Tag Archives: hooftstraat

Huilen om Hooftstraat?

18 jun

Hooftstraat R.I.P.
Het heeft 10 jaar geduurd, maar nu de winkeliers aan de Hooftstraat eindelijk inzien dat hun winkels daar geen enkele toekomst meer hebben, willen ze dat de gemeente hun verhuizing naar een andere locatie betaalt. Het is duidelijk dat de gemeente daar niet op zit te wachten, ook al omdat dan binnen de kortste keren tientallen winkeliers op de gemeentestoep zullen staan. Immers, niet alleen in de Hooftstraat, ook ondernemers aan de verouderde winkelstrips (Irenelaan, Gouden Regen plantsoen, Van Nesstraat, Lijsterlaan), in dorpscentra, maar ook in bijvoorbeeld De Ridderhof, zullen een keer moeten verkassen. Nu ligt het woord ‘Ondernemersrisico’ altijd al voorin de mond bij politici, maar in dezen ben ik dat volledig met hen eens. Waarom?

Alternatieve detailhandelsnota
Op 17 september 2006 publiceerde ik namens Leefbaar Alphen een alternatief voor de op dat moment al verouderde detailhandelsnota van de gemeente waarin die Hooftstraat overigens nauwelijks werd genoemd. In dat stuk van bijna 9 jaar geleden schreef ik: “De Hooftstraat, zeker het gedeelte vanaf het Thorbeckeplein, heeft weinig toegevoegde waarde voor het stadscentrum, Het heeft ook geen functie als aanloopstraat naar dat centrum, én, op wat specialistische detailhandel na, ook geen toegevoegde waarde voor de gemeente als geheel. Mede omdat het voor de beleving van het stadscentrum belangrijk is om méér horeca activiteiten in en direct rond het stadscentrum te concentreren zal de nieuwvestiging van zowel winkels als horeca worden ontmoedigd. De straat dient daarom vanaf het Thorbeckeplein een woonbestemming te krijgen”.
Op dat moment was de verwachting dat het nieuwe Thorbeckeplein in 2015 al gerealiseerd zou zijn, mét winkels. Het is duidelijk dat de nieuwe opzet waaraan nu uitvoering wordt gegeven, detailhandelsactiviteiten in die Hooftstraat nog kanslozer zijn dan ze toen al leken.

Hooftstraat Koopstraat
In 2011 deden de winkeliers, samen met een reclamebureau, een zwakke poging de vergane glorie uit historische dagen onder dit logo weer wat op te poetsen. Onnodig te zeggen dat dit een volkomen mislukking werd. Op dit blog heb ik op 22 augustus 2011 (Hooftstraat Koopstraat) en op 31 oktober 2011 (Hooftstraat is geen Koopstraat) nogmaals beschreven hoe en waarom de detailhandelsfunctie van deze straat zou verdwijnen. Ik constateer dat behoudzucht en emotie bij de betrokken winkeliers de overhand hielden, vandaar dat ze pas aan de bel hangen nu duidelijk is dat de blokkades door de bouw aan het Thorbeckeplein hun bedrijven de genadeslag zal geven. En het nu doen voorkomen alsof hun huidige problemen door de gemeente zijn veroorzaakt. Dat is natuurlijk niet het geval.

Mobiliteit
Zelfstandige ondernemers hebben de grootste problemen om hun winkel te verplaatsen, als blijkt dat hun aanbod niet langer aansluit bij de vraag. Voor mij niets nieuws, mijn vader kon ook geen afscheid nemen van de plaats waar een verre voorvader al eind 18e eeuw een slagerij vestigde. Daardoor liet hij een uitgelezen kans aan de Hoofdstraat schieten, hoe ik ook op hem heb ingepraat. Dus ik begrijp die ondernemers aan de Hooftstraat best, maar daarmee hebben ze nog geen gelijk! Veel van die verspreid gevestigde bedrijven zijn beëindigd (zoals het onze), nog veel meer zijn failliet gegaan, maar Nederland is nog altijd vergeven van dat soort winkels op kansloze locaties. Daarin is de Hooftstraat geen uitzondering. Nu móeten ze verhuizen, maar is de kas leeg. Daarbij is het maar de vraag of er het merendeel van die winkels in ons Stadshart wel een functie zou hebben. In ieder geval is verhuizing naar het Thorbeckeplein helemaal geen oplossing, hoe graag VORM dat ook zou hebben. De Raadhuisstraat is voor de meesten een betere, en betaalbaarder, locatie.
Zou de gemeente daarbij moeten helpen?

Gemeente
Tja, de gemeente heeft wel degelijk boter op haar hoofd, al was het alleen maar door de consequente onwil om de Hooftstraat publiekelijk als Voltooid Verleden Tijd te bestempelen. Wethouder van As doet dat wel, en zelfs zijn voorganger Hoekstra heeft al eerder aangegeven zich niet verantwoordelijk te voelen voor wat er in het grootste deel van die Hooftstraat stond te gebeuren. Toch is het de gemeente die er zelfs voor zorgde dat in die straat nieuwe winkels gebouwd konden worden. En de detailhandelsnota van ex-wethouder Voogd zag nog altijd de buurtfunctie als reden voor bestaan, naast de ‘aanloopfunctie’ naar het centrum (van wie, dát staat nergens, overigens). Kortom, de gemeente heeft die ondernemers uit politiek sentiment jarenlang strohalmen toegestoken. Het zou logisch, en politiek correct, zijn als die gemeente toch minstens een orgaan in het leven zou roepen om het aanstaande vertrek van die ondernemers in goede banen te leiden.
Maar geld erbij? Waarom?

Donkere wolken boven ons Stadshart

31 mei

Aan een Zijden Draadje
De samengebalde communicatiekracht op ons Stadhuis heeft de Alphenaar jarenlang een roze wolk rond het Thorbeckeplein voorgespiegeld. Maar sinds woensdag j.l. werd duidelijk dat wolken zich nu rond dit geplaagde project Lage Zijde samentrekken, steeds donkerder van kleur worden. Hoewel de VVD wethouders Lyczak en Hoekstra zich blijven vastklampen aan elk vezeltje hoop, is wel duidelijk dat het hele project, inclusief het Cultuurhuis, nog slechts aan een heel dun en rafelig zijden draadje hangt.

Positivisme
Natuurlijk zou een echec van dit plan vooral een ramp betekenen voor het campagneteam van de VVD, vooral omdat één van de twee betrokken VVD wethouders, Tseard Hoekstra, ook lijsttrekker is voor die partij. Die moeten, met de rug tegen de muur, wel positief blijven, natuurlijk!
Nou, heren, het zou toch wel een blunder zijn geweest als ‘Brussel’ het aanbestedingsplan niet had goedgekeurd (Niemand wilde immers, na het afhaken van twee eerdere gegadigden). Alphense ambtenaren doen natuurlijk heel veel wél goed!
En het zou toch een wereldwonder zijn geweest als de drie gemeenteraden, zo vlak voor de verkiezingen, zich opeens tegen dat Lage Zijde plan hadden gekeerd. Maar ja, dát is PR, natuurlijk!

Intussen is Brussel nog altijd NIET akkoord met wat ik toch als ongeoorloofde overheidssteun zie, de 13 miljoen grote subsidie aan VORM óm het plan uit te laten voeren.

Vormfout
Aan de andere kant valt niet te ontkennen dat ontwikkelaar VORM er, in lijn met mijn voorspelling, niet in is geslaagd tijdig, vóór 23 mei, minstens 70% van de 10.000 m2 ruimte voor winkels en horeca, te verhuren. Dát was bij voorbaat een ‘mission impossible’, deels door de economische crisis, maar vooral omdat er, zonder economische noodzaak, bij De Baronie 10.000 m2 winkelruimte bij is gebouwd.
Kijk, het lijkt wel leuk, dat VORM ál 50% heeft verhuurd, maar zo positief is dat niet. Er zijn heel wat supermarkten die graag minstens 2000 m2 in Alphen aan den Rijn willen huren, omdat ze tot dusverre in deze Hoogvliet stad geen poot aan de grond kregen. Dát was dus al bij voorbaat 20% ‘zekerheid’, en het was hoogstens een klus om er één uit te kiezen. Daarbij was al bekend dat een aantal al gevestigde ondernemers, winkels én horeca, zich graag aan dit nieuwe plein zouden willen vestigen, zeg nog eens 1000 m2, totaal was dus al 30% ‘verhuurd’ toen VORM met haar werving begon. Uiteindelijk hebben ze in de afgelopen maanden slechts 20% erbij verhuurd. En om de 70% te halen, moeten ze díe prestatie, in een steeds verslechterende markt, dus nóg eens herhalen. Het lijkt, met de zomer voor ogen, een onmogelijke klus om dat nog voor de verkiezingen voor elkaar te krijgen. En, natuurlijk, betekent 70% verhuurd nog steeds 30% leegstand. Dat is slechter dan nú in Alphen het geval is.

Misleiding
Dit politieke schimmenspel is natuurlijk dodelijk voor de kansen van de winkeliers dáár en in de Hooftstraat. Tenslotte zijn zij vele jaren lang blij gemaakt met een dooie mus en hebben ze ook al jaren weinig gedaan aan hun situatie. Intussen kan toch geen zinnig mens dat Thorbeckeplein nog als winkelcentrum betitelen, terwijl de Hooftstraat aan de ene kant is afgesloten door paaltjes van de gemeente Alphen, en aan de andere kant door dat ontvolkte Thorbeckeplein. In de wetenschap dat deze situatie, op het moment dat het grote breken werkelijk begint, nog heel wat slechter wordt.
Natuurlijk storten zich de nodige reclamebureaus op de nog overgebleven ondernemers, met hún idee om er met wat toeters en bellen nog wat van te maken. Maar ook dat is vergeefse hoop. Deze historische bewinkeling, inclusief de nieuwbouw overigens, is al jaren niet meer van deze tijd, en, mét of zonder Thorbeckeplein, zal daar, een enkele buurtwinkel daargelaten, over 5-10 jaar geen spoor meer van te vinden zijn. Ondernemers verkassen, of sluiten, de boodschap kán niet vriendelijker.

Kansen
Natuurlijk zijn er voor hen kansen, maar dan volgens de regels van Retail 3.0, mét geïntegreerde webshops in kleine, nauw met elkaar samenwerkende, winkeleenheden, horeca en dienstenaanbieders. Conform wat ik op http://www.bricksenclicks.me publiceerde. Kansen die zich ook alleen voordoen in een compact Stadshart, waarbij ik De Aar toch écht als grens zie. Tja, en wat er dan met dat Thorbeckeplein moet gebeuren? Nou, in ieder geval geen winkels en geen cultuurhuis, wellicht wél een heel grote, met de bibliotheek geïntegreerde, mediawinkel en wat leuke horecagelegenheden, mét terrasjes, langs de Rijn. In ieder geval is opknappen van de huidige winkels GEEN optie, omdat voor deze ouderwetse, inadequate winkelruimtes nóg minder vraag zal zijn dan naar de nieuwe eenheden die VORM in de aanbieding heeft. Verder kan, voor wat mij betreft, dat plein gewoon als extern parkeerterrein worden gebruikt voor de bezoekers van ons Stadshart aan de Lage Zijde. Met woningen i.p.v. winkels, waarbij met name aan de vele singles moet worden gedacht.

Hooftstraat geen Koopstraat meer

31 okt

Inwoners van Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude, medeburgers

Het valt voor middenstanders niet mee om mee te groeien met de sterk veranderende omgeving waarin je al jaren je brood verdient. Vandaag besteedt Alphen.CC veel aandacht aan de problemen die hierdoor zijn ontstaan aan de Hooftstraat, de aloude winkelstraat van het voormalige dorp Oudshoorn.
Met de onnodige afsluiting van de Oudshoornseweg lijkt de gemeente Alphen aan den Rijn de nog aanwezige bedrijvigheid de doodsteek te hebben toegebracht. Helaas voor deze ondernemers bleek vorige week de gemeenteraad in overgrote meerderheid niet bereid die afsluiting geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken, en misschien is dat ook wel beter zo. De schade is immers toch al toegebracht.
Maar is die afsluiting nou de bron van alle ellende? Was dat maar waar!

Medeburgers, een oeroude economenwijsheid stelt dat je beter een markt kunt hebben dan een fabriek, ofwel, het is belangrijker klanten te hebben dan een winkel. Zonder klanten heeft immers een winkel weinig zin! Nou, dat klinkt de medeburgers uit de omringende dorpen wel heel bekend in de oren, vrees ik. Doordat de vanzelfsprekendheid van het kopen bij de winkel uit de buurt verdween, zijn heel veel winkels verdwenen. Aarlanderveen heeft geen supermarkt meer, Zwammerdam nog net wel en Koudekerk heeft het geluk dat daar nog net op tijd alle winkels bij elkaar in een winkelcentrum zijn gaan zitten. De noodzaak van een compact winkelcentrum heeft daar ertoe geleid dat de dorpelingen nog in eigen dorp boodschappen kunnen doen, en hetzelfde is het geval in Boskoop en Hazerswoude dorp. Het kost een paar centen, maar…. Helaas is een soortgelijke operatie in Hazerswoude Rijndijk niet doorgegaan, en dat zal zeker daar voor veel winkeliers nog wel tot problemen leiden.

Die boodschap door veel Alphense winkeliers niet begrepen. Nog altijd zien we winkels zitten op plaatsen waar ze weinig functie hebben. En dat is in het bijzonder het geval in de Hooftstraat, waarvan die oude winkelstraat, op een klein stukje na, geen onderdeel van de Stadshart plannen vormt. Nou kun je hoog en laag springen, maar dat plan betekent wel dat je als winkelier moet verkassen, en dat je als verhuurder van panden een andere bestemming voor je pand moet zoeken. Verkassen, inderdaad, óf naar duurdere vierkante meters in dat nieuwe centrum, óf naar de wijk- en buurtcentra in andere delen van de stad. Dat geldt overigens ook voor de uitlopers van de andere ‘uitloopstraten van dat centrum, zoals de Raadhuisstraat en de Julianastraat. Voor echte bestemmingswinkels, met een uniek aanbod en een grote, vaste klantenkring (Van der Louw) gaat het nog wel even, voor familiebedrijven in een eigen pand (Van der Schilden) ook nog wel, maar op den duur is er voor winkels voorbij het pand van restaurant ‘De Gelaarsde Kat’ geen toekomst meer.
Dat betekent natuurlijk allerminst dat de gemeente ze dan maar met onvriendelijke middelen mag wegjagen, maar wel dat het geen zin heeft in de betrokken winkels te investeren. Het is dan ook niet meer dan ‘normaal’ dat die gemeente zoekt naar een verbindingsweg, nu het steeds duidelijker wordt dat de bouwput van het Thorbeckeplein de klantenstroom vanuit het Stadshart effectief gaat afsluiten. Ook voor de ‘blijvertjes’ in het eerste deel van die Hooftstraat worden het beslist een aantal magere jaren. We wilden graag een echte stad worden, dat streven wordt door Alphenaren, als we naar de laatste vier verkiezingen kijken, in meerderheid gesteund, en dit is de prijs die de betrokken ondernemers ervoor moeten betalen. Die boodschap, vanuit mijn vakgebied zo eenvoudig te formuleren, is hard, dat realiseer ik me. Maar die is niet anders dan ik indertijd mijn vader bracht, die dat overigens ook niet wilde geloven, Oók hij hechtte veel te veel waarde aan zijn ‘vaste klanten’.

Het is natuurlijk ook wat, medeburgers. Tenslotte ben ikzelf geboren in de ruimte die een verre voorvader 200 jaar geleden als slachterij bouwde (voor alle duidelijkheid, mijn grootvader bouwde al veel eerder een nieuwe winkel met slachtruimte) en ik begrijp best dat het een probleem is zo’n gebouw, met de hele familiegeschiedenis eraan vast, te moeten verlaten. Maar hij had het toch moeten doen, zoals ook de winkeliers aan de Hooftstraat hun ‘stek’ moeten verlaten omdat ze hun klantenkring in een snel tempo kwijtraken. Je overleeft veel, maar dát nou juist niet!

Gelukkig zie ik ook nieuwe initiatieven opbloeien, die een betere plek verdienen. Met name ‘Hoge Ogen’ is een winkel die zó uit mijn boek ‘Marketing voor Retailers’ kon zijn weggelopen. Een typische ‘microstore’ die, in een klein pand in het centrum, of als onderdeel van een té grote winkelruimte van een andere winkel, veel gemakkelijker aan nieuwe klanten, en aan regionale bekendheid, zou komen. Tegen een hogere prijs, dát wel, maar een lage huurprijs kan voor een winkelier heel duur uitvallen!

Kortom, voor de winkels daar is op termijn geen plaats meer, de betrokken winkeliers moeten één dezer dagen verkassen of ze verkommeren.
Zoals eerder gezegd, medeburgers, de prijs van de vooruitgang!