Tag Archives: kernen

City Marketing

4 jul

Een nieuwe start
Wethouder Van As boekte dinsdag 1 juli een succes met de aftrap van het nieuwe project City Marketing waarvoor zich een honderdtal geïnteresseerde Alphenaren in ons Stadhuis meldden. Een positieve sfeer, opgeroepen door onze burgemeester, deskundige Lombarts en de wethouder, vertaalde zich in enthousiaste discussies in de diverse workshops over dit onderwerp. Velen bleven nog lang hangen tijdens de leuke en lekkere afsluiting van dit evenement.
City Marketing of Centrum Management?
Als je, zoals ik, lang genoeg in de commercie rondstapt, heb je alles al een keer ‘verkocht’, en vanuit dat vakgebied in allerlei hoeken en gaten van onze maatschappij wel een toepassing gevonden. Hoewel mensen allerlei soorten ‘marketing’ uitvinden, is Marketing, of, beter gezegd, Marktgericht Ondernemen, een redelijk consistent vak. Dus het “verkopen” van een stad, of een gemeente, “City Marketing”, verschilt in essentie niet van het verkopen van een aardappel. En ook het internet heeft daar, hoewel vanuit die hoek anders wordt beweerd, niet veel aan veranderd.
Duidelijk is wel dat ‘Marktgericht Ondernemen’ weinig kansen heeft zonder ‘Marketing Management’. Je moet dus op strategisch niveau, op basis van doelgerichte analyse, voor de korte én lange termijn, de juiste keuzes maken: Wie wil ik zijn, voor wie, op welke termijn en tegen welke voorwaarden! Die propositie moet vervolgens worden omgezet in een concreet aanbod, en dat aanbod moet worden gerealiseerd, en in de markt gezet: Marketing Management. De propositie Alphense Stadshart wordt dus gestimuleerd en gecoördineerd via een Marketing Manager, die we in dit verband “Centrum Manager” noemen, Martin de Vries.
Alleen City Marketing, van strategie tot uitvoering, dát is heel wat anders.

City Marketing
City Marketing is, en mevrouw Lombarts toonde daarvan een mooi plaatje, de kunst om de mogelijkheden van een stad optimaal te koppelen aan de wensen van potentiële afnemers. Daarvoor moet je niet alleen weten wat die afnemers (nieuwe bewoners, recreanten, productiebedrijven, dienstverleners, not-for-profit en overheidsorganisaties) nou precies in Alphen kunnen zoeken én vinden. Er moet dus uitgebreid worden gezocht in (allang bestaande) studierapporten buiten en binnen onze gemeente.
Vervolgens moet er onderzoek komen naar wat alle organisaties, bedrijven, de overheid én de burgers eigenlijk allemaal kunnen, én willen, doen om gezamenlijk de ‘producten’ te leveren die deze afnemers zoeken. Vervolgens moet er een matrix worden opgesteld waarin die producten én de afnemerswensen aan elkaar worden gekoppeld, en prioriteiten worden benoemd. Allemaal standaardwerk voor een marketeer, alleen moet terdege rekening worden gehouden met de belangen van al die groepen in onze samenleving, de ‘stakeholders’. Maar, uiteindelijk moeten die potentiële afnemers wel benaderd worden om hen van onze mogelijkheden te overtuigen. Natuurlijk moet daarover gecommuniceerd worden, maar dat is onvoldoende. Alphen aan den Rijn moet relaties opbouwen. Daartoe moeten Alphenaren zich, heel veel meer dan nu het geval is, buiten Alphen manifesteren. Dát levert alleen wat op als we zelf, Alphenaren en Alphense bedrijven, tevreden zijn met wat Alphen voor ons is. Zo tevreden dat we dat anderen willen vertellen (mond-tot-mond ‘reclame’. Een proces dat zowel tijd, geld als toewijding vereist.

Wonen, Werken en Recreëren
Natuurlijk was de groep tijdens deze startmanifestatie allerminst representatief voor de Alphense bevolking. Zo kreeg de VOA (overigens een nuttige club, daar niet van) een veel te grote rol toebedeeld in dit proces. Tenslotte is 2/3 van de Alphenaren helemaal niet economisch aan stad of gemeente gebonden, en heeft dus niets met de VOA te maken, en omgekeerd. Nu kan de VOA wel 500 leden hebben, maar het aantal arbeidsplaatsen dat deze leden samen hebben, is beperkt. Dus, werken in Alphen aan den Rijn zal, zolang er geen écht groot bedrijf wordt aangetrokken, nauwelijks een argument zijn hier te gaan wonen. De positie midden in de Randstad is dat wél, maar is dat altijd al geweest.
Dat, naast bekende succesnummers als Avifauna en Archeon, door de deelnemers de geplande jachthaven in de Rijnhaven als nuttig werd gezien, wijst er ook al op dat Jan Modaal maar mondjesmaat was vertegenwoordigd. Die geplande jachthaven is wellicht een uitkomst voor al die Alphense sloepenbezitters, maar levert, in verhouding tot de kosten, stad en gemeente niets op. En weer, veruit de meeste Alphenaren, zeker in de kernen, zal die haven een zorg zijn! Daarover een volgende keer.

Stadshart
Merkwaardig dat ons Stadshart nérgens binnen die City Marketing een plaats kreeg. En dat terwijl de stad het toch moet doen zonder het stedenschoon dat bijvoorbeeld Gouda of Woerden te bieden hebben. Dát moeten we in Alphen wel compenseren door juist het recreatief winkelen (naast Avifauna en Archeon de derde recreatieve factor) in ons Stadshart veel meer nadruk te geven. En dat betekent, U weet het, een hele stoet komende én gaande winkels, andere winkels, andere typen winkels, en vooral, een compacter stadshart en geen detailhandel buiten de winkelcentra!

Stad of Gemeente?
Niemand zal ontkennen dat de omgeving van onze stad, mét haar groen, én haar grotere en kleinere kernen, bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de stad Alphen aan den Rijn. Anderzijds kan de nabijheid van een aantrekkelijke, grotere plaats als Alphen aan den Rijn van belang zijn voor de aantrekkelijkheid van de kernen om ons heen. Maar het lijkt me dat je niet voor Alphen én de kernen één City Marketing beleid kunt voeren. Tenslotte heeft Boskoop nu, als ‘Greenport’ al meer imago dan Alphen aan den Rijn zelf. En is die plaats op een heel andere manier voor andere doelgroepen aantrekkelijk. En de kernen in het vroegere Rijnwoude is wéér een heel andere zaak.
Daarover ga ik eens doorpraten met mevrouw Lombarts.

Alphense Stadspartij

18 nov

Fusiegemeente Alphen aan den Rijn
De verkiezingen zijn achter de rug, de zetelverdeling bekend! De één likt zijn wonden, de ander verkeert (nog) in de politieke hemel. Intussen is er, conform de afspraken voor de verkiezingen, een informateur benoemd die de politieke opties voor de volgende vier jaar moet verkennen. Intussen is vanuit de coulissen van het politieke gebeuren al de term ‘matchfixing’ gelanceerd. Hoewel ik me daar zeker niet aan confirmeer, snap ik best dat er de nodige scepsis is over de manier waarop de politiek met de nieuwe situatie zal omgaan. Intussen ben ik de afgelopen maanden alleen maar gelukkiger geworden van mijn besluit om NIET op de Nieuw Elan lijst te willen staan. Als dat het geval was geweest, kon ik dit blog niet eens schrijven, en een heel stel eerdere ook niet. Maar de ‘Nieuwe Politiek’ van Nieuw Elan ligt me té na aan het hart, om nu maar te accepteren dat de gewenste, én noodzakelijke, verandering wordt gesmoord in politiek rekenwerk. Dát is pas echt misbruik maken van de kiezer en geeft die sceptici hun gelijk. Resultaat is dat zich opnieuw hele groepen van de politiek afwenden en democratisch bestuur van de gloednieuwe gemeente een farce wordt.

Stad en Ommeland
Ik heb het al eerder opgemerkt, op een drietal stembureaus na, was in de STAD Alphen aan den Rijn Nieuw Elan overal de grootste partij. Dat betekent tegelijkertijd dat het CDA overal elders, op Benthuizen na, de grootste partij was. Dát geeft gelijk de potentiële tweedeling in onze gemeente aan. Aan de ene kant een middelgrote stad die in zijn groeistuipen is blijven steken, aan de andere kant een bonte mengeling van grotere en kleinere dorpen. Aan de ene kant een stad die boordevol zit met ‘emigranten’ van buiten, zoals ik er (overigens al ruim 40 jaar) ook één ben, aan de andere kant het platteland, bevolkt door mensen die, in de termen van mijn vader, “bij elkaar op school zaten”. In een kleine coalitie van vier/vijf partijen leidt dit al snel tot tegenstellingen, waarvan vervolgens de VVD (te groot om er buiten te houden) handig gebruik gaat maken om hun ‘oude’ hobby’s door die tweespalt te duwen. Niks nieuwe politiek, dus, en waarvoor zijn we nou anders naar die stembus gegaan.
Nee, de enige manier om in die grote, nieuwe, gemeente een goede start te maken, is die tweedeling tussen stad en ‘omme’land te vermijden.

Breed college
Anders dan het in 2010 ging, en ook heel anders dan de ‘matchfixers’ suggereren, moet niet eerst het college worden samengesteld, maar moeten alle partijen een lijstje inleveren met wat voor hén de belangrijkste punten zijn voor de hele gemeente, voor de volgende tien jaar. Nu de verkiezingen voorbij zijn, kunnen de uit opportunisme stammende strijdpunten immers vervallen. Uiteindelijk moet daaruit een programma worden samengesteld dat recht doet aan de belangen van ALLE inwoners van de fusiegemeente. Tenslotte moeten de verschillende partijen verklaren daaraan mee te werken, óf, anders dan in 2010, voor de oppositie KIEZEN!
Daarna moet, op basis van competentie én politieke acceptatie (door andere partijen) een college worden gekozen dat zich NIET automatisch verzekerd zal weten van steun van alle deelnemende partijen, en dus binnen én buiten de coalitie moet onderhandelen. Dát geeft transparantie naar de kiezer, want met een brede coalitie wordt het wel érg moeilijk om alles binnen de spreekwoordelijke achterkamer te houden.

Het nieuwe Alphen aan den Rijn
Alleen met een brede coalitie krijgt het college de kans om zichzelf, maar ook alle belangengroepen vertrouwd te maken met de verhoudingen binnen die nieuwe gemeente. En daaraan kan dat college zelfs in crisistijden rustig bouwen, juist omdat ze steunt op een grote meerderheid aan partijen in de raad. En dan zien we over vier jaar wel weer hoe de vlag er bij staat.
Als onze politici toch weer terug willen naar de ‘oude politiek’, is dat niet meer dan kiezersbedrog, en zal er chaos ontstaan omdat ‘de stad’ en het ‘ommeland’ binnen én buiten de raad hun gelijk zullen willen halen. Geen burgemeester die dáár tegen bestand is.
Dan moet ik, om die belangen van die stadsbewoners nog enigszins in het vizier te houden, maar eens denken om ‘De Alphense Stadspartij’ van mijn oude politieke kompaan Gerard Meereboer opnieuw op te richten.

Bibliotheek overal, voor iedereen

13 nov

Navelstaren
Overal, ook in Alphen aan den Rijn, bezuinigt Nederland op voorzieningen, zonder te innoveren. Het gevolg is dat we steeds meer betalen, maar minder krijgen. Met name in de sector cultuur is dit te merken aan het verschijnsel ‘bibliotheek’. De reden is simpel, niemand lijkt bereid én in staat om afscheid te nemen van dit instituut in de vorm zoals we dat al jaren kennen. Helaas wordt dat instituut steeds duurder, waardoor handhaving alleen nog even mogelijk is wanneer gemeenten de bibliotheekfunctie concentreren op één centrale locatie. In Alphen leidde dat tot het jarenlang najagen van de onbetaalbare droom van een heus Cultuurhuis. Terwijl er nauwelijks genoeg geld voor een Bieb+, en ook die kan  alleen worden gerealiseerd als er een projectontwikkelaar voor de rest van het Lage Zijde plan wordt gevonden. Dát laatste zal nog wel even op zich laten wachten, zodat de ‘bieb’, mét of zonder plus, nog wel vele jaren in hun ‘tijdelijke’ onderkomen zal resideren. Intussen verdwijnt de bibliotheek uit onze wijken en kernen. Want de bibliotheekorganisatie, én de gemeente, kán alleen maar denken VANUIT het instituut zoals ze dat kennen, en wat de maatschappelijke functie daarvan is in HUN ogen. Dat navelstaren gaat er uiteindelijk nog toe leiden dat de bibliotheek als onbetaalbare overheidsvoorziening gewoon verdwijnt.
Is dat erg?
Nee, omdat er alternatieven zijn, zoals dat van De Mediashop zoals ik die op http://www.bricksenclicks.me en in dagblad Trouw publiceerde. Een volledig commerciële winkelformule waar burgers boeken, tijdschriften, Cd’s en Dvd’s kan kopen, huren en verhandelen in een winkel die zowel fysiek als virtueel functioneert.

Wijken en Kernen
Nederland veroudert snel, dat is één reden om het niet NODIG te maken voor van alles en nog wat ver te moeten reizen. Nederland vervuilt, dat een ándere reden vormt om niet voor van alles en nog wat de auto te moeten pakken. Voorzieningen als winkels, overheid, welzijn, medische zorg én cultuur zouden dus zoveel mogelijk over wijken en dorpen verspreid moeten zijn. Maar het tegendeel is waar. In Alphen aan den Rijn bestaat het huidige kernenbeleid erin dat juist zoveel mogelijk voorzieningen in het Stadshart worden geconcentreerd, en dat de kernen het moeten doen met wat daar niet past. Terwijl het veel logischer is om juist elke kern, wijk of buurt zoveel mogelijk voorzieningen toe te delen zodat deze dichtbij de steeds minder mobiele burger beschikbaar zijn, en die kernen, wijken en buurten daarmee, voor jong én oud, in leefbaarheid winnen.

Bieb Plus
Om de bibliotheekvoorzieningen optimaal binnen een steeds grotere gemeente te laten functioneren, moet je deze dus juist NIET in het Alphense Stadshart concentreren. Het is sowieso al onzin om zoveel dure vierkante meters te verspillen in wat grotendeels toch een ‘boekenmagazijn’ is. Daar lopen nú al steeds minder mensen te zoeken tussen de rekken, en steeds meer mensen bestellen hun boeken en DVD’s via de website, en gebruiken die peperdure voorziening alleen nog als ‘ophaalpunt’. Een trend die de komende tien jaar alleen maar zal doorzetten. De door de gemeente gewenst Bieb+ is niet alleen nú al een dynosaurus, maar ook nog een financieel zwart gat waarin steeds meer Alphense Euro’s spoorloos verdwijnen. Nee, ‘mijn’ Biep Plus bestaat uit niet meer dan een ruimte van hoogstens 200 vierkante meter, gedeeld met een boekhandel en/of horecavoorziening, waar gebruikers bestelde boeken en Dvd’s ophalen en terugbrengen, met een beperkte uitstalling van voornamelijk nieuwe titels, een thematentoonstelling en wat ruimte voor culturele activiteiten. Kantoor én logistiek zijn gehuisvest in een centrale locatie op één van onze industrieterreinen.

Kernen, Wijken en Buurten
Het is duidelijk dat bovenstaande combinatie alleen mogelijk is op plaatsen waar veel aanloop is, want die ‘Biep Plus’ is natuurlijk open wanneer alle winkels open zijn.
Rond deze centrale vestiging zal deze fulltime exploitatie niet mogelijk zijn en zullen combinaties met welzijnswerk, scholen, kerken en andere voorzieningen gezocht moeten én kunnen worden. Juist omdat de gebruikers direct rondom deze vestigingen wonen, hoeven ze maar op bepaalde tijden open te zijn, en, omdat ze toch hoofdzakelijk als uitdeel- en innamepunt functioneren, kunnen ze door vrijwilligers bemand worden. Een leestafel, een aantal computers en een koffieautomaat is, met een beperkt, maar wisselend assortimentje aan kleuterboekjes, voldoende om de ‘bieb’ in wijk, buurt of kern te laten leven. Meer dan 50 goedkope vierkante meters is daarvoor niet nodig, die vrijwilligers maken er wel wat van.

Duurzaam
De fysieke bereikbaarheid is optimaal, de opzet is duurzaam (loopafstand), goedkoop én kan gemakkelijk aan de vraag worden aangepast. Want, hoewel boeken en tijdschriften misschien nooit zullen verdwijnen, zullen ze wel steeds vaker via de snel populair wordende tablets worden gelezen. Kortom, het is belangrijk dat de capaciteit snel kan worden aangepast, zonder dat de functie gevaar loopt.
Tja, en als er al grotere manifestaties nodig zijn, kan de bibliotheekorganisatie ruimte bij anderen inhuren, of, veel verstandiger, samenwerken met boekhandels of winkelcentra (pop-up winkels, shop-in-the-shop, kiosken, etc.).
Het mooie van de hele situatie is dat die bibliotheekorganisatie hier het computersysteem al voor heeft, in bepaalde gevallen kunnen, ook nu al, bestelde boeken en Dvd’s thuis worden bezorgd.

Waarom blijven we nog steeds vasthouden aan die steeds onbetaalbaarder droom van één grote centrale bibliotheek? Waarom? Alleen omdat een ‘Bieb’ eruit moet zijn als een ‘Bieb’? Tegen alle prijs?

Het Zwarte Gat

27 jun

Alle ogen op kwatta
Het Thorbeckeplein gered, Alphen gered, zo lijkt het wel, als we de media, politici en bestuurders van Alphen aan den Rijn volgen. Niet alleen het Alphense Geld, maar ook alle aandacht lijkt te verdwijnen in dat zelfgecreëerde Zwarte Gat van het Thorbeckeplein. Vóór of tegen VORM!

Thorbeckeplein
Dat VORM zich alleen maar bezighoudt met dat plein, is niet anders dan logisch. Het is het enige deel van Alphen waarin dat bedrijf geïnteresseerd is.
Dat de vier hierbij betrokken wethouders net doen of dat Thorbeckeplein het enige probleem van Alphen is, is kwalijker, maar nog wel te begrijpen. Tenslotte hebben ze, door ‘De Lage Zijde” jarenlang een steeds groter deel van de politieke koek te maken, zichzelf met de rug tegen de muur gezet. Maar het is vreemd dat ze dat hele Lage Zijde plan verkleinen tot het Thorbeckeplein. Want voor de zo gewenste representatieve entree van Alphen heeft het college zich al jaren geleden door ‘Wonen Centraal’ in de hoek laten zetten. Gelukkig willen Rob Donninger c.s. die flats nog altijd door nieuwbouw laten vervangen, maar dát gedeelte is al helemaal geprivatiseerd en uit het gezichtsveld van onze politici verdwenen.
Maar het vervelendste is wel dat ook onze politici, coalitie én oppositie, zich als wolven storten op dat plein, en dat zelfs het bedrijfsleven, vertegenwoordigd door de VOA, daar eigen kansen nastreeft. Zelfs onze winkeliers denken dat de Alphense gloriedagen met een nieuwe invulling van dat plein vanzelf terug komen. Welterusten!

Ons Stadshart is groter dan het Thorbeckeplein
Natuurlijk probeert VORM uit alle macht die 10.000 vierkante meter in hun “Lage Zijde Plan” te vullen. Wat moeten ze anders. Natuurlijk kunnen ze, in deze moeilijke tijden, daarbij de tegenwerking van de plaatselijke winkeliers in de Brancheadviescommissie niet gebruiken. Even natuurlijk boeken ze elke winkel in die daarvoor de centen op tafel kan leggen, en zal VORM er niet mee zitten als dit winkels betreft die nu elders in ons Stadshart een vestiging hebben. En die vervolgens leeg achterlaten. Of dat de nieuwe winkels aan dat plein (Hoogvliet!) de ondergang van bestaande bewerkstelligen.
Kortom, het kán gewoon niet anders dan dat de 10.000 vierkante meters winkelruimte aan het Thorbeckeplein minstens 10.000 lege vierkante meters elders in de stad achterlaat. Zeker als in september De Baronie haar poorten opent, en alleen de ACTION daar stadshartwinkels als HEMA, BLOKKER en V&D al minstens 10% van de huidige omzet gaat kosten. En ons Stadshart nóg eens 10% bezoekers! Kortom, de ontwikkeling van De Baronie, anders dan als buurtcentrum, was al een grote fout van onze politici. Maar met het absoluut willen realiseren van winkels aan het Thorbeckeplein, compenseren ze die fout niet, maar verdiepen die alleen maar. Het is werkelijk wachten op de klap, en dan kunnen we een nieuw reddingsplan voor ons hele Stadshart gaan opstellen.

Leefbaarheid niet bepaald door Stadshart
Natuurlijk zou ons Stadshart de natuurlijke spil van de detailhandelsinfrastructuur in onze directe omgeving moeten zijn. Maar dan moet je de ontwikkelingen in dat Stadshart wél in samenhang met de ontwikkelingen van winkelvoorzieningen in de wijken en kernen om ons heen willen zien. Want waarom zouden Aarlanderveners niet gewoon hun boodschappen doen in Nieuwkoop of Ter Aar, tenslotte doen veel Alphenaren dat ook al. Wat let de Zwammerdammer om zijn boodschappen in het compacte winkelhart van Bodegraven te doen? Wij Alphenaren hebben toch weinig gedaan om daar de lokale voorzieningen te handhaven? Ik hoor het Bas Wienbelt (VVD, uiteraard) nóg zeggen: Economische wetmatigheid! Als dat waar was, waren de winkels in Koudekerk, Hazerswoude-dorp en Benthuizen immers allang verdwenen! In Alphen aan den Rijn denken we aan ‘wijkgericht werken’ te doen door steeds meer consumenten uit onze kernen en wijken naar ons Stadshart te zuigen, in plaats van ons zorgen te maken over de leefbaarheid buiten dat Stadshart.

Naar een compact Stadshart
Ik ben allang niet meer de enige retailspecialist die stelt dat, na jarenlange groei, stadscentra gebaat zijn bij concentratie. En dat niet alleen omdat de concurrentie van het internet, die fors wordt overdreven, de winkels verdrijft, zoals internetprofessor Cor Molenaar ook veel retailers wil doen geloven. Nee, niet dat internet, maar vooral de huidige crisis zal voor nog veel lege winkelruimtes zorgen. Waar het internet voor gaat zorgen is een grote VERANDERING in het Retail concept van winkeliers. Daarbij zal geen sprake meer zijn van een winkel of een webwinkel, maar van nieuwe formules, gebaseerd op het geïntegreerd inzetten van fysieke winkelruimte in symbiose met webwinkels. Daarin is geen plaats voor het geloof in de klassieke ‘toeters en bellen’ methodiek in commerciële communicatie. Maar wel voor het omarmen van een stevig pakket aan interactieve “Nieuwe Media”. Winkeliers, dienstenaanbieders, horecamensen en culturele voorzieningen gaan in één aantrekkelijk, verrassend, maar vooral compact Stadscentrum intensief samenwerken. In dat denken past geen nieuwe winkelruimte aan het Thorbeckeplein!
Dát moeten onze politici, graag vóór de verkiezingen, nou eens begrijpen.