Tag Archives: Alphenaandenrijn

Sportspectrum: VVT

2 okt

Treurig
Nee, ik zal er geen traan om laten dat Sportspectrum ophoudt te bestaan. Helemaal niet. Wel is het jammer dat het niet mogelijk is gebleken deze vastgeroeste organisatie op een andere manier te laten functioneren. Zoals dat ook niet mogelijk bleek bij de Muziekschool en bij de bibliotheek. Dinosaurussen uit de zestiger jaren die zich wel ontwikkelden, maar alleen binnen hun EIGEN grenzen. Het verhaal is bekend, de muziekschool raakt zijn subsidie kwijt, de bibliotheek moet samengaan met (baby) dinosaurus theater Castellum en Sportspectrum moet stoppen nu ze kans hebben gezien hun enige klant, de gemeente Alphen aan den Rijn, kwijt te raken. En als gevolg daarvan verliezen tientallen hard werkende Alphenaren hun baan. Dát is wel treurig, omdat het niet nodig was geweest.
Maar intussen schieten de alternatieven de grond uit!

Concurrentiekracht
Een paar dagen geleden werd trots bericht dat de concurrentiepositie van de BV Nederland sterk was verbeterd. Blijkbaar is dat voor ons Nederlanders heel belangrijk en ik ben teveel econoom om het daarmee oneens te zijn. Maar wat stelde die concurrentiekracht van Sportspectrum eigenlijk voor, op het cruciale moment dat ze om hun enige klant moesten vechten? Simpel gezegd, die bestond helemaal niet, en als gevolg wordt alles waar die organisatie zich tientallen jaren mee bezighield, binnen een paar maanden door anderen overgenomen. Net drie jaar geleden heb ik hierover al in ‘Zielig Sportspectrum’ een openbare brief aan Kees van Veen, directeur Sportspectrum, geschreven. “Beste Kees, ik ben niet jarenlang bestuurder geweest van De Watervrienden, en van De Alphense Sportraad, om de Alphense sport om zeep te helpen. Maar die Alphense sport én Sportspectrum, moet zichzelf niet buiten de economische werkelijkheid zetten”. We hebben er toen over gesproken, maar, opnieuw, is er niets werkelijk veranderd. Nu wil Sportspectrum opnieuw met wethouder Du Chatinier om tafel, maar ja, die man heeft, als wethouder Sport, al tien jaar lang met de Sportspectrum kopstukken om tafel gezeten. Hij weet dat het toch altijd weer op hetzelfde liedje terug komt.
Want al die jaren heeft Sportspectrum, en daarvoor de Sportstichting, haar werkzaamheden steeds zonder ook maar een spoor van concurrentie kunnen uitbreiden. Nooit hebben ze serieus moeite gedaan, voor zover mij bekend, om hun expertise ook buiten de gemeente te gelde te brengen, marketing was een onbekend begrip. Integendeel, men verwachtte niet anders dan de organisatie na de fusie met Rijnwoude en Boskoop opnieuw uit te kunnen breiden. Met nog een paar fusies te gaan (ja, echt) zou de toekomst van Sportspectrum binnen die steeds maar groeiende gemeente Alphen aan den Rijn tot in lengte van jaren wel gegarandeerd (!) zijn. En nu vallen alle dromen in duigen!

Sportspectrum: Actief, maar Inert
De opgang en ondergang van Sportspectrum is een typisch voorbeeld van hoe organisaties aan hun eigen succes te onder kunnen gaan. In dé management bestseller van de tachtiger jaren, “In Search of Excellence” beschreven de auteurs (Peters en Waterman) precies waarom ondernemingen succesvol waren. Helaas bleken, slechts enige jaren later, een aantal van de door hen onderzochte ondernemingen in grote problemen te zitten. Peters schreef, op basis van verdere studie, daar zelfs een nieuw boek over waarin hij hun beroemde ‘7-S’ model uitbreidde met een “7-C”model. Het komt erop neer dat hij had gevonden dat ondernemingen in tijden van stabiliteit andere competenties, en dus ook andere mensen, nodig hebben dan in tijden van verandering. Iets wat altijd centraal heeft gestaan in mijn colleges organisatieontwikkeling. Donald Sull studeerde hier verder op, en kwam in 2003 tot het schrijven van “Revival of the Fittest” waarin het begrip “Actieve Inertie” centraal staat.

Featured image

Organisaties, en Sportspectrum is zo’n organisatie, hebben de neiging zich te concentreren op waar ze goed in zijn, en zich daarin verder te ontwikkelen. Als de (participatie-) maatschappij zich vervolgens in een andere richting ontwikkelt, vergeten ze dat de geweldige hulpbronnen uit hun succesvolle verleden als molenstenen om hun nek gaan hangen. Kortom, ze werken zich een slag in de rondte, maar schieten daar steeds minder mee op. En uiteindelijk raak je compleet los van die maatschappelijke (en politieke) ontwikkeling en is het einde verhaal.
We kunnen de huidige situatie van Sportspectrum dan ook helemaal in de rode figuur terugvinden.

Politieke nervositeit
Natuurlijk grijpt de oppositie in onze gemeenteraad deze zaak aan om hun eigen positie te verbeteren. In het hoofdartikel “Vragen over Zwembad” van AD/Alphen stelt Jan Belt dat “Clubs passen voor het overnemen van taken” van Sportspectrum. En bestuurslid Jaap Peters heeft het over ‘schepen achter zich verbranden’. Iedereen lijkt voor het gemak te vergeten dat de ervaring van wethouder Michel du Chatinier al van een paar zwembaden geleden is. Het is ook niet zo dat de sportverenigingen nu de taken van Sportspectrum over MOETEN nemen, ze zijn er alleen nu rechtstreeks voor verantwoordelijk. En dat wilden ze toch altijd al, onder het ‘juk’ van Sportspectrum vandaan? Kortom, ze kunnen voortaan kiezen bepaalde werkzaamheden zelf, via vrijwilligers, te doen, of daarvoor iemand in te huren. En kunnen, veel meer dan voorheen, zelf bepalen wát en hóe ze het veranderd willen hebben. Voor de zwembaden komt natuurlijk een andere beheerder, die daar gekwalificeerd personeel voor nodig heeft. Het zou te gek zijn als de, door de Thermen brand behoorlijk uitgedunde, zwemverenigingen zelf die zwembaden zouden moeten exploiteren, zoals de politieke oppositie nu suggereert. Die nieuwe beheerder neemt wellicht een deel van het huidige personeelsbestand over, al zal dat beslist niet op dezelfde voorwaarden zijn. Daarbij zal die organisatie, ánders dan Sportspectrum, proberen zoveel mogelijk vrijwilligers bij de werkzaamheden in te schakelen. Echt, gemeenteraad en zwemverenigingen moeten nu keuzes gaan maken, en prioriteiten gaan stellen, maar we kunnen gewoon doorgaan met zwemmen!
Als we praten over de prijs van dat zwemwater, moet niet worden vergeten dat de prijs die Alphenaren en zwemverenigingen betaalden, zelfs niet in de buurt van de werkelijke kostprijs kwam. Dat zal in de nieuwe situatie niet anders zijn, kortom, de gemeente moet er nog steeds geld op toeleggen, en bepaalt via die omweg wel degelijk de prijs!
De politiek staat weer bol van emotie, maar al die emotie haalt het niet tegen de kille werkelijkheid van de ‘Actieve Inertie’ bij Sportspectrum!
Inderdaad: Voltooid Verleden Tijd.

Advertenties

Zondag vereren of jobs creëren?

13 mei

Dit was de titel van een artikel door Frederick Vandeput in het Belgische dagblad De Standaard op de laatste dag van 2012, mij doorgestuurd door een trouwe ‘meelezer’, waarvoor dank. De auteur is voorzitter van de jongerenorganisatie van België ’s grootste regeringspartij VLD. Omdat deze VLD een ‘bloedbroeder’ van Nederlandse liberale partijen als de VVD en het ronduit anti-christelijke D’66 is, mogen we aannemen dat een aantal van zijn conclusies wel in hun programma’s terecht zullen komen.
Dan is het beter eens vooraf te bekijken of deze compilatie van wetenschappelijk ogende literatuur eigenlijk zelf wel wetenschappelijk is, of gewoon politieke propaganda.

Koopzondagen creëren 15.000 nieuwe jobs in België?
Met enige politieke vaardigheid wijst Vandeput op het feit dat de koopzondag in de detailhandel viermaal méér banen oplevert dan er door de sluiting van de Ford fabriek in Genk verloren zijn gegaan. Kortom, hij belooft zijn landgenoten een hemel op aarde, al zullen daar de nodige Belgen heel anders over denken. Voornamelijk op basis van een studie van Maarten Goos van de London School of Business, concludeert hij dat de zondagopening kan leiden tot duizend tot tweeduizend nieuwe winkels en 10-15 duizend nieuwe banen! Zijn Nederlandse geestverwanten zullen dit graag opkloppen tot 30.000 banen hier!

Wat klopt hier niet?
Het onderzoek “Sinking the Blues: The impact of Shop Closing Hours on Labour and Product Markets” (2004) werd uitgevoerd in de Verenigde Staten. Normaal gesproken zou ik niet zo gemakkelijk onderzoek vanuit de LSB kritiseren, maar professor Goos is een arbeidsdeskundige (HRM), geen marketeer en zeker geen retailmarketeer. Met name daarom onderschat hij de eigenheid van de retailinfrastructuren in de verschillende landen. Natuurlijk, en dat weten we al vanaf Garner (1966!), is het waar dat retailorganisaties die veel kosten maken (en dus méér klanten nodig hebben om die kosten te dragen) organisaties met lagere kosten (zelfstandige winkeliers!) uit winkelcentra verdringen. Tenslotte hebben ze méér geld, mankracht én kennis om die benodigde klanten ook daadwerkelijk uit steeds grotere gebieden, én uit de winkels van lokale concurrenten, aan te trekken. Kortom, als je het grootwinkelbedrijf zijn gang laat gaan (deregulatie, zie de politieke achtergrond van dit stuk) bouwen ze steeds meer en grotere winkels buiten de stad, laten ze hun klanten steeds grotere afstanden rijden, en doen ze die winkels liefst nooit meer dicht. Als je al die nieuwe shopping malls vervolgens uitrust met vertier en vermaak, gaan mensen daar beslist een groter deel van hun inkomen uitgeven, kunnen dáár meer mensen worden tewerkgesteld en gaan de daar gevestigde grootwinkelbedrijven méér geld verdienen. Nou, dát wordt netjes, wetenschappelijk verantwoord, bewezen in deze studie. Gelukkig is Europa de VS niet, leven we hier lichtelijk dichter op elkaar en houden we van de binnensteden die in deze VS allang niet meer bestaan. Deregulering ligt hier dus minder voor de hand, en daarbij is de Europeaan aanzienlijk minder consumptief ingesteld. Het is dan ook maar de vraag of hier, zelfs áls de omstandigheden gelijk zouden zijn, de effecten van extra aankopen bij deregulatie van winkeltijden en vestigingsplaatsen vergelijkbaar zouden zijn.
Een andere aangehaalde studie heeft zo mogelijk een nóg tendentieuzer titel: “The Church vs The Mall: What happens when religion faces increased secular competition? (2006) door Gruber en Hungerman. Ook deze studie is uitgevoerd in de VS en geeft aan dat méér aanbod in de seculiere sector, als gevolg van het intrekken van de ‘blue laws’, die in veel staten de zondagsrust bepalen, leidt tot minder bijdragen aan kerken. Naast het feit dat in de VS de religieuze beleving een andere is dan in Europa, wordt hier duidelijk gekozen voor een of/of benadering. Of je kunt op zondag kopen, óf je zit in de kerk! Daarbij, maar dat zal Vandeput U niet vertellen, is een andere conclusie uit dit onderzoek dat ook het misbruik van drank én drugs door deregulatie gaat toenemen!
In ‘Explaining Sunday Shop policies’ (2004) concluderen onderzoekers Dijkgraaf en Gradus vooral dat het buitengewoon zinnig is de besluitvorming over de koopzondag op het niveau van gemeenten te leggen, gezien de grote variëteit aan meningen binnen de bevolking, en de grote verschillen per gemeente. Een bijkomstige conclusie is dat het CDA, door aanhangers toch gezien als een Christelijke partij, een absoluut irrelevante factor in die discussie over de koopzondag is. Maar het onderzoek geeft vooral een inschatting van de effecten die optreden als wordt besloten tot deregulatie en is als zodanig verplichte kost voor politieke partijen en groeperingen.
Waarom Vandeput een Duitse studie (The dynamics of store hour changes and consumption behaviour, 2003) van Grünhagen, Grove en Gentry aanhaalt is onduidelijk. Deze studie gaat over het effect van een langere winkelopening op ZATERDAG, een inderdaad nogal middeleeuwse gewoonte in ons buurland waarover ik me al in 1974 buitengewoon verbaasde. Natuurlijk heeft dat effect op de rentabiliteit van winkels en winkelcentra, maar die resultaten kun je niet zomaar extrapoleren naar de zondag, en zeker niet naar België of Nederland.

Internet
De invloed van het internet ontbreekt. Webshops speelden immers voor 2005, behalve voor liefhebbers, nog nauwelijks een rol. Verder zijn deze studies afgesloten vóór er sprake was van economische crisis of recessie. In die dagen dachten we immers dat de Dot.com crisis het ergste was dat ons ooit zou kunnen overkomen. Maar dat dit internet de hele retailsector definitief zou veranderen, en daarbij deze studies snel obsoleet zouden maken, dát kon niemand weten. Maar Vandeput weet dit wél, zou dit moeten weten, maar rept er in zijn tendentieuze artikel met geen woord over. En de crisis treft ook België! Dát alleen al maakt ook zijn recente artikel obsoleet!

Conclusie
Dit artikel, net als de onderliggende studies, tasten de uitgangspunten van mijn eerdere blog “Principes” totaal niet aan. Méér deregulatie, méér uren open, leidt alleen maar tot verbetering van resultaten bij het slinkend aantal winkelketens die de mogelijkheid hebben daarvan gebruik te maken. En uitbreiding van winkeltijden wordt, voor alle winkels in stads-, dorps- en wijkcentra, snel minder belangrijk omdat deze steeds vaker zullen profiteren van de integrale samensmelting van fysieke winkels en webshops, zoals besproken op http://www.bricksenclicks.me. Dat maakt deregulatie in Nederland steeds meer tot een exclusief onderwerp voor grootschalige detailhandelsvestigingen op perifere locaties, zoals meubelpleinen en dealerparken, of voor geheel vrijstaande megavestigingen als Intratuin, IKEA, Hornbach of Vrijbuiter.

Aftakeling van de Bibliotheek

27 apr

Na de rituele politieke dans rond de Maximabrug zal onze raadszaal binnenkort weer zo’n feestje beleven rond het doodgeboren project Lage Zijde en de rol van het ‘Cultuurhuis’ daarin. Opnieuw wordt de mening van de burger bij het huisvuil gezet, de oppositie doodgezwegen en de nieuwe fusiegemeente opgezadeld met een nóg groter zwart gat dan nu al het geval is. Want waarom besluit de gemeenteraad tot nieuwbouw van een instituut dat binnen tien jaar volledig verouderd is: “de openbare bibliotheek”.
Een instituut dat zichzelf alleen nog in stand houdt via kannibalisatie.

Ontslagen
Op 1 april zette ik, bepaald niet als grap, een open brief aan wethouder Oppatja op deze site: “De Bieb als Alphense Huiskamer”? Bedoeld om haar, én alle meelezende Alphenaren, te wijzen op de absurditeit om in het internet tijdperk 20 miljoen schaarse Alphense Euro’s te besteden aan een instituut dat het einde van haar ‘lifecycle’ nadert. Dat nóg niet bedrijfskundig, maar wel functioneel failliet is. Zoals dat ook het geval was met de boekhandels Selexyz en De Slegte, en, natuurlijk, met ‘platenzaak’ Free Record Shop. Helaas blijft die nieuwe bibliotheek (ons ooit als “Cultuurhuis” verkocht) bovenaan staan op de gemeentelijke prioriteitenlijst. Maar nog dezelfde maand moet directeur in’t Hout vertellen dat de bibliotheekvoorzieningen niet alleen in de Alphense wijk Ridderveld, maar ook in onze nieuwe kernen Koudekerk en Benthuizen gaan vervallen. En tegelijkertijd dat deze ingreep GEEN soelaas biedt voor de toekomst, waarin de subsidie gelijk blijft, het aantal leden (natuurlijk) daalt én de kosten blijven stijgen.

Levenscyclus
Natuurlijk blijven mensen, ook in het internet tijdperk, boeken lezen. Zoals ze ook, ondanks Bol.com, gewoon winkels blijven bezoeken. Het probleem is niet wat mensen willen, maar hóe ze dat willen. Ook bij mediaconsumptie kunnen we immers niet om de veranderingen in maatschappij, consumentengedrag en technologiegebruik heen. Alleen lijkt dat de meerderheid in de huidige gemeenteraad niet te deren. Die blijft, als hondstrouwe volger van het college, gewoon vol gas op een doodlopend spoor rijden. Erger nog, met de fusie voor ogen, zetten ze nog wat gas bij.
Terwijl het hoog tijd is om de bakens te verzetten, bouwen VVD, CDA, PvdA en CU een even groots als belachelijk monument voor hun huidige grootmacht: De Bibliotheek. Want tenslotte kan ik nú al tijdschriften moeiteloos lezen via mijn iPad, kan ik voor mijn dagbladen kiezen uit verschillende combinaties van écht en virtueel papier, en komen, zelfs in Nederland, steeds meer boeken als E-book beschikbaar. Via kabel of internet kan ik allang films en muziek bekijken. Rechtstreeks, uitgesteld via mijn harddisk recorder, als download van het internet of, ouderwets via de DVD speler. En dat alles nét zo gemakkelijk in de huiskamer, als op het computerscherm of tablet. In zo’n situatie lijkt elke andere toegang tot media dan dat internet natuurlijk gelijk ouderwets en zou het gevaarlijk kortzichtig zijn zelfs maar te denken aan dure winkels en bibliotheken op peperdure centrummeters. Nee, de ouderwetse boekwinkel, platenzaak én bibliotheek is ALS DISTRIBUTIEPUNT in het omnichannel tijdperk allang verouderd.

Nieuwe Kansen
Geen internetgoeroe die eraan denkt, maar consumenten doen óf boodschappen of ze winkelen. Boodschappen, het doen van noodzakelijke aankopen op dagelijkse basis, doen ze op plaatsen die daarvoor het gemakkelijkst zijn: Dorps- Wijk- en Buurtcentra vlak bij huis, met goede en goedkope parkeergelegenheid. En, steeds meer, de virtuele winkelcentra op het internet!
Speciale, heel belangrijke aankopen zullen steeds vaker in heel grote speciaalzaken (broadshops) op grootschalige winkelcentra gedaan worden (Euromarkt, of, nog beter, Rijneke Boulevard). Of in supergrote zelfstandige vestigingen als IKEA, Hornbach, Vrijbuiter of JUMBO.
Maar recreatief winkelen (shoppen) blijft toch voorbehouden aan stadscentra. Tenminste, als die zich aanpassen aan de hiervoor geschetste realiteit. Dat betekent dat ons Alphense Stadshart zich moet ontwikkelen tot een belevenis voor haar bezoekers. En dat kan alleen, CENTRUMMANAGER of niet, als ook een bezoek aan winkels en horecaeenheden ín dat centrum een belevenis is. Wanneer “Het Nieuwe Winkelen” haar evenknie vindt in “De Nieuwe Winkelier” die ik schets op http://www.bricksenclicks.me.
In die situatie zullen winkels die niets bijdragen aan die gewenste klantenbeleving, moeten verdwijnen naar de wijken. Andere winkels zullen zich, op een veel kleiner oppervlak dan nu het geval is, verrassend presenteren in een combinatie van winkel en internet. We zullen ook steeds vaker meerdere aanbieders in één pand aantreffen (shop-in-the-shop of pop-up) Nieuwe aanbieders zullen vaak super gespecialiseerde starters zijn (bordspellen), of marktkooplui die van de, eveneens verouderde markt, afscheid nemen en via kiosken óf als deel van een bestaande winkeleenheid hun klant ontmoeten.
Ons Stadshart zal door die veranderingen verrassender, aantrekkelijker én compacter worden. Daarom alleen al is de geplande bebouwing van het Thorbeckeplein geldverspilling.

Mediawinkel
Toch zal er ruimte zijn voor Alphenaren om in de volle breedte van het cultuuraanbod te kunnen genieten. Die in één grote MEDIAWINKEL boeken, tijdschriften, CD’s en DVD’s kunnen kopen, verhandelen én huren. En dat in een gezellige atmosfeer, onder mensen met dezelfde belangstelling. Zij kunnen in die gezellige ruimte, alleen, of met vrienden, wat eten en drinken, hun mogelijke aankopen inzien en met anderen bespreken. Maar tegelijkertijd genieten van lokaal gemaakte kunstwerken, of van een optreden van schrijvers, dichters of musici, ook vanuit theater Castellum.
Voor de kenners, een ‘Haasbeek-Centrum’ plus!

In die Mediawinkel is de grens tussen werkelijk en virtueel aanbod allang weggevallen en de klant bepaalt wat, waar en hoe hij of zij van het aanbod gebruik maakt. Die media kunnen thuis worden bezorgd, óf afgehaald in elke wijk of kern van onze gemeente. De huidige bibliotheekorganisatie is intussen gecomprimeerd tot een kennisinstituut op dit terrein, die in wijkcentra, op scholen en in instellingen, haar taak namens de gemeente uitvoert. Maar de fysieke distributie van media is volledig in handen van een particuliere organisatie, de Mediawinkel.
Zonder dat dit de gemeente € 3,5 miljoen per jaar kost!

Beleving in Castellum?

25 mrt

 

“In theater Castellum in Alphen aan den Rijn beleef je de voorstelling, in de Goudse Schouwburg beleef je het theater”
Tot deze conclusie kwamen we tijdens een discussie die ik, onder het genot van een kopje Barista cappuccino, had met een aantal studenten over dit onderwerp. Hun werkstuk ging over beleving in winkels, maar omdat ze weinig wisten van winkels, maar wel van theaters, zaten we al snel te praten over waarop theaters op dit vlak nou konden verschillen. En zo kwamen we tot deze uitspraak die de huidige problemen bij ons theater Castellum goed kan verklaren.

Beleven
“Een beleving is een uniek en persoonlijk aanbod waarmee je je op de markt kunt onderscheiden en waarvoor je een prijspremium kunt vragen”.
Beste lezers, vanaf het moment dat ik het boek ‘The Experience Economy’ van Gilmore en Pine (1999) las, ben ik een ‘belevenis profeet’ geworden. Na de nodige discussies over dit onderwerp kon ik die ideeën uitwerken voor winkels en winkelcentra, in het boek dat ik schreef over retailmarketing: ‘Marketing voor Retailers’.
Hoewel het principe al jaren bekend is in dierentuinen (ook in Avifauna) en musea (zoals het Archeon) wordt het helaas in winkelformules nog weinig toegepast.

De Goudse Schouwburg
De Goudse Schouwburg is vorig jaar gekozen tot ‘Schouwburg van het Jaar’ en, hoewel ik normaal gesproken een broertje dood heb van ‘lijstjes’, geeft dat toch wel aan dat deze instelling tot de top van de Nederlandse theaters behoort. Toch is er meer dan dat wat ons deed besluiten naar Gouda te blijven reizen in plaats van, dichtbij huis, te verkassen naar het nieuwe Theater Castellum.
Natuurlijk, het theater is veel bekender, je vindt daar voorstellingen die je in Alphen nog niet ziet. Het theatercafé is veel en veel gezelliger, maar ja, je moet wel heen en weer naar Gouda, ook bij slecht weer. Maar, hoewel het publiek per voorstelling anders is, is er eigenlijk altijd veel sfeer, en het gevoel “We zijn er weer”, welke voorstelling je ook bezoekt.

Theater Castellum
Bij Theater Castellum was, al bij de bouw, snel duidelijk dat het gebouw gewoon een paar meter te kort was. Dat had vast iets met architectuur te maken, maar daardoor sta je, éénmaal binnen, pats boem, voor de garderobe. Het theatercafé is een “pijpenla”, waarbij keuken én bars ook nog eens dwars in de ruimte werden geplaatst.
Ik ben geen architect, maar de gedeelde foyer valt elke leek direct op. Wil je iemand ‘aan de overkant’ ontmoeten, dan zul je een flink aantal trappen op en af moeten, om dat te kunnen. In de praktijk moet je het doen met het gezelschap dat toevallig aan jouw kant verblijft. Dat dit effecten heeft op de manier waarop de catering is geregeld (waarbij dat theatercafé al helemaal geen rol speelt) is wel duidelijk, maar dat maakt het er allemaal niet gezelliger op. Het feit dat er ook een ‘ander’ bioscooppubliek komt, maakt de ervaring met Castellum al bij binnenkomst wat rommeliger dan in Gouda, zonder bioscoop.

Beleving
Tja, en zo kwamen we al snel op wat je nu eigenlijk in dat theater beleeft. Is dat de voorstelling, of het theater?
Dán blijkt al snel dat je in Alphen aan den Rijn vooral een voorstelling beleeft, maar in Gouda het theater zelf. In Alphen spreekt iedereen erover dat ze naar die en die voorstelling zijn geweest, of naar die en die artiest hebben beluisterd, of dat en dat optreden hebben meegemaakt, of beleefd. In Gouda gaat iedereen naar de schouwburg, en komt de voorstelling, de artiest, of het optreden op de tweede plaats. Mocht het programma eens tegenvallen, dan heb je toch nog een leuke avond. Dát is in Alphen maar te bezien. Tja, en als je vooraf, én in de pauze, in die foyers relatief weinig plezier van je verblijf ontleende, zul je na afloop niet zo gauw in het theatercafé, waar je immers nog helemaal niet bent geweest, een drankje gaan drinken. Iets wat in Gouda heel gewoon is. Natuurlijk heb ik er geen uitgebreid onderzoek naar gedaan, maar het ligt voor de hand dat de beleving van dat Goudse theater een stuk intenser is dan in Alphen aan den Rijn gebruikelijk is. De kans dat de Alphenaar buiten Alphen aan den Rijn gaat shoppen, is dan ook een stuk groter. En Marc van Kaam moet, elke voorstelling opnieuw, een veel groter deel van zijn ‘klanten’ werven dan zijn collega in Gouda dat moet doen. Dát is duur!

Betalen!
We moeten er niet zo van opkijken dat Theater Castellum steeds meer geld nodig heeft. Dat is in Gouda, zonder bioscoop, ook het geval. Theater Castellum is nu allesbehalve een ideaal gebouw, dus er zal flink geïnvesteerd moeten worden om het gezelliger te maken. Investeren om ook daar het verblijf zelf tot een beleving te maken. Die plannen zijn er, maar het geld niet, blijkbaar. Alphen aan den Rijn moet fors méér geld in het ons theater investeren, en niet minder! Of het ook feitelijk te privatiseren. Dat is best mogelijk, maar dan moeten de nodige politici en bestuurders over hun eigen schaduw heenstappen. En ook dát zal veel geld kosten!
Maar gewoon op de huidige manier wat blijven dooremmeren, dát geeft in ieder geval geen ander perspectief dan dat we elk jaar méér geld in de put gooien.
Kortom, beste bestuurders en politici, geef Marc de financiële ruimte, of verkoop de tent!

Koopzondag splijtzwam in college?

23 feb

Bonje
Volgens Alphen.CC is er bonje in het Alphense college, nu wethouder Tseard Hoekstra zich als lijsttrekker van de VVD in ‘groot Alphen’ profileert door, heel populistisch, te pleiten voor ongebreidelde openstelling van winkels op zondag. Maar tegelijkertijd blijft hij meedoen in het collegiale gemeentebestuur van het huidige Alphen aan den Rijn, waarin niet iedereen zo kapot is van dat idee. Om maar niet te spreken van de gemeenteraad, die immers, nog maar een paar jaar geleden, zelfs een uitbreiding naar 18 koopzondagen al te veel van het goede vond. Dus vindt hij collega wethouder Kees van Velzen op zijn pad, een CDA-er die zich nog wel herinnert waar die C in de partijnaam voor staat. Merkwaardigerwijze niet CU-wethouder Michel du Chatinier, die vindt dat de zorgen van zijn politieke achterban hierover niet zijn zorgen zijn. Benieuwd wíe bij de CU (nu zonder SGP) de verkiezingskar gaat trekken, want nu Michel het college belangrijker vindt dan de uitgangspunten van zijn partij, zal hij zich toch moeilijk als lijsttrekker voor de ChristenUnie kunnen vertonen.
Want, hoe dan ook, de verkiezingsstrijd is begonnen!

Koopzondag kost alleen maar geld
Er zullen niet veel Christenen te vinden zijn die de winkelopenstelling op zondag een verrijking van hun leven zullen vinden. Dát geldt, als privé persoon, ook voor mij! Maar ik hoef, voor die afwijzing, helemaal niet zo principieel te zijn! Tenslotte vallen winkels, hun vestigingsplaats én hun openstelling, binnen mijn vakgebied. Als retailspecialist durf ik rustig te stellen dat die zondagsopenstelling voor de modale winkelier, klein of groot, zelfstandig of binnen een keten, één grote verliespost gaat betekenen. Zeker in crisistijd. Tenslotte hoef je geen groot econoom te zijn om te berekenen dat als de 17 miljoen consumenten 5-10% minder te besteden hebben, het voor de totale omzet niet uitmaakt hoelang de winkels open zijn. Die omzet gaat mét en zonder koopzondag toch wel naar beneden. En de winst, toch al een zeldzaam verschijnsel in retailland, gaat nog veel harder naar beneden. Want elk uur dat je extra open gaat, kost ook extra geld. Voor de grotere bedrijven, o.a., omdat ze extra personeel nodig hebben, voor de kleinere omdat zij, op zondag of op een andere dag, dicht moeten blijven terwijl de andere winkels wel omzet boeken (opportuniteits kosten). Tenslotte moet ook die kleine winkelier wel eens slapen, lijkt me. Hoe dan ook, GEMIDDELD verdienen die winkels allemaal minder door die zondagsopening. Natuurlijk zijn er altijd wel uitzonderingen te bedenken, of het winkelcentrum nu wel dan niet binnen een ‘toeristisch gebied’ ligt. Er is dus altijd wel een retailer te vinden die zich op zo’n dag beter profileert dan de rest, maar het gros gaat er gewoon geld op toeleggen.

Waarom dan toch?
Ach, winkeliers grijpen zich graag vast aan strohalmen. Natuurlijk, zo lang andere winkelcentra nog dicht zijn, krijg je altijd een paar extra klanten in je winkel, maar zo gauw deze ‘koopzondag’ gekte overal toeslaat, geldt dat niet meer, natuurlijk.
En een koopzondag in dorps-, wijk- of buurtcentra is helemaal onzin. Want wat die klant nou elke zondagmiddag in al die kleine, qua aanbod heel beperkte, winkelcentra moet doen, ík zou het niet weten. De winkelier zelf ook niet, overigens. Maar ja, de buurman doet het, dus…

Beleef Alphen, op zondag!
Wellicht zou een permanente koopzondag in winkelcentra met de omvang van het Stadshart van Alphen aan den Rijn een maatschappelijke functie kunnen hebben, maar dan moet er wel wat veranderen. Winkelen op een koopzondag, zoals dat al 12x per jaar kan, is in onze stad immers allerminst een genoegen. Het is trouwens niet voor niets dat ons Stadshart al bijna tien jaar lang steeds MINDER bezoekers trekt. Daar gaat een ‘koopzondag’, zoals Tseard Hoekstra dat voor ogen staat, NIETS aan veranderen. Niemand heeft een tweede zaterdag nodig.
Al in 2007 publiceerde ik een stuk onder de naam “Beleef Alphen, op zondag!” Waarom? Wel, het lijkt hoe dan ook een kwestie van tijd voor die koopzondag een feit is. Tenslotte zegt 2/3 van het Nederlandse volk niets met het christendom, en dus met de zondagsrust, te maken te hebben. Dat gaan we dus niet tegenhouden. Dan kun je heel principieel blijven afwijzen, maar ook gaan denken aan een alternatieve invulling van wat toch een ‘rustdag’ moet blijven. En dat kun je door die zondag, maar dan voor iedereen op eigen wijze, tot de wekelijkse belevenis te maken die het ooit was. In de ochtend zal de één blijven uitslapen, de ander een wandeling maken, een derde uitgebreid met de hele familie ontbijten en, gelukkig, gaan er nog steeds hele drommen naar de kerk. Dan kun je de middag invullen met allerlei activiteiten die direct of indirect bijdragen aan het recreatieve karakter van die dag. Dus niet ALLEEN de winkels openstellen, want dát zal niet genoeg zijn om, als het nieuwtje eraf is, de klant te blijven trekken. Nee, verenigingen van allerlei aard, koren, culturele instellingen (zoals muziekschool), maar ook kerken, zullen van alles en nog wat organiseren om de inwoners naar het centrum van de gemeente te lokken en hen daar bezig te houden.

Nadenken
Het is zo jammer dat een dergelijke discussie direct weer uitloopt in politieke slogans. Dat levert de gemeente, haar inwoners, het Stadshart, én de ondernemers, immers niets op. En zo’n maatregel kun je ook niet zomaar terugdraaien, helemaal niet, eigenlijk. Helaas, ook Tseard Hoekstra realiseert zich te weinig dat die winkels open blijven, tót de ondernemer de bedrijfskundige realiteit onder ogen ziet, óf het bedrijf failliet gaat door extra kosten bij lagere omzetten. En of de VVD dát op zijn geweten wil hebben….
We moeten eens leren nadenken, in plaats van maar van alles te doen.

Enfin, de bedoelde publicatie heeft jarenlang op de site van ‘Leefbaar Alphen’ gestaan, en moet worden geüpdatet. Dát gaat binnenkort gebeuren, maar wie eerder belangstelling heeft, reageert maar op dit blog.

Cultuurgebouw RIP

29 jan

De soap rond het Cultuurgebouw is nu definitief een nieuwe fase ingegaan. De gemeente realiseert zich blijkbaar eindelijk dat niet alleen voor de bouw, maar dat ook de verhuizing en de inrichting voor de armlastige ‘partners’ een flinke investering vergen. Naast de doorgaande kosten om de exploitatie te dekken, want na de financiële debacles rond Theater Castellum en zwembad Aquarijn zal wel niemand geloven dat dit Cultuurhuis ooit zonder een steeds groeiende subsidie zou kunnen bestaan.

Trekker
Tegen beter weten in blijft PvdA wethouder Hélène Opatja het geesteskind van haar partij een grote rol toedichten in het aantrekken van klanten voor ons Stadshart. Sta-Art zit alweer jaren op een riante plek aan ons Thorbeckeplein, en er is ook al jaren weinig te merken van “het bruisen” dat bestuurder Martin van der Zwan ons op praktisch dezelfde plaats belooft.
Voor zover een bibliotheek kan ‘bruisen’ verandert er natuurlijk niet zoveel als deze organisatie nog geen vijftig meter verder een nieuw pand gaat betrekken. De bestaande vestiging heeft het Thorbeckeplein toch niet zo veel geholpen. Hetzelfde geldt voor de Volksuniversiteit, die natuurlijk vooral mensen trekt als de winkels al dicht zijn. Over de ‘bruisende werking’ van het Archief kunnen we helemaal kort zijn.
Nu de muziekschool blijft waar deze zit, is de functie van dat Cultuurhuis als ‘trekker’ aan het Thorbeckeplein definitief uitgehold. Zonder twee essentiële onderdelen van een ‘Kulturhûs’ (Theater én Muziekschool) slaat die naam ook nergens meer op. Kortom, het Cultuurgebouw is hiermee Voltooid Verleden Tijd geworden. Nét zo levensvatbaar als ooit ‘Theater De Kom’ aan datzelfde Thorbeckeplein was!

Bioscoop?
Het is te gek voor woorden, maar blijkbaar is alles geoorloofd om het Lage Zijde plan maar op poten te houden. Dat plan is van een noodzakelijke upgrade van ons Stadshart verworden tot een politiek prestigeobject, alleen nog van belang voor politici onder elkaar. Bouwen om te bouwen. Want zelfs de gedachte aan een nieuwe bioscoop door Pathé (trekt ook vooral publiek na sluitingstijd) betekent een onoverkomelijke klap voor Theater Castellum, dat haar levensvatbaarheid zonder bioscoopbezoekers verliest. En wie gaat dát dan weer betalen? Beoogd bouwer VORM heeft aan dat Thorbeckeplein duizenden vierkante meters nieuwe winkelruimte in de aanbieding, maar denkt toch serieus ook in het historische Nutsgebouw winkels te realiseren. Wethouder Hoekstra mag straks, als VVD lijsttrekker, gaan uitleggen waarom nóg een supermarkt in ons centrum een zegenrijke werking op de leefbaarheid van Alphen aan den Rijn zal hebben. Tenslotte, onder zijn leiding regent het nieuw vestigingen van supermarktketens in de stad (6 in twee jaar!) En onze bevolking is met nog geen 1000 inwoners gegroeid!

Branche Advies Commissie
Al mijn lezers weten dat ik dit hele instituut een hopeloos relikwie uit een grijs verleden vindt, een verleden waarin winkels netjes in branches waren ingedeeld en waarbij de term ‘branchevreemd’ een scheldwoord was. Tegenwoordig kun je binnen praktisch elke winkel aanbod uit verschillende branches vinden, en het internet biedt de consument alles wat hem in ons Stadshart niet bevalt.
Maar het blijft uiterst verdacht dat die zo belangrijk geachte Branche Advies Commissie NIET mag meepraten over de invulling van het Thorbeckeplein. Blijkbaar heeft VORM de vrije hand gevraagd én gekregen om daar elke huurder die maar wil in die panden te krijgen. Ook als dat de ondergang van andere winkels in ons centrum betekent!

Wonen Centraal
Ook Wonen Centraal ‘is met de gemeente overeen gekomen’ dat de bouw van gewone woningen binnen ‘De Lage Zijde’ doorgaat ten koste van ouderenvoorzieningen in Nieuwe Sloot. Blijkbaar is de realisatie van prestigeproject De Lage Zijde, en daarmee van het steeds verder afkalvende Cultuurhuis, voor alle betrokkenen belangrijker dan de zorg voor onze verouderende bevolking. Een nogal cynische gedachtegang!

Nadenken
Nu de bibliotheek ‘tijdelijk’ vertrekt naar het Aargebouw, hoeven we ons daar de komende jaren geen zorgen over te maken. Niemand heeft nog belangstelling voor dat Aargebouw, dus daar kunnen ze wel even vooruit. En daarna is die instelling allang geprivatiseerd. Dan rendeert de hoge investering in dat gebouw ook nog. Intussen kunnen we eens nadenken of we dat Lage Zijde plan eigenlijk nog wel willen.
Ik heb al vaker aangegeven dat er ontwikkelingen zijn in de richting van winkelformules waarbij webshops en fysieke winkel volledig geïntegreerd zijn. Winkels als Hunkemöller, Pets Place en Dixons zijn daar al mee bezig. Dat betekent dat winkels méér kunnen bieden op minder ruimte, komt er ruimte vrij voor starters en lost het probleem van hoge huren zichzelf op. Maar het betekent wel dat winkelcentra, ook ons eigen Stadshart, compacter zijn dan we twintig jaar geleden dachten. Zeker als dagelijkse artikelen grotendeels uit het centrum verdwijnen. Waar ooit de herontwikkeling van het Thorbeckeplein nog prioriteit had, is dat inmiddels maar de vraag. En dan komt De Baronie er nog bij!
We hebben nu tijd om de hele zaak te overdenken, laten we er gebruik van maken.

Tja, dan komt het Cultuurhuis er definitief niet. “Who cares!”

Stadshart Alphen aan den Rijn, die 177e plek zegt HELEMAAL NIETS

7 jan

De problemen rond de aantrekkelijkheid van de centra van kleinere steden zoals Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden zijn algemeen bekend. Daarom is elke tabel, waarin deze steden voorkomen direct een hot item. Zo ook het recente lijstje over diversiteit van het CBS. Voor mij is ook dit lijstje weer een bevestiging van mijn bekende scepsis ten aanzien van lijstjes, en de aandacht voor de plaats daarop. Niet ten opzichte van het CBS zelf, overigens.
Op de frontpagina van dagblad AD/Alphen komen een aantal plaatselijke Retail coryfeeën aan het woord, maar die lijken, gezien hun antwoorden, niet helemaal op de hoogte van wat die lijst nou eigenlijk betekent: Diversiteit is NIET hetzelfde als aantrekkelijkheid! En plaats, stijgen of dalen op die lijst zeggen juist heel weinig.
Uiteraard heeft Sanne van der Kolk ook mij geïnterviewd, op bladzijde 5. Maar de vraag ‘Wat is een aantrekkelijk stadscentrum’ laat zich niet in een paar antwoorden vangen. Vandaar deze ‘uitbreiding’ die ook in dit blog noodzakelijkerwijs ook wat langer uitvalt. Mijn excuses!

CBS tabel diversiteit
Het Centraal Bureau voor de Statistiek doet elk jaar onderzoek naar welke buurt de bezoekers de meeste diversiteit aan branches biedt. Uit dat onderzoek blijkt de binnenstad van Haarlem veruit het meeste (68 van de 81 door CBS gekozen branches) te bieden, en scoort Lelystad op plaats 485, met slechts 30 branches van de 81, als minste. Binnen het Groene Hart spelen Gouda (plaats 43) en Woerden (64) nog mee, maar zijn Alphen aan den Rijn (177) en Zoetermeer (147) niet meer dan schamele middenmoters. Bodegraven (425), met overigens een prachtig verhaal in dezelfde krant, zit in de onderste groep, de kleinere kernen in het Groene Hart worden niet eens meegeteld.

Wat is diversiteit?
Het CBS definieert diversiteit als het MINSTENS ÉÉN KEER voorkomen van een branche uit hun tabel! Daarbij wordt met een aantal zaken géén rekening gehouden:
• Het aantal verschillende winkels binnen de dezelfde ‘branche’ is binnen een stadscentrum beslist groter dan binnen een dorpscentrum.
• Veel winkels voeren artikelen uit verschillende branches, maar gewoonlijk (ook het CBS zal dat doen) telt de artikelgroep die voor minstens de helft van de omzet zorgdraagt.
• Diversiteit zegt op deze manier ook niets over de ‘kwaliteit’, of zelfs van het aanbod van een winkelcentrum.
• Er wordt in het geheel geen rekening mee gehouden dat er verschillende typen winkelcentra zijn met sterk verschillende functies voor de consument.
• De sterk groeiende rol van het internet wordt vergeten (http://www.bricksenclicks.me)

Diversiteit in winkels is niet gelijk aan diversiteit in aanbod
Bij een recent onderzoek in Vestingstad Hulst (plaats 388) kwam ik er achter dat de 33 winkels in de Binnenstad (Hulst heeft ál haar grote supermarkten buiten de wallen liggen) betekenden dat binnen de door mij gedefinieerde 47 (sub) branches (inclusief horeca) deze in totaal 157 maal werden aangeboden. Kortom, veel winkels vangen het ontbreken van een speciaalzaak op door er een assortiment bij te nemen. Ook in relatief kleine dorpen is in feite alles te krijgen, mits je minder eisen stelt aan de keus in merken en prijsniveau. De ‘speciaalzaken’ zijn er minder gespecialiseerd.
Maar ook in grotere centra kan verwarring optreden. Want een HEMA biedt al jaren van alles en nog wat, maar profileert zich de laatste jaren steeds meer als city-supermarkt. Maar in de CBS grafieken komt het bedrijf niet als supermarkt voor. Aan de andere is een Albert Heijn XL steeds meer een HEMA geworden, maar telt niet als warenhuis mee. Winkelketen Kruitvat wordt nog steeds meegeteld als drogisterij, maar verkoopt van alles en nog wat. Dat is nóg erger bij winkels als ACTION of zijn kloon Grand Bazar. Zeeman zit in dezelfde branche als Primark, maar kan er 20x in! Kortom, wat statistisch is neergelegd is niet wat een klant in de praktijk mag verwachten.

Verschillende functies voor verschillende centra
Binnen een ‘verzorgingsgebied’ zien we winkelaanbod van verschillend niveau, van buurt (dorps) super tot grote-stadscentrum. Daartussen zitten dorpscentra, buurtcentra, wijkcentra en (kleine- en middelgrote) stadscentra. De bedoeling is dat de consument voor zijn dagelijkse behoeften terecht kan in de directe omgeving (ook goed voor het milieu), en dat hij/zij voor “recreatief winkelen” in de centra van onze steden terecht kan. Het toppunt vormt dan natuurlijk wel een bezoek aan één van onze grootste steden. Daarnaast, zoals iedereen weet, hebben we centra voor grootschalige detailhandel (bouwmarkten, e.d.) en centra met een speciale functie (Meubelpleinen, Factory Outlet Centers, MegaMalls, maar ook IKEA). Voor meer informatie, zie: ‘Marketing voor Retailers, tweede editie). Het is dan ook maar de vraag of sommige Stadscentra niet TEVEEL branches herbergen die de sfeer voor recreatief winkelen meer storen dan bevorderen. Zeker in Alphen aan den Rijn!
Diversiteit is maar één aspect van Aantrekkelijkheid
Zelf meet ik in onderzoek altijd op de aspecten:
• BREEDTE, het aantal artikelgroepen binnen een winkel, het aantal ‘branches’ binnen een winkelcentrum, zoals het CBS dat vastlegt
• DIEPTE, de keus in merken en prijsklassen binnen een artikelgroep en in winkels binnen een bepaalde ‘branche’ in dat winkelcentrum
• HOOGTE, het prijsniveau van de winkel, in vergelijking met het gemiddelde binnen het winkelcentrum, en van het winkelcentrum in vergelijking met andere in dat verzorgingsgebied.
• NIVEAU, de mate waarin de winkel past bij de ambitie van het centrum als geheel
• UITSTRALING, de mate waarin de winkel in alle opzichten het GEWENSTE imago van het winkelcentrum ondersteunt
Uit dít rijtje is al snel duidelijk dat het CBS lijstje alleen het éérste aspect betreft. Daarbij tel ik altijd mee de horecasector, het aanbod van dienstverleners (Banken, maar ook kerken), het cultuuraanbod en overheidsdiensten. En natuurlijk de beschikbaarheid van vrij internet (WIFI). Tenslotte zijn ook andere activiteiten (markten, evenementen, manifestaties) op welke schaal dan ook belangrijk om van een centrum ook een ‘place to be’ te maken, of, zoals Corio dat noemt: ‘Favorate Meeting Places’.

Wat is aantrekkelijk?
Zoveel mensen, zoveel zinnen, zegt het spreekwoord. In veel dorpen stellen retailers al snel dat er met een aantal winkels in dezelfde branche er wel voldoende keus is. Nou, dát is maar de vraag. Want verschillende (doel)groepen consumenten stellen elk andere eisen aan de producten en diensten die ze kopen, en, om het ingewikkeld te maken, verschilt dit ook nog sterk per productgroep. Jongeren en ouderen, tweeverdieners en huisgezinnen, professionals en amateurs, ze stellen allemaal andere eisen. En het winkelcentrum wil eigenlijk aan alles tegelijkertijd voldoen.
Dát is in de praktijk onmogelijk, en dus moet er gekozen worden. Ondernemers en gemeente moeten samen een uitgangspunt bepalen voor de verschillende winkelcentra: Wat willen we zijn, en voor wie? Het antwoord op die vraag (Het Anker) betekent tegelijkertijd wat er de komende jaren in die winkelcentra moet gebeuren.
Want ook de beste winkelformule faalt op de verkeerde plek!
En teveel goede winkelformules op de verkeerde plek betekent dat die plek zelf (het winkelcentrum) ook faalt.
Dát is het probleem van kleine en middelgrote steden als Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden!