Tag Archives: Alphen aan den Rijn

Afvalpasjes: Hoog tijd voor onafhankelijk onderzoek

10 jul

Er is zoveel onduidelijk rond het ‘DIFTAR’ circus van wethouder Hoekstra dat de Alphense bevolking er recht op heeft dat alle feiten rond de invoering van dat chips- en pasjessysteem boven water komen. Op de wethouder hoeven we niet te rekenen.

Wethouder Hoekstra en zijn pasjesridders

Zo langzamerhand is het ons Alphenaren wel duidelijk dat VVD-wethouder Hoekstra dit dossier niet in de hand heeft. Het lijkt erop dat het ‘afvalpasje’ in ons Stadhuis een geheel eigen leven is gaan leiden, waarop noch college, noch de gemeenteraad meer zicht heeft.
Natuurlijk moet de gemeenteraad de wethouder politiek aanpakken, hééft dat ook al gedaan toen hij het onzalige voorstel deed de burgers voortaan per zak te laten betalen. Maar de afgelopen weken hebben politici én college keer op keer moeten bevestigen dat dit voorstel toch echt afgeschoten ís, en afgeschoten blijft, ook ná de komende verkiezingen. Desalniettemin groeit het aantal inwoners die dit niet gelooft.
Want de manier waarop de ‘club’, die Hoekstra rond deze pas verzamelde, in de praktijk werkt en communiceert, doet sterk vermoeden dat deze zich weinig aantrekt van dat raadsbesluit, en nog rustig, goedbetaald, bezig blijft een doodlopende weg te bewandelen. Op onze kosten.

Intussen blijft de wethouder beweren dat het allemaal geen geld kost, maar faalt volledig in zijn bestuurlijke plicht om dat te bewijzen, en blijft hangen in algemeenheden die we zo langzamerhand wel kennen. Duidelijk bewijs, feiten, kosten en baten?
Vergeet het maar!
Intussen is er al flink wat gemeenschapsgeld gespendeerd in een project dat zo langzamerhand alle politieke en burgerlijk draagvlak kwijt is. Nu niemand meer precies weet waar we met zijn allen aan toe zijn, lijkt het tijd voor een ONAFHANKELIJK ONDERZOEK.
Liefst snel, zodat we met een schone lei de verkiezingen in gaan.

Stinkende Afvalberg

Burgers klagen steen en been over de extra last van dat pasje, en weigerachtige containers, waar ze verder geen enkel verschil merken in hun eigen gedrag, of dat van de ander.
Óf toch wel?
Steeds meer (groot-) Alphenaren die óf hun pasje zijn vergeten, óf waar het ‘systeem’ weer eens niet werkt, leggen hun afval nu náást de container. Zoals dat van andere gemeenten allang bekend was, overigens. In de praktijk blijkt de gemeentelijke afvaldienst elke dag een rondje langs die containers te moeten maken om ervoor te zorgen dat onze gemeente geen stinkende afvalberg wordt.

Al eerder berekende ik dat het oorspronkelijke voorstel, betalen per zak, alleen goedkoper was voor gezinnen die aan één zak genoeg hadden. En niet voor het gros van de gezinnen die dat absoluut niet lukt. Een voorstel dat zozeer de geur van rustige bureau’s uitademde dat het geen wonder is dat hier idee en praktijk vér uit elkaar liggen. Een voorstel waarbij bijvoorbeeld maar werd aangenomen dat die gezinnen ook in hoogzomerse dagen de dagelijks toenemende stank van die éne zak wel konden verdragen. Van luiers vretende baby’s en kotsende huisdieren hadden die bureauridders nog nooit gehoord, blijkbaar.

Afvaltoerisme, een drogreden

Tot mijn verbazing blijken er zelfs burgers te zijn die nog wél geloven dat ‘afvaltoerisme’ een groot probleem is dat ABSOLUUT, wát het ook kost, bestreden moet worden. Alleen, dit verhaal wordt nérgens door feiten ondersteunt. En áls het ook al waar zou zijn, dan blijkt dat juist het GEVOLG van het invoeren van die pasjes in omliggende gemeenten.

Kortom, de leveranciers van de hardware achter dit ‘DIRTAR’ systeem scheppen zélf het probleem, om het vervolgens op te lossen!

Maar zelfs als er sprake is van een mogelijke oplossing van dat zelfgeschapen probleem, dan hebben we er niets aan als het niet werkt. En dat doet het dus niet. Blijkbaar veel te kwetsbaar voor storingen!
Tja, en ik kan me voorstellen dat er afvaltoerisme bij het gemeentelijke milieustation wordt geconstateerd, maar wat wil je, als je ‘de man aan de poort’, die er altijd zat, wegbezuinigt?
En wat levert die bezuiniging op als je daarvoor een peperduur pasjessysteem voor de hele gemeente installeert en moet onderhouden?
Maar het idee dat Bodegravers hun afval massaal in Alphense afvalcontainers stoppen? Wie gelooft dat, buiten de afvalclan?

Technologie

Tegenwoordig is ‘robotisering’ allang geen futuristische aangelegenheid meer. Voor tál van processen waarvoor vroeger mankracht nodig was, zijn intussen robots ontwikkeld die gewoonlijk samen met échte mensen die klussen klaren. Dat zien we ook bij afvalscheiding en recycling gebeuren. En wat nog niet is, komt beslist binnenkort. Het is dus maar de vraag of het principe van afvalscheiding aan huis niet gewoon ‘oude technologie’ is, gebaseerd op (prima) gedachten uit de tachtiger jaren die nu van een nieuw ‘chip’ jasje worden voorzien. De praktijk is natuurlijk dat hoe langer en dieper geïnvesteerd wordt in die afvalscheiding thuis, des te langer het duurt om de volgende stap van gerobotiseerde afvalscheiding op grote schaal toegepast te krijgen. Dus het argument dat ‘DIFTAR’ innoverend zou zijn is alleen valide voor mensen die zich er niet in verdiept hebben, én, natuurlijk, voor de mensen die eraan verdienen!

DIFTAR

“Diftar”, ik citeer Wikipedia maar even, “staat voor gedifferentieerde tarieven waarbij per huishouden geregistreerd wordt hoeveel afval aangeboden wordt en hoe meer afval een burger aanbiedt hoe hoger de afvalstoffenheffing zal zijn. Omgekeerd levert betere afvalscheiding en het aanbieden van minder afval een lagere variabele afvalstoffenheffing op, het vastrecht blijft echter hetzelfde. In 2006 woont 17,4 procent van de Nederlanders in een diftargemeente. In 2000 was dat nog 9,7 procent. Uit ervaring blijkt dat burgers hun afval beter gescheiden aanbieden en het lagere aanbod van restafval maakt het de gemeente mogelijk de kosten die voor invoering van diftar gemaakt moesten worden, terug te verdienen.
Wel neemt de hoeveelheid op straat en andere plaatsen achtergelaten huisvuil toe”.
Ik constateer simpel dat DIFTAR door onze gemeenteraad is AFGEWEZEN!

Een simpel sleuteltje?

Ik citeer maar weer eens Karl Marx, die stelde dat als je in de politiek onbegrijpelijke dingen tegenkomt, je het antwoord vindt door te zoeken naar degenen die daar voordeel bij hebben.

Het is een feit dat onze gemeenteraadsleden de invoering van DIFTAR afwezen, omdat ook onze volksvertegenwoordigers in meerderheid vonden dat de Alphense burger geen behoefte had aan nóg meer gemeentelijke lasten dan strikt noodzakelijk. En wethouder Hoekstra kon die raad duidelijk niet voorrekenen dat het vooronderstelde terugverdienen van de Diftar kosten de burger GEEN geld zou kosten. Daarmee, dat zal uit het Wikipedia stuk duidelijk zijn, hebben die dure chips en die pasjes helemaal geen zin. Het argument van ‘afvaltoerisme’ is er met de haren bijgehaald om toch die chips en pasjes te kunnen kopen.
De praktijk zal wel zijn dat die chips op die containers geweldig veel kunnen (Diftar) maar dat in Alphen helemaal niet hoeven. Integendeel, wat ze moeten doen is een schakelaar bedienen die de schuif wel dan niet ontkoppelt, meer niet.
Je mag rustig de vraag stellen waarom de gemeente dure chips installeert, waar we met heel simpele ‘aan/uit’ technologie genoeg hebben. Want, laten we eerlijk zijn, een simpel sleuteltje zal vást betrouwbaarder én goedkoper zijn, toch?

Het is duidelijk, lijkt me, dat het tijd is dat hele verhaal rond ‘Diftar’ eens objectief te laten onderzoeken, zodat we weten wáár ons geld is gebleven, en wie voor de complete verwarring rond dit onderwerp verantwoordelijk waren en zijn.
Daarbij is het belangrijk ook te weten wát er is betaald aan ‘adviseurs’, wát aan manuren (op het stadhuis) en wat de (gespecificeerde) kosten zijn van de invoering, en de extra kosten van het opruimen van troep rond die containers.

Castellum JA/NEE

10 mei

Willen we het, of willen we het niet?

Vandaag vanuit de gemeente Alphen aan den Rijn weer super positieve geluiden over ons wankelende theater Castellum, dé blikvanger op het Rijnplein, in ons lijfblad AD/Alphen. Want, ik schrijf er al over sinds 2011, dat theater kost veel meer dan de gemeenteraad ooit plande (€ 500.000 per jaar) en levert veel minder maatschappelijk rendement op dan was berekend. Natuurlijk, als Joup van’t Hek een try-out geeft staan de rijen in alle kranten, maar op de meeste avonden is het angstig stil. Echt, zonder de bioscoopvoorstellingen (en daarvoor had Alphen geen theater nodig, natuurlijk) was de stekker er allang uit getrokken, maar, ook met jaarlijkse gemeentelijke aanvullingen op het budget, is er nog steeds geen licht in de tunnel.

Castellumnieuw

Ik had graag ongelijk gekregen met mijn stellingname tegen de bouw van dat theater, maar in de dagen dat megalomaan denken de Alphense politiek beheerste, en, verder wel verstandige, mensen zelfs al aan een “De Bijenkorf” in ons stadje dachten, móest en zou er een theater komen. Wel, die gift van ons bedrijfsleven heeft de gemeente, ons dus, al zeker 15 miljoen Euro gekost. En nu moet er opnieuw 2 miljoen worden uitgegeven om allerlei nieuwe activiteiten mogelijk te maken en het theater eindelijk eens een wat klantvriendelijker entree te verschaffen. Uiteindelijk moet ook dat tóch structureel tonnen aan extra subsidie gaan kosten. Het gaat maar door!
Kortom, wil de Alphense samenleving dat eigenlijk wel?
Of ben ik weer te negatief? Dat ben je tenslotte snel, in onze dorpsstad!
Ach, krap een jaar geleden heb ik uitgebreid zitten praten met interim directeur Leo Pot, en mijn conclusie in het blog “Beleving in Castellum” was allerminst negatief, lijkt me:

Beleving in Castellum?

We moeten er niet zo van opkijken dat Theater Castellum steeds meer geld nodig heeft. Dat is in Gouda, zonder bioscoop, ook het geval. Theater Castellum is nu allesbehalve een ideaal gebouw, dus er zal flink geïnvesteerd moeten worden om het gezelliger te maken. Investeren om ook daar het verblijf zelf tot een beleving te maken. Die plannen zijn er, maar het geld niet, blijkbaar. Alphen aan den Rijn moet fors méér geld in het ons theater investeren, en niet minder! Of het ook feitelijk privatiseren. Dat is best mogelijk, maar dan moeten de nodige politici en bestuurders over hun eigen schaduw heenstappen. En ook dát zal veel geld kosten!
Maar gewoon op de huidige manier wat blijven door-emmeren, dát geeft in ieder geval geen ander perspectief dan dat we elk jaar méér geld in de put gooien.
Kortom, beste bestuurders en politici, geef Castellum de financiële ruimte, of verkoop de tent!

Culturele Stamppot!

Inmiddels, beste lezers, zijn we bijna een jaar verder, en nu ligt er een plan. Niet om de functie van het theater zelf te versterken, zoals Leo en ik bespraken, maar om er een ‘culturele stamppot’ van te maken: theater, filmzaal, restaurant, expositieruimte, en centrum voor popmuziek. Alsof het gebouw een harmonica is, zou er ook ruimte moeten komen voor diverse instellingen, voor Studio Alphen en als atelier voor kunstenaars. Tenslotte zou het gebouw nog als iFlow II moeten gaan functioneren.
Tja en dan komt, mijn studenten zouden de bui al zien hangen, mijn onvermijdelijke vraag: “Leuk plan, maar hoe gaan we hier geld mee verdienen”?
Ik heb geen idee of er een meerjarenbegroting ligt (ik neem aan van wel), maar waarop is die gebaseerd? Niet op een studie, want dat moet nog gedaan worden. Dus komen we niet verder dan wat de krant voorzichtig stelt: “Dat geld (subsidie 4,5 tot 9 ton jaarlijks) moet zoveel mogelijk worden terugverdiend dankzij de betere verhuur van het gebouw, is het idee”. Aan dit soort bestuurlijke vaagheden is de gemeenteraad wel gewend, natuurlijk. Maar iedereen die zich wat oriënteert op de verhuur van ruimtes, weet dat Castellum hierbij niet de enige is. Zo timmert Swaenswijck nogal aan de weg, heeft mijn eigen Adventskerk hiervoor een aparte stichting ‘Vrienden’ opgestart en kun je zelfs heel genoeglijk vergaderen in het Remonstrantse kerkje. En dan praten we alleen nog maar over het Stadshart zelf. Natuurlijk willen kunstenaars adequate ruimte, al jaren, maar over de bijbehorende facturen willen ze nooit praten. En ik zie ook de stichting Poppodium nog geen ‘marktconforme’ prijzen betalen, Studio Alphen trouwens ook niet! En gaan Alphenaren betalen om een expositie te bezoeken? En wie huurt die flexplekken op een plek waar de parkeertarieven torenhoog zijn?
Kortom, wát is de kans dat al die activiteiten (die natuurlijk ook weer eigen organisatie- en onderhoudskosten met zich meebrengen) ook daadwerkelijk het bedrijfseconomisch rendement opleveren wat ons nu wordt voorgespiegeld? Het lijkt me dat, als al die instellingen in de rij staan om hier ruimtes te huren, ze toch op zijn minst een intentieverklaring moeten tekenen voor er grootscheeps wordt geïnvesteerd!

Wat dan wel?

Ach, de vraag is, zoals ik vorig jaar al schreef in mijn conclusie, eigenlijk simpel: Willen de Alphenaren dit theater eigenlijk wel? En nemen ze de consequentie dat gebouw dan ook meer te bezoeken? Want als de inwoners van onze gemeente dat willen, moeten we er gewoon een bom duiten voor over hebben. Dan zou het niet nodig moeten zijn een kruiwagen vol met schone dromen als excuus te presenteren. Waarom geld investeren in een verbouwing die de Theaterfunctie, en daar ging het toch ooit om, alleen maar ondergraaft. Gemeenteraad, stop er gewoon 2 miljoen in om de functionaliteit van ons Theater Castellum te verbeteren, en zet een jaarlijks bedrag van 1 miljoen in de begroting. Of neem het besluit het gebouw af te breken en er een woonplaats voor jongelui van te maken. Dát levert het centrum in ieder geval extra drukte en inkomen op.
Anders staan we bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen voor precies hetzelfde probleem, maar zijn we intussen weer minstens 5 miljoen armer!

Niet Betalen voor Gratis Parkeren

22 apr

Gratis voor niets?

Dagblad AD/Alphen opende vrijdag 14 april met dit artikel van Jan Belt.
Nu lijkt het me dat het logisch is niet te betalen voor iets wat gratis is, maar het bleek dat onze plaatselijke speurneus iets heel anders bedoelde!
Stadshartondernemers én vastgoedeigenaren willen absoluut NIET meebetalen aan de door hen gewenste proef met gratis anderhalf uur parkeren in het hele Stadshart. Niet meebetalen aan de kosten van het onderzoek én niet meebetalen aan de gederfde parkeergelden. Alles wat uit die proef ten goede komt aan de Stadshart ondernemers gaat zo ten laste van de Alphense gemeenschap. Wat de ondernemers verkopen als ‘gratis’ service aan de consument, blijkt gewoon een sigaar uit eigen doos. Gerard van der Klaauw, in zijn wat mistige rol als voorzitter van de stichting ‘Centrummanagement Alphen aan den Rijn’, waarin retailers, horecaondernemers, vastgoedeigenaren, de gemeente en de ‘Vereniging Ondernemers Alphen aan den Rijn” (VOA) samengaan, stelt dan ook ‘ex cathedra’ vast dat het “Utopisch zou zijn te veronderstellen dat ondernemers alle kosten afdekken”. Wat er ‘utopisch’ aan is dat ondernemers gewoon betalen voor bedrijfskosten waarvan ze ook nog eens zeggen zéker te weten dat deze hun inkomsten verhogen, is mij onduidelijk. In ieder geval verklaart het voor een groot deel de enorme rij faillissementen in de retail: De kosten zijn stelselmatig hoger dan de opbrengsten, blijkbaar!

Ongeoorloofd

Ik wil hier rustig neerleggen dat wat de heer Van der Klaauw hier neerlegt, in feite discrimineert en, als ongeoorloofde overheidssteun, waarschijnlijk ook niet mag. In ieder geval is het iets waarnaar gemeentebestuur én raadsfracties nog eens goed naar moeten kijken. Tenslotte zijn zij het, en niet de Stadshart ondernemers, die al over een jaar op hun beleid en stemgedrag worden afgerekend.

Ongeoorloofde Overheidssteun

De begunstigde van ‘vrij parkeren’ is immers zonneklaar NIET die consument, maar de ondernemer! Consument, gemeentebestuur en gemeenteraad worden door het Centrummanagement misleid met een initiatief waarvan de ondernemers de vruchten willen plukken zonder er zelf ook maar een greintje verantwoordelijkheid voor te nemen. Het College van B&W kan natuurlijk die ondernemers ook rechtstreeks subsidiëren, als dat maar niet uitdrukkelijk als ongewenste overheidssteun verboden zou zijn.

Discrimininatie

Als de overheid besluit iets te betalen waarvan slechts een selecte groep ondernemers, de centrumondernemers in Alphen aan den Rijn, de vruchten van plukken, ten koste van andere ondernemers elders in de gemeente, of daar buiten, is dat discriminerend naar de ondernemers die buiten dat Stadshart hun dagelijks brood moeten opscharrelen

Vrijblijvendheid

Natuurlijk is er sprake van een gedeeld belang van de Alphenaren, vertegenwoordigd door gemeente en gemeenteraad, en de centrumondernemers, als we praten over het belang van ons Stadshart. Het komt me dan ook niet vreemd voor dat de gemeente het voortouw voor dit onderzoek neemt, en het ook betaalt. Maar het is allerminst ‘utopisch’, maar juist zeer logisch dat de centrumondernemers niet alleen het verlies aan parkeergelden voor die drie onderzoeksperiode betalen, maar zich ook gelijk uitspreken over hun grote aandeel in het jaarlijkse verlies van 2 miljoen Euro aan parkeergelden.
Ondernemers kennende, als ze al niet eens willen meebetalen aan die proef, gaan ze, wát ze ook suggereren, ook niet meebetalen aan het vervolg van die proef, hóe die ook uitvalt.
Het valt me niet mee dit toe te geven, maar met dit onderdeel van zijn beleid steun ik dan ook wethouder Hoekstra, die terecht stelt dat zoiets als ‘gratis’ parkeren niet bestaat. Kortom, als de klanten die kosten niet betalen, en de ondernemers ook niet, betaalt niet de gemeente, maar gewoon….toch de klant. Gerard van de Klaauw stelt het wel logisch voor, maar het is gewoon misleiding te stellen dat ‘gratis’ parkeerruimte de klant niets kost. Integendeel, het voorstel is zelfs asociaal, omdat nu ALLE inwoners van onze gemeente gaan betalen voor de ‘gratis’ parkeerruimte van een steeds kleiner aantal verstokte bezoekers van dat Stadshart. Je mag je afvragen wat de rest van de inwoners van onze gemeente daar wel niet van vindt.

Politieke consequenties

Natuurlijk weten we allang dat ‘gratis parkeren’ door de huidige bezoekers uitbundig wordt verwelkomd, maar ook dat dit nauwelijks ertoe zal leiden dat ook anderen dat Alphense Stadshart meer te gaan bezoeken. De wens is hier duidelijk de vader van de gedachte, maar waar is dat ooit bewezen?
Want hoe logisch het ook lijkt, bedrijfskundig én politiek is het flauwe kul.
–   Bedrijfskundige onzin, omdat het betekent dat de gemeente Alphen aan den Rijn een deel van haar ondernemers financieel gaat ondersteunen in hun bedrijfsvoering. Ze financiert immers bedrijfsmatige activiteiten die elke ándere ondernemer elders in de gemeente gewoon vanuit zijn eigen bedrijfsvoering zou moeten betalen.
–   Politieke onzin, omdat daarmee deze lasten worden verdeeld over alle inwoners van onze gemeente, terwijl slechts een minderheid ervan profiteert. Een thema dat het leuk gaat doen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018.
Het lijkt me dat Van der Klaauw c.s. niet alleen een wens naar een volledig door de overheid betaald onderzoek neer moeten leggen, maar gelijk met een duidelijke oplossing voor bovenstaande problemen moeten komen. ‘Ik wil het’ is geen onderbouwing, elke Alphenaar wil wel wat, of nog meer!

Detailhandelsvisie gemeente Alphen aan den Rijn

Hoewel het onze stadshartondernemers duidelijk niet uitkomt, ligt er sinds november 2016 een gloednieuwe gemeentelijke visie op de detailhandel IN ONZE HELE GEMEENTE. Voor de periode tot 2025!
Hierin komt zonneklaar naar buiten, voor de lezers van dit blog geen nieuws natuurlijk, waarom meer dan de helft van onze inwoners niet of nauwelijks hun gezicht in dat centrum laat zien. En dat niet de kosten van parkeren, maar het AANBOD steeds meer Alphenaren, al bijna 15 jaar lang ervan weerhoudt dat centrum te bezoeken. Als aan de kern van deze beleidsvisie door de Stichting Centrummanagement geen inhoud wordt gegeven, zal de terugloop in consumentenbezoek doorgaan, gratis parkeerruimte of niet. Zonder harde ingrepen gaat de komst van de ‘Mall of the Netherlands’ in Leidschendam (2018!) nóg meer aankopen van Alphenaren opslokken, zodat in 2025 van het Stadshart van Alphen aan den Rijn niets meer over is dan een boodschappencentrum voor onze centrumbewoners.
Zodat de honderden miljoenen die intussen in dat Stadshart zijn geïnvesteerd, nooit rendement zullen opleveren!

Pessimisme?

Ach, een paar weken geleden was ik nog in het centrum van de stad Vancouver (Washington), één van de oudste steden daar, twee keer zo groot als Alphen. Dat centrum, en ik kom er in een ander verband nog wel op terug, kun je alleen nog maar herkennen aan een paar grote kerken. Én aan het gloednieuwe busstation dat de centrumbewoners, die het praktisch zonder winkels moeten doen, snel en doeltreffend naar de Vancouver Mall brengt. Voor “Super Bijenkorf” Nordstrom moet je naar het nog grotere Portland, maar verder vind je in die Mall alles wat ‘recreatief winkelen’ leuk maakt.
Iets wat in Nederland élk centrum van middelgrote steden boven het hoofd hangt. Dát zou, net als Vancouver, het verleden van het stadshart binnen een paar decennia wegvagen. Gewoon omdat iedereen wil houden wat er is!

En al in 2018 opent “The Mall of the Netherlands” in Leiderdorp!

Parkeerimpasse

24 nov

Vrij Parkeren als klantentrekker?

Beste lezers, het is niet de eerste keer dat ik dat “gratis parkeren” als een illusie neerzet. Kijk, dat iedereen het merkwaardig vindt dat je niet hoeft te betalen voor een parkeerplaats in de boodschappencentra De Herenhof, De Atlas en De Baronie, maar wel in de al zo geplaagde Ridderhof, ligt voor de hand. Natuurlijk, er ís, vanuit het stadhuis gezien, een goede reden voor, maar geen klant die dat relevant vindt. Dat je op de Euromarkt in een deel wél je parkeerschijf moet gebruiken, en in een ander deel (bij de bouwmarkt) niet is ook al een stukje parkeerbeleid dat niet is uit te leggen. Dan denk ik ook, hóe verzinnen ze het, dat regeltjesoerwoud! Maar iedereen die wel eens in De Ridderhof is geweest, weet dat er genoeg ándere redenen zijn om dat winkelcentrum te mijden, dat parkeergeld komt er gewoon bij. Overigens, die vreselijke parkeerpalen, en de lange rij wachtenden ervoor, vormen vast een grotere ergernis dan het parkeergeld zelf!
Nee, er is genoeg op het parkeerbeleid af te dingen.
Maar beste ondernemers, als ik weer eens naar Zoetermeer ga, doe ik dat toch echt niet omdat parkeren gratis is, maar omdat het een leuk en compact winkelcentrum is. En ik rij ook niet naar Lisse of Leidschendam omdat het ook daar gratis is. Of naar Katwijk omdat daar parkeren bijna niets kost.
Tenslotte, en ik heb dat al eens voor u uitgerekend, zijn je vervoerskosten snel hoger dan het parkeergeld in Alphen aan den Rijn. Nog nooit is aangetoond dat vrij parkeren klanten trekt, of dat het klanten afstoot. Maar het geloof dat het anders is, is buitengewoon hardnekkig.

Beleid

Het spijt me voor Edwin ten Brink (VOA) en Gerard van der Klaauw (Centrum Management), maar hun stellingname is weinig logisch, éénzijdig op voordeel van ondernemers gericht en slecht onderbouwd. Het kost alleen wat letters om dat uit te leggen:

“Vaakparkeerders”

Hun standpunt is niet logisch omdat er natuurlijk niet zoiets als ‘gratis parkeren’ bestaat! Iemand moet het betalen en dat ís ALTIJD de Alphense burger, linksom of rechtsom. De suggestie dat ‘gratis’ parkeren de burger niets kost, is zelfs misleidend. Want NU betaalt de Alphenaar pas parkeergeld als hij/zij van de parkeervoorzieningen in het centrum gebruik maakt, STRAKS betaalt die Alphenaar parkeergeld (via de OZB) om ervan gebruik te kúnnen maken. Dat kost de gebruikers minder, omdat bij ‘gratis parkeren’ élke Alphenaar (en zelfs elke burger van onze gemeente) meebetaalt aan het parkeergebruik van degenen die in het Stadshart parkeren. Die burgers betalen zelfs vooral degenen die heel veel gebruik van die parkeervoorzieningen maken. En het zijn natuurlijk vooral die “veelparkeerders” die veel belang hebben bij ‘gratis parkeren’, en ongetwijfeld het debat (buiten de gemeenteraad) domineren. Hier gaat IEDEREEN betalen voor WEINIGEN, en dat is een aspect dat ik in de communicatie nog nooit ben tegen gekomen. Het lijkt me dat veel raadsleden dat ook wel weten, of minstens vermoeden, reden om zich liever niet aan deze kwestie willen branden!

Eénzijdige visie

Natuurlijk staan voor ondernemersclubs VOA en VOC niet de wensen van onze burgers, maar de belangen van het bedrijfsleven centraal. Anders zou dit initiatief ook niet nu, in het uur van hun ellende, vanuit dat bedrijfsleven, maar allang geleden vanuit de politiek genomen zijn. Want niet de burger, maar dat bedrijfsleven creëert dit probleem, en zet daarmee de zaak op zijn kop. Dat ons Stadshart minder Alphenaren trekt dan wenselijk zou zijn, ligt immers niet aan dat parkeerbeleid (dat niet écht gewijzigd is in de lange periode dat ons Stadshart, elk jaar opnieuw, minder centrumbezoekers trekt. Het echte probleem, en dat staat eindelijk keihard in de nieuwe gemeentelijke Detailhandelsvisie, is dat ons Stadshart qua winkelaanbod ruim de helft van onze bevolking niet biedt wat ze wensen. Je zou verwachten dat juist dít een gespreksitem nummer één binnen retailend Alphen zou zijn, maar nee, opnieuw wordt de oplossing niet intern, maar extern gezocht: het parkeerbeleid van de gemeente. Uiteraard op kosten van de Alphense burgers.

Onderbouwing?

Wel, cijfermatige onderbouwing van de claim dat gratis parkeren meer klanten trekt, ís er gewoon niet. Wetenschappelijke studies wijzen immers juist uit dat dit niet het geval is, zoals ik al vaker heb aangehaald. Waarom zou dat consumentengedrag in ons, op veel andere gebieden juist zo ‘gemiddelde’, Alphen aan den Rijn opeens wél anders zijn? Alleen al op basis van deze vooronderstelling zou je zo’n peperduur onderzoek af moeten wijzen.
Want, áls de ondernemers zo zeker zijn van het tegendeel, waarom moet dan de gemeente de kosten van dat onderzoek betalen? Het zijn toch de winkeliers, en niet de gemeente, die er baat bij hebben?

Gemeentelijk beleid of eigenbelang ondernemers

Beleidsmatig valt op dat niemand in ondernemersland zich zorgen lijkt te maken over wat ‘gratis parkeren’ in het Alphense Stadshart voor effect zal hebben op het parkeerbeleid van de gemeente als geheel. Het zou toch onbestaanbaar zijn dat je in de buitenwijken parkeergeld zou moeten betalen, terwijl dat in het centrum gratis is? Mijn logica zegt mij dat het dan dat er aan de randen van dat centrumgebied helemaal geen parkeerplek meer beschikbaar zal zijn, omdat alle bewoners die net búiten dat centrum wonen natuurlijk hun auto gratis ín dat centrum gaan parkeren. Ook is dit niet bepaald een stimulans voor het gebruik van openbaar vervoer, of, simpeler, van de fiets. Omdat zo parkeerbeleid in politieke zin veel meer inhoudt dan het financiële aspect alleen, en veel meer dan het de commerciële belangen in het Alphense stadscentrum, zie ik die gemeenteraad nog niet zo gemakkelijk overstag gaan. Tenslotte is de laatste tien jaar al genoeg over ‘parkeren’ gedebatteerd in de raad, de raadsleden zijn gewoon ‘parkeermoe’! Wát je ook doet, het is immers toch nooit goed? Dus dat er weinig op die bijeenkomst aanwezig waren, verbaast me niets.

“Doe eerst maar eens die proef”!

Blijkbaar gaat ook Edwin ten Brink er maar vanuit dat het eenvoudig zou zijn om de relatie tussen betaald en onbetaald parkeren op het economisch resultaat van een heel Stadshart (want dát is toch precies wat ons wordt gesuggereerd) te onderzoeken. De praktijk is natuurlijk dat het effect van welke verandering dan ook op het economisch resultaat in individuele winkels al uiterst moeilijk te onderzoeken valt, omdat dit nu eenmaal afhankelijk is van heel veel, steeds wijzigende factoren, die je heel moeilijk in onderzoek kunt uitsluiten (ceteris paribus principe). Daarbij ligt dat effect al op voorhand anders bij dag en avondhoreca, bij ‘boodschappenwinkels’ en bij ‘winkels waar je gezellig gaat shoppen’. Al vaker heb ik gewezen op de ‘gespleten economie’ in ons Stadshart, waar de horeca gaat bloeien als de winkels al dicht zijn……
Kortom, een onderzoek als dit is bepaald niet als ‘eenvoudig’ in te schatten, laat staan als goedkoop!

Vergelijkbaar?

Natuurlijk wijst men op de ‘proef’ in Harderwijk, maar daar is alleen gemeten dat gratis parkeerplaatsen 150.000 extra bezoekers opleverde. Maar of dat het gevolg was van dat ‘gratis’, wat die bezoekers vervolgens deden, wat ze kochten en waar, en wat dat opleverde, is niet onderzocht. En juist daar gaat het toch om, extra marge voor onze winkeliers, niet betere statistieken voor de gemeente. Nu zijn 150.000 extra bezoekers ook niet zoveel, over een heel jaar gerekend. Alleen de MediaMarkt trekt al een miljoen bezoekers naar Alphen, maar die hebben nauwelijks bijgedragen aan de welstand van ons Stadshart als geheel. Integendeel, die MediaMarkt heeft ertoe geleid dat de concurrentie binnen Alphen verdween! Hoe dan ook, een creatieve oplossing voor het vervallen V&D gebouw levert, naast woonruimte en dus klanten in ons centrum, al gauw méér dan die 150.000 extra bezoekers op. En dát hoeft de gemeente helemaal geen cent te kosten, op die plek.
Natuurlijk wordt Zoetermeer erbij gehaald, maar dát is geen vergelijking omdat de drie vrije parkeeruren daar al sinds mensenheugenis door de centrumondernemers wordt betaald. En als vrij parkeren zóveel winst zou opleveren, waarom verwelkomt men daar dan de komst van de ‘Holland Fashion Mall’ als superklantentrekker voor dat stadshart.
Waarom zou zo’n simpele constructie hier niet kunnen? Elke ondernemer kan toch zijn klanten compenseren voor zijn parkeerkaartje? Op basis van de gerealiseerde omzet? Als de eerste dat gaat doen, moet de rest acuut mee. Met de huidige elektronica is dat toch zó te regelen?
Blijkbaar is dat vertrouwen in het effect van die maatregel zó klein dat het, altijd zo met verve naar voren gebrachte, ondernemersrisico maar liever op de gemeenschap wordt afgewenteld. Waarom niet gewoon doen, en het geld voor zo’n onderzoek besteden voor zaken die beslist wel wat opleveren?
Onze politici weten natuurlijk wat wethouder Hoekstra ook weet, namelijk dat nú onderzoeken, automatisch betekent dat ‘parkeren’ een verkiezingsitem voor de volgende gemeenteraadsverkiezing wordt.
Nu onze centrumwinkeliers al zo moeilijk doen over een bijdrage aan dit onderzoek, is de betaling ervan door de gemeente nog maar slechts de eerste ‘blanco cheque’ in een ongetwijfeld lange reeks. Inderdaad, opnieuw een ‘Zwart Gat’ in de gemeentebegroting!

Conclusie

Ik weet ook zonder onderzoek wel zeker dat, hoewel bepaalde sectoren (daghoreca, supermarkten en dergelijke), waar consumenten vaak overdag komen, er beslist baat bij hebben. Maar ook dat dit ‘gratis parkeren’ niet het gebrek aan attractiviteit, en dus aan bezoekers, van het Stadshart als geheel compenseert. Wat dat betreft kun je rustig een parallel trekken met het sterk gegroeide aantal evenementen in ons Stadshart dat immers ook niet heeft geleid tot een omslag in die bezoekersaantallen?
Kortom, nu de centrumondernemers niet bereid zijn zelf aan dit onderzoek bij te dragen, moet de gemeente daar zeker geen geld in steken.
Maar is dat nou niet precies het uitgangspunt dat Jan Belt in het AD/Alphen optekende uit de mond van wethouder Tjeard Hoekstra?

Ouwe Zooi

21 okt

Pal voor Alphen

ouwezooi03

Eerlijk gezegd, moest ik wel even lachen, beste lezers, toen ik deze foto van mijn goede vriend Gerard van As vanochtend in AD/Alphen zag staan. Martiaal met de poten in de klei, de blik strak gericht op alle mogelijkheden die Alphen nog te grijpen heeft. Geef hem nog een schild, een koppel en een speer, en je waant je in de tijd dat Alphen aan den Rijn nog niet werd verlamd door tegenstrijdige belangen, onderlinge vetes, besluitenloosheid en onbeweeglijkheid. Tja, tenslotte is het nog lang geen verkiezingstijd in Alphen, dus ik kan rustig wat reclame maken voor de eerste Nieuw Elan wethouder, toch?
Helaas is ook voor Gerard niet alles rozegeur en maneschijn. Want de man die in een paar jaar meer realiseerde dan zijn voorgangers in de tien jaar daarvoor, heeft, oh schrik, de gemeenteraad een ‘Detailhandelsvisie’ gepresenteerd die nu eens meer is dan de vastlegging van de status quo. Mede daardoor loopt hij tegen allerlei vreemde zaken aan die, ik heb er al in 2006 (“Alternatieve nota detailhandelsbeleid”) voor gewaarschuwd, juist voortkomen uit het ontbreken van toekomstbestendig beleid. Kortom, hij mag een hoop, wat mijn ondernemerszoon Mike “Ouwe Zooi” zou noemen, opruimen. Een goede titel voor dit blog.
Maar genoeg veren, laten we eens kijken naar de feiten.

Innovatief Meerlaags Bedrijventerrein

Jarenlang is er in de gemeenteraad (inderdaad, Van As was toen niet met Alphen bezig) gesproken over een prachtig groen plan voor een modern, niet vervuilend en niet (leef)milieubelastend meerlaags bedrijventerrein aan de Steekterweg, waar de foto van Van As is genomen. Ik heb het al een paar keer aangekaart, maar de laatste vijf jaar hoor ik daar niemand meer over. Tót opeens Van As erin slaagt een huurder voor deze dure lege vlakte te vinden, met een bedrijf, Nedcargo, dat ook nog aansluit op de al bestaande containerhaven. Tja, dat haalt zelfs de illusie van een groen doorkijkje daar wel definitief weg, en maakt dat woonwijkje nu zichtbaar ‘onbewoonbaar’. En Alphen, u en ik, krijgt eindelijk weer wat geld terug van al die investeringen daar. Maar nu er eindelijk wat gebeurt, komt de plaatselijke ‘linkse kerk’ weer op de proppen met dat oude plan, dat in de praktijk natuurlijk nooit meer is geweest dan een politiek fata morgana. Het is mij tenminste niet bekend dat ooit ook maar één serieus bedrijf daarvoor belangstelling toonde.

ouwezooi02

En als er één bedrijf zit, komen er gewoonlijk meer, en dan zit ook dáár eindelijk schot in. Dit laat onverlet dat ook ik het mooi had gevonden wanneer het daar allemaal gewoon groen was gebleven, maar de democratische meerderheid besliste, en nu moeten Van As c.s. het doen met wat we hebben. De tijd kun je niet terugzetten, al zou ook hij dat op veel plaatsen graag gewild hebben.

Stationsomgeving

ouwezooi01

In wezen, beste lezer, is dit nog zo’n verhaal dat, nu het gebouw er al staat, niet meer terug gedraaid kan worden. Maar, ook daarover publiceerde ik al jaren geleden een blog, de gemeente, gesteund door de gemeenteraad, maakte hierover een deal met hun vrienden van Green (Jan Zeeman’s vastgoedbedrijf). Wethouder van Velzen betaalde, al voor daar ook maar één schep de grond in ging, graag 5 miljoen harde Alphense Euro’s om op het terrein van het oude hotel Toor en het voormalige energiebedrijf representatieve hoogbouw te realiseren. Dat Green in ruil onder die woningen ‘commerciële ruimten’ mocht realiseren, en wat dat weer voor ons Stadshart mocht betekenen, leek weinigen te storen. Er was, ik benadruk het nog maar eens, géén detailhandelsvisie, want een dergelijke deal is, als de gemeenteraad die visie goedkeurt, helemaal niet meer mogelijk. Alweer ‘ouwe zooi’ van de “Oude Politiek” en Van As moet het opruimen.

Want natuurlijk komen daar geen ‘aanloopwinkels’, bij gebrek aan “aanloop”. Want van twee keer per dag een uur drukte, en in het weekend een ijzige stilte rond dat station, kan geen winkel leven. Kortom, er komt daar óf wildgroei in de vorm van winkels die het gras voor de voeten van de Stadshartwinkeliers wegmaaien, óf nóg meer horeca dan er nu al is. Ik weet niet hoe het u gaat, maar soms heb ik de indruk dat we in Alphen nog gaan verdrinken in de alcohol! Er is straks in heel Alphen geen BOB meer te vinden….

Zondagsoorlog tussen Tuincentra

Je kon er natuurlijk op wachten. De vroegere gemeente Rijnwoude voerde asociaal beleid door van alles wat haar burgers niet naast de deur wilden hebben, op de gemeentegrens te plaatsen. Zo kwam Zoeterwoude aan de Rijneke Boulevard, ontwikkelde men een industrieterrein dat praktisch in Boskoop staat, stonden opeens in Alphen windmolens die de gemeente zelf niet wilde hebben, én kreeg De Bosrand, ook op de rand van Alphen, openingstijden op zondag die door de conservatieve inwoners van Hazerswoude of Koudekerk dáár nooit zouden zijn geaccepteerd. Wethouder Van As wilde de openingstijden van winkels op zondagen binnen de hele gemeente harmoniseren, maar helaas, dat wordt gefrustreerd door een oud dealtje met een gemeente die niet meer bestaat. Blijkbaar kan dit bestuursrechtelijk niet worden teruggedraaid. Ouwe Zooi die Ouwe Zooi blijft!

ouwezooi04

Maar nu is de bal natuurlijk gaan rollen, en zet Intratuin de gemeente Nieuwkoop, ook zonder detailhandelsvisie, onder druk dat ze ook op zondagmorgen willen openen. Vanwege de concurrentie met De Bosrand, en daar zouden ze wel eens gelijk aan kunnen hebben. Je ziet, binnen de kortste keren lopen gemeenten weer achter de feiten aan, omdat ze het, met de zegen van hun ondernemers, de afgelopen decennia niet zo nauw namen, en nog vaak nemen, met dit soort zaken.

Inderdaad: Ouwe Zooi

Ach, dit zijn maar een paar zaken die openbaar bestuur behoorlijk frustrerend kan maken. Ik zit immers ook te denken aan het ‘Kerstcadeautje’ dat Albert Heijn in Boskoop kreeg tijdens de allerlaatste gemeenteraadsvergadering. De raadsleden gaven op de drempel van het bestaan van hun gemeente de voorkeur aan het belang van Albert Heijn, en de projectontwikkelaar, boven het belang van hun eigen winkeliers. Tenzij Van As het alsnog voor elkaar krijgt om dit onzalige plan aan banden te leggen, wordt het winkelhart van Boskoop daarmee groter, in plaats van compacter, zoals in de Detailhandelsvisie staat. Gevolg: meer leegstand en verlies van attractiviteit! Tja, het is écht leuk, zo’n eigen gemeentebestuur.
Het Baronieverhaal is er nog zo één. Een winkelcentrum dat er in deze vorm nooit had mogen komen. Allemaal commerciële uitwassen die misschien prettig zijn voor een paar ondernemers, ook wel voor een paar consumenten, maar ongunstig voor de totale ontwikkeling van een leef- en werkgebied, wat een gemeente of stad toch is.
Ook het feit dat mét de Maximabrug van een ongerepte Gnephoekpolder allang geen sprake meer is, wordt bewust over het hoofd gezien. Nieuwe plannen daar worden dus bij voorbaat onderuit geschoffeld, natuurwaarden worden belangrijker dan ze in feite zijn.
Te gemakkelijk toegeven aan de vrijheidsdrang van ondernemers was altijd populair onder plaatselijke politici, vanuit de visie dat als het goed gaat met hun bedrijf, dat per definitie maatschappelijk nuttig is. Nou, als we één ding geleerd hebben in ‘de crisis’ is wel dat, als diezelfde ondernemers in de problemen komen , ze geen seconde meer aan die maatschappij denken!
Dat de dadendrang van Gerard van As nu vanuit allerlei belangengroepen wordt aangevallen, is eigenlijk alleen maar een teken dat hij, met zijn team, het goed aanpakt. De ingezette vernieuwing doet blijkbaar al té lang bestaande persoonlijke belangen, en dito ego’s, pijn!

Passie in de knel?

9 okt

Omgevingsplan Rijnhaven Oost

Onderneemster Lisette Goddrie staat, zoals dat een ondernemer betaamt, pal voor haar belang in de discussie met de gemeenteraad over de vraag of haar winkel “Varia: Passie voor Slapen” wel dan niet binnen het omgevingsplan Rijnhaven Oost moet vallen. De gemeente houdt vast aan wat in de nieuwe Alphense Detailhandelsvisie staat, namelijk dat detailhandel geconcentreerd moet worden op de bestaande winkelcentra.
Het wat juridische element dat het echtpaar Goddrie, die hun winkel nog geen jaar geleden overhevelden van de Euromarkt, één van die bestaande centra, naar de huidige plaats vlakbij die Rijnhaven, en daardoor niet is meegenomen in dat omgevingsplan is daarbij een intrigerende, maar commercieel niet relevante vraag. Of een winkel als ‘Passie voor Slapen’ zo nodig binnen bestaande winkelgebieden moet zijn gevestigd, dát is, zeker gezien de uitbreidingsplannen van dit ondernemersechtpaar, wel degelijk een goede vraag!
Waarom ik achter de retailvisie sta, én achter Lisette’s ‘eis’?

Concentreren

De gemeente Alphen aan den Rijn heeft, in ééndrachtelijke samenwerking tussen bureau Retail Management Center, gemeente, ondernemersvereniging VOA en een aantal detailhandelsspecialisten, beleid ontwikkeld voor haar retail infrastructuur. Nadat vele jaren uitsluitend het behoud van bestaande vestigingen en plaatselijke belangen centraal stonden in het ‘beleid’, wordt nu gekozen voor concentratie, diversiteit én duurzaamheid. In onze gemeente is het centrum van de grootste agglomeratie, het Stadshart van de stad Alphen aan den Rijn, benoemd als dé plaats waar recreatief winkelen voorop moet staan. Alle buurt- wijk- en dorpscentra daaromheen worden voortaan vooral ‘boodschappencentra’ die gericht zijn op wat de inwoners dagelijks nodig hebben. Dat betekent simpelweg dat het Alphense Stadshart steeds minder als boodschappencentrum voor de ‘oude’ Alphenaar moet gaan functioneren, maar ook dat er geen ruimte komt voor de andere winkelcentra om qua ‘recreatief winkelen’ dat Stadshart te beconcurreren. Daarbij zijn alle winkelvoorzieningen buiten die centra, zoals verouderde winkelstrips en solitaire vestigingen als niet duurzaam gekwalificeerd, en deze zullen op den duur moeten verdwijnen. Het lijkt erop dat zowel gemeente áls betrokken ondernemers ‘Varia: Passie voor Slapen’ in die laatste categorie plaatsen.
Daarmee zitten ze beide fout!

Ze zitten fout omdat helaas één ontwikkeling in de retailvisie onderbelicht is gebleven, op de kleine paragraaf 2.5 na: De ontwikkeling van regiogerichte, grootschalige ‘beleveniswinkels’. Ik durf rustig te stellen dat ‘Passie voor Slapen’ in ieder geval de ambitie heeft tot de laatste categorie te gaan horen en zich daarmee buiten de gemeentelijke retail infrastructuur heeft geplaatst.

Concurrentie van ‘buiten’

Al jaren zien we een aantal trends in het gedrag van consumenten waarmee alle winkelcentra in steden en dorpen rekening moeten houden:
• Internet
• De ontwikkeling van de grote steden
• De ontwikkeling van grootschalige ‘beleveniswinkels’

Internet

Over het algemeen wordt, vooral door de “framing” vanuit de online aanbieders, de werkelijke invloed van de webshops op de concurrentieverhoudingen in de detailhandel zwaar overdreven. Die webshops scoren vooral in een beperkt aantal branches, en haal je daar de reisbureaus, het aanbod in elektronica en de mediasector uit, dan blijft er niet zo erg veel van over. Daarbij kunnen, zie het concept van De Nieuwe Winkelier, de fysieke winkels enorm profiteren van dat internet, als ze dat ook maar zouden doen. Maar voor de klant die precies weet wat hij of zij wil, “Main stream aanbod” genoeg vindt, maar hiervoor de laagste prijs wil betalen, wint de webshop, altijd!

Ontwikkeling in de grote steden

De grote steden hebben altijd een enorme aantrekkingskracht gehad op consumenten in de verre omtrek. Een aantrekkingskracht de de laatste jaren snel groeit omdat retailketens en (via hun ‘brandstores’) grote en bekende merkaanbieders zich uit dorpen en kleinere steden terug trekken, en zich concentreren op de 10-15 echt grote steden in ons land. Dat verhoogt niet alleen de aantrekkelijkheid van die grote steden, maar verlaagt gelijk de aantrekkelijkheid van de kleinere steden. Als gevolg is er, omdat ondernemers en overheid in middelgrote winkelgebieden te lang zijn blijven hopen op betere tijden, sprake van een jarenlange verslechtering van de marktpositie van steden zoals Alphen aan den Rijn. We kunnen rustig stellen dat de nieuwe detailhandelsvisie van de gemeente, in lijn met het beleid van de “Economic Development Board” dat probleem beleidsmatig effectief aanpakt.

De ontwikkeling van grootschalige ‘beleveniswinkels’

Dit soort winkels spelen in op de trend om voor dure, infrequente aankopen te kiezen voor een bezoek aan grootschalige, gespecialiseerde, winkels en winkelcentra die buiten de normale detailhandelsstructuur vallen.

fotoPeriferecentra

Daarmee vallen dit soort ontwikkelingen (Holland Fashion Centre in Zoetermeer is er één, maar ook megawinkels als Horbach en IKEA) buiten de scope van een gemeentelijk detailhandelsbeleid. Hoewel ze natuurlijk wel allemaal in één gemeente gevestigd zijn, zijn ze gericht op de consumenten uit een veel groter gebied. Vandaar die relatief geringe aandacht binnen een gemeentelijke detailhandelsvisie.
Maar het feit dat je winkel buiten de gemeentelijke retail infrastructuur valt, betekent nog niet dat “Varia: Passie voor Slapen” daarmee ook buiten de planologische opzet van het ‘omgevingsplan Rijnhaven Oost’ valt!

Beleveniswinkels

In mijn tien jaar bij Vroom & Dreesmann ben ik een enthousiaste beoefenaar geworden van wat pas met het uitkomen van “De Belevenis Economie” (Pine en Gilmore, 1999), “Belevenisretailing” genoemd werd. Tenslotte was er in dat warenhuis vrijwel niets te koop wat ook niet elders verkrijgbaar was, dus moest de uitstraling, samenhang, gevoel en dus die ‘beleving’ zorgen voor de meerwaarde. Iedereen die recent de TV serie Selfridges heeft bekeken, weet dat dit honderd jaar geleden al niet anders was. Het is ook geen wonder dat V&D in moeilijkheden kwam toen dat betoverende element in de zo overgewaardeerde benchmarks ten onder ging. We zien overal om ons heen winkels, klein en groot, die het aandurven hun klanten die beleving wel te blijven geven, en daarmee succes boeken. Of je je nu specialiseert op spelbeleving in bordspellen, of op slaapbeleving in een beddenwinkel, wordt dan gewoon een kwestie van vierkante meters, én vestigingsplaats. Duidelijk is wel dat specialisatie op assortiment én prijs, en de beleving die dat oplevert, betekent dat je slechts een deel van alle consumenten in je omgeving aantrekt. Maar ook dat je juist daardoor enorm aantrekkelijk wordt voor die doelgroep, en consumenten aantrekt uit een gebied dat veel groter is dan het koopkrachtgebied van welk stadscentrum dan ook.

belevenisfasering

En zo komen we weer terug bij het echtpaar Goddrie, dat op het Groot-Schalig Winkelgebied (GSW) aan de Euromarkt een simpele beddenwinkel uitbouwde tot de beleveniswinkel die het nu is aan de Eikenlaan, en nog grootsere plannen heeft als een slaapdorado voor de hele provincie? Een ontwikkeling waarbij de klant zelf een steeds grotere rol in hun ‘belevenis’ zal gaan spelen, zoals bijgaand plaatje van Albert Boswijk aangeeft.

Rijnhaven Oost

Ik heb er geen enkel belang bij of ‘Varia: Passie voor Slapen’ nu wel dan niet onderdeel gaat uitmaken van het omgevingsplan Rijnhaven Oost. Maar ik zou wel willen dat college én gemeenteraad afstapten van hun heel lokale standpunt dat winkelvestigingen én winkelcentra beslist een onderdeel van de lokale infrastructuur, hét onderwerp van de Detailhandelsvisie, uit moeten maken. Echt, het grote winkelcentrum Rijneke Boulevard zou geen week kunnen bestaan als de klanten alleen uit Alphen aan den Rijn zouden komen, een IKEA vestiging zou nooit uitgroeien tot een bron van verkeersopstoppingen als hun klanten niet uit een wijde cirkel (range) rond hun vestiging zouden komen. Dat geldt straks ook voor het Holland Outlet Centre in Zoetermeer, én voor “Varia: Passie voor Slapen”!

In het kader van het “Economisch Actie Plan” moeten we oog houden voor ontwikkelingen die de omvang van de gemeente te boven gaan, maar die zich wel hier afspelen. Dat doen we toch wel als het gaat om een containerhaven, om Archeon of Avifauna? Dus waarom niet voor winkels?

De Wind, natuurlijk….

4 jul

Julianabrug open?

Op 23 mei schreef ik een blog over de wenselijkheid van een ‘feestje’ op de brug, terwijl het onderzoeksrapport nog niet was verschenen. Nu dat vernietigende rapport er ligt, slechts een paar dagen voor dat feestje, komt de slechte timing wel erg naar voren. Want de Onderzoeksraad voor de Veiligheid veegt niet alleen de vloer aan met de betrokken aannemers, maar ook met het gemeentebestuur die hen maar liet begaan. Hoewel toch elke leek al vraagtekens had bij het idee die zware klus te klaren met losstaande kranen op wiebelige pontons, zag ons ‘stadhuis’ geen gevaar voor haar burgers, of wilde dat niet zien. De vraag die de gemeenteraad donderdag dan ook beantwoord moet krijgen staat dan ook in dat blog centraal: “Waarom moest en zou dat brugdek er op vrijdag 3 augustus 2015 er beslist liggen?” Terwijl die brug er al vele maanden uitlag, en sowieso nog lang niet gebruikt kon worden omdat de aansluitingen nog niet klaar waren, de reden immers waarom die kranen niet op de landhoofden konden staan. Waarom dan niet later?
De subvraag, om de beweegredenen van die aannemers te snappen, is dan ‘Hoeveel had het die aannemers gekost als dat brugdeel toen NIET geplaatst was”?

De Wind

Blijkbaar waait het in Nederland te weinig om daarmee bij het hijsen van een enorm brugdek rekening te houden! Iedereen weet wat er gebeurt als je een plat voorwerp door de lucht beweegt, zelfs áls het niet waait. En die wiebelende kraanopstelling, volgens het rapport tot het maximum belast, had dat brugdek toch zeker nog 100 meter moeten verplaatsen. Dus om dat brugdek heen en weer te zwaaien, dáárvoor was helemaal geen wind nodig!
Laten we hopen dat er bij het inhijsen van de Maximabrug, later deze maand, wél rekening met die wind wordt gehouden.

Veiligheid

Dat de gemeente verantwoordelijk is voor de veiligheid van haar burgers is duidelijk en onomstreden. Jarenlang werden de kerosinetankers voor Schiphol als inbreuk voor de veiligheid van de omwonenden gezien, zozeer dat er zelfs door onze gemeente plannen waren gemaakt, en zelfs al een geul gegraven, voor een omleidingsroute via de Zegerplas. Nu dat gevaar via pijpleidingen is verdwenen, laat de gemeente toe dat er op die zelfde Rijn een levensgevaarlijk spelletje met de wind wordt gespeeld. Zonder daar de betrokken bewoners zelfs maar op te attenderen. Merkwaardig, zo weinig voorstellingsvermogen bij de mensen die er, ambtelijk of politiek, op hadden moeten letten, en waarvan ik me afvraag of ze er die dag eigenlijk wel bij waren. Enfin, we hebben volksvertegenwoordigers gekozen om het collegebeleid op dit vlak te controleren, laten we hopen dat ze dat ook doen, donderdag!
Natuurlijk heeft die gemeenteraad vooraf een excuusbrief van het college ontvangen, de vlucht naar voren waarbij de schuldvraag aanzienlijk verder naar de aannemers is geschoven dan dat de Onderzoeksraad voor de Veiligheid dat doet.

Vreemde Tegenstelling

Wel vreemd is de enorme tegenstelling tussen deze twee krantenkoppen uit het AD/Alphen, slechts 4 dagen na elkaar!

Julianabrug01Julianabrug02

Op 30 juni zien we de bekende foto van drie aangeslagen collegeleden, direct na ‘de val’, waarbij verslaggever Jan Belt kopt: “Er is gegokt met mensenlevens”. Maar slechts vier dagen later bericht dezelfde krant “Feest spoelt brugdrama weg”. De excuusbrief van het college haalt de voorpagina niet, en moet het met pagina 3 doen.
“Brood en Spelen”, de Romeinen wisten het al, houden het domme volk rustig.
Maar zoveel water kan er zelfs deze week niet zijn gevallen om de harde werkelijkheid van het rapport weg te wissen. De ernstige fouten die zijn gemaakt, mogen nooit weer worden gemaakt, en het veiligheidsbeleid van de gemeente moet zeer duidelijk op de helling. Aan die conclusie kan geen PR publicatie tornen. De aannemers zullen nu wel echt over de brug moeten komen, als het daarbij blijft. De wind is geen partij.
En het lot van de betrokken collegeleden ligt, zoals dat hoort, in handen van de gemeenteraad.
Het zal me benieuwen…….

Zwarte Gaten (1)

2 mei

Theater Castellum in zwaar weer (AD/Alphen 30-4-2016)
Een jaar of twintig geleden werd onze stadje geteisterd door een aantal lieden die gewoon te vaak in Amsterdam borrelden. En alcoholische dromen droomden van hun eigen ‘Amsterdam’ aan de Rijn! Zo ontstonden, zonder gestructureerd nagedacht te hebben over de ontwikkeling van merkwaarde voor de Stad (Citymarketing) niet alleen de megalomane plannen rond Rijnplein (mét Bijenkorf natuurlijk!) en het Thorbeckeplein.

FotoWensdroom

En natuurlijk waren die plannen niet compleet zonder een eigentijds theater. De heren kregen het zelfs voor elkaar om de bouw van dat Theater Castellum gefinancierd te krijgen. Helaas wilde (anders was je ‘negatief’) niemand nadenken over de mogelijkheid dat de optimistische exploitatie overzichten eens géén werkelijkheid zouden worden. Helaas, ook omdat de geplande horeca nooit echt van de grond is gekomen, ontwikkelde Castellum zich tot een financieel zwart gat voor onze gemeente. Hoewel afgesproken was in enkele jaren de startsubsidie af te bouwen, moest er in de praktijk, direct én indirect, steeds meer geld bij. Tja, maar nét zoals dat met ijsbaan ‘The Dutch Oval’, ‘Wiebel Biebel’, Thorbeckeplein en Rijnhaven het geval was, Alphen kón niet zonder, vond de politieke en zakelijke elite.

Nieuws?
Nauwelijks, lijkt me! Waarom zou ik anders vijf jaar geleden, in december 2011, twee blogs op deze site geschreven hebben met alarmerende titels als “Castellum rijp voor de Sloop?” en ‘Castellum onder Curatele!”. Blijkbaar kan alleen een interim directeur, iemand die weet dat hij gaat vertrekken, het zich permitteren aan te geven dat Castellum, zakelijk bekeken, allang failliet had moeten zijn. En natuurlijk heeft het snelle vertrek van directeur Tineke Maas NIETS te maken met dit probleem. Natuurlijk niet!
Maar, curatele of niet, ons theater zakte stukje bij beetje weg in het zwarte gat dat onze positivisten zelf groeven. Hoewel er altijd juichend wordt gesproken over de belangstelling bij geheide publiekstrekkers, is de praktijk dat de Alphenaren, en dat kon je zien aankomen, al tien jaar weinig van deze culturele instelling gebruik maken. Je mag je afvragen wat er was gebeurd als daar geen bioscoopvoorstellingen werden gegeven.

Het gat wordt alleen maar dieper!
Wethouder Van Velzen, die het allemaal ook niet meer ziet zitten, realiseert zich wel dat een eventueel faillissement van Castellum ongecontroleerd hard op de gemeentelijke begroting terecht gaat komen. En dát kan Bruin, zo vlak na het Thorbecke debacle en de SWA affaire, niet trekken. Maar wat kun je nou anders doen met dat gebouw dan het als theater exploiteren? Afbreken? Misschien zakelijk gesproken het beste, maar politiek natuurlijk niet haalbaar, dat zou een hagelbui aan verloren ego’s opleveren. Dus gaat Van Velzen een curieus spoor volgen, en oppert een (ondergrondse) combinatie van Openbare Bibliotheek en Castellum. Bedrijfskundig slaat dat nérgens op, ook al omdat het theater helemaal niet over algemene ruimten beschikt die gedeeld kunnen worden, en is het dicht wanneer de bibliotheek open is. Daarbij is diep bouwen in Alphen aan den Rijn altijd een linke zaak, zoals we met de lekkages in de parkeerkelder gezien hebben. Trouwens, je kunt wel ondergronds bouwen, maar de arbeidsinspectie zal erop staan dat er gewoon daglicht naar binnen gaat komen. En dat betekent het einde van dat Rijnplein als ‘evenementenplein’! Zo vult de wethouder gaten door ze elders nog dieper te graven.
En dan hebben we het nog niet eens over het op deze manier langdurig financieren van een bibliotheekorganisatie die, in het zicht van technologische ontwikkelingen, er in de huidige vorm over een jaar of tien niet eens meer zal zijn.
Nee, het is wel een typisch politieke oplossing, maar één die Alphen aan den Rijn bankroet gaat maken. En wie gaat er nou investeren in een artikel 12 gemeente? Zo raakt Van Velzen’s ‘oplossing’ de toekomst van ons Stadshart als geheel, en daarmee van de hele stad.

De ‘Bieb’
Voor de bibliotheek, die in verband met woningbouw de barakken aan het Aarplein moet verlaten, zal een moderne, duurzame oplossing gevonden moeten worden, zoals ik al in ‘De Mediashop’ (http://www.koornconsult.com) heb beschreven. Maar zolang die er nog niet is, kan ‘De Bieb’ inderdaad tijdelijk in het V&D pand worden geplaatst. In tegenstelling tot wat het persbericht aangeeft, is daarvoor helemaal geen onderzoek nodig. Die vestiging is één grote, lege vierkante ruimte midden in het centrum mét beveiliging, verlichting en verwarming waar alle huidige meubilair zo kan worden geplaatst. In een paar weken is dat gepiept! Maar op die eenvoudige, spotgoedkope, maar tijdelijke, oplossing zit de bibliotheekclub, mét de wethouder en zijn projectgroep, helemaal niet te wachten. Want in hun nieuwe ‘zwarte gat’ onder het Rijnplein zou die bibliotheek tientallen jaren financieel ‘veilig’ zijn. Net als nu al bij Castellum het geval is zouden er immers té veel gemeentelijke miljoenen geïnvesteerd zijn om de eerste twintig jaar sluiting van ‘De Bieb’ zelfs maar te overwegen.
Dát laatste is ook in het belang van het Theater. Niemand kan zich immers permitteren die twee, bouwkundig in elkaar vervlochten, culturele antiquiteiten ooit op te blazen?
Complottheorie?
Welnee, gewoon een overlevingsstrategie uit het boekje!

Castellum
Nu het iedereen duidelijk moet zijn dat alle culturele dromen rond het theater als cultureel middelpunt van de stad commercieel in scherven zijn gevallen, lijkt het me zaak te redden wat er te redden valt.
Te beginnen door de programmering fors te saneren. Geen ‘culture for the few’ meer, maar volledig gericht op de combinatie van publiekstrekkers in theater en bioscoop met lokale acties. Kortom, theater Castellum gaat alleen open als dat bij voorbaat, met of zonder sponsors, een positieve bijdrage oplevert. Veel minder vast personeel, meer ZZP-ers en vrijwilligers. Voor échte cultuur (!) kunnen Alphenaren, konden dat ook al, immers overal in de omgeving terecht.
Ook dán zal de gemeente behoorlijk moeten afschrijven, maar levert de exploitatie tenminste een positief resultaat op! En vormt dat theater aan het Rijnplein wel een doorlopende kostenpost, maar geen zichzelf verdiepend zwart gat meer.

Tja, en over al die andere ‘onmogelijke’ en zelfs nutteloze projecten in onze gemeente, daar schrijf ik wel een nieuw blog over: Zwarte Gaten (2)

Vrij parkeren, ook op de Ridderhof?

26 apr

Vrij parkeren
Beste lezers, de VOA zet de gemeente Alphen aan den Rijn onder druk om een ‘proef’ te doen met vrij parkeren in ons Stadshart. Ik heb geen idee wat ze bedoelen met een ‘proef’, want het is nogal ingewikkeld in de complexe wereld van de Retail resultaten toe te rekenen aan één factor. Want het simpele feit dat er dan misschien meer mensen in dat stadshart rondlopen, betekent natuurlijk allerminst dat er ook meer verkocht wordt. Eigenlijk is het enige wat je wel echt kunt meten, de gemiddelde verblijfsduur in dat Stadshart, want er is een bewezen verband tussen die verblijfsduur en wat er gespendeerd wordt. Alleen, wáár? Als dat vooral ten gunste van de horecabezoekers uitvalt, schieten de winkeliers er immers nog niets mee op. Tja, en dan komen we op het onderwerp diversiteit, verrassing en klantvriendelijkheid. Mensen naar dat Stadshart krijgen is, zo blijkt tijdens alle activiteiten die er worden georganiseerd, op zichzelf geen probleem. Mensen naar de horeca krijgen, is ook geen heksentoer, want die horecaondernemingen in het centrum lijken het toch allemaal goed te doen. Maar mensen de winkels in krijgen, dat is bij te veel winkels andere koek.
Natuurlijk is er ook niet zoiets als ‘vrij parkeren’, want linksom of rechtsom betaalt de consument dat toch allemaal zelf. Maar het klinkt sympathiek, laten we het daar op houden.

Ridderhof benadeeld
Terwijl het principe van ‘gelijk speelveld’ ook in Alphen te pas en te onpas wordt gebruikt, lijkt dat niet voor winkelcentrum ‘De Ridderhof” op te gaan. Want het is natuurlijk wel vreemd dat dit ons enige buurtwinkelcentrum is waar parkeren geld kost. Natuurlijk maar een fractie van wat consumenten in het Stadshart kwijt zijn, maar het verschil tussen ‘gratis’ en ‘betaald’ is communicatief gigantisch. Dus voor men in de Stadskas dure besluiten neemt m.b.t. dat parkeren in ons Stadshart, lijkt het me dat het in De Ridderhof, voor een fractie van die kosten, mogelijk moet zijn die ‘hobbel’ weg te nemen. Dus die ergernis wekkende parkeermachines weg (en daarmee de lange rijen mensen die er gebruik van maken) en een paar blauwe strepen erbij, dan zijn we daar van een hoop ellende verlost.

Knotsfoto

Tja, en dat daar nog veel te veel leegstand is, dát komt omdat het voor de huidige functie als ‘Boodschappencentrum’, zonder noemenswaardig modeaanbod, veel te groot is. Dus, nu de brandveiligheid is gewaarborgd, wordt het tijd om weer eens te kijken naar de voorstellen die Dick Vos en ondergetekende anderhalf jaar geleden hebben gemaakt. Want alleen de realisatie van “De Knots” zal de leegstand kunnen opheffen. Tenzij dat hele centrum wordt opgeruimd of vervangen, natuurlijk.

Nieuwe impulsen voor De Ridderhof
Intussen is het daar ook niet helemaal stil. Natuurlijk tikt de komst van de ACTION flink aan, maar ook de komst van koffiebar en lunchroom &JOY verbaast een groeiende groep bezoekers.

Enjoy03

Twee ondernemende jongelui hebben daar een concept neergezet dat je daar helemaal niet verwacht. Met een aanbod dat op authentiek Italiaanse manier vorm is gegeven, heerlijke lunchgerechten én geweldige koffie zonder poespas.En een High Tea voor nog geen tientje! Een aanwinst voor De Ridderhof.
Nu nog even de parkeerergernis daar oplossen!

De Winkelhof in Leiderdorp
Vreemd genoeg lijken sommige winkelcentra helemaal geen last te hebben van ‘de crisis’ of ‘het internet’. Eén daarvan is “De Winkelhof” dat het laatste jaar niet alleen op vele punten fors is opgeknapt, maar waar zelfs een heel ‘versplein’ aan het al bestaande aanbod is toegevoegd.

Leiderdorp01

Hoewel velen dat toch doen, is De Winkelhof natuurlijk een heel ander soort winkelcentrum als De Ridderhof of De Herenhof, om van ‘De Baronie” en “De Atlas” maar te zwijgen. Dat nieuwe versplein versterkt natuurlijk de functie van boodschappencentrum, maar de winkelmix is toch vooral die van een wijkverzorgend winkelcentrum, met heel veel mode, een échte boekhandel en een HEMA filiaal. Ook het inruilen van de Free Record Shop voor wat eigenlijk een ‘konditorij’ is, versterkt de diversiteit van het winkelcentrum en maakt het tot een plaats waar Leiderdorpers gezellig een tijdje kunnen zoekbrengen. En dat doen ze dan ook!
Nee, onze wijk- en buurtcentra hoeven zich daaraan niet te spiegelen, maar het zou wel een eyeopener moeten zijn voor degenen die zich met ons Stadshart bemoeien. En dan niet kijken naar de omvang, maar naar de verscheidenheid in winkels en prijsklassen die ons Stadshart mist. Want, hoewel de ontwikkeling van het Thorbeckeplein hoogst noodzakelijk is, dát zal ons Stadshart niet redden. Innovatieve ondernemers wel!

Gratis Parkeren?

8 apr

Redding voor het Stadshart van Alphen aan den Rijn?
Ik weet, eerlijk gezegd niet, of dat Stadshart gered moet worden, dat blijft echt wel. Het probleem is alleen of het in de toekomst nóg minder Alphenaren zal trekken, of juist meer. In ieder geval ligt dat aan veel meer zaken dan dat wel dan niet gratis parkeren.

FotoWensdroom

Retailing is een geweldig complexe bezigheid. Zo complex dat elke poging er vooral intuïtief tegenaan te gaan dapper lijkt, maar Maatschappelijk Onverantwoord is. Succes in retailing hangt af van je vermogen die complexiteit zodanig te beheersen dat je daarmee op elk moment gericht inspeelt op wat je beoogde klanten werkelijk van jou willen. Dat blijkt, zoals uit een lange reeks faillissementen blijkt, zowel voor kleine als heel grote winkeliers een té grote klus. Naast een aantal bekende successen als Primark, Action, H&M (4000 winkels), IKEA, Mediamarkt en Decathlon staan immers een lange reeks mislukkingen: Free Record Shop, Polare, Miss Etam, Perry Sport, Dixons, Schoenenreus, Scapino, en, natuurlijk, V&D. Maar ook andere grootmachten van weleer als HEMA en Blokker strompelen schijnbaar doelloos op de eenzame weg naar het einde.
Kortom, waar grote bedrijven met nog grotere stafafdelingen het al niet voor elkaar krijgen hun winkelformule klantgericht te houden, is al een bewijs dat retailen in een snel veranderende wereld geen sinecure is.
Natuurlijk wijst iedereen graag naar het Internet als de grote boosdoener, maar de oorzaak is toch vooral dat de betrokken winkelketens teveel op hun eigen, navelstarende, kompas voeren en de verbinding met de snel veranderende klant zijn kwijtgeraakt.
In een dergelijke wereld is het naïef, wereldvreemd én gevaarlijk te denken dat het verbeteren van één aspect van de winkelformule soelaas zal bieden. Dat is het geval met het verbeteren van de parkeerfaciliteiten, de winkelopenstelling op zondag, een verbeterde webshop of nóg meer evenementen om klanten te trekken.
Dat helpt allemaal niet als je niet je hele bestaande winkelformule durft op te geven, om deze vervolgens, bricks én clicks, zodanig weer op te bouwen dat deze niet alleen nu, maar ook in de toekomst gericht is op wat klanten écht willen. Gewoon als ‘Nieuwe Winkelier’ zoals op http://www.bricksenclicks.me is beschreven.
En wat geldt voor één winkel, geldt zeker ook voor het Stadshart als geheel.
Russisch Roulette?

O=VG x OI x C x BB x BM
Deze simpele vermenigvuldiging bepaalt in feite wat een winkel opbrengt. Als je van die opbrengst de noodzakelijke kosten aftrekt, weet je wat je hád kunnen verdienen. Simpelweg elke dag de kas legen en zoveel mogelijk facturen betalen, maakt van retailing Russisch Roulette. Helaas is dit wel de praktijk bij veel grote én kleine retailers.
Hoewel de meeste Distributie Planologische Onderzoeken uitgaan van macrocijfers (een slagerij moet per vierkante meter 500 Euro opbrengen, bijvoorbeeld) gaat mijn eigen DPO model uit van bovenstaande formule die ik overigens helemaal niet zelf hoefde uit te vinden. Want die staat, al jaren, in elk leerboek voor de retailsector, en natuurlijk ook in ‘Marketing voor Retailers’.
De basis is, voor elk DPO, de hoeveelheid mensen die zich richten op een bepaald winkelcentrum, het Verzorgingsgebied (VG). Daar moet je wel realistisch in zijn, want als je nu alle in ons land gemaakte DPO’s bij elkaar zou optellen, zou Nederland beslist meer dan 25 miljoen inwoners hebben. Dán valt alles tegen, natuurlijk! Want de aantrekkelijkheid van dat winkelcentrum, in vergelijking met de alternatieven, is natuurlijk bepalend of de klant het ook daadwerkelijk bezoekt, de Opkomstindex (OI). Eén ding is duidelijk, al vele jaren bezoeken steeds minder mensen ons Stadshart, en dus wordt die Opkomstindex steeds lager en daar wil, begrijpelijk, iedereen wat aan doen.
Maar dat mensen een winkel of winkelcentrum bezoeken betekent helemaal niet dat ze ook wat kopen. Het Conversiepercentage (C) geeft dan ook aan welk percentage bezoekers ook daadwerkelijk wat koopt. Tenslotte is het belangrijk hoeveel die bezoeker gemiddeld koopt, het Bon Bedrag (BB) en wat we daar als retailer op verdienen, de Bruto Marge (BM).
Kortom, de klant die niet naar een winkelcentrum komt, zal daar ook nooit wat kopen. Maar het feit dát mensen het Stadshart bezoeken, maakt, anders dan veel promotiebureaus beweren, op zich onze retailers niet rijk.
Want als bezoekers alleen maar naar een evenement (20 van Alphen, bijvoorbeeld) gaan kijken, en na afloop voldaan, maar moe, weer naar huis gaan? Wat hebben de winkeliers in ons Stadshart daaraan? Hetzelfde geldt voor klanten die wel Hoogvliet in de Julianastraat bezoeken, of de Mediamarkt, maar daarna snel hun auto volladen en vertrekken. Of van alle bezoekers aan onze horecagelegenheden die pas komen opdraven als de winkels allang dicht zijn. Retailers hebben alleen wat aan winkelend publiek als dat niet komt voor een specifiek evenement, of voor een specifieke aankoop, maar juist al winkelend een leuke middag in de stad wil doorbrengen. Alleen, dat vereist een gevarieerd aanbod in winkels, en een leuke winkelsfeer in winkels, gecombineerd met allerlei soorten horeca. Wel, aan dat laatste zal het niet liggen, dus zal er iets moeten gebeuren aan het aanbod aan winkels en in die winkels.
Want “Een retailer is een samensteller en aanbieder van op de consumentenbehoefte afgestemde, vraagverwante, assortimenten, in een daartoe passende aanbodomgeving”.

Een aanbodomgeving die steeds vaker ‘bricks én clicks’ zal betekenen.

Gratis Parkeren
De aantrekkelijkheid van ons Stadshart wordt, zoals voor alle omliggende winkelcentra, bepaald door een flink aantal factoren waarover in een volgend blok meer.
Maar natuurlijk vormen de parkeermogelijkheden en de kosten daarvan hier een onderdeel van. Mét de kwaliteit van de wegen die naar die parkeerplaatsen leiden. Dus vormt de flessenhals vanuit Kerk en Zanen een reden NIET naar het Stadshart te gaan. En gaat de geplande rotonde in de nieuw aan te leggen Thorbeckelaan voor een onnodige stremming zorgen. Maar vrij parkeren leidt vooral tot onnodig gebruik van die parkeerplaatsen door niet-bezoekers, en natuurlijk tot nóg meer bezoek aan, bijvoorbeeld, Hoogvliet. Bezoek waar de rest van de retailers niets aan heeft.
En ja, wie gaat dat dan betalen? De burger die netjes met de fiets naar dat Stadshart komt? En trekt dat klanten aan uit de omliggende wijkcentra of kleine plaatsen, waar parkeren al gratis is, of vanuit Leiderdorp of Zoetermeer waar het al gratis is? Nee, de conclusie moet zijn dat voldoende parkeerplaatsen een randvoorwaarde voor succes is, maar dat het maar de vraag is of de kosten daarvan werkelijk een blokkade vormen. Het is natuurlijk wel een excuus, zoals de webshops ook een excuus zijn, en het niet mogen openen op zondag een excuus was.

Maar van excuses kun je niet leven.