Tag Archives: identiteit

Identiteit of Imago?

18 jun

Heeft Alphen a/d Rijn een identiteit?
Nu onze gemeenteraad maar problemen blijft hebben met het doorhakken van 3 miljoen financiële knopen, gaan ze maar eens praten over iets wat niet zoveel geld kost, onze IDENTITEIT!
Helaas is er niet zoiets als een stedelijke, of gemeentelijke identiteit. Je hebt natuurlijk je persoonlijke identiteit, of zelfbeeld, je leent een stuk van die identiteit van de groep waarin je je thuisvoelt, waarmee je je vereenzelvigt (sociale identiteit) en een andere deel ontleen je aan het geheel van normen en waarden waarmee je bent opgevoed. Identiteit is dus iets persoonlijks, is dus voor iedereen verschillend, en per definitie niet bruikbaar om aan Alphen aan den Rijn, als stad óf gemeente (dat onderscheid moet je écht maken) mee te geven. Natuurlijk vormt de plaats waar je bent geboren en opgevoed een deel van je persoonlijke identiteit, maar daarmee heeft die plaats zelf geen identiteit.
De gemeenteraad gaat dus weer een avond praten over iets wat niet bestaat!

Imago
Als ik zo de berichtgeving volg, én de gebruiksomgeving, City Marketing, dan lijkt me de benaming IMAGO een stuk praktischer.
Imago, of Reputatie, heeft immers niets te maken hoe wij zelf onze stad of dorp zien, maar hoe anderen, van buiten onze grenzen, er tegenaan kijken. Daarnaast is het een begrip dat, in de reeks Reputatie, Relatie, Ruil (RRR) een centrale plaats binnen mijn vakgebied Marketing inneemt. Drie begrippen die cyclisch met elkaar zijn verbonden, zodat elke Ruilactiviteit met een externe partij die positief uitvalt, leidt tot een versteviging van de onderlinge Relatie, en hoe beter en bestendiger de relatie is, des te meer groeit de Reputatie, het Imago dus. Maar omgekeerd werkt het nét zo goed natuurlijk, alleen wat heftiger. Zoals het spreekwoord zegt: “Imago komt te voet, en gaat te paard!”

Positionering
Gelukkig blijven we op mijn terrein, want het begrip ‘Positionering’ betekent niets meer of minder dan de plaats die onze stad,  dorp of gemeente, voor een BEPAALDE DOELGROEP, inneemt ten opzichte van de ‘concurrentie’, OP BASIS VAN RELEVANTE KOOPMOTIEVEN! Positionering is dus doelgroep gebonden, vraag gebonden én situatie gebonden. Als we er vervolgens een voor die doelgroep(en) passend aanbod aan kunnen koppelen hebben we een mogelijk succesvolle propositie VOOR DIE DOELGROEP, die mogelijk kan leiden tot een positief gevoel over de transactie (RUIL) die eruit voort kan komen. Tevredenheid over die ruil (zakelijk succes, prettig wonen, etc.) kan dan leiden tot een betere relatie met die doelgroep, mogelijk zelfs tot mond-tot-mond ‘reclame’, en uiteindelijk, tot een betere reputatie. Processen die elkaar versterken, als het goed gaat, tenminste.
Mét wethouder Stegeman stel ik vast dat het wel dan niet hier rondlopen van Romeinen, 2000 jaar geleden, voor particulieren noch bedrijven een reden kan zijn zich hier te vestigen. Goede huisvestingsvoorzieningen, onderwijs, medische zorg, cultureel leven, infrastructuur, sportvoorzieningen, recreatieve mogelijkheden en een slagvaardig gemeentelijk apparaat zijn dat WEL! Net zoals de bevolkingsopbouw, de lokale arbeidsparticipatie, de politieke structuur en een beschikbaarheid van een adequaat opleidingsniveau van de burgers. ‘De Romeinen’ zijn dat zéker niet, maar het Archeon wél, om maar een voorbeeld te noemen.
Bij de huidige discussie lijkt het, nét als bij veel bedrijven, of de gemeente of de politiek wel even kan bepalen wat men buiten de stad, of de gemeente, belangrijk moet vinden.

Maar de klant, en niet de aanbieder, draait tegenwoordig aan de knoppen!

Onderscheid
Je onderscheidt je door op een andere, liefst opvallende, manier, in te spelen op de wensen (koopmotieven) van een specifieke groep geïnteresseerden. Anders dan gemeente en politici lijken te geloven, moet je dus voor ándere (deel-)segmenten of doelgroepen, via een ándere propositie streven naar een positief onderscheid in positionering. Voor grote of kleinere industriële bedrijven en retailbedrijven, maar ook voor groepen particulieren moet dus voor ELKE groep apart een aanbod worden geformeerd dat niet alleen op, door politici zo populaire, korte termijn, maar vooral op lange termijn (opbouwproces Reputatie) handhaafbaar is.

Onzinnig
Vanuit mijn vakgebied Marketing Strategie (waar we ons óók met het vermarkten van gemeenten en steden bezighouden) is het dus compleet onzinnig te praten over één propositie waarmee we, voor gemeente óf stad, effectief zouden inspelen op de mogelijkheden van alle mogelijke doelgroepen. Verspilling van tijd en geld is het gevolg!
Nog erger is als we denken (zoals binnen het communicatie vak ook vaak gedacht wordt) dat we die reputatie wel met alleen communicatieve listen en lagen kunnen verbeteren. Want daarbij vergeten we dat tevredenheid alleen ontstaat als datgene wat we mensen beloven, ook daadwerkelijk voorhanden is: “The proof of the Pudding is in the Eating”.
Als dat NIET het geval is, maakt communicatie het probleem alleen maar groter, en kan een reputatie zelfs vernietigen (vgl. de recente ‘case’ Van Woerkom!)

Kiezen
Politici en bestuurders willen altijd ‘Alles zijn voor Iedereen’, zo’n beetje de grootste marketingfout die je kunt maken. City marketing betekent dat je heel duidelijk kiest voor doelgroepen die je, ook op termijn, wérkelijk kunt bieden wat ZIJ op prijs stellen. Als onze gemeenteraad zich dát in haar vergadering bewust wordt, hebben we meer gewonnen dan met een, bij voorbaat zinloze, discussie tussen ‘wonen, recreëren, duurzaam ondernemen en Romeinen’.
Dát is immers niet meer dan politieke zelfbevrediging en levert niets op voor onze reputatie bij mensen die hun eigen wensen hebben.

En het zijn mensen die bepalen of bedrijven zich wel dan niet hier gaan vestigen!

 

Eigenheid van de Stad

6 nov

Inwoners van Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude, medeburgers

Eerlijk gezegd kan ik er niet zoveel mee, met dat woord ‘Eigenheid’. Gelukkig heb ik ‘Van Dale’ onder de knop, maar ook dan kom ik alleen op andere begrippen als ‘eigenaardigheid’, ‘authenticiteit’, “individualiteit’. Daarmee is dat ‘eigenheid’ nog helemaal niet verklaard. Het is zo’n begrip waarvan iedereen wel aanvoelt wat het zo ongeveer is, maar waar toch iedereen zijn eigen draai aan kan geven.
Nou, en dat was precies wat iedereen deed, tijdens het laatste debatcafé “Op het Dorp”. Niet alleen de inleiders, architect Bloemen, gilde’meester’ en stadsgids Frans Schouten en wethouder Kees van Velzen van Ruimtelijke Ordening haalden hun eigen punten uit dit begrip, dat deden ook de diverse insprekers, en dat deed ik natuurlijk zelf ook.
Al eerder schreef ik over dit onderwerp columns op http://www.alphen.com zoals recent “Dorpshart in Alphen aan den Rijn” en blogs als ‘Alphen aan den Rijn, een geweldige stad om te wonen’ en ‘Stedelijke identiteit’. Natuurlijk heeft Bloemen gelijk dat we relatief weinig ‘doen’ met de Oude Rijn die zich al zolang door ons dorp slingert, maar helaas zijn de dorpen Oudshoorn, Alphen en Aarlanderveen nu eenmaal ‘met de kont naar het water’ gebouwd. Vanouds lintdorpen langs de oeverwallen die de rivier meer zagen als een transportroute dan als ‘eigenheid’. Daar kunnen we niet zoveel aan doen, tenzij we bereid zijn om, naast het Rijnplein, ook aan het Thorbeckeplein peperdure vierkante meters winkelruimte op te offeren om die Rijn te kunnen zien. Vanaf café De Heul kan dat al jaren, en het kost niets! Kees van Velzen wil, en ook dat is vanuit zijn functie te begrijpen, de stad vooral open maken, verkeersluw en groen. Hij sluit daarmee helemaal aan bij Bloemen.

Medeburgers, ik sluit me liever aan bij Frans Schouten. Die Haarlemmer doet erg veel voor Alphen aan den Rijn, al blijft hij liever winkelen in ‘zijn’ geboortestad. Nou is dat ook niet zo verwonderlijk, tenslotte hoort Haarlem tot de leukste stadscentra van ons land, en is Alphen aan den Rijn in dat opzicht nog niet zo ver. Frans, natuurlijk goed ingevoerd in de historie van onze stad, wees erop dat zelfs nu, na bijna honderd jaar, de strijd tussen de oorspronkelijke drie dorpen nog voelbaar is. Volgens hem is de huidige fusie tussen onze drie gemeenten zelfs een ‘eitje’ als je het vergelijkt met de problemen die opborrelden bij de vorming van Alphen aan den Rijn. Toen kwamen de verschillen tussen de ‘echte Alphenaren’ (daar was dus in feite geen sprake van) en den ‘nieuwe Alphenaren’ (Riddervelders, vooral) nog bij. Niet voor niets was het in de zeventiger jaren nodig dat het ‘Buurtcentrum Ridderveld’, waaraan ik als bestuurslid én redacteur van de wijkkrant heb meegewerkt, de belangen van die ‘Riddervelders’ behartigde. ‘Wij’ hadden tenslotte de indruk dat onze wijk door ‘het oude dorp’ meer als wingewest dan als volwaardig stadsdeel werd gezien. Die strijd was eigenlijk al gestreden toen Kerk en Zanen werd gebouwd, maar iedereen weet dat er nooit veel is gedaan om die medeburgers van een fatsoenlijke verbinding met de rest van de stad te voorzien.
In ‘Stedelijke identiteit’ wijs ik erop dat een gezamenlijk beleefde historie meer bijdraagt aan die identiteit dan gebouwen, parken, straten of zelfs stadscentra. Maar juist door die historie, die schoksgewijze én snelle opbouw van dorp naar stad, ontbreekt het ons aan die zo gewenste Stedelijke Identiteit. En de ‘eigenheid’ die we wel hebben, is veel Alphenaren onbekend, of zit verstopt, zoals onze monumentale Adventskerk. “Eigenlijk zijn er veel meer factoren die ons Alphenaren van elkaar scheiden, dan die ons verbinden. Wij zijn allemaal Alphenaar, maar voelen ons dat niet”, zo stelde ik in dit blog.

Medeburgers, binnenkort sluiten de dorpen Boskoop, Benthuizen, Hazerswoude dorp, Hazerswoude Rijndijk en Koudekerk zich met onze huidige dorpen Zwammerdam en Aarlanderveen aan bij de stad Alphen aan den Rijn. Dan is het niet alleen belangrijk dat elk van die dorpen zich van hun eigen ‘Eigenheid’ bewust worden? (zie de column “Een bloeiend dorpscentrum, dat kan!” op http://www.alphen.com). Nee, dan wordt het des te belangrijker dat Alphen aan den Rijn zich profileert als ‘The place to be’ voor alle inwoners van die nieuwe gemeente. En dat kan alleen als ons Stadshart die functie heeft voor haar eigen inwoners. Zonder dat de Alphenaren zich thuis voelen in hun eigen centrum, wordt het natuurlijk nooit wat met onze medeburgers van buiten Alphen aan den Rijn. Want als we de gemeente regeren vanuit Alphen, maar de inwoners van die gemeente gaan shoppen in Zoetermeer zie ik de volgende fusie al opdoemen, eerlijk gezegd.
Om dat Stadshart op alle mogelijke manier in het centrum van ons denken te plaatsen, tot een deel van onze gezamenlijke identiteit te maken, zullen we een aantal dorpse ‘waarden’ moeten opofferen om als stad te kunnen functioneren. Daaraan moeten veel ondernemers én politici nog wennen, helaas.
De vorige week heb ik me nogal afgezet tegen het idee dat ‘het internet’ zou leiden tot het verval van dat Stadshart omdat er veel factoren zijn die daar een veel grotere invloed op hebben. Zoals dat tekort aan identiteit. Medeburgers, zie mijn volgende column op http://www.alphen.com!

Stedelijke Identiteit

17 okt

‘Stratoloog’Pim van den Berg sprak kort geleden met veel succes VOA leden toe over het ‘DNA’ van onze stad. Nu moet ik bekennen dat ik weinig heb met dat modische gebruik van de afkorting DNA in het zakenleven. Sinds ik voor het eerst, als jong student in de natuurwetenschappen, in de Scientific American de structuur van DNA zag staan, ben ik gefascineerd geraakt door het idee dat een LEGO-achtige structuur bepalend was voor wat ik, in biologische zin ben.
Maar natuurlijk ben ik veel meer. Opvoeding, opleiding, ervaring en de sociale structuur om mij heen heeft minstens zoveel bijgedragen aan wie ik ben en hoe ik me voel. Mijn IDENTITEIT als uniek mens mag dan wel onomstotelijk via mijn DNA vastliggen, maar wie ik ben, en hoe andere mensen mij zien en ervaren, wordt grotendeels NIET door mijn DNA structuur bepaald. Als dat zo was, was ik, en was U, immers in houding en gedrag volstrekt voorspelbaar en we weten allemaal dat dit niet zo is.
Als dat geldt voor mijzelf, en voor U, dan geldt het ook voor de groep waartoe wij horen, voor het bedrijf waarin we werken, of de organisaties en organen waarin we een rol spelen. Daarom is het ook niet zo belangrijk wat mijn DNA is, of wat het DNA van mijn groepsgenoten is, maar wat we zelf, of met z’n allen, vinden, en wat we zelf, of met z’n allen, doen. En dus heeft het niet zoveel zin te praten over dat DNA, wát dat ook mag betekenen in organisatieverband, alsof dat voorspelbaar gedrag zou opleveren. Onze sociale identiteit wordt, volgens Wikipedia, bepaald door ons bewustzijn tot een bepaalde groep te behoren, en als zodanig door die groep én door buitenstaanders te worden behandeld. Dat leidt tot een door die groep gewenst zelfbeeld dat niet eens overeen hoeft te komen met de manier waarop andere groepen daar, vaak stereotiep, tegenaan kijken. Een zelfgeschapen sociale identiteit waarin alle deelnemers zich kunnen vinden en die onvermijdelijk leidt tot de tegenstelling tussen ‘hullie’ en ‘zullie’.

In de politiek leidt zoiets snel tot ‘klevende kiezers’, mensen die het misschien niet, of helemaal niet, eens zijn met een bepaalde politieke stroming, maar die daar, zolang ze geen andere groepering gevonden hebben, toch geen afscheid van durven nemen. Binnen kerken leidt dit snel tot het bouwen van ideologische muren rond de eigen gemeente waardoor drempels worden opgeworpen voor geïnteresseerden die ‘er (nog) niet bij horen’. Ook in culturele zin zijn gemakkelijk grenzen te vinden, en die hoeven lang niet altijd met afkomst te maken te hebben. “Henk en Ingrid” hebben helemaal geen allochtonen nodig om zich ook onderling tot verschillende groepen te rekenen, maar nu ze er zijn, vormen ze natuurlijk een leuk excuus.
In gemeenten kennen we de strijd tussen dorpen en steden, tussen bestuur en politiek, tussen belangengroepen en tussen politieke facties. Vaak zijn die verschillen zo groot, en zo belangrijk, dat de sociale identiteit vanuit die culturele of politieke groep elke vorm van ‘stedelijke identiteit’, waar ons college op blijft hameren, overschaduwt.

Natuurlijk wonen we allemaal in Alphen aan den Rijn, maar voelen we ons ook Alphenaar? Natuurlijk zijn we in fysieke zin allemaal gebonden aan onze woonplaats, maar is dat ook emotioneel het geval? Ik waag dat zeer te betwijfelen.
Ten eerste hebben we het verschil tussen ‘échte Alphenaren’ en ‘Import’. Verder is er een groot verschil tussen Alphenaren die ook economisch aan de stad zijn verbonden (die hier werk hebben) en de meerderheid die dat niet is. Vervolgens is iedereen verdeeld in de meerderheid die het financieel goed gaat, en de minderheid waarbij dat allerminst het geval is. En uiteindelijk wordt ons zelfbeeld, onze persoonlijke identiteit, bepaald door de cultureel/religieuze groepen waarmee we ons verbonden voelen. Eigenlijk zijn er veel meer factoren die ons Alphenaren van elkaar scheiden, dan die ons verbinden. Wij zijn allemaal Alphenaar, maar voelen ons dat niet.

Nu blijkt de Nationale Identiteit vooral te stoelen op historische gronden, uit gebeurtenissen, verhalen en ideeën die we allemaal met elkaar gemeen hebben, of die bewust verzonnen zijn om dat gemeenschapsgevoel te bewerkstelligen. Ik ga er maar vanuit dat dit bij Stedelijke Identiteit ook het geval is. Uiteraard ontbreekt het de Alphense bevolking als geheel aan die gezamenlijke historie. Zelfs de ‘echte Alphenaren’ zullen in hun familiegeschiedenis vooral banden zien met de voormalige gemeentes Alphen, Aarlanderveen of Oudshoorn. En zonder een gezamenlijke geschiedenis komt er van dat ‘Alphense gevoel’, die verbondenheid met de stad en haar inwoners, weinig terecht.
Daarom is het zo zielig dat ons gemeentebestuur er al jaren voor kiest die identiteit voor veel geld uit de grond te rammen. Nieuwe gebouwen moeten ons zelfbeeld als ‘Alphenaar’ opkrikken. Maar het Rijnplein, de Lage Zijde, het Cultuurgebouw, de Baronie en de Maximabrug kúnnen niet dat gevoel genereren dat nodig is om al die Alphenaren, met welke afkomst dan ook, zich te laten identificeren met onze stad. Misschien dat die Alphenaren zich ooit ook Alphenaren gaan voelen, maar dat heeft niets te maken met onze Stadskas, dat Rijnplein of de Fietsappel. Daar gaat tijd overheen, tijd waarin Alphenaren buiten hun zelfgeschapen grenzen heen stappen en steeds meer samen aan een leefbare stad werken. Je kunt dat niet forceren, maar wel stimuleren en het is jammer dat juist op dat laatste wordt bezuinigd.

Natuurlijk is het belangrijk ook fysiek daarvoor de voorwaarden te scheppen, maar een identiteit bouw je niet, die ontstaat.
Ik hoop dat de discussies bij het volgende debatcafé “Op het dorp” verder gaan dan alleen het “DNA”, de ‘maakbare samenleving’ waar toch niemand meer in gelooft. En dat we beginnen met een stukje gezamenlijke historie te schrijven, en die vooral te beleven. Daaraan kunnen de plaatselijke media veel doen, en die doen dat deels al. Nu de gemeente nog!