, overigens) minstens 10 andere modebedrijven de kop kosten, wat waarschijnlijk toch minder wenselijk wordt gevonden.
Maar ik heb al vaker uitgelegd dat (dit geldt natuurlijk ook voor de horeca) een winkel primair bedoeld is om, door actief op de bestaande vraag van consumenten in te spelen, de grote of kleine ondernemer inkomen op te leveren. Als dat laatste niet het geval is, is het al gauw afgelopen met de koopman! Als dat komt omdat de (potentiële) klant zich te weinig laat zien, moet die klant daar, ook bij V&D, verder niet over klagen.
De ervaring leert dat ze dat wél doen!

Wat te doen met dat pand?
Och, wat ‘we’ doen met dat pand is natuurlijk sterk afhankelijk van wat we eigenlijk met ons Stadshart willen. Hoewel ons ‘Stadhuis’ in de persoon van wethouder Van As eindelijk een duidelijk retailbeleid voorstaat, voor het centrum en voor de wijken en kernen, zijn er nog vele krachten die, vaak uit goedbedoeld eigenbelang, vooral de status quo willen handhaven. Het mag Alphen best haar Stadshart kosten, lijkt het, om een paar noodlijdende winkels aan de Hooftstraat te handhaven. Waarom? Omdat ze er altijd zijn geweest, blijkbaar.

Winkeliersverenigingen weten ook weinig meer te doen dan elkaar klanten aftroggelen, dat is zelfs binnen ons Stadshart al het geval. En ze worden in dat streven duchtig gesteund door met elkaar rivaliserende reclamebureaus. Geen ideale situatie om het Stadshart te ontwikkelen, en ook onze Centrummanager kan daar weinig mee. Nu ook onze Aarhof binnenkort nog slechts de helft van het aantal winkels waarmee het ooit begon, herbergt, is er zeker plaats voor nieuwe, zelfstandige, winkeltjes op de plaats van de huidige V&D. Waar we geen belang hebben bij nog meer eenheidsworst en nog meer grote winkelpanden, is er daarnaast ruimte voor woningbouw midden in ons centrum. Ideaal voor het groeiende aantal ouderen in onze gemeente?
De commerciële mogelijkheden voor die nieuwe winkels zijn er wel, midden in de stad, vlakbij de Raadhuisstraat waar ook al de nodige ‘snuffelwinkels’ zijn gevestigd.
Zo bekeken zou het vertrek van V&D geen stilte betekenen, maar ons Stadshart juist laten bruisen, zoals we dat al jaren (zeggen te) willen.
Oh ja, La Place kan gewoon blijven, dat restaurant heeft V&D helemaal niet meer nodig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: