MegaMalls contra Stadshart?

10 Aug

Het zijn dé slechte dromen van retailers, ook in Alphen aan den Rijn, de grootschalige winkelgebieden (ver) buiten de stad, waar zeer grote winkels elke kans op eerlijke concurrentie bij voorbaat de nek omdraaien. Of ze nou Autoplaza, Alexandrium, Goudse Poort, Centre’O, IKEA of Bataviastad heten, ze worden gezien als het belangrijkste gevaar voor ons Stadshart naast het Internet. Is dat zo? U voelt het al, ja én nee.
Want ten eerste hangt het van het soort Mall af, en, uiteraard, van de manier waarop centrumwinkeliers hier individueel én collectief op inspelen.

Malls
De zich bedreigd voelende winkeliers hebben de neiging om al dat grootschalige gedoe ‘in de wei’ over één kam te scheren, maar dat is zeker niet handig, als je je daartegen teweer wilt stellen. Daarom even een rijtje, mét de meest kenmerkende eigenschappen.
Mega Mall Een compleet winkelcentrum waarin honderden grote en kleine winkels bestaande stadscentra in wezen overbodig maken. Hoewel kapitaalkrachtige lieden steeds opnieuw proberen zoiets in Nederland van de grond te krijgen (Tilburg, Geldermalsen, o.a.) bestaan deze winkelcentra hier nog niet. En dat is maar goed ook, want ervaringen in Duitsland (ik heb ooit een artikel geschreven over Centre ’O in Oberhausen: “Praktisch en gezellig winkelen naast de Snelweg”, dagblad Trouw 5 januari 2005) wijzen uit dat zoiets desastreuze effecten heeft op bestaande Stadscentra in de wijde omtrek. In Frankrijk zie dat minder, omdat de stadscentra daar, buiten de echt grote steden, historisch weinig voorstellen. Hetzelfde speelt in de US, dus die landen zijn absoluut niet te vergelijken met de winkelsituatie in Nederland.
Meubelboulevards en Autoplaza’s Niemand lijkt zich te realiseren dat indertijd het aanbod van meubilair en woninginrichting onder veel protest naar buiten de stad is verhuisd. Hoewel de eerste meubelboulevard (Beverwijk) al uit de zestiger jaren van de vorige eeuw stamt, is deze verhuizing uit de binnenstad in Alphen pas laat op gang gekomen. Vreemd genoeg worden autoshowrooms niet als ‘winkel’ gezien (hoewel ze dat natuurlijk wel zijn), maar een grote fietsenwinkel als ‘Gek van Fietsen’ juist wel. Gek genoeg heeft juist deze verhuizing er wel toe geleid dat er ín de stadscentra ruimte kwam voor winkels die niet primair de meubels of de stoffering, maar de aankleding van de woning (woonstijlwinkels van allerlei aard) centraal stellen. Gek genoeg kreeg MediaMarkt, ontwikkeld voor dit soort lokaties, in Nederland de kans om overal midden in steden te gaan zitten, terwijl ze nauwelijks aan de aantrekkelijkheid van die stadscentra bijdragen.
Gespecialiseerde beleveniswinkels Zeker voor aankopen die een consument niet elke dag doet zien we overal grote super-gespecialiseerde winkels ontstaan op industriegebieden (met ontheffing) zoals ‘De Goudse Poort’. Een bekend voorbeeld daar is ‘De Vrijbuiter’ (camping en outdoor), maar ook sportmegastore Topshelf (Cruquius) is een voorbeeld, of, landelijk bekend, Zwerfkei in Woerden. Dit soort megawinkels zijn er in alle branches (Blijdesteijn in Tiel, sinds 1833!, is een zeer groot modehuis in het bescheiden Tiel, en ook Van Tilburg in Nistelrode is een goed voorbeeld. Trouwens, in Alphen aan den Rijn blijkt de ambitie van Slaapkamerspecialist zelfs onze Euromarkt al ontgroeid te zijn. En ook “Gek van Fietsen” heeft, in een vroegere garage gehuisvest, als ‘belevingswinkel’ landelijk naam gemaakt. Tja, en heeft er nou nog nooit in de file voor een IKEA vestiging gestaan?
Warenhuizen HEMA, C&A of Vroom & Dreesmann werden in de tijd dat ik daar werkte, met ’85 winkels onder één dak’ nog gezien als dé ultieme bedreiging van de plaatselijke middenstand. Dat was de tijd waarin afdelingen als Speelgoed, Sport, Camping, Doe-het-Zelf of …Baby zonder meer de grootste speciaalzaken van een stad waren. C&A de modesector bepaalde, en de HEMA een ‘Value for Money’ propositie had die niemand kon evenaren. De ontwikkelingen binnen de retail hebben, met het geklungel van de directies van die ketens, aan die riante positie een einde gemaakt, terwijl diezelfde winkeliers zich nu zorgen maken of die ketens wel overleven! Het kan verkeren, maar duidelijk is dat dit soort winkels geen bedreiging voor het Stadshart vormen.
Factory Outlet Centers Een heel apart soort winkelcentra waar, in betrekkelijk kleine winkels, fabrikanten, importeurs én detaillisten de overgebleven goederen van het afgelopen seizoen zeer goedkoop aanbieden in een sterk themagericht ‘winkelcentrum’ met enorm grote parkeervoorzieningen. Centra als het Design Centre in Roermond, of Bataviastad in Lelystad trekken uit de wijde omtrek duizenden koopjesjagers die er vaak met de hele familie een leuk dagje van maken. Tja, op is op, je moet wat geluk hebben met maat, kleur of model. Alphen aan den Rijn had er één kunnen hebben waar vervolgens stadshart én recreatieparken van hadden kunnen profiteren, maar de winkeliers onthielden zich deze kans. Die winkeliers wilden in Zoetermeer wel, maar daar stak de provincie een stokje voor.

Politiek
Laten we hopen dat onze politici zo verstandig zijn de Mega Mall definitief buiten de deur te houden. Het potentieel aantal Factory Outlet Centers is beperkt. Klanten er maar een paar keer per jaar, zodat ze heel grote verzorgingsgebieden hebben (straal tot 100 km). Die vormen dus geen gevaar voor ons Stadshart.
De vorming van ‘beleveniswinkels’ is echter een trend waaraan de centrumwinkeliers maar moeten wennen.

De Megastore
Hoewel klanten vanouds gewend zijn zich voor belangrijke aankopen naar de speciaalzaken in de centra van steden te begeven, was het al langer dan honderd jaar geleden een feit dat men meer keus had naarmate het Stadsgebied groter werd. Veel consumenten uit een middelgrote stad als Alphen aan den Rijn deden dit soort infrequente, voor hen belangrijke, aankopen al jaren in de grotere steden om ons heen. Het in planologenkringen bekende schema van Cristaller (1934) is daar al op gebaseerd. De sterk gegroeide mobiliteit van de consumenten maakte dat ook, voor in de zestiger jaren, steeds eenvoudiger. Het idee van onze centrumwinkeliers dat de burgers van hun stad voor deze ontwikkeling, en voor het internet, letterlijk alles bij hen kochten is een historische misvatting. Het idee dat ze ‘recht’ zouden hebben op de Euro’s van hun stadsgenoten, is zelfs een gevaarlijke droom.

Natuurlijk creëert beschikbaarheid vraag, maar aan het ontstaan van die Mega-Stores ligt deels de ‘inertie’ en kopieerdrang van de lokale middenstand ten grondslag, deels de nieuwe communicatiemiddelen die de consument doen beseffen dat er veel meer te koop is dan het aanbod in hun Stadshart. Wat we dan ook zien is dat naast de al eerder genoemde trek naar grotere steden, in snel tempo Megastores worden ontwikkeld die extra koopkracht uit de bestaande stadscentra, gemeenten en regio’s onttrekken. Onderstaand schema geeft aan dat er uiteraard dit soort aankopen nog steeds in stadscentra, of zelfs dorps- en wijkwinkelcentra worden gedaan. Maar steeds vaker wil de consument zich letterlijk onderdompelen in een veelheid van aanbod die ze in de eigen omgeving niet hebben.

Featured image

Dat leidt tot een definitieve verandering van klantenstromen die, in tegenstelling tot wat in de reclamesector graag wordt beweerd, niet kan worden gestopt door allerlei commerciële acties, evenementen, lokale munten (Alpha’s) of een beroep op plaatselijke solidariteit. De plaatselijke middenstand moet zich hierop instellen door hun lokale consument te bieden wat die megastores nooit zullen kunnen, een persoonlijk contact met de winkeliers in een aantrekkelijk centrum waarin winkelen veel meer is dan boodschappen doen. Dát leidt al heel snel tot de ontwikkeling van een gedifferentieerd aanbod in kleinere, gespecialiseerde en steeds vaker gecombineerde winkels in een compact Stadshart. Waar toepassing van het “De Nieuwe Winkelier” concept betekent dat die winkeliers hun klanten in die kleinere winkels via hun webshop een veel bredere keus kunnen bieden dan die jaren hebben gezien. Hoe langer de centrumwinkeliers, ook in Alphen aan den Rijn, nog in hun verouderde winkels in een verouderd Stadshart hun klanten teleurstellen, des te meer jagen ze die klanten naar de Megastore, en naar het Internet.
Tegen deze stroom ingaan leidt tot niets. Zoals ik ooit hoorde: “Welke kant je in Nijmegen ook opzwemt, uiteindelijk komt je in Rotterdam terecht!”
Uiteindelijk leidt dit tot de teloorgang van dat Stadshart, en zou de, ook door mij verfoeide, “MegaMall” een realiteit kunnen worden. Om dat te ervaren is het voldoende om een ritje naar Centre’O bij Oberhausen, of naar Wijnechem bij Antwerpen te maken. Je moet je alleen wel realiseren dat er in heel Zuid-Holland wellicht maar ruimte is voor drie van die dingen. Consumenten willen, indien gevraagd, natuurlijk graag zo’n Megamall, tot ze doorkrijgen dat ze voortaan daar voor al hun inkopen heen te moeten rijden.
Want dát staat natuurlijk niet in zo’n enquête!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: