Tag Archives: faillissement

Koopzondag redding Alphense Stadshart?

27 dec

 

Fata Morgana
Je kon er natuurlijk op wachten: Een gloednieuwe burgemeester en nog slechts een paar weken om de verliezen over 2014 goed te maken, dus wil iedereen nú meer koopzondagen. Nou zijn detaillisten meestal ziekelijk optimistisch, maar die verliezen worden écht niet meer goedgemaakt nu 2014 (gelukkig, in vele opzichten) bijna historie is. En Liesbeth Spies, onze nieuwe burgemeester, hoef je al een hele tijd niets meer te vertellen over dat Alphense Stadshart waar ze al jaren winkelt. Dat is maar goed ook, want het door VOA en winkeliersverenigingen vertelde sprookje gaat ervan uit dat, als je je winkel meer uren opent, daardoor de omzet stijgt (zeker waar) en daarmee de winst (absoluut onwaar). Het probleem van ons Stadshart is immers NIET dat de Alphenaren te weinig tijd hebben om de winkelen, maar dat die Alphenaren het al jaren niet aantrekkelijk genoeg vinden om in hun eigen winkelcentrum te winkelen. Aan die houding, en dus ook aan het daaraan gekoppelde koopgedrag, verandert niets als die winkels vaker open zijn. Té veel Alphense ondernemers hebben dat inmiddels aan den lijve ondervonden, en laten de huidige koopzondagen nu al voor wat ze zijn. Meer koopzondagen brengen die winkeliers niets op!

Boodschappen doen, of Winkelen
We hebben in Nederland vijf soorten winkelcentra:
1. Stadscentra van Grote Steden—Uitsluitend recreatief winkelen–GROEI
2. Stadscentra van Kleinere en Middelgrote Steden–Vooral recreatief winkelen–KRIMP
3. Centra van grotere dorpen en wijkcentra—Vooral boodschappen doen–KRIMP
4. Dorps- en buurtcentra – Uitsluitend boodschappen doen–WISSELVALLIG
5. Perifere, vaak gespecialiseerde, grootschalige winkelcentra – Vaak ‘beleveniscentra’ voor infrequente aankopen–GROEI

Het Alphense Stadshart hoort duidelijk bij de tweede categorie, maar functioneert, zoals zoveel van dit soort centra, nog vooral als het dorpscentrum dat het ooit was. Dat geldt, met al die supermarkten in de vier omliggende wijk- en buurtcentra, vooral voor de drie supermarkten, maar ook in de non-food sector zijn er veel te veel winkelketens die de consument overal tegenkomt. Natuurlijk zijn er uitzonderingen (zoals de gloednieuwe kookwinkel van Woerdman, of de winkeltjes in de City-bazaar), maar over het algemeen nodigt de winkelmix in ons Stadshart niet uit om er nou elke week rond te stappen. Gewoon veel te veel van hetzelfde om de Alphenaren aan dat Stadshart te binden, laat staan de inwoners van de dorpen om ons heen. Daarbij vormt Alphen aan den Rijn niet bepaald een geïsoleerd koopcentrum; overal om ons heen zijn binnen 30 autominuten grotere, en/of leukere, stadscentra te vinden. Dát te verbeteren door méér kwaliteit (en dus diversiteit) van het aanbod zou de éérste prioriteit van winkeliersverenigingen en VOA moeten zijn. In plaats daarvan kiezen ze de gemakkelijke, maar zinloze weg naar ruimere openingstijden.

Internet
Hoe slechter het onze winkeliers gaat, des te meer krijgt ‘de webwinkel’ de schuld van het eigen falen. Toch is dat onwaar, de online omzet stijgt wel, maar die stijging komt al jaren uitsluitend vanuit de webshops van bestaande winkelketens. In feite is nu al minstens 70% van die online omzet in handen van die ons al jaren bekende winkelketens. Als die ooit, zoals ik dat in http://www.bricksenclicks.me schets, ontdekken hoe ze beide soorten winkels goed kunnen integreren, zullen de ‘pure players’ nog slechts marginaal, en nog meer sectorbepaald dan nu al het geval is, profiteren van de consumentenbestedingen.
De “vijand”, dat zijn ze zelf!

Teveel winkels, of teveel winkeloppervlakte?
De winkeloppervlakte is de laatste 35 jaar alleen maar gegroeid. Niet omdat consumenten dit zouden willen, maar om ruimte te bieden aan artikelgroepen die winkelformules voorheen nooit voerden. Met dit zogenaamde ‘Aanvullende Assortiment’ parasiteerden winkels op de klanten die deze vanouds om hun primaire ‘kernassortiment’ bezochten. Als dit beperkt blijft tot ‘service producten’ is dat geen ramp, maar zo langzamerhand bieden ‘speciaalzaken’ een steeds ruimere keus uit assortimenten die andere winkels ook bieden. Dus gaan ze, vanuit het oogpunt van de klant, steeds meer op elkaar lijken. Dán werkt het spelletje niet meer, en brengen al die extra spullen niet alleen de kosten omhoog, maar de aantrekkelijkheid naar beneden. Het gevolg is dat teveel winkels álles aanbieden aan iedereen, en dus eigenlijk niets aan niemand. Dus moeten ze steeds meer concurreren, wat kosten verhoogt en marge verkleint. Het mag dus niemand verbazen dat ze failliet gingen, nog steeds regelmatig failliet gaan, en in de toekomst nog vaker failliet zullen gaan. En, hoe treurig ook, niemand die ze mist.
Kortom, winkels worden ‘Nieuwe Winkeliers’, of ze verdwijnen.

Het sprookje van de koopzondag
Terug naar de koopzondag. Meer koopzondagen gaan in ons Stadshart absoluut niet leiden tot een grotere aantrekkelijkheid en groeiende consumentenstromen. Wellicht dat de omzet wat groeit, maar de kosten doen dat veel sneller. En de toch al jaren dalende Bruto Winst is niet in staat die extra kosten te dragen. Wát er nog aan winst over is, zal overgaan in verlies. Per saldo gaan de Alphense winkeliers, omdat er fundamenteel NIETS verandert, er als groep niet op vooruit, maar op achteruit. Ik voorzie dan ook dat, als de eerste euforie achter de rug is, en de eerste faillissementen zijn uitgesproken, steeds meer winkels de deuren op die zondag weer dichthouden.
Het is dus heel goed van het Alphense college dat ze die keus overlaten aan de gemeenteraad, en vooral aan de ondernemers. Want wellicht willen die vooral meer koopzondagen omdat de gemeente dat altijd heeft verboden. Verboden vruchten lijken altijd lekkerder, toch?

Ik hoop dat de winkeliers in de wijk-, buurt en dorpscentra in de omgeving (de boodschappencentra) al begrepen hebben dat dáár op zondag helemaal niets te verdienen valt. Zelfs niet door supermarkten wanneer die dan ALLEMAAL geopend zijn.

Wat de centra van de grote steden, en de perifere ‘beleveniscentra’ betreft, daar zou openstelling op zondag juist een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Helaas, daar hoort Alphen aan den Rijn niet bij!

Winkels in paniek!

12 nov

Enorme kortingen
Het lijkt erop dat de Nederlanders, ook in Alphen aan den Rijn, jarenlang veel te veel betaald hebben voor hun aankopen bij winkels. Want als speelgoed voor de helft van de prijs wordt verkocht weet je zeker dat de winkel er niets meer op verdient, en ook in kledingzaken kun je, bijna vanaf de binnenkomst van nieuwe collecties, alles met hoge korting kopen. Eigenlijk ben je stapelgek om waar dan ook wat dan ook te kopen voor de ‘officiële’ prijs. Maar als dat allemaal nu kan, waarom betaalden we dan eerst meer?
Simpel, die korting kon vroeger niet, en het kan nog steeds niet, maar ze geven die wel!
Hoewel allang bekend zou moeten zijn dat de Nederlandse retailsector verkeerd bezig is, durven veel ‘retailspecialisten’ daarover pas te publiceren als het niet meer ontkend kan worden. Nou, het lijkt me dat op dát moment elke consument ‘retailspecialist’ is. Daarbij durft men (AD) dan ook nog te stellen dat de consument er garen bij spint. Nou, het tegendeel is waar. Doordat winkels hun marge al bij voorbaat weggeven om klanten te werven, bouwen ze niet, zoals gebruikelijk, in de topmaanden het commerciële vet op dat ze in januari hard nodig hebben. We kunnen dan ook verwachten dat begin volgend jaar onze winkelcentra nog veel meer leegstand zullen hebben dan er nu al is. Dat geeft die consument steeds minder keus, en het groeiend aantal discounters maakt het er ook niet gezelliger op! Nú even voordeel, misschien, maar straks moet de consument zijn aankopen steeds verder van huis doen.

Aantal faillissementen gehalveerd?
Dat kan best, CBS, maar waar hebben we het dan over? De afgelopen jaren hebben al heel veel kleine ondernemingen het loodje gelegd, en dat geldt ook voor slecht en ouderwets geleide filiaalbedrijven als POLARE en FREE RECORD SHOP, die maar niet wilden leren dat in hun branche alleen een fundamentele omwenteling (lees ‘De Mediashop’) redding biedt. Maar, nog maar kortgeleden, werd de organisatie achter de HUBO winkels voor 1 Euro overgenomen door franchisereus Euretco, om te voorkomen dat er tientallen Doe-het-zelf winkels zouden verdwijnen. Hetzelfde geldt een modeketen die door een Belgisch concern is overgenomen en ook de overnames van Cool Cat oprichter Roland Kahn komen niet uit de lucht vallen: Stille sanering. Halfords maakt (misschien) een doorstart, hoewel die situatie erg lijkt op die van Polare of FRS. Gewoon een ouderwetse, weinig klantgerichte formule, gericht op een markt die deels niet meer bestaat, deels is overgenomen door het almaar groeiende segment hardware discounters als ACTION. Maar ook een plaatselijke icoon als Houweling meubels ging failliet en maakt een ‘doorstart’ door al vijf maanden met koeienletters aan te kondigen dat er een totale leegverkoop bezig is. Zelfs dat gaat blijkbaar niet al te vlot. De conclusie is simpel, er zijn gewoon, na al die faillissementen in de laatste jaren, steeds minder winkels en winkelketens over die nog failliet kunnen gaan. Daarnaast zijn er nog heel veel winkels die financieel geen kant meer op kunnen. Waaronder oude reuzen als HEMA en V&D, helaas. Gelukkig zijn er ook nieuwe Retail initiatieven (Haasbeek Centrum, Woerdman Kookkado, City Bazaar) maar die vinden we in deze statistiek niet terug.

Waarom verdwijnen winkels uit het straatbeeld?
Naast het feit dat veel stadscentra (ook het Alphense Stadhart) weinig aantrekkingskracht hebben op de omwonenden, om redenen die ik in de afgelopen 172 blogs al vaker heb belicht, slaat het verlies van koopkracht vooral door vanwege de manier waarop winkels en winkelketens hun geld verdienen. Zonder nou een college te geven, kun je eigenlijk geen zinnig woord over de faillissementsgolf van grote en kleinere retailorganisaties zeggen zonder daar even op in te gaan.
Anton Dreesmann wilde al veertig jaar geleden nooit praten om omzet, omdat dit deels (BTW) een vorm van gratis belastinggaring is door winkeliers, deels omdat een groot gedeelte van de verkoopprijs al bij voorbaat moet worden weggegeven aan leveranciers en dienstverleners (vervoer, o.a) Alleen wat dan overblijft (de Toegevoegde Waarde) kan worden gebruikt om de vaste kosten, de semi-vaste kosten, de variabele kosten én de winst uit te betalen. Voor de winkels zelf spelen met name de semi-vaste kosten, die kleven aan elk afzonderlijk winkelpand, hierbij een opmerkelijke rol, zowel voor de winkel als geheel (huurkosten, energie, personeel en voorraad) als binnen de winkel (onrendabele artikelgroepen door slechte omzet/kostenverhouding (Goudmijnanalyse) per vierkante meter). Daarom gaan die semi-vaste kosten NIET met de omzet omlaag en omhoog. Zo leidt uitbreiding van het aantal winkels en de grootte van de winkel wel tot meer omzet, maar ook, en wel vanaf het eerste moment, tot een vaak veel grotere verhoging van die semi-vaste kosten.
U begrijpt het al, in een tijd waarin we met veel te veel, veel te grote winkels zitten, en de omzet, door de crisis, ouderwetse bedrijfsvoering én nieuwe concurrentie (discounters en internet) stagneert, loopt de Toegevoegde Waarde terug, terwijl de winkelier de, aan zijn winkel gebonden, semi-vaste kosten, niet terug kan brengen. Hij kan de winkel (huurcontract) niet eens sluiten! Dus verdampt de winst als eerste, en als de bank geen verder risico wil lopen móet er bezuinigd worden op innovatie (V&D), inkoop (kwaliteit: HEMA) en personeel (Halfords, maar ook bakker Van der Breggen). Helaas leidt dat zonder verdere ingrepen tot nog minder klanten, zodat het bedrijf pijlsnel in de problemen komt.
Dát economische mechaniek is het simpele principe achter de werkelijke innovatie via “De Nieuwe Winkelier” op http://www.bricksenclicks.me.
Dit bedrijfseconomische spel wordt in filiaalbedrijven, franchisebedrijven en zelfstandige winkels wel anders gespeeld, maar niet fundamenteel anders. Dát laatste geldt overigens ook voor de horeca waar we in Alphen in korte tijd twee goede restaurants (Chique én Koetjes en Kalfjes) kwijtraakten. Want als het verkeerd gaat, gaat dat snel!