Tag Archives: De Nieuwe Winkelier

Alphen a/d Rijn Spookstad?

28 dec

Roetzwarte dag voor ons Stadshart?
Warenhuis V&D is failliet en zal, wat er ook verder met deze kreupele reus gebeurt, zeker uit Alphen aan den Rijn verdwijnen. Ook winkels als Scapino, Dolcis, en Manfield van het ooit zo machtige Macintosh verdwijnen uit ons straatbeeld, HEMA zit nog steeds onveranderd in de problemen en alleen Blokker (met 2x Blokker, Bart Smit en Intertoys in ons Stadshart vertegenwoordigd) heeft voldoende geld in kas om een scherpe sanering door te voeren. Het lijkt me dat voor Bart Smit, toch al niet op een top-locatie gelegen, het doek gaat vallen, en ook de vestiging aan Sint Jorisstraat zou best kunnen sluiten. Natuurlijk is deze situatie, in wezen al jaren, bij V&D of welke zwakke keten dan ook, één doffe ellende voor de betrokken werknemers, maar zijn al die failliete winkelketens een ramp voor de binnenstad? Ik zou denken van niet. Wat heeft een Stadshart nou aan winkels zonder uitstraling, zonder imago en zonder klanten? AD vindt van wel, zoals uit dit artikel blijkt, maar dit doemscenario hoeft helemaal geen werkelijkheid te worden, en wordt het op korte termijn ook niet.

Spookstad (2)

Dat er even lege plekken ontstaan in de Aarhof (Dolcis) en de Van Mandersloostraat (Manfield) is vervelend, maar die ruimtes zullen, op de beste winkellocatie van Alphen, wel weer snel worden opgevuld. De Scapino vestiging aan de Julianastraat is een ander verhaal, maar of deze winkel nu de kooplust van het langslopende publiek trekt? Nou nee!
Wellicht is dit voor Hoogvliet de mogelijkheid zijn grote supermarkt naar achteren uit te breiden, om aan de voorkant ruimte te maken voor een extra speciaalzaak, naast het, dan sterk verkleinde pand van Scapino. Lezers van dit blog zullen zich ongetwijfeld herinneren dat ik al vaker opmerkte dat die lange, dode, gevel van het Hoogvliet pand niet bevorderlijk is voor het beeld van die Julianastraat als ‘winkelstraat’.
V&D is een ander verhaal, met nieuwe kansen op die plek.
Dat LaPlace zelfstandig verder moet, dát was al jaren duidelijk, overigens, en die stap was ook in Alphen aan den Rijn al eerder gezet met de voorgenomen exploitatie van het Nutsgebouw aan de Aar! Nu even afwachten wat er precies met dit bedrijfsonderdeel gebeurt binnen dit faillissement.

Innovatie, of een nieuw verfje?
Toen ik bijna 15 jaar geleden opmerkingen maakte over het gebrek aan aantrekkelijkheid van ons Stadshart, vond de toenmalige VOA voorzitter dat maar flauwekul. ‘Als de etalages er maar goed uitzien’, liet hij de krant weten, daarmee zijn volstrekte onkunde over dit vakgebied etalerend, én zijn arrogantie er desondanks iets over te zeggen. Wat er aan de hand is dat de functie van de fysieke winkel in het Internet tijdperk niet alleen moet veranderen, maar ook kán veranderen als de retailers effectief gebruik maken van de mogelijkheden die dit internet hen biedt. Mogelijkheden die ik heb geschetst in het concept ‘De Nieuwe Winkelier’ op http://www.bricksenclicks.me!

Mogelijkheden die door slechts een klein aantal retailers zijn opgepakt, omdat het een totale herbouw van hun zo geliefde winkelformule nodig maken. In de moderne retail draait het immers niet om je hobby, maar om WAT je wilt betekenen voor WIE, WAAR en WANNEER.
Terwijl de meeste retailformules erop gericht zijn zoveel mogelijk voor iedereen te zijn, natuurlijk een onmogelijke opgave, want in de praktijk betekenen ze NIETS voor NIEMAND. Nou, en dán gaan ze failliet. Dat is even lastig, maar zeker geen aderlating voor een Stadshart waar toch al veel te veel van hetzelfde wordt aangeboden. Het enige probleem is dat het sluiten van deze winkels ertoe zal leiden dat de andere even meer omzet zullen scoren, en dat als goede reden opvatten om opnieuw weer alles bij het oude te laten. Tot ze op hun beurt ook in de dodenspiraal verzeilen en uiteindelijk ook failliet gaan. Niemand kan het zich in de handel permitteren om een eigen weg te blijven volgen en daarbij de maatschappelijke ontwikkelingen te vergeten. Niemand, waar dan ook, en Alphen aan den Rijn is GEEN uitzondering.
Toch gaan winkeliers, groot of klein, liever op de eigen manier kapot, dan dat ze andermans advies volgen. Het verklaart ook de populariteit van allerlei ‘marketeers’ uit de communicatie of internet sector die zich immers alleen maar met de communicatie van die verouderde formule bezighouden, facturen sturen en verder geen moeilijke vragen stellen.
Dit alles leidt tot de valkuil van de Actieve Inertie (Donald Sull) wat in het artikel ‘Spookstad’ op http://www.koornconsult.com wordt besproken. Iedereen werkt zich een ongeluk, maar het levert uiteindelijk alleen maar een faillissement op!

Het BIZ debacle
Na de geslaagde poging van de Alphense winkeliers om het BIZ en het Stadshartmanagement in de kou te laten staan, zijn het de politici en de vastgoedeigenaren die zich realiseren dat deze collectieve zelfmoordpoging ook invloed heeft op hun inkomsten en op de leefbaarheid van het Stadshart.
Want het is, nu elke winkeliersvereniging, gesteund door hun reclamebureau, weer op eigen houtje gaat werken, een serieus scenario te denken dat Alphenaren zich steeds sterker afkeren van hun eigen Stadshart, en er uiteindelijk zo weinig klanten overblijven dat veel ketens vertrekken. Op de hoofdkantoren kijkt men toch al steeds meer naar expansie in de grote steden, en heeft men steeds minder vertrouwen in de kansen elders. Tja, er zijn in Alphen veel te veel ketenwinkels, maar als die ook nog weggaan, wat blijft er over?
Dan verwordt ons Stadshart tot een wijkwinkelcentrum voor de centrumbewoners. Het moment dat ook de horecasector dat terdege gaat merken en we een implosie van ons Stadshart gaan beleven. Een somber, maar heel realistisch scenario dat voor veel meer kleinere steden geldt. Geen wonder dat het juist de politici en de vastgoedeigenaren zijn die gaan ingrijpen. Maar hoe? Daar hebben ze, eerlijk gezegd, vaak geen idee van.

Kansen voor ons Stadshart?
Natuurlijk zijn er genoeg kansen voor het Alphense Stadshart. Als tenminste alle betrokkenen inzien dat het zo niet langer kan.
Het wordt, om allerlei redenen overigens (zie ook http://www.bricksenclicks.me hiervoor), tijd dat gemeentebesturen zich realiseren dat ze er niet zijn door hun detailhandel in de bestaande winkelcentra te concentreren. Er moet snel beleid komen om het stadshart, nu vooral een opgewaardeerd dorpscentrum, zo snel mogelijk om te bouwen tot een gebied waar de consument graag winkelt en uitgaat, met heel beperkt aanbod aan boodschappenwinkels. Beleid dat ruimte maakt voor lokale initiatieven, en minder aandacht heeft voor het binnenhalen van nog meer landelijke ketens. Bij de ontwikkeling van dat, nu vaak ontbrekende, retailbeleid moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de functie van een stadshart, van dorps- of wijkwinkelcentra, van een buurtwinkelcentrum en van perifere vestiging van grootschalige detailhandel. En, uiteraard, het aanbod in en de omvang van die winkels afstemmen op de mogelijkheden van het internet!
Winkeliers hebben in ons Stadshart alleen maar kansen als ze zich als ‘Nieuwe Winkelier’ (http://www.bricksenclicks.me) herpositioneren door zich méér te specialiseren, méér te richten op hun primaire doelgroep, mínder kosten te maken op veel kleinere winkeloppervlakten door in dit concept effectief gebruik te maken van hun webshop. Dat levert een duidelijke meerwaarde op voor wat minder klanten die dus meer kopen. Terwijl de kosten zo’n beetje halveren. Winkeliers zullen zich vaak samen met anderen in één pand gaan vestigen, kleine pandjes gaan ‘bewonen’ of vanuit kiosken of shop-in-the-shop’s gaan verkopen. Dát levert voor ons Stadshart een attractief, afwisselend winkelbeeld op, én een verhoogde aantrekkelijkheid voor de Alphense burger. Een Stadshart dat wel veel compacter wordt dan het nu is, maar offer rustig winkelruimte aan de randen op voor parkeerruimte. Uiteindelijk levert dat meer op.
Alleen, de gemeentebesturen moeten zich realiseren dat ze deze échte innovatie niet aan hun winkeliers kunnen overlaten, ongeacht of ze nu groot of klein zijn. Die denken, uitzonderingen daargelaten, alleen maar aan hun eigen bedrijf, en aan wat ze morgen verdienen. Op die manier kun je geen retailbeleid maken. Zonder effectief gemeentelijk beleid op dit terrein zal ons trotse en peperdure Stadshart onherroepelijk devalueren tot boodschappencentrum voor de centrumbewoners. Precies zoals het ooit is geweest.
En gaan Alphenaren voor hun winkelavontuur allemaal naar de grote steden om ons heen.

MegaMalls contra Stadshart?

10 aug

Het zijn dé slechte dromen van retailers, ook in Alphen aan den Rijn, de grootschalige winkelgebieden (ver) buiten de stad, waar zeer grote winkels elke kans op eerlijke concurrentie bij voorbaat de nek omdraaien. Of ze nou Autoplaza, Alexandrium, Goudse Poort, Centre’O, IKEA of Bataviastad heten, ze worden gezien als het belangrijkste gevaar voor ons Stadshart naast het Internet. Is dat zo? U voelt het al, ja én nee.
Want ten eerste hangt het van het soort Mall af, en, uiteraard, van de manier waarop centrumwinkeliers hier individueel én collectief op inspelen.

Malls
De zich bedreigd voelende winkeliers hebben de neiging om al dat grootschalige gedoe ‘in de wei’ over één kam te scheren, maar dat is zeker niet handig, als je je daartegen teweer wilt stellen. Daarom even een rijtje, mét de meest kenmerkende eigenschappen.
Mega Mall Een compleet winkelcentrum waarin honderden grote en kleine winkels bestaande stadscentra in wezen overbodig maken. Hoewel kapitaalkrachtige lieden steeds opnieuw proberen zoiets in Nederland van de grond te krijgen (Tilburg, Geldermalsen, o.a.) bestaan deze winkelcentra hier nog niet. En dat is maar goed ook, want ervaringen in Duitsland (ik heb ooit een artikel geschreven over Centre ’O in Oberhausen: “Praktisch en gezellig winkelen naast de Snelweg”, dagblad Trouw 5 januari 2005) wijzen uit dat zoiets desastreuze effecten heeft op bestaande Stadscentra in de wijde omtrek. In Frankrijk zie dat minder, omdat de stadscentra daar, buiten de echt grote steden, historisch weinig voorstellen. Hetzelfde speelt in de US, dus die landen zijn absoluut niet te vergelijken met de winkelsituatie in Nederland.
Meubelboulevards en Autoplaza’s Niemand lijkt zich te realiseren dat indertijd het aanbod van meubilair en woninginrichting onder veel protest naar buiten de stad is verhuisd. Hoewel de eerste meubelboulevard (Beverwijk) al uit de zestiger jaren van de vorige eeuw stamt, is deze verhuizing uit de binnenstad in Alphen pas laat op gang gekomen. Vreemd genoeg worden autoshowrooms niet als ‘winkel’ gezien (hoewel ze dat natuurlijk wel zijn), maar een grote fietsenwinkel als ‘Gek van Fietsen’ juist wel. Gek genoeg heeft juist deze verhuizing er wel toe geleid dat er ín de stadscentra ruimte kwam voor winkels die niet primair de meubels of de stoffering, maar de aankleding van de woning (woonstijlwinkels van allerlei aard) centraal stellen. Gek genoeg kreeg MediaMarkt, ontwikkeld voor dit soort lokaties, in Nederland de kans om overal midden in steden te gaan zitten, terwijl ze nauwelijks aan de aantrekkelijkheid van die stadscentra bijdragen.
Gespecialiseerde beleveniswinkels Zeker voor aankopen die een consument niet elke dag doet zien we overal grote super-gespecialiseerde winkels ontstaan op industriegebieden (met ontheffing) zoals ‘De Goudse Poort’. Een bekend voorbeeld daar is ‘De Vrijbuiter’ (camping en outdoor), maar ook sportmegastore Topshelf (Cruquius) is een voorbeeld, of, landelijk bekend, Zwerfkei in Woerden. Dit soort megawinkels zijn er in alle branches (Blijdesteijn in Tiel, sinds 1833!, is een zeer groot modehuis in het bescheiden Tiel, en ook Van Tilburg in Nistelrode is een goed voorbeeld. Trouwens, in Alphen aan den Rijn blijkt de ambitie van Slaapkamerspecialist zelfs onze Euromarkt al ontgroeid te zijn. En ook “Gek van Fietsen” heeft, in een vroegere garage gehuisvest, als ‘belevingswinkel’ landelijk naam gemaakt. Tja, en heeft er nou nog nooit in de file voor een IKEA vestiging gestaan?
Warenhuizen HEMA, C&A of Vroom & Dreesmann werden in de tijd dat ik daar werkte, met ’85 winkels onder één dak’ nog gezien als dé ultieme bedreiging van de plaatselijke middenstand. Dat was de tijd waarin afdelingen als Speelgoed, Sport, Camping, Doe-het-Zelf of …Baby zonder meer de grootste speciaalzaken van een stad waren. C&A de modesector bepaalde, en de HEMA een ‘Value for Money’ propositie had die niemand kon evenaren. De ontwikkelingen binnen de retail hebben, met het geklungel van de directies van die ketens, aan die riante positie een einde gemaakt, terwijl diezelfde winkeliers zich nu zorgen maken of die ketens wel overleven! Het kan verkeren, maar duidelijk is dat dit soort winkels geen bedreiging voor het Stadshart vormen.
Factory Outlet Centers Een heel apart soort winkelcentra waar, in betrekkelijk kleine winkels, fabrikanten, importeurs én detaillisten de overgebleven goederen van het afgelopen seizoen zeer goedkoop aanbieden in een sterk themagericht ‘winkelcentrum’ met enorm grote parkeervoorzieningen. Centra als het Design Centre in Roermond, of Bataviastad in Lelystad trekken uit de wijde omtrek duizenden koopjesjagers die er vaak met de hele familie een leuk dagje van maken. Tja, op is op, je moet wat geluk hebben met maat, kleur of model. Alphen aan den Rijn had er één kunnen hebben waar vervolgens stadshart én recreatieparken van hadden kunnen profiteren, maar de winkeliers onthielden zich deze kans. Die winkeliers wilden in Zoetermeer wel, maar daar stak de provincie een stokje voor.

Politiek
Laten we hopen dat onze politici zo verstandig zijn de Mega Mall definitief buiten de deur te houden. Het potentieel aantal Factory Outlet Centers is beperkt. Klanten er maar een paar keer per jaar, zodat ze heel grote verzorgingsgebieden hebben (straal tot 100 km). Die vormen dus geen gevaar voor ons Stadshart.
De vorming van ‘beleveniswinkels’ is echter een trend waaraan de centrumwinkeliers maar moeten wennen.

De Megastore
Hoewel klanten vanouds gewend zijn zich voor belangrijke aankopen naar de speciaalzaken in de centra van steden te begeven, was het al langer dan honderd jaar geleden een feit dat men meer keus had naarmate het Stadsgebied groter werd. Veel consumenten uit een middelgrote stad als Alphen aan den Rijn deden dit soort infrequente, voor hen belangrijke, aankopen al jaren in de grotere steden om ons heen. Het in planologenkringen bekende schema van Cristaller (1934) is daar al op gebaseerd. De sterk gegroeide mobiliteit van de consumenten maakte dat ook, voor in de zestiger jaren, steeds eenvoudiger. Het idee van onze centrumwinkeliers dat de burgers van hun stad voor deze ontwikkeling, en voor het internet, letterlijk alles bij hen kochten is een historische misvatting. Het idee dat ze ‘recht’ zouden hebben op de Euro’s van hun stadsgenoten, is zelfs een gevaarlijke droom.

Natuurlijk creëert beschikbaarheid vraag, maar aan het ontstaan van die Mega-Stores ligt deels de ‘inertie’ en kopieerdrang van de lokale middenstand ten grondslag, deels de nieuwe communicatiemiddelen die de consument doen beseffen dat er veel meer te koop is dan het aanbod in hun Stadshart. Wat we dan ook zien is dat naast de al eerder genoemde trek naar grotere steden, in snel tempo Megastores worden ontwikkeld die extra koopkracht uit de bestaande stadscentra, gemeenten en regio’s onttrekken. Onderstaand schema geeft aan dat er uiteraard dit soort aankopen nog steeds in stadscentra, of zelfs dorps- en wijkwinkelcentra worden gedaan. Maar steeds vaker wil de consument zich letterlijk onderdompelen in een veelheid van aanbod die ze in de eigen omgeving niet hebben.

Featured image

Dat leidt tot een definitieve verandering van klantenstromen die, in tegenstelling tot wat in de reclamesector graag wordt beweerd, niet kan worden gestopt door allerlei commerciële acties, evenementen, lokale munten (Alpha’s) of een beroep op plaatselijke solidariteit. De plaatselijke middenstand moet zich hierop instellen door hun lokale consument te bieden wat die megastores nooit zullen kunnen, een persoonlijk contact met de winkeliers in een aantrekkelijk centrum waarin winkelen veel meer is dan boodschappen doen. Dát leidt al heel snel tot de ontwikkeling van een gedifferentieerd aanbod in kleinere, gespecialiseerde en steeds vaker gecombineerde winkels in een compact Stadshart. Waar toepassing van het “De Nieuwe Winkelier” concept betekent dat die winkeliers hun klanten in die kleinere winkels via hun webshop een veel bredere keus kunnen bieden dan die jaren hebben gezien. Hoe langer de centrumwinkeliers, ook in Alphen aan den Rijn, nog in hun verouderde winkels in een verouderd Stadshart hun klanten teleurstellen, des te meer jagen ze die klanten naar de Megastore, en naar het Internet.
Tegen deze stroom ingaan leidt tot niets. Zoals ik ooit hoorde: “Welke kant je in Nijmegen ook opzwemt, uiteindelijk komt je in Rotterdam terecht!”
Uiteindelijk leidt dit tot de teloorgang van dat Stadshart, en zou de, ook door mij verfoeide, “MegaMall” een realiteit kunnen worden. Om dat te ervaren is het voldoende om een ritje naar Centre’O bij Oberhausen, of naar Wijnechem bij Antwerpen te maken. Je moet je alleen wel realiseren dat er in heel Zuid-Holland wellicht maar ruimte is voor drie van die dingen. Consumenten willen, indien gevraagd, natuurlijk graag zo’n Megamall, tot ze doorkrijgen dat ze voortaan daar voor al hun inkopen heen te moeten rijden.
Want dát staat natuurlijk niet in zo’n enquête!

Revival Alphens Stadshart

1 aug

Stadhart
Wie kent niet de problemen in het Alphense Stadshart waar ondanks veel nieuwbouw aan Hoge én Lage Zijde, ondanks de komst van ‘trekkers’ en ondanks een groeiende stroom aan evenementen elk jaar minder consumenten komen winkelen. Alleen gevaarlijke optimisten denken nog dat het, internet of niet, allemaal vanzelf weer goed komt. Want winkeliers die de mogelijkheden van dat internet niet willen inzien, en die mogelijkheden ook niet toepassen in hun winkelformule, zullen de komende jaren niet overleven, als ze nog bestaan. Dát betekent nóg meer leegstand, en de start van de vicieuze cirkel die het einde van ons Stadshart zal betekenen, zoals ik in mijn voorgaande blog schetste.

Het Nieuwe Winkelen
Internet professor Cor Molenaar schrijft bijna zoveel boeken als ons aller Robert Blom, en in 2010 verscheen zijn boek over dat nieuwe winkelen. Cor tekende een heel schema over hoe in het internet tijdperk consumenten tot aankoop van goederen en diensten zouden komen. De rand van dit schema (rode pijlen) geeft aan de ‘klassieke’ manier van handelen, van oriëntatie tot koop, zoals dit al eeuwenlang plaatsvond.

Featured image

Nieuw in dat klassieke proces was alleen wáár die aankoop plaatsvond, niet langer in de winkel, maar in de webshop (gele pijl). Want in de visie van Molenaar speelden winkels alleen nog een rol als ‘showroom’, waar de producten die consumenten in webshops hadden bestudeerd, daadwerkelijk konden worden bekeken en aangeraakt. Inmiddels lijkt hij van die dwaling bekeerd te zijn, maar dít was het concept waarmee hij landelijk bekend werd: “Het Nieuwe Winkelen”. Een concept dat (te) snel werd omarmd door het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, tegenwoordig InRetail geheten. Hoewel er op verschillende plaatsen allerlei activiteiten rond dit idee werden ontplooid, zijn ze zonder uitzondering een zachte dood gestorven. En met die initiatieven ook Het Nieuwe Winkelen zelf!
In 2012 lanceerde ik als tegenhanger het concept ‘De Nieuwe Winkelier’ op http://www.bricksenclicks.me. Hierin stond nu eens niet het koopproces van de consument centraal, maar de manier waarop winkeliers zich een nieuwe toekomst kunnen scheppen door het internet te gebruiken voor een compleet ander soort winkel. Een winkel waarin de unieke mogelijkheden van de fysieke winkel worden gecombineerd met de unieke mogelijkheden van de webshop.

Winkels ouderwets?
Cor Molenaar en zijn aanhangers in de Nieuwe Media kenden maar twee werelden: die van de ‘ouderwetse’ winkels en die van de oneindige horizonten van de webshops. Zij voorzagen een heuse titanenstrijd met een voorspelbare afloop. Van de winkels zou niets anders overblijven dan een paar showrooms, winkelcentra zouden verschrompelen in een wereld waarin niemand meer de huiskamer zou verlaten om aankopen te doen. Voor hen, zonder scholing en/of ervaring in winkelverkoop, was ‘retailing’ niet anders dan een logistieke operatie om de beschikbare goederen uit de hele wereld in contact te brengen met de consument. Een operatie waarbij de webshop vele malen aantrekkelijker zou zijn dan de fysieke winkel.
Heeft hij daarin ongelijk? Grotendeels wel, want winkelen, en zelfs boodschappen doen, is veel méér dan jezelf voorzien van noodzakelijke goederen. Waar consumenten steeds meer ‘beleving’ vragen bij hun aankoop, zien we dat de webshop daarvoor heel beperkte mogelijkheden heeft, terwijl dit, mits de winkelier daarop inspeelt, het sterke punt is van zowel individuele winkels als van winkelcentra.
Maar hij heeft deels gelijk, in die zin dat geen enkele winkel zo groot is dat alle beschikbare aanbod op de wereldmarkt daar getoond, en geleverd kan worden. Winkeliers doen aan ‘preselectie’, ze vormen uit dat enorme aanbod een assortiment waarvan zij denken dat dit hun klanten de beste keus biedt. Terwijl een webshop niet eens gelimiteerd wordt door wat in hun magazijnen is opgeslagen, want ze kunnen via links met andere webshops letterlijk ‘de wereld bij U thuis’ brengen, zonder ook maar één product op voorraad te hebben. Ze bemiddelen daar alleen in, wat Anderson (The Long Tail) Digital Retail noemt.
Wat lag er nu meer voor de hand dan het integreren van de sterke punten van zowel fysieke winkels met de sterke punten van die webshops: De Nieuwe Winkelier.

De Nieuwe Winkelier
Bij de opzet van assortimenten zien we dat winkels, in de illusie daarmee elke klant tevreden te stellen, hun ‘kernassortiment’, de goederen die de klant in hun winkel verwacht, uitgebreid hebben met steeds meer ‘randassortiment’, méér merken, méér soorten, méér kleuren, méér maten en méér prijsklassen. Winkeliers gingen verder door hun assortiment ‘service producten’ (denk aan schoenveters bij schoenwinkels) enorm uit te breiden, zodat ze nog meer konden verkopen aan klanten die niet dáárvoor die winkel bezochten. ‘Branchevreemde” artikelen werden gemeengoed, zodat het begrip ‘branche’ in feite is verdwenen. Uiteindelijk leidde dat tot almaar groeiend winkeloppervlak, tot schaarste aan ruimte in de bestaande winkelcentra, en uiteindelijk tot almaar hogere huurprijzen. Maar ook tot meer personeels-, energie- en voorraadkosten. Daarbij gingen winkels die steeds vaker elkaars producten gingen verkopen, steeds meer op elkaar lijken, zodat onze winkelcentra niet alleen groter en duurder werden, maar ook minder attractief. Het resultaat is te zien: lege winkelstraten die leiden tot groeiende leegstand. Met als gevolg nóg minder bezoek.

Featured image

Het concept van De Nieuwe Winkelier rekent af met verouderde denkbeelden uit het pré-internet tijdperk. Winkels concentreren zich weer op hun Kernassortiment, op de producten, de service, de prijsklasse, de winkelcommunicatie die hun doelgroep daar verwacht. Dat kernassortiment wordt aangevuld met een, steeds wisselend, deel van het Randassortiment zodat de klant op het bekende kan rekenen (Jawel, Jacqueline), maar toch steeds met wat nieuws wordt verrast. De grote boosdoener, het Aanvullend Assortiment, verdwijnt grotendeels. Terwijl op de website niet alleen de goederen uit de winkel worden aangeboden, maar ook het sterk uitgebreide (er is immers geen ruimte of voorraadprobleem meer) randassortiment. Een website die, uiteraard, ook vanuit de winkel op grote touchscreens bezocht kan worden. De klant heeft uiteindelijk meer keuze dan nu, al vindt deze dat niet allemaal in de fysieke winkel.

Gevolgen
• Doordat er sprake is van een enorme beperking van het aanbod in de winkel, kan deze uit met hoogstens de helft van het huidige winkeloppervlakte. Dat leidt tot enorme kostenbesparingen die deels ten goede komen van de consument, deels van de winkelier. Uiteraard leidt dat tot omzetverlies, maar dat kan grotendeels via de webshop worden gecompenseerd.
• Het leidt er ook toe dat de huidige winkelruimtes veel te groot zijn voor de nieuwe winkelformule, zodat deze óf kan verhuizen naar een kleinere winkel, óf de ruimte gaat delen met één of meer winkelformules. Precies zoals dat al bij boekhandel Haasbeek Centrum gebeurde met de inwoning van Barista, en nu opnieuw gebeurt met spellenwinkel Hoge Ogen die voorheen aan de Hooftstraat was gevestigd. Trouwens, bezoekers van iCentre’s, van Bruna’s en AKO’s kennen het principe al terwijl ook gemakswinkel Primera grotendeels functioneert als ‘Nieuwe Winkelier’.
• Nadat winkelcentra decennialang te weinig ruimte boden, betekent ‘De Nieuwe Winkelier’ dat er voor al die kleinere winkels veel te veel ruimte beschikbaar is. De praktijk zal zijn dat zeker onze stadscentra (met andere winkelcentra is wat anders aan de hand, zoals we al eerder beschreven) in de toekomst veel compacter zullen zijn dan nu het geval is. De huidige leegstand en de invloed van de huidige webwinkels heeft hiermee weinig te maken.
• Doordat winkelformules zich fysiek weer concentreren op hun Kernassortiment, wordt het allemaal voor de consument weer wat duidelijker. En, omdat die concentratie gaat leiden tot duidelijke verschillen (differentiatie) in aanbod, prijsklasse en ‘beleving’, biedt dat toekomstige Stadshart de Alphenaren op minder oppervlak veel meer dan nu het geval is.
De webshops legden een bom onder de inkomsten, én de toekomst, van de traditionele winkeliers. Met “De Nieuwe Winkelier” zullen de nieuwe, volledig geïntegreerde bricks&clicks formules die webshops weer terugdringen naar hun ‘natuurlijke’ plaats in de marge van de retail. En leidt tot de ‘revival’ van ons Stadshart als politici en winkeliers uit hun huidige lethargie ontwaken.
Deze gevolgen worden in een aantal blogs nog uitgebreid behandeld, maar mijn volgende blog zal gaan over de invloed van de grootschalige detailhandel buiten de bestaande winkelcentra.

Place to be?

24 sep

Detmold
Na Assen is Detmold in het Duitse Lippe (geboortegrond van Prins Berhard) de tweede, qua inwonertal met Alphen aan den Rijn vergelijkbare, stad die we deze maand bezochten. Opnieuw nauwelijks lege panden gezien, wel, zonder verdere aanleiding, heel veel bezoekers, leuke winkels in winkelstraten die rondom de tuin en vijver van een zestiende eeuws kasteel gelegen zijn. Een stad vol leuke geveltjes, verrassende winkels , een markt die zich uitstrekt ver buiten het marktplein en héél veel grote en kleine terrassen met klantgericht en vriendelijk personeel.
Kortom, een ervaring die opnieuw aangeeft hoe belangrijk de combinatie van verrassend aanbod, redelijke prijzen (je betaalt op de terrassen ongeveer 30% minder dan in onze stad gebruikelijk is), wat historie én een uitgekristalliseerde centrumfunctie eigenlijk wel niet is.

TK MAXX Detmold
Hoewel er op die markt genoeg levensmiddelen te koop zijn, en het centrum beschikt over een heel palet aan bakkers en slagerijen, hebben we geen supermarkt aangetroffen. Blijkbaar heeft het centrum van Detmold helemaal geen supermarkt nodig om veel publiek te trekken. Terwijl de ‘loop’ in Alphen aan den Rijn, ondanks het ‘bezit’ van zelfs drie supermarkten, gestaag terugloopt. Misschien juist omdat die supermarkten er wél zijn?
Nee, daar, midden in de stad, opent vandaag een groot nieuw warenhuis van de keten TK MAXX. Op 1500 vierkante meter biedt deze nieuwe onderneming niet alleen 45 arbeidsplaatsen, maar ook mode(merken), modeaccessoires, schoenen en woninginrichting tegen discountprijzen. Een soort MediaMarkt voor mode in een stad die al jaren een grote keus in modewinkels biedt. Uiteraard met geïntegreerde webshop!

Alphense dagen
Ik heb vaak de indruk dat je pas een Alphenaar bent als je regelmatig laat horen dat er in Alphen niets te beleven is. Nou, dat was in 1972, toen we hier kwamen wonen, beslist waar, maar nu, ruim veertig jaar later, is dat flauwekul. Integendeel, er is in Alphen van alles te doen, alleen lijkt ons Stadshart daar maar niet van te kunnen profiteren.
Als ik lees dat de ‘Alphense dagen’ honderdduizenden bezoekers trokken, vraag ik me gelijk af wát daarvan, één week later, nog van te merken is. Het lijkt erop dat het best lukt die bezoekers naar Alphen te slepen, maar dat we er niet in slagen die bezoekers ervan te overtuigen dat ons Stadshart voor hen ‘The Place to Be’ is. Die bezoekers, zowel uit Alphen zelf, als uit de regio, laten ons centrum immers steeds meer links liggen. Blijkbaar overtuigt dat Stadshart hen tijdens dat bezoek absoluut niet van haar meerwaarde. En dát is een kwalijke zaak.

Participatie
Wat direct opvalt is dat onze winkeliers en horecamensen alleen bij uitzondering iets doen met al die activiteiten in en rond ons Stadshart. Ze spelen er niet of nauwelijks op in met hun advertenties en/of etalages en ze lijken ook de kleuterklas van de ‘sociale media’ nog steeds niet ontgroeid te zijn. Je zou van alles en nog wat IN en ROND je winkel of horecagelegenheid kunnen organiseren waarmee je inhaakt op externe activiteiten, maar het gebeurt gewoon niet. En als je dat NIET doet, vormt je bedrijf tijdens dat soort dagen eerder een stoorzender dan een stimulans er naar binnen te gaan. Natuurlijk zitten de terrassen wel vol, tijdens de jaarmarkt, zeker als het mooi weer is, maar gebeurt dat omdat er nou zo oergezellig is, of omdat de bezoekers verder geen kant op kunnen? Waarom zo weinig met specifieke aanbiedingen geflyerd, of getwitterd, tijdens evenementen? Aanbiedingen die ook op langere termijn effect hebben? Soms lijkt het erop dat de ondernemers in dat Stadshart die activiteiten alleen zien als extra inkomstenbron. Dát kun je je als kermisexploitant wel permitteren, maar als winkelier of horecaonderneming? Dan komt er immers altijd weer een tegenvallende ‘normale’ week achteraan, en kun je weer gaan klagen. Natuurlijk zijn er best uitzonderingen, maar van het gros van onze stadshartondernemers gaat, zeker ook tijdens activiteiten, té weinig uit om effect te sorteren. En dat leidt er weer toe dat dat acties van anderen ook minder effect sorteren dan wanneer iedereen mee zou doen. Tenslotte, zo zegt het spreekwoord, kun je een kameel wel naar de bron brengen, maar je kunt hem niet dwingen eruit te drinken.

Levend Stadshart
Beste lezers, het is niet voor de eerste keer dat ik erop wijs dat het onmogelijk is ons Stadshart zowel als boodschappencentrum (dorpscentrum) voor de omwonenden, als recreatief winkelcentrum (de natuurlijke functie van een stadscentrum) voor de hele regio te promoten. Het is niet zo’n probleem om één, maar dan wel op de centrumfunctie gerichte, supermarkt in dat Stadshart te hebben, maar drie, dát is gewoon teveel diepvrieskip en aardappelen om het gezellig te maken. Want wat we daar niet hebben, de markt daargelaten, is een modern versplein (de winkels aan het Aarplein kun je zo toch niet noemen) of een delicatessenwinkel. Meer mode, en vooral, meer verschillende soorten modeaanbod is belangrijk en er mogen bést nog wat ándere schoenwinkels bij. Daarbij, ons Stadshart is gewoon veel te groot om echt gezellig te kunnen zijn. De Rijn helpt ook niet echt, natuurlijk, in combinatie met die uitgestrektheid. En dan heb ik het nog maar niet over de webrevolutie in de retail, terwijl ons Stadshart niet eens vrij WIFI biedt in een land met de hoogste dichtheid in smartphones en tablets in de wereld.

Gefriemel in de Marge

13 sep

Malaise
De Alphense winkeliers zijn wanhopig op zoek naar een uitweg uit de bestaande malaise. Nu duidelijk is dat het bezoek aan ons Stadshart al sinds de bouw rond het Rijnplein stelselmatig terugloopt, komt voor de één na de ander met “zijn” oplossing voor het probleem:
• Té veel ondernemers zijn gebiologeerd door de datum dat hun huurcontract afloopt en ze kunnen stoppen.
• Centrum manager Martin de Vries werd als de ‘redder’ van het Stadshart binnen gehaald, en dat kon dus alleen maar tegenvallen.
• Het nieuwe opperhoofd van De Aarhof, Johan Litaay, pleit voor ‘alle ballen op de Aarhof’, terwijl die Aarhof eigenlijk alleen maar aan diversiteit inboet.
• VOA kopstuk Edwin ten Brink pleit voor permanente openstelling op zondag, alsof dát opeens extra stromen kooplustigen opwekt.
• Nu (AD 13 september) blijken ondernemers opeens wel te willen investeren in gratis parkeren, alsof daarmee alle problemen verdwijnen.

Attractiviteit
In de tweede editie van mijn boek ‘Marketing voor Retailers’ staat een vereenvoudigd wiskundig model van Lakshmanan en Hansen (uit 1965!) waarmee je zou kunnen uitrekenen op welk deel van de koopkracht van ons totale verzorgingsgebied ons Stadshart zou kunnen rekenen. Het is gebaseerd op de rapportcijfers voor én het belang van alle, voor een centrum relevante, punten dat Stadshart in de ogen van consumenten attractief maken. Als je dat vervolgens ook doet voor alle omliggende stadscentra, kun je bepalen hoe ons Stadshart scoort ten opzichte van die omgeving.
Natuurlijk zijn (Huff, 1960) openstelling, vervoersmogelijkheden, reistijd, reiskosten én parkeermogelijkheden factoren, maar als ons Stadhart slecht scoort op factoren als reputatie, persoonlijke voorkeur klant, breedte en diversiteit van het aanbod, beschikbare diensten en prijsniveau zetten bovenstaande ‘verbeteringen’ geen zoden aan de dijk. Natuurlijk is het altijd goed ‘leuke dingen’ te organiseren, zoals deze week weer gebeurt, maar als het Stadshart als geheel niet boeit, zien we al die bezoekers pas over een jaar weer! Natuurlijk kan, in een land waar 96% (!) van de inwoners een internetaansluiting heeft, geen winkel meer zonder website, maar de, vooral door leveranciers bepleite, gezamenlijke webshop, volgens het model Veenendaal, is het paard achter de wagen spannen.

Oplossing: De Nieuwe Winkelier
Marktonderzoeker Frank Quix toonde dinsdag jl., tijdens het jubileum symposium van vakblad Retailtrends, aan dat, door de (óók in Alphen) zelfs in deze crisistijd doorgaande bouwactiviteiten, de omzet per vierkante meter winkelruimte in de afgelopen 20 jaar GEHALVEERD is. Het zou me niet verbazen dat de prijs die winkeliers voor die vierkante meter betalen, in die tijd is verdubbeld. Zelfs een complete leek zal snappen wat er moet gebeuren: Méér omzet op mínder vierkante meters. Dat scheelt niet alleen huur, maar ook bespaart die winkelier fors op kosten voor personeel, energie, voorraad en afschrijving. Díe oplossing heb ik al jaren geleden beschreven als ‘De Nieuwe Winkelier’ en staat, mét allerlei positieve en negatieve consequenties, op http://www.bricksenclicks.me.
Een oplossing waarbij fysieke winkel én webshop één nieuwe formule vormen!

Assen
Kortgeleden bezocht ik Assen. In de hoofdstad van Drente, nog iets kleiner dan Alphen aan den Rijn, vind je natuurlijk alle landelijke ketens, en, vreemd genoeg, nauwelijks leegstand. Maar het merkwaardigste fenomeen daar is het, 18.000 m2 grote (!) warenhuis Vanderveen waarin 70, merendeels ZELFSTANDIGE, winkeliers, dienstenaanbieders en horecamensen hun geld verdienen. De plaats die zelfs voor aannemers (Slim bouwen Assen) als showroom wordt gebruikt. Waar de meubelafdeling ook functioneert als tentoonstellingsruimte voor plaatselijke kunstenaars en waar de Duitse ambassadeur met zijn Israëlische ambtgenoot een, ook ándere, tentoonstelling over ex-concentratiekamp Westerbork opent. De ultieme shop-in-the-shop formule die letterlijk én figuurlijk het centrum van de bedrijvigheid in Assen vormt. Een familiebedrijf onder leiding van een directie die al sinds de negentiende eeuw centraal staat in het sociale en maatschappelijke leven in en rond Assen. Kan zoiets ook in Alphen? Ik vrees, eerlijk gezegd, dat dit nérgens meer kan, maar dat betekent niet dat het principe, zelfstandige winkels die zich concentreren op hun kernassortiment, niet ook in Alphen aan den Rijn tot een divers aanbod en een werkelijk aantrekkelijk Stadshart zou kunnen leiden.

Compact Stadshart
Vrijwel elke winkel is (reden voor die eeuwig groeiende winkels) in de val getrapt van wat we het ‘aanvullende’ assortiment noemen. Geen producten waarmee we die winkel associëren, maar als de klanten er toch zijn…. Als gevolg ziet de consument de verschillen niet meer, iedereen lijkt alles voor iedereen aan te bieden. De Nieuwe Winkelier concentreert zich vooral op zijn kernassortiment, en biedt op de website een veel dieper (maar dus niet breder) assortiment aan. Wel uitbreiding in merken, kleuren en variëteiten, maar géén aanbod in productgroepen die klanten in andere winkels verwachten. Dát is ook wat Warenhuis Vanderveen kenmerkt. De directie verkoopt, behalve in de grote CD/DVD afdeling, zelf geen goederen, maar let er scherp op dat hun ‘schoenmakers’ bij hun leest blijven. Daardoor is elke winkel een superspecialist, en biedt het warenhuis een plezierige afwisseling van productgroepen. De klant wordt hier geholpen door, o.a., de eigenaars, waarbij gedegen kennis van het eigen assortiment, én van de vaak vaste klanten, voorondersteld mag worden.
In Alphen aan den Rijn kunnen we zoiets realiseren door met méér specialisten één bestaande winkelruimte te delen, zodat de klant meer geboden wordt op een veel kleiner oppervlakte.
Ook dat staat op http://www.bricksenclicks.me