Tag Archives: Stadshart

Koopzondag failliet!

11 okt

Redding van het Stadshart?
In maart besloot de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn, op uitdrukkelijk verzoek van de Vereniging Ondernemingen Alphen aan den Rijn (VOA) het voortaan aan de ondernemers over te laten hoe vaak en wanneer zij op zondag hun bedrijven open wilden stellen. Je mocht verwachten dat de actieplannen al jaren klaarlagen, maar het tegendeel was waar. Maar nu die politieke stofwolk is verdwenen blijkt dat de Alphenaren wel graag een koopzondag willen, maar in de praktijk niet te komen. Uiteindelijk besluiten de winkeliers om de winkels elke eerste zondag van de maand te openen, maar dat was voor de liberalisatie ook al het geval. En wat zegt de winkelier nu? “Zondag open is niet zaligmakend”!

Featured image

Het heeft even geduurd, maar de liberalisering van de winkelopenstelling leidde in Alphen, maar ook in de hele regio NIET tot betere resultaten van onze winkeliers, en, behalve in de grotere steden en recreatiegebieden (waar dat al jaren mocht) blijken de winkeliers voor het overgrote deel eieren voor hun geld gekozen te hebben. Ze blijven op zondag gewoon dicht. Daarmee blijkt dat ik, vanuit mijn religieuze en sociale achtergrond toch al geen voorstander van koopzondagen, gelijk had door te stellen helemaal geen religieuze argumenten nodig te hebben om tegen die vrije koopzondag te zijn. Die argumenten, beste lezer, stonden, uitgesproken door winkeliers, zaterdag 10 oktober gewoon in AD/Alphen.

Strohalmen
In tegenstelling tot wat onze regering en zelfs een organisatie als InRetail beweert, is ‘de crisis’ nog lang niet over. Eén blik ’s ochtend’s op de AEX index geeft al aan dat ons bedrijfsleven maar niet kostbaarder wil worden, een teken aan de wand voor alle economische positivisten (die combinatie kán bijna niet!) die elke dag opnieuw de huid van de beer aanbieden voordat het beest is geschoten.
Intussen blijven retailers, of ze nu groot of klein zijn, zich aan elke strohalm die zich aanbiedt, vastklampen: Risico Kapitaal, Nieuwbouw, Trekkers, Omnichannel, Vrij Parkeren én, uiteraard, de KOOPZONDAG.

— Hoewel er nog altijd voorstanders van Risico Kapitaal in retail ondernemingen bestaan, kán hun voorkeur toch niet gevoed worden door klinkende resultaten, integendeel!
— Nieuwbouw, zoals we dat zien aan de Alphense Hoge Zijde, heeft aanzienlijk meer winkelruimte opgeleverd, maar sinds de opleveringen in 2004 loopt het aantal winkelende kopers alleen maar terug. Dus drukken die meerdere én duurdere vierkante meters elk jaar zwaarder op de economische resultaten (EBITHA) van onze retailers. Natuurlijk wordt het tijd dat het gedoe aan de Lage Zijde eindelijk eens wordt opgelost, maar tot drommen nieuwe kopers gaat ook dat echt niet leiden.
— Trekkers, zoals MediaMarkt, Hoogvliet, McDonalds en H&M in het Alphense Stadshart trekken wel klanten, maar hebben de teruggang in winkelend publiek in dat Stadshart, ondanks de overspannen verwachtingen, ook geen halt toegeroepen. Ze vormen, en in Zoetermeer is dat (PRIMARK) al aangetoond, vooral een concurrent voor de bestaande winkelformules.
— Omnichannel, de vervlechting van fysieke winkel en webshop, levert al evenmin wat men ervan verwachtte, omdat die winkeliers geen afscheid willen nemen van hun verouderde winkelformule en verouderde denkbeelden over wat de klant werkelijk wil. In wezen vormen de bestaande winkeliers de redding van veel webshops.
— Vrij Parkeren zou drommen winkelend publiek binnen halen maar waar het is ingevoerd (o.a. in het Zoetermeerse Stadshart) heeft men net zoveel leegstandsproblemen als in het Alphense Stadshart. Overal waar het Stadshart wél goed loopt, zoals in onze echt grote steden, betalen de klanten zonder problemen de soms excessief hoge parkeerkosten. Ach, als je je voor honderden Euro’s in het nieuw steekt, kan 20 Euro parkeergeld er ook wel vanaf!

Koopzondag ánders
Tien jaar geleden zette ik al een schets op papier voor een ‘nieuw uitgevonden’ zondag die een zinvolle aanvulling op de bestaande ‘koopzaterdag’ (pas op, die bestaat ook nog maar sinds de zestiger jaren) zou kunnen worden. In mijn overtuiging dat een ‘tweede’ zaterdag noch de koper, noch de verkoper iets zou brengen. Een zondag die voor iedereen, religieus of niet, een geheel eigen beleving zou opleveren en waarin het Alphense Stadshart haar bevolking, én omwonenden, linksom of rechtsom een zinvolle besteding van die dag zou gaan opleveren. Een zondag waarbij niet alleen horeca, culturele instellingen,kerken en winkels, maar ook de overheid en daaraan gelieerde instellingen (Participe, Bibliotheek, etc.) hun steentje bij zouden dragen. Inderdaad, een zondag ánders. Maar uiteraard wacht men liever op een simpeler oplossing, gewoon op zondag de winkeldeuren open. En dát blijkt, zoals ik toe al stelde, niet te werken!
Peter van den Belt van het AD stelt dan ook rustig: “Groene Hart-winkeliers leggen zichzelf beperkingen op”. Oftewel, zoals dat al eerder bleek uit de krachtmeting tussen grootwinkelbedrijf en kleinbedrijf, later tussen klassieke retailers versus webshops, vormen de winkeliers zelf hun grootste concurrent.
Met hun inerte gedrag spelen ze, uiteraard onbedoeld, de grote steden, perifere winkels (IKEA, etc.) en de pure webshops in de kaart. En ze worden daarin, tot mijn groeiende verbijstering, zowel lokaal (VOA) als nationaal (InRetail, Detailhandel Nederland) gesteund.
Nu ook de liberalisatie van de koopzondag geen soelaas biedt, gaat retailend Nederland opnieuw geen echte oplossing zoeken, maar gewoon een nieuwe strohalm. Wedden?
Maar in Alphen gaan we vast ons Stadshart ‘redden’ door van de Hooftstraat weer een nieuwe Koopstraat maken!

ACTION en LA PLACE

24 aug

Eindelijk positieve ontwikkelingen
De Ridderhof
Ik denk niet dat winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn kan overleven zonder de ingrepen zoals Dick Vos en ik dat in het ‘Knots’ boekje hebben beschreven. Maar het zal elke Riddervelder duidelijk zijn dat de nieuwe ACTION meer bijdraagt aan de leefbaarheid van de wijk, en de omzetkansen van de retailers daar, dan de zoveelste supermarkt. Jaren geleden voorspelde ik al dat het oude ‘wijkwinkelcentrum’ naast de Herenhof alleen overlevingskansen als ‘laaggeprijsd buurtwinkelcentrum’ zou hebben. Hoewel eigenaren en veel winkeliers ervoor kozen helemaal niets te doen, is het dat natuurlijk allang geworden, en de komst van de Action is daarvan een duidelijk bewijs.
De Lage Zijde
Een aantal politici blijven strijden voor een openbare culturele functie van het aloude Nutsgebouw aan het Thorbeckeplein. Ook de nodige lokale ondernemers zagen dat pand als een welkome mogelijkheid om rijk te worden. Terwijl, nu het er zo eenzaam staat, toch ook een niet bouwkundige zoals ik, al gauw duidelijk wordt dat er grote investeringen nodig zijn om dat pand tot een ‘Place to be’ voor vooruitstrevend Alphen te maken. De gemeente heeft dat geld niet (meer), en deze ondernemers hadden het ook niet, dus mag de stad, en de gemeente, blij zijn dat het bloeiende deel van V&D, La Place, het tot startpunt maakt voor haar nieuwe horeca/retailformule.
Daarnaast lijkt, met de bouw op het voormalige Thorbeckeplein in volle gang, ook een oplossing gevonden te zijn voor de bebouwing van het Aarplein. Het wordt dus tijd om nieuwe keuzes te maken voor onze openbare bibliotheek. Waar het, nét als in de winkels, gewoon totaal anders moet in dit internet tijdperk. Het huidige business model is, net als dat van de muziekschool, immers al bijna vijftig jaar oud!
De Hoge Zijde
Na alle geblaat over prachtige, maar absoluut onhaalbare ‘hotel’ initiatieven rond de oude Bonifaciusschool, lijkt er nu eindelijk een oplossing in zicht die recht doet aan dit beeldbepalende gebouw aan het omloopkanaal. Nu nog (dat is nu wel bewezen, lijkt me) de commercieel onbruikbare ‘Kunstverdieping’ (de winkel kan blijven) wegbreken, dan kan de monumentale Adventskerk weer haar plek in het Alphense Stadshart terugkrijgen.

ACTION
Discounter Action is groot gegroeid omdat de bestaande grote retail concerns, waaronder Blokker, zichzelf blokkeerden in “Actieve Inertie”. Een vorm van navelstaren die grote en vanouds succesvolle bedrijven als Blokker, V&D en HEMA ten gronde richt, ten gunste van ACTION (Zoals Primark en MediaMarkt dat in andere markten deden), dat overal nieuwe vestigingen opent. Green dacht een goede slag geslagen te hebben door ACTION, en vooral de klanten van die ACTION, binnen het BARONIE complex te halen. Maar nu Alphen-Noord haar eigen ACTION winkel krijgt in De Ridderhof, zullen er beslist veel minder Alphenaren de trip over de rivier maken. Tenslotte, een Hoogvliet, een LIDL en een Primera hebben we hier ook wel, er is geen Albert Heijn vestiging aan de Hoge Zijde, en ook de enige echte JUMBO van de stad staat in ‘Noord’. Nee, voor zover de plannen voor een regionale betekenis van die Baronie al niet door de commerciële invulling (of juist het gebrek daarvan) ervan al eerder schipbreuk leden, nu is de doelgroep gehalveerd. En wordt De Baronie het buurtwinkelcentrum waarvoor het niet werd gebouwd. Een verklaarbare actie van ACTION, maar één die exploitant Green van Jan Zeeman niet blij zal maken. De winkeliers daar ook niet, uiteraard. Ook de timing, zonder Julianabrug, is dodelijk, in dezen.

LA PLACE
La Place heeft zich in de afgelopen decennia zo ontwikkeld dat deze restaurantformule het warenhuis V&D helemaal niet meer nodig heeft. De pilotvestiging in het Alphense Nutsgebouw bewijst dat voldoende. Maar omgekeerd is dat helemaal niet het geval, V&D heeft La Place hard nodig om te overleven.

Voor een warenhuis als V&D waren, vijftig jaar geleden, het bezit van zowel een supermarkt als een restaurant een vanzelfsprekendheid. De supermarkt verdween met de overname van de EDAH supermarktketen, en daarmee verdween de ‘Boodschappenfunctie’ van de winkel. De kunst van het leiden van dit bedrijf bestond erin dat je die ‘boodschappenfunctie’ kunstig vervlocht met het ‘recreatief winkelen’, het tonen van ‘de wereld’ in een tijd dat internet, en zelfs kleuren-TV nog niet bestond, en, natuurlijk, gezellig bijkletsen in het café-restaurant in een Nederland dat nog niet vergeven was van de horecagelegenheden en terrassen. Het is een publiek geheim dat V&D er nooit in geslaagd is de transitie naar een moderne koopbelevenis te maken. Intussen vielen, ook door de concentratie op speciaalzaken door Anton Dreesmann, steeds meer afdelingen weg. Wie nu over de ‘speelgoedafdeling’ loopt, kan zich niet voorstellen dat V&D, met sport, camping en kantoorboekhandel, daarin ooit marktleider was. Maar met het verdwijnen van die supermarkten waren er opeens mogelijkheden voor de ontwikkeling van een compleet nieuwe restaurantformule op de begane grond: La Place.
Wie nu voor de V&D vestiging in Alphen aan den Rijn staat, ziet eigenlijk alleen maar La Place, links het restaurant, rechts de counter. Om het eigenlijke warenhuisaanbod te bereiken moeten de Alphense klanten tussen de etensdampen doorlopen.

Tja, ze kunnen vanuit V&D meer beweren, maar met een gloednieuwe vestiging, mét terras aan de verbrede Aar, die ook ’s avonds open is, zal de oude vestiging, een paar honderd meter verder, teveel klanten verliezen om nog rendabel te zijn. Alleen, is V&D rendabel zonder La Place? Beslist niet, de economie van een warenhuisbedrijf kennende. Dus als iemand nog ideeën heeft voor 1500 m2 winkeloppervlak midden in de stad? Een overdekte markt, als synthese van de huidige weekmarkten én City Bazaar? Op de begaande grond is dat zeker een mogelijkheid, toch?

MegaMalls contra Stadshart?

10 aug

Het zijn dé slechte dromen van retailers, ook in Alphen aan den Rijn, de grootschalige winkelgebieden (ver) buiten de stad, waar zeer grote winkels elke kans op eerlijke concurrentie bij voorbaat de nek omdraaien. Of ze nou Autoplaza, Alexandrium, Goudse Poort, Centre’O, IKEA of Bataviastad heten, ze worden gezien als het belangrijkste gevaar voor ons Stadshart naast het Internet. Is dat zo? U voelt het al, ja én nee.
Want ten eerste hangt het van het soort Mall af, en, uiteraard, van de manier waarop centrumwinkeliers hier individueel én collectief op inspelen.

Malls
De zich bedreigd voelende winkeliers hebben de neiging om al dat grootschalige gedoe ‘in de wei’ over één kam te scheren, maar dat is zeker niet handig, als je je daartegen teweer wilt stellen. Daarom even een rijtje, mét de meest kenmerkende eigenschappen.
Mega Mall Een compleet winkelcentrum waarin honderden grote en kleine winkels bestaande stadscentra in wezen overbodig maken. Hoewel kapitaalkrachtige lieden steeds opnieuw proberen zoiets in Nederland van de grond te krijgen (Tilburg, Geldermalsen, o.a.) bestaan deze winkelcentra hier nog niet. En dat is maar goed ook, want ervaringen in Duitsland (ik heb ooit een artikel geschreven over Centre ’O in Oberhausen: “Praktisch en gezellig winkelen naast de Snelweg”, dagblad Trouw 5 januari 2005) wijzen uit dat zoiets desastreuze effecten heeft op bestaande Stadscentra in de wijde omtrek. In Frankrijk zie dat minder, omdat de stadscentra daar, buiten de echt grote steden, historisch weinig voorstellen. Hetzelfde speelt in de US, dus die landen zijn absoluut niet te vergelijken met de winkelsituatie in Nederland.
Meubelboulevards en Autoplaza’s Niemand lijkt zich te realiseren dat indertijd het aanbod van meubilair en woninginrichting onder veel protest naar buiten de stad is verhuisd. Hoewel de eerste meubelboulevard (Beverwijk) al uit de zestiger jaren van de vorige eeuw stamt, is deze verhuizing uit de binnenstad in Alphen pas laat op gang gekomen. Vreemd genoeg worden autoshowrooms niet als ‘winkel’ gezien (hoewel ze dat natuurlijk wel zijn), maar een grote fietsenwinkel als ‘Gek van Fietsen’ juist wel. Gek genoeg heeft juist deze verhuizing er wel toe geleid dat er ín de stadscentra ruimte kwam voor winkels die niet primair de meubels of de stoffering, maar de aankleding van de woning (woonstijlwinkels van allerlei aard) centraal stellen. Gek genoeg kreeg MediaMarkt, ontwikkeld voor dit soort lokaties, in Nederland de kans om overal midden in steden te gaan zitten, terwijl ze nauwelijks aan de aantrekkelijkheid van die stadscentra bijdragen.
Gespecialiseerde beleveniswinkels Zeker voor aankopen die een consument niet elke dag doet zien we overal grote super-gespecialiseerde winkels ontstaan op industriegebieden (met ontheffing) zoals ‘De Goudse Poort’. Een bekend voorbeeld daar is ‘De Vrijbuiter’ (camping en outdoor), maar ook sportmegastore Topshelf (Cruquius) is een voorbeeld, of, landelijk bekend, Zwerfkei in Woerden. Dit soort megawinkels zijn er in alle branches (Blijdesteijn in Tiel, sinds 1833!, is een zeer groot modehuis in het bescheiden Tiel, en ook Van Tilburg in Nistelrode is een goed voorbeeld. Trouwens, in Alphen aan den Rijn blijkt de ambitie van Slaapkamerspecialist zelfs onze Euromarkt al ontgroeid te zijn. En ook “Gek van Fietsen” heeft, in een vroegere garage gehuisvest, als ‘belevingswinkel’ landelijk naam gemaakt. Tja, en heeft er nou nog nooit in de file voor een IKEA vestiging gestaan?
Warenhuizen HEMA, C&A of Vroom & Dreesmann werden in de tijd dat ik daar werkte, met ’85 winkels onder één dak’ nog gezien als dé ultieme bedreiging van de plaatselijke middenstand. Dat was de tijd waarin afdelingen als Speelgoed, Sport, Camping, Doe-het-Zelf of …Baby zonder meer de grootste speciaalzaken van een stad waren. C&A de modesector bepaalde, en de HEMA een ‘Value for Money’ propositie had die niemand kon evenaren. De ontwikkelingen binnen de retail hebben, met het geklungel van de directies van die ketens, aan die riante positie een einde gemaakt, terwijl diezelfde winkeliers zich nu zorgen maken of die ketens wel overleven! Het kan verkeren, maar duidelijk is dat dit soort winkels geen bedreiging voor het Stadshart vormen.
Factory Outlet Centers Een heel apart soort winkelcentra waar, in betrekkelijk kleine winkels, fabrikanten, importeurs én detaillisten de overgebleven goederen van het afgelopen seizoen zeer goedkoop aanbieden in een sterk themagericht ‘winkelcentrum’ met enorm grote parkeervoorzieningen. Centra als het Design Centre in Roermond, of Bataviastad in Lelystad trekken uit de wijde omtrek duizenden koopjesjagers die er vaak met de hele familie een leuk dagje van maken. Tja, op is op, je moet wat geluk hebben met maat, kleur of model. Alphen aan den Rijn had er één kunnen hebben waar vervolgens stadshart én recreatieparken van hadden kunnen profiteren, maar de winkeliers onthielden zich deze kans. Die winkeliers wilden in Zoetermeer wel, maar daar stak de provincie een stokje voor.

Politiek
Laten we hopen dat onze politici zo verstandig zijn de Mega Mall definitief buiten de deur te houden. Het potentieel aantal Factory Outlet Centers is beperkt. Klanten er maar een paar keer per jaar, zodat ze heel grote verzorgingsgebieden hebben (straal tot 100 km). Die vormen dus geen gevaar voor ons Stadshart.
De vorming van ‘beleveniswinkels’ is echter een trend waaraan de centrumwinkeliers maar moeten wennen.

De Megastore
Hoewel klanten vanouds gewend zijn zich voor belangrijke aankopen naar de speciaalzaken in de centra van steden te begeven, was het al langer dan honderd jaar geleden een feit dat men meer keus had naarmate het Stadsgebied groter werd. Veel consumenten uit een middelgrote stad als Alphen aan den Rijn deden dit soort infrequente, voor hen belangrijke, aankopen al jaren in de grotere steden om ons heen. Het in planologenkringen bekende schema van Cristaller (1934) is daar al op gebaseerd. De sterk gegroeide mobiliteit van de consumenten maakte dat ook, voor in de zestiger jaren, steeds eenvoudiger. Het idee van onze centrumwinkeliers dat de burgers van hun stad voor deze ontwikkeling, en voor het internet, letterlijk alles bij hen kochten is een historische misvatting. Het idee dat ze ‘recht’ zouden hebben op de Euro’s van hun stadsgenoten, is zelfs een gevaarlijke droom.

Natuurlijk creëert beschikbaarheid vraag, maar aan het ontstaan van die Mega-Stores ligt deels de ‘inertie’ en kopieerdrang van de lokale middenstand ten grondslag, deels de nieuwe communicatiemiddelen die de consument doen beseffen dat er veel meer te koop is dan het aanbod in hun Stadshart. Wat we dan ook zien is dat naast de al eerder genoemde trek naar grotere steden, in snel tempo Megastores worden ontwikkeld die extra koopkracht uit de bestaande stadscentra, gemeenten en regio’s onttrekken. Onderstaand schema geeft aan dat er uiteraard dit soort aankopen nog steeds in stadscentra, of zelfs dorps- en wijkwinkelcentra worden gedaan. Maar steeds vaker wil de consument zich letterlijk onderdompelen in een veelheid van aanbod die ze in de eigen omgeving niet hebben.

Featured image

Dat leidt tot een definitieve verandering van klantenstromen die, in tegenstelling tot wat in de reclamesector graag wordt beweerd, niet kan worden gestopt door allerlei commerciële acties, evenementen, lokale munten (Alpha’s) of een beroep op plaatselijke solidariteit. De plaatselijke middenstand moet zich hierop instellen door hun lokale consument te bieden wat die megastores nooit zullen kunnen, een persoonlijk contact met de winkeliers in een aantrekkelijk centrum waarin winkelen veel meer is dan boodschappen doen. Dát leidt al heel snel tot de ontwikkeling van een gedifferentieerd aanbod in kleinere, gespecialiseerde en steeds vaker gecombineerde winkels in een compact Stadshart. Waar toepassing van het “De Nieuwe Winkelier” concept betekent dat die winkeliers hun klanten in die kleinere winkels via hun webshop een veel bredere keus kunnen bieden dan die jaren hebben gezien. Hoe langer de centrumwinkeliers, ook in Alphen aan den Rijn, nog in hun verouderde winkels in een verouderd Stadshart hun klanten teleurstellen, des te meer jagen ze die klanten naar de Megastore, en naar het Internet.
Tegen deze stroom ingaan leidt tot niets. Zoals ik ooit hoorde: “Welke kant je in Nijmegen ook opzwemt, uiteindelijk komt je in Rotterdam terecht!”
Uiteindelijk leidt dit tot de teloorgang van dat Stadshart, en zou de, ook door mij verfoeide, “MegaMall” een realiteit kunnen worden. Om dat te ervaren is het voldoende om een ritje naar Centre’O bij Oberhausen, of naar Wijnechem bij Antwerpen te maken. Je moet je alleen wel realiseren dat er in heel Zuid-Holland wellicht maar ruimte is voor drie van die dingen. Consumenten willen, indien gevraagd, natuurlijk graag zo’n Megamall, tot ze doorkrijgen dat ze voortaan daar voor al hun inkopen heen te moeten rijden.
Want dát staat natuurlijk niet in zo’n enquête!

Revival Alphens Stadshart

1 aug

Stadhart
Wie kent niet de problemen in het Alphense Stadshart waar ondanks veel nieuwbouw aan Hoge én Lage Zijde, ondanks de komst van ‘trekkers’ en ondanks een groeiende stroom aan evenementen elk jaar minder consumenten komen winkelen. Alleen gevaarlijke optimisten denken nog dat het, internet of niet, allemaal vanzelf weer goed komt. Want winkeliers die de mogelijkheden van dat internet niet willen inzien, en die mogelijkheden ook niet toepassen in hun winkelformule, zullen de komende jaren niet overleven, als ze nog bestaan. Dát betekent nóg meer leegstand, en de start van de vicieuze cirkel die het einde van ons Stadshart zal betekenen, zoals ik in mijn voorgaande blog schetste.

Het Nieuwe Winkelen
Internet professor Cor Molenaar schrijft bijna zoveel boeken als ons aller Robert Blom, en in 2010 verscheen zijn boek over dat nieuwe winkelen. Cor tekende een heel schema over hoe in het internet tijdperk consumenten tot aankoop van goederen en diensten zouden komen. De rand van dit schema (rode pijlen) geeft aan de ‘klassieke’ manier van handelen, van oriëntatie tot koop, zoals dit al eeuwenlang plaatsvond.

Featured image

Nieuw in dat klassieke proces was alleen wáár die aankoop plaatsvond, niet langer in de winkel, maar in de webshop (gele pijl). Want in de visie van Molenaar speelden winkels alleen nog een rol als ‘showroom’, waar de producten die consumenten in webshops hadden bestudeerd, daadwerkelijk konden worden bekeken en aangeraakt. Inmiddels lijkt hij van die dwaling bekeerd te zijn, maar dít was het concept waarmee hij landelijk bekend werd: “Het Nieuwe Winkelen”. Een concept dat (te) snel werd omarmd door het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, tegenwoordig InRetail geheten. Hoewel er op verschillende plaatsen allerlei activiteiten rond dit idee werden ontplooid, zijn ze zonder uitzondering een zachte dood gestorven. En met die initiatieven ook Het Nieuwe Winkelen zelf!
In 2012 lanceerde ik als tegenhanger het concept ‘De Nieuwe Winkelier’ op http://www.bricksenclicks.me. Hierin stond nu eens niet het koopproces van de consument centraal, maar de manier waarop winkeliers zich een nieuwe toekomst kunnen scheppen door het internet te gebruiken voor een compleet ander soort winkel. Een winkel waarin de unieke mogelijkheden van de fysieke winkel worden gecombineerd met de unieke mogelijkheden van de webshop.

Winkels ouderwets?
Cor Molenaar en zijn aanhangers in de Nieuwe Media kenden maar twee werelden: die van de ‘ouderwetse’ winkels en die van de oneindige horizonten van de webshops. Zij voorzagen een heuse titanenstrijd met een voorspelbare afloop. Van de winkels zou niets anders overblijven dan een paar showrooms, winkelcentra zouden verschrompelen in een wereld waarin niemand meer de huiskamer zou verlaten om aankopen te doen. Voor hen, zonder scholing en/of ervaring in winkelverkoop, was ‘retailing’ niet anders dan een logistieke operatie om de beschikbare goederen uit de hele wereld in contact te brengen met de consument. Een operatie waarbij de webshop vele malen aantrekkelijker zou zijn dan de fysieke winkel.
Heeft hij daarin ongelijk? Grotendeels wel, want winkelen, en zelfs boodschappen doen, is veel méér dan jezelf voorzien van noodzakelijke goederen. Waar consumenten steeds meer ‘beleving’ vragen bij hun aankoop, zien we dat de webshop daarvoor heel beperkte mogelijkheden heeft, terwijl dit, mits de winkelier daarop inspeelt, het sterke punt is van zowel individuele winkels als van winkelcentra.
Maar hij heeft deels gelijk, in die zin dat geen enkele winkel zo groot is dat alle beschikbare aanbod op de wereldmarkt daar getoond, en geleverd kan worden. Winkeliers doen aan ‘preselectie’, ze vormen uit dat enorme aanbod een assortiment waarvan zij denken dat dit hun klanten de beste keus biedt. Terwijl een webshop niet eens gelimiteerd wordt door wat in hun magazijnen is opgeslagen, want ze kunnen via links met andere webshops letterlijk ‘de wereld bij U thuis’ brengen, zonder ook maar één product op voorraad te hebben. Ze bemiddelen daar alleen in, wat Anderson (The Long Tail) Digital Retail noemt.
Wat lag er nu meer voor de hand dan het integreren van de sterke punten van zowel fysieke winkels met de sterke punten van die webshops: De Nieuwe Winkelier.

De Nieuwe Winkelier
Bij de opzet van assortimenten zien we dat winkels, in de illusie daarmee elke klant tevreden te stellen, hun ‘kernassortiment’, de goederen die de klant in hun winkel verwacht, uitgebreid hebben met steeds meer ‘randassortiment’, méér merken, méér soorten, méér kleuren, méér maten en méér prijsklassen. Winkeliers gingen verder door hun assortiment ‘service producten’ (denk aan schoenveters bij schoenwinkels) enorm uit te breiden, zodat ze nog meer konden verkopen aan klanten die niet dáárvoor die winkel bezochten. ‘Branchevreemde” artikelen werden gemeengoed, zodat het begrip ‘branche’ in feite is verdwenen. Uiteindelijk leidde dat tot almaar groeiend winkeloppervlak, tot schaarste aan ruimte in de bestaande winkelcentra, en uiteindelijk tot almaar hogere huurprijzen. Maar ook tot meer personeels-, energie- en voorraadkosten. Daarbij gingen winkels die steeds vaker elkaars producten gingen verkopen, steeds meer op elkaar lijken, zodat onze winkelcentra niet alleen groter en duurder werden, maar ook minder attractief. Het resultaat is te zien: lege winkelstraten die leiden tot groeiende leegstand. Met als gevolg nóg minder bezoek.

Featured image

Het concept van De Nieuwe Winkelier rekent af met verouderde denkbeelden uit het pré-internet tijdperk. Winkels concentreren zich weer op hun Kernassortiment, op de producten, de service, de prijsklasse, de winkelcommunicatie die hun doelgroep daar verwacht. Dat kernassortiment wordt aangevuld met een, steeds wisselend, deel van het Randassortiment zodat de klant op het bekende kan rekenen (Jawel, Jacqueline), maar toch steeds met wat nieuws wordt verrast. De grote boosdoener, het Aanvullend Assortiment, verdwijnt grotendeels. Terwijl op de website niet alleen de goederen uit de winkel worden aangeboden, maar ook het sterk uitgebreide (er is immers geen ruimte of voorraadprobleem meer) randassortiment. Een website die, uiteraard, ook vanuit de winkel op grote touchscreens bezocht kan worden. De klant heeft uiteindelijk meer keuze dan nu, al vindt deze dat niet allemaal in de fysieke winkel.

Gevolgen
• Doordat er sprake is van een enorme beperking van het aanbod in de winkel, kan deze uit met hoogstens de helft van het huidige winkeloppervlakte. Dat leidt tot enorme kostenbesparingen die deels ten goede komen van de consument, deels van de winkelier. Uiteraard leidt dat tot omzetverlies, maar dat kan grotendeels via de webshop worden gecompenseerd.
• Het leidt er ook toe dat de huidige winkelruimtes veel te groot zijn voor de nieuwe winkelformule, zodat deze óf kan verhuizen naar een kleinere winkel, óf de ruimte gaat delen met één of meer winkelformules. Precies zoals dat al bij boekhandel Haasbeek Centrum gebeurde met de inwoning van Barista, en nu opnieuw gebeurt met spellenwinkel Hoge Ogen die voorheen aan de Hooftstraat was gevestigd. Trouwens, bezoekers van iCentre’s, van Bruna’s en AKO’s kennen het principe al terwijl ook gemakswinkel Primera grotendeels functioneert als ‘Nieuwe Winkelier’.
• Nadat winkelcentra decennialang te weinig ruimte boden, betekent ‘De Nieuwe Winkelier’ dat er voor al die kleinere winkels veel te veel ruimte beschikbaar is. De praktijk zal zijn dat zeker onze stadscentra (met andere winkelcentra is wat anders aan de hand, zoals we al eerder beschreven) in de toekomst veel compacter zullen zijn dan nu het geval is. De huidige leegstand en de invloed van de huidige webwinkels heeft hiermee weinig te maken.
• Doordat winkelformules zich fysiek weer concentreren op hun Kernassortiment, wordt het allemaal voor de consument weer wat duidelijker. En, omdat die concentratie gaat leiden tot duidelijke verschillen (differentiatie) in aanbod, prijsklasse en ‘beleving’, biedt dat toekomstige Stadshart de Alphenaren op minder oppervlak veel meer dan nu het geval is.
De webshops legden een bom onder de inkomsten, én de toekomst, van de traditionele winkeliers. Met “De Nieuwe Winkelier” zullen de nieuwe, volledig geïntegreerde bricks&clicks formules die webshops weer terugdringen naar hun ‘natuurlijke’ plaats in de marge van de retail. En leidt tot de ‘revival’ van ons Stadshart als politici en winkeliers uit hun huidige lethargie ontwaken.
Deze gevolgen worden in een aantal blogs nog uitgebreid behandeld, maar mijn volgende blog zal gaan over de invloed van de grootschalige detailhandel buiten de bestaande winkelcentra.

Opruimen, die oude panden!

27 jul

Verloedering
In de voorgaande aflevering heb ik met name de reële concurrentiepositie van ons Stadshart in onze regio voor u geschetst, met als boodschap dat de mogelijkheden van dat Alphense Stadshart nogal beperkt zijn. In feite kunnen we de ‘koopkrachttoevloeing’ vanuit de regio, die in elke gemeentelijke nota opduikt, al bij voorbaat vergeten. De Alphense winkeliers kunnen zich beter beperken het eigen dorp, de eigen buurt en de eigen wijk. En de winkeliers in het Alphense Stadshart tot, op z’n best, de inwoners van onze gemeente. Elke ambitie die daar buiten valt, heeft weinig grond en leidt alleen maar tot frustratie.
De conclusie uit dat blog is dan ook dat men moet kiezen: Of we maken er een écht aantrekkelijk, op mode en speciaalzaken gebaseerd, Stadshart voor de hele bevolking van, óf het krimpt tot niet meer dan een boodschappencentrum voor de centrumbewoners. In dat geval zullen veruit de meeste landelijke ketens ons ‘dorp’ verlaten en wordt ons Stadshart een spookstad!

Alle ballen op het dorp
Toen ik nét in Alphen woonde, was wijkcentrum De Ridderhof nog in aanbouw. Als kersverse Riddervelder bezocht je het noodwinkelcentrum, aan de overkant van de Bruinsslotsingel, en als ‘Echte Alphenaar’ kocht je je spullen in het ‘oude dorp’. Zo waren mensen en belangen mooi gescheiden. Het was dus logisch dat je op De Ridderhof een heel scala aan winkels had, zodat de Riddervelders voor eigenlijk alles in de eigen wijk terecht konden. Net zoals de ‘Alphenaren’ dat alles nog altijd in hun oude, vertrouwde, dorpshart konden kopen.
Die natuurlijke scheiding van winkels en winkelend publiek werd al snel gewijzigd, toen De Aarhof werd gebouwd, met o.a. een HEMA, een ‘Hij’&’Zij’ (later ‘We’), een Albert Heijn. Dat alles aangevuld met een heel palet aan plaatselijke winkeliers en een horecavestiging. Hetzelfde recept werd tien jaar gevolgd bij de bouw van De Herenhof, opnieuw een compleet aanbod, met ‘De Stad’ op de achterhand als je echt iets speciaals nodig had. En eigenlijk is die situatie nooit veranderd, niet voor de centrumbewoners, en ook niet voor de Riddervelders. Dit tot ongenoegen van de centrumwinkeliers die merken dat een groeiend aantal Alphenaren hun eigen Stadshart mijden. Want die winkeliers waren er al die jaren van groei van overtuigd geweest dat uiteindelijk alle ballen op het Stadshart gespeeld zouden worden en ze financieel binnen zouden lopen. Wel, dat is duidelijk niet het geval!
In de vijftiger jaren waren in de diverse stadsuitbreidingen winkelstrips gebouwd, Gouden Regenplantsoen, Irenelaan, Van Nesstraat en Lijsterlaan, duidelijk bedoeld voor de dagelijkse boodschappen. Helaas, in deze moderne tijd net zo nutteloos als de Koopzwam in Ridderveld was. Want zelfs de Van Nesstraat heeft zijn functie verloren na de bouw van De Baronie, en in wezen gebeurt hetzelfde met de Hooftstraat, waarin alleen de nog overgebleven winkeliers denken deel van ons Stadshart uit te maken.
Het beste wat er met deze versnipperde bewinkeling uit vroeger tijden kan gebeuren, is afbreken of herbestemmen. Verspreide bewinkeling heeft geen functie meer en kan geen rol spelen in, of zelfs naast, een modern en compact Stadshart. De Baronie had in de ogen van Jan Zeeman moeten uitgroeien tot een luxe concurrent van ons Stadshart, maar de werkelijkheid is, gelukkig, dat het niet meer is dan een boodschappencentrum voor de omwonenden. Ja, Jacqueline, zoals ik dat tien jaar geleden al schetste! Met de komst van een slagerij is het verder wel afgelopen met de uitbreiding.
Hierbij een schets van onze stad, én zijn winkelcentra, zoals ik deze 6 jaar geleden, ter lering en vermaak van onze gemeenteraadsleden, opstelde, en die, als voorbeeld van de verspreiding van verschillende types winkelcentra over een stad, ook in het boek ‘Marketing voor Retailers’ is opgenomen.

Featured image

Natuurlijk is De Baronie inmiddels gerealiseerd, en zijn er inderdaad vaste plannen voor ‘Traffic winkels’ bij het Station. De Ridderhof is feitelijk al gedegradeerd tot het buurtcentrum dat hier al is ingetekend. De Koopzwam is allang geen winkelcentrum meer.

Schuivende panelen
De functie van het Stadshart, en daarmee die van de omliggende winkelcentra, wijzigt, zoals ik al beschreef in het artikel “Half Winkelhart, beter Winkelhart” in vakblad Twinkle:
1. Het Stadshart van Alphen aan den Rijn heeft vanouds een functie als ‘Boodschappencentrum’ voor het hele dorp. Nu de stad is uitgegroeid tot ondorpse proporties, zien we dat deze functie voor de veel winkeliers, voor veel centrumbewoners én voor veel gemeenteraadsleden nog onverminderd bestaat. Maar ons Stadshart zou, met vooral veel modeaanbod en (super-) speciaalzaken in andere goederen, ondersteund door een ruim aanbod in horeca en cultuur, vooral de plaats moeten zijn waar ALLE Alphenaren graag winkelen en recreëren. De bestaande functie als boodschappencentrum, met wel DRIE supermarkten, o.a., voor de CENTRUMBEWONERS, blokkeert de ontwikkeling tot Stadshart voor ALLE Alphenaren. De Oude Rijn, met zijn bruggen, verergert dat alleen maar.
2. De wijk- en buurtcentra zijn de plaatsen waar de Alphenaar zijn DAGELIJKSE BOODSCHAPPEN doet. Maar Herenhof, Ridderhof en Baronie waren, zoals eerder al gesteld, vooral bedoeld als ‘Plaatsvervangend Stadhart’. We zien dat die aanvullende functie snel verdwijnt, en dat alle winkels die zich richten op andere dan de dagelijkse boodschappen, daar verdwijnen. Bij de Ridderhof is dat al het geval, in de Herenhof gaat dat ook gebeuren, voor de Baronie betekent dit dat de huidige leegstand permanent zal zijn, en de Atlas ontspringt de dans omdat die Atlas nooit méér is geweest dan zo’n boodschappencentrum!
Reclameman Dick Vos, enkele winkeliers én ondergetekende maakten nog geen jaar geleden een plan om het, half leegstaande, winkelcentrum De Ridderhof uit het slop te halen en, door een gezondheidscentrum in te bouwen, tegelijkertijd haar wijkfunctie te versterken. Helaas lijken de verhuurders in dit winkelcentrum alle tijd te nemen, moet de gemeente zelfs dreigende taal uiten en blijft dit plan, zoals alle plannen hiervoor, gewoon liggen. De klok tikt door, de klantenstroom stokt, en het einde nadert!

Featured image

Trouwens, ook de artsen in hun semi-permanente gebouw aan de Lupinesingel lijken rustig af te wachten tot dit gebouwtje vanzelf in elkaar stort.
3. In de dorpscentra om ons heen moet je het begrip ‘dagelijkse boodschappen’ wat oprekken, vooral vanwege de afstand in kilometers én cultuur, maar ook de inwoners van die dorpen zouden voor ‘recreatief winkelen’ in Alphen terecht moeten komen. Zo staat het in de plannen, maar zo werkt het helemaal niet. Juist omdat ons Stadshart, nét als hun eigen dorpshart, vooral dat boodschappencentrum is, gaan veel dorpsbewoners liever naar een echte grote stad. De vorige week liet ik u zien dat die in ruime mate voorhanden zijn. Om dezelfde reden mijden ook veel Alphenaren dat Stadshart.

De volgende stap?
Alphen aan den Rijn zit, zoals praktisch elke middelgrote stad, in de problemen met haar winkelcentra. Er staan al veel winkels leeg, twee dorpen, Aarlanderveen en Zwammerdam, hebben al geen winkelvoorziening meer, en voor Koudekerk geldt dat, nu een nieuw ‘boodschappencentrum’ buiten het dorp om voor mij onduidelijke redenen niet mag, het een kwestie van tijd is voordat ook daar de winkels verdwijnen.
Ik voorzie dat deze problemen, on invloed van allerlei nieuwe mogelijkheden via internet technieken, alleen maar groter worden. Dat geldt voor Alphen aan den Rijn zelf, het geldt ook voor de dorpen om ons heen. Het concept van “De Nieuwe Winkelier”, het onderwerp voor de komende week, wordt de standaard, moet dat wel worden, en dat betekent dat niet alleen de winkels, niet alleen de winkelcentra compacter en dus kleiner worden. Dat geldt ook voor het Alphense Stadshart, waar helaas velen nog dromen van uitbreiding.
Want wat niet verandert, gaat dood!

Verloedering Stadshart

19 jul

Jacqueline

Een paar weken reageerde ik op de klacht van ene Jacqueline over wat ze in De Aarhof allemaal niet meer kon kopen. Een week daarna klaagde een ander dat, met de vergroting van de Albert Heijn vestiging in de HERENHOF, dat winkelcentrum eigenlijk ook alleen maar uit supermarkten zou bestaan. Wat er in de RIDDERHOF aan de hand is, weet iedere Alphenaar zo langzamerhand, en dat het bij de ATLAS in Kerk en Zanen ook alleen draait om de Hoogvliet daar, is de bewoners van die grote wijk al jaren een doorn in het oog. Tja, de buurt is er blij mee, natuurlijk, maar ook in de gloednieuwe BARONIE staat de helft van de winkelruimtes leeg, omdat geen modewinkel zich daar gaat vestigen. Tegelijkertijd kampt het Stadshart al tien jaar met teruglopende klantenstromen en dus met tegenvallende omzetresultaten voor de winkeliers. Wie heeft er eigenlijk belang bij om overdreven verwachtingen te blijven koesteren die geen enkele grond hebben, en alleen maar tot een niet-aflatende reeks van teleurstellingen leiden. Wát is er eigenlijk aan de hand, in Alphen aan den Rijn?

Alles voor iedereen?

Anderhalf jaar geleden schreef ik een groot artikel in webwinkel vakblad Twinkle over de veranderde functie van winkelcentra en de invloed van het internet daarop. In “Half winkelhart? Beter Winkelhart!” beschreef ik de radicale veranderingen die nodig zijn om retailers én hun winkelcentra te redden van de verloedering die nu plaatsvindt. Je hoeft maar naar alle leegstand te kijken, en te lezen over de zoveelste winkelketen die failliet is gegaan, of op omvallen staat, om te weten dat de oude, bekende en vertrouwde methoden niet werken. En, crisis of niet, internet of niet, ook nooit meer zullen werken. Anderhalf jaar later, én weer anderhalf jaar wijzer, wil ik proberen dit voor professionals geschreven artikel in een aantal blogs te vertalen naar de Alphense omgeving. En daarmee duidelijk te maken waarom ook de gemeente Alphen aan den Rijn nooit uit de huidige ellende komt, als ze het roer niet drastisch omgooit. Want niet alleen winkels die ‘alles voor iedereen’ willen zijn, leven in het verleden, dat doen ook de Stadscentra, Wijkcentra, Buurtcentra en Dorpscentra. Ze zijn daarom, wát allerlei bureaus ook verzinnen, en wát er ook allemaal wordt gebouwd, ten dode opgeschreven! Te somber? Zet je roze bril af, en kijk eens goed om je heen, zou ik zeggen!

Niet alleen op de wereld

Ooit ben ik in Alphen aan den Rijn gaan wonen, omdat je vanaf hier letterlijk de hele Randstad om je heen hebt. Onze gemeente heeft dat niet voor niets jarenlang als slogan gebruikt. Als gevolg zijn er vanuit die Randstad, en, zoals in ons geval, van ver daarbuiten tienduizenden mensen in Alphen gaan wonen. Anders dan de ‘echte’ Alphenaren, werken ze echter vooral buiten deze stad, en buiten deze gemeente, en zijn ze, veel meer dan die oorspronkelijke bevolking, gewend zich op de wereld buiten Alphen te richten. Voor de Alphense winkeliers betekent dit dat ze zien dat een groeiend deel van de Alphense bevolking zijn, vooral buiten Alphen verdiende, geld buiten Alphen besteedt. Als gevolg komt er steeds meer leegstand, verdwijnen steeds meer winkels, en wordt het ook voor trouwe klanten steeds minder aantrekkelijk hier te winkelen. Zie Jacqueline. De praktijk is dat ons Stadshart vooral aantrekkelijk wordt als de winkels dicht zijn, en diezelfde Alphenaren wél de horeca weten te vinden. Helaas is er geen simpele oplossing, de problematiek van Alphense, Boskoopse, Hazerswoudse en Koudekerkse winkeliers is daarvoor te complex en heeft ook meerdere oorzaken. De belangrijkste:

A. Sterke concurrentie rond de gemeente Alphen aan den Rijn

B. Stadshart Alphen aan den Rijn onaantrekkelijk voor Alphenaren

C. Functie van alle winkelcentra is sterk verouderd als gevolg van het ontbreken van een modern gemeentelijk of regionaal retailbeleid.

D. Onvoldoende aandacht voor nieuwe ontwikkelingen door alle betrokkenen

Concurrentie

Vandaag wil ik, als inleiding, eens laten zien wie de concurrenten van het Alphense Stadshart nou eigenlijk zijn. Daarom bijgaand plaatje dat ik al eens vaker publiceerde, en dat Alphen in het perspectief van de hele regio (30 Autominuten) zet!

Featured image

1. Er liggen vier Grote Stadscentra om ons heen die, door hun oneindig veel grotere diversiteit, ervoor zorgen dat een relatief groot deel van de aankopen door Alphense consumenten in die Grote Stadscentra (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht) terecht komt, zonder dat Alphen daar iets tegen zou kunnen doen!

2. Qua aanbod vergelijkbare Stadscentra om ons heen zijn óf groter (Zoetermeer, Hoofddorp, Leidschendam) of, vanuit hun historie, aantrekkelijker om te winkelen (Gouda, Woerden) of zijn een combinatie van beide (Leiden, Delft, Haarlem)

3. De dorpen om Alphen heen zijn óf veel of alle winkels inmiddels kwijtgeraakt, of ze hebben (Boskoop, Bodegraven, recent Waddinxveen) in de afgelopen jaren zelf hun winkelareaal behoorlijk uitgebreid. De praktijk is dat het winkelbeeld in die dorpen niet half zoveel verschilt van het ook door landelijke ketens beheerste Alphense Stadshart als onze winkeliers en politici graag willen denken. Kortom, áls de inwoners van de omliggende dorpen echt gaan winkelen, zullen ook zij Alphen aan den Rijn vaak gewoon overslaan. Dat is wel te veranderen, maar niet met wat geknoei in de marge.

4. De ontwikkeling van winkelformules met zeer grote vestigingen die de consument voor meer specialistische aankopen alle keus én beleving bieden die ze maar willen. Dit soort winkels (Topshelf (sport), Vrijbuiter (camping), Intratuin (tuin), IKEA (meubels) of Hornbach (DHZ)) zijn zonder uitzondering gevestigd in grootschalige panden op nog grootschaligere (GDV) winkelgebieden met uitstekende verbindingen en parkeerfaciliteiten (Goudse Poort, Alexandrium). Een ontwikkeling die ik, vanwege het overzicht, maar niet eens in dit plaatje heb ingetekend. Mede omdat deze grootschalige winkelcentra ook klanten trekken als ze buiten onze regio gelegen zijn. Zo gaan echt veel Alphenaren regelmatig naar de Zwarte Markt in Beverwijk of Vleuten, of naar Bataviastad.

5. Niet te vergeten, maar wel als laatste, de webshops die, vanaf elke locatie die maar denkbaar is, de consument alles kunnen leveren wat hij of zij maar wil. Kortom, waar consumenten zich vroeger noodgedwongen neerlegden bij de beperkte keus of bij een ongezellige winkel in de eigen woonplaats, pakt deze nu de iPad of iPhone en laat het gewenste thuis, of bij een ophaalpunt, bezorgen. Slecht winkelierschap zonder echte relatie met klanten wordt nu veel sneller afgestraft dan voorheen.

Het Fata Morgana van evenementen

Het idee dat nóg meer evenementen, nóg meer nieuwbouw of ‘Citymarketing’ de jarenlange neergang in ons Stadshart wel zal stoppen, is, na zoveel jaren van teleurstelling, eigenlijk lachwekkend te noemen. Het Thorbeckeplein, hoe nodig ook, zal op zichzelf net zo weinig effect hebben als het Rijnplein dat in 2004 had. Waarom zou het nu opeens anders gaan? Niet ons Stadshart is de attractie van Alphen, dat zijn Avifauna en het Archeon, aan de rand van onze Stad. Al eerder rekende ik U voor dat noch de gewenste jachthaven Rijnhaven, noch nieuwe bewinkeling rond het station ook maar enig effect op dat Stadshart kan hebben. En de ‘Westelijke Rondweg” geeft passanten alleen de mogelijkheid om nóg sneller om de stad heen laten rijden. Een goed lopend Stadshart heeft helemaal geen trekker nodig, dat is zélf een trekker!

Revival

Hoewel een complete revival van ons Stadshart wel tientallen jaren in beslag zal nemen, moeten gemeente, politici én winkeliers de bakens nú verzetten. Doen ze dat niet, dan zal de huidige problematiek onstuitbaar verergeren, en zullen (die neiging hebben ze toch al) de grote winkelketens ook het kwakkelende Stadshart van Alphen aan den Rijn verlaten om zich nog meer te concentreren in de 20 grootste steden van ons land. In hun kielzog verdwijnen steeds meer winkels uit het Stadshart, verdwijnen de klanten en verloedert ons Stadshart tot niet meer is dan een boodschappencentrum voor de centrumbewoners. Dán kan het grote afschrijven op gebouwen en grond pas écht beginnen, en zakt deze grote en sterke gemeente onherroepelijk af naar een artikel-12 status. De combinatie van teruglopende leefbaarheid én onvermijdelijk groeiende gemeentelijke lasten zal Alphen aan den Rijn binnen een paar tientallen jaren tot een spookstad maken waarin niemand meer perspectief ziet. Ik begrijp werkelijk niet waarom ‘men’ de ogen voor deze gevaarlijke ontwikkeling blijft sluiten en het liever zoekt in ‘de vlucht vooruit’.

Vandaag heb Ik me geconcentreerd op het regionale disfunctioneren van ons Stadshart, in de volgende aflevering ga ik nader in op de retailstructuur binnen de gemeente Alphen aan den Rijn.

Jacqueline

1 jul

Tafelzeil
Ene Jacqueline deelde op 24 juni haar leed met de Alphense gemeenschap, en kreeg heel wat bijval met haar problemen rond de aankoop van een tafelzeiltje in onze Aarhof. De jeugd zal niet weten waar ze het over heeft, maar alle oudere Alphenaren kennen de oude gewoonte om de eettafel (meestal de enige tafel in de naoorlogse jaren) overdag te voorzien van een pluchen tafelkleed, met daaronder een tafelzeil. Dat diende, voor er zoiets als een placemat de Nederlandse bodem bereikte, om geknoei met etensresten na de maaltijd, wanneer het ‘mooie kleed’ eraf was gehaald, snel op te ruimen. Vroeger was dit tafelzeil per meter praktisch bij elke winkel met huishoudelijke artikelen als Blokker, HEMA, V&D en dergelijke in een aantal dessins te koop. Op een verticaal rek waren rollen opgehangen, die door een verkoper, met behulp van een daaraan gehangen houten ‘ellemaat’ werd afgemeten en vervolgens met een eveneens opgehangen schaar op de gewenste lengte afgeknipt. Tijdrovend werk, dat werd gecompenseerd door de ronduit riante marge op dit product.
Enfin, Jacqueline had pech, in winkelcentrum De Aarhof is het nérgens meer te koop. Tja, en dan is ook nog eens de enige lingeriewinkel in die Aarhof gesloten, en in een bankfiliaal (toch ook al zeldzaam aan het worden) verkopen ze nu eenmaal geen ochtendjassen.
De Aarhof is duidelijk de Aarhof niet meer, en Jacqueline druipt onverrichter zake weer af.

Rolmodel
Het zal niet haar bedoeling zijn geweest, maar Jacqueline staat hiermee wel model voor een type klant dat ons Stadscentrum domineert. Kortom, Jacqueline, het is helemaal niet persoonlijk bedoelt, maar ik leen je even, als beeld voor de vele Jacquelines die een winkelcentrum verwachten dat het niet meer is. En daarmee de ontwikkeling van het Alphense centrum tot Stadhart in de weg staan.
Jacqueline gaat naar de winkels die ze nodig heeft, en gunt de rest nauwelijks een blik. Verwacht dat het aanbod dat er ooit was, op het moment dat zij iets nodig heeft, altijd voor haar beschikbaar is. Tenslotte is die Liverawinkel al meer dan een jaar gesloten, en heeft Woerdman al een jaar geleden een prachtige nieuwe kookwinkel geopend in de Julianastraat. Volgens mij verkoopt die HEMA ook na tig ‘vernieuwingen’ nog altijd dameskleding, overigens. Xenos heeft naar mijn beste weten nooit tafelzeil verkocht, en bij Blokker past het niet meer in de nieuwe formule.
Jacqueline doet, net als vroeger, boodschappen en verwacht het boodschappencentrum van vroeger. Ze heeft geen boodschap aan alles wat ons Stadshart verder biedt, gaat niet even genieten op het terras van Barista, nee, zelfs een kop koffie op het Pleintje kan er niet vanaf. Veni, Vidi, Vici! “Ik kwam, zag en……? Nee, de overwinning gaat de Jacquelines van deze wereld voorbij omdat ze té veel bezig zijn met hun boodschappenlijstje.

Aarhof
Toen ‘De Aarhof’ werd opgeleverd werd in Ridderveld nog heel hard gebouwd. Het overdekte winkelcentrum was een echt wereldwonder, in Alphen, met tientallen winkels én (toen) de grootste HEMA van ons land. Mijn HEMA-collega in IJmuiden was tenminste hartstikke trots toen hij dat vlaggenschip mocht gaan besturen. Het was dan ook niet alleen bedoeld om Alphen de allure van een grote stad te geven, maar ook als noodzakelijke aanvulling op de toen erg dorpse en ouderwetse winkels in het centrum. In wezen bood die Aarhof van alles wat maar dát is inmiddels sterk veranderd. Niet alleen omdat er andere winkels zijn gekomen, maar vooral ook omdat er na veel samenvoegingen veel minder winkels zijn dan vroeger. Zo slokte Etos de ruimte van Jamin op, tassenwinkel Van Os verdubbelde het oppervlakte, en recentelijk ontstond de nieuwe Blokker vestiging uit samenvoeging van wel vier vroegere winkeleenheden. Hierdoor is die Aarhof een ‘gewoon’ onderdeel van het Stadshart van Alphen aan den Rijn geworden. Alleen de Jacquelines van deze wereld gaan nog alléén naar De Aarhof.

Stadshart
In de negentiger jaren verscheen een gemeentelijke notitie met de titel ‘Rondom de Brug’ als start voor de metamorfose die het Alphense Centrum al bijna vijftien jaar in haar greep houdt. Op papier schiep men hier een megalomaan Stadshart dat op zijn minst het dubbele aantal klanten nodig had dan Alphen zelf kon leveren. Helaas kwamen de inwoners van de omliggende plaatsen niet in massa’s op onze Stadshart af, en dat gaat ook nooit gebeuren. De onvermijdelijke teloorgang van het Lage Zijde plan was het gevolg. Want de harde retailwetten gaan nu eenmaal niet alleen uit van de wensen van onze Jacquelines, maar ook van de rentabiliteit van de geschapen winkeloppervlaktes. En dan blijkt dat niet alleen de geplande, maar nooit gekomen Alphenaren (Gnephoek, o.a.) in dat Stadshart ontbreken, maar ook dat de Alphenaren die hier wel kwamen wonen, steeds vaker dat Stadshart mijden. En dat komt dan weer omdat het finaal ontbreken van een gemeentelijk, laat staan een regionaal, retailbeleid ertoe heeft geleid dat wat het recreatief/zakelijke hart van de gemeente had moeten zijn, vooral het boodschappencentrum voor onze centrumbewoners is gebleven. Allemaal Jacquelines die allemaal even snel hun boodschappen halen, en dan weer verdwijnen. En wát men ook allemaal voor evenementen organiseert, tijdens die activiteiten loopt het Stadshart even vol, om net zo snel weer leeg te lopen als het afgelopen is. Je zou toch denken, als iets al honderd keer niet is gelukt, zit er toch iets fundamenteel fout? Aan de horeca kan het niet liggen, ná sluitingstijd lopen de plaatselijke bars gelijk weer vol. Nog even, en de gemeente kan voor haar mooie Stadshart afbraakplannen maken. Want ‘minder is meer’!
Zelfs nu een lang gekoesterde wens, elke zondag koopzondag, is ingewilligd, constateert Alphen met verbazing dat gewoon, net als vroeger, slechts één keer per maand gewinkeld kan worden. Want de wil is er wel, bij die consument, maar daadwerkelijk elke zondag boodschappen doen?

Oh ja, Jacqueline, er zijn heus nog de nodige lingeriewinkels in het Stadshart, maar moet je verder lopen dan de Aarhof alleen!

52e Plaats!

15 jun

Stadshart Alphen aan den Rijn
Het intense geloof in de uitkomsten van marktonderzoek heeft mij, als beroepsmarketeer, altijd verbaasd. Zeer zelden heb ik immers méér in onderzoeksrapporten gelezen dan de bevestiging van wat we allang wisten. Nu vindt Q&A opeens dat ons Stadshart geen goed winkelaanbod telt, en qua sfeer uiterst matig scoort bij de bezoekers. Dát had Alphen aan den Rijn al tien jaar geleden aan kunnen pakken, want zolang stel ik dit al aan de orde. Trouwens, ook onze centrummanager Martin de Vries was dat al heel snel duidelijk.
Nu is het bewezen, blijkbaar. Wat me bij mijn tweede kritiekpunt op marktonderzoek brengt: Wat moet je doen om deze situatie te verbeteren? Dáár geeft dit onderzoek geen richting aan. Kan dat ook niet! Misschien dat deze ‘ongemakkelijke waarheid’ leidt tot wat meer realisme dan de afgelopen jaren het geval was.
Bewezen is hiermee wel dat tien jaar lang activiteiten en reclameslogans NIETS hebben uitgehaald: De Alphenaar heeft weinig op met zijn of haar Stadshart!

De Mythe van ‘effectieve communicatie’
Op 29 mei publiceerde ik een blog over de overdreven verwachtingen die de Alphense winkeliers hebben van de vele activiteiten die door allerlei reclamemakers in en bij onze binnenstad wordt georganiseerd. Activiteiten waarmee ze vervolgens in hun winkels helemaal niets mee doen, vreemd genoeg. De praktijk wijst echter al jaren uit dat, terwijl de hoeveelheid geld die in die activiteiten wordt gestoken elk jaar groeit, het bezoek aan het Stadshart alleen maar terugloopt. Blijkbaar komen de Alphenaren wel in grote getale meedoen aan deze activiteiten, maar zien we ze niet terug in de winkels. Niet tijdens die acties, en niet op andere dagen. Dat brengt me op het vervolg van dit blog, namelijk wát dit Q&A onderzoek eigenlijk meet, en welke conclusies je eruit moet trekken.

Marktonderzoek
Dat het Stadshart weinig populair is bij de Alphenaren, en waarom, dát hebt u al diverse malen in deze blogs kunnen lezen. Eerlijk gezegd, het grote verschil tussen de plaatsing van Alphen aan den Rijn en Gouda op deze lijst is, als je het aanbod op zijn merites bekijkt, wel érg groot. Dat maakt de conclusie overigens niet minder zwaar, integendeel! Waar blijkbaar alleen de ‘bereikbaarheid’ (bedoeld wordt natuurlijk die ‘dure’ parkeergelegenheid) Alphen de allerlaatste plek doet ontlopen, is de mening van ‘de Alphenaar’ over het Stadshart ronduit desastreus. Het lijkt me niet dat daarvoor genoeg respondenten zijn ondervraagd, maar het zou interessant zijn de mening van ‘Echte Alphenaren’ eens te vergelijken met de mening van de ‘Nieuwe Alphenaren’. Tenslotte is dat Stadshart, ondanks de vele miljoenen aan nieuwbouw, vooral nog het boodschappencentrum van de Centrumbewoners waar de anderen zich, juist daarom, daar zo weinig mogelijk laten zien. Behalve nadat de winkels al dicht zijn, in de horeca, of tijdens de al genoemde activiteiten. Mijn conclusie is dat die negatieve houding van consumenten ten aanzien van ons Stadshart, juist omdat iedere belanghebbende positivist een onverkwikkelijk vertrouwen in het stapelen van stenen houdt, een zichzelf versterkend fenomeen is geworden. Waarbij steeds meer Alphenaren hier wel boodschappen doen, maar vooral gezellig winkelen in Zoetermeer, Gouda, Woerden of Leiden. En, door de kop in het zand te steken maken winkeliers, vastgoedeigenaren en gemeente dat alleen maar erger.
Alphen wordt als STAD misschien steeds belangrijker, maar als STADSCENTRUM raken we hopeloos uit zicht. En niemand die er écht iets aan doet!

Samenwerken?
Natuurlijk heeft Eelco Eskens gelijk als hij stelt dat het Stadshart wel is verbeterd. Met name in de Julianastraat heeft dat geleid tot een aantal aantrekkelijke, en vooral onderscheidende, winkels en horecagelegenheden. Het is alleen jammer dat de Hoogvliet vestiging daar één zijde van die straat compleet doodslaat. En voorbij Haasbeek en de bakker is het helemaal afgelopen, zoals ook het Schoutenhuis merkt. Daarbij, de betrokken winkeliers en horecaexploitanten zouden veel meer dynamiek in hun straat brengen als ze zich ertoe zouden brengen eens samen te werken en elkaar dat gezamenlijke succes te gunnen.
Ook de Raadhuisstraat heeft, tegen de verdrukking in, aan attractiviteit gewonnen, al lijkt ook daar de ‘samenwerking’ niet veel verder te komen dan het uiten van reclamekreten. “Hooftstraat Koopstraat” is, achter de bouwput van het Thorbeckeplein, intussen een zachte dood gestorven.
Over de rest van het Stadhart kunnen we kort zijn, verder dan het opmaken van het (verplichte) reclamebudget komt men niet. Elke winkelier, klein of groot, gelooft nog altijd, middeleeuws denkend in een Retail 3.0 maatschappij, dat elke klant vooral voor de eigen winkel naar het Stadshart is komen lopen, fietsen of rijden.

Kortom, buiten een paar mensen om maakt niemand werk van de aantrekkelijkheid van het Stadshart als geheel, en dus zal het hierna volgende Q&A onderzoek nóg slechtere resultaten opleveren.

Kansen
Natuurlijk zijn die er, maar dan moet het besef wél duidelijk, en breed gedragen, worden dat het écht niet op de huidige manier beter wordt. Er zullen, ik zie mijn ideeën over samenwerkende, kleine maar gespecialiseerde, bricks&clicks winkels en compacte stadscentra langzaam bij anderen doorsiepelen, harde maatregelen noodzakelijk zijn. Nog even en de landelijke ketens, die toch al weinig in onze dorpsstad zien, verlaten massaal Alphen en wat doen we dan? De ondernemers willen alleen houden wat ze hebben, de vastgoedeigenaren weigeren de realiteit onder ogen te komen, en de gemeente heeft nog steeds geen op de toekomst gericht retailbeleid. De VOA heeft ‘ambities’ die, zoals ik al eerder stelde, volledig haaks staan op deze door Q&A gemeten realiteit. Intussen gebeurt er helemaal niets met het aanbod in ons centrum, en verzuipen de veelbesproken kansen in de tijd.

De mythe van ‘Effectieve Communicatie’

29 mei

 

Garantie?

Ons aller Toob Alers vindt dat Alphen aan den Rijn ‘Denkende Doeners’ nodig heeft, en wie ben ik om dat te bestrijden. Alleen blijkt al heel snel dat je die Alphenaren vooral in en rond zijn kantoor aan de Prins Bernhardstraat moet zoeken. Zo wordt zijn blog weer een advertorial, maar daar is op zich niets mis mee, Toob is een goede reclameman. Maar om het nou allemaal te brengen als de ‘Redding van het Stadshart”?

Nou kom ik zelf uit een simpel vakgebied, VERKOOP. Simpel in die zin dat mooie plannen je niet veel helpen als je er niet mee scoort. Voor die score heb je geen ingewikkelde redeneringen of modellen nodig. Het gaat om OMZET en WINST. Verkoop is ook het vak waarin je alleen carrière maakt als je in staat bent die simpele parameters op een wat langere termijn te realiseren. Je hoeft je ook nooit te verdedigen, er bestaan gewoon geen verkoopmanagers die niet kunnen verkopen. Vanuit dat vakgebied is het merkwaardig te zien dat veel ‘zakenmensen’ ieder mooi verhaal kritiekloos geloven. Over een garantie op succes hoeven we dan al helemaal niet te spreken. Waarom dan toch die knieval voor mooie verhalen?

Raadhuisstraat

Al tien jaar geleden maakte ik me er druk over dat niemand, noch in de politiek, nog in het zakenleven, de specifieke potentie van die Raadhuisstraat in wilde zien. Alles moest megalomaan groot, en daar was alles klein. Dus werd die hele straat niet eens in het Centrumplan opgenomen! Had het niet eens een retailbestemming! Terwijl het zo duidelijk was dat hier heel organisch een ‘snuffelstraat’ ontstond waaraan het Alphense publiek, maar vooral jonge Alphense ondernemers belang bij hadden. Dát stond dan ook expliciet vermeld in mijn ‘Alternatieve Detailhandelsnota’ uit 2007! Dáár was dus weinig denkwerk voor nodig. Nu, door de veranderde opzet van het Thorbeckeplein, de Hooftstraat als ‘snuffelstraat’ afvalt, zelfs de enige Snuffelstraat van de Stad. Waarom er dan zo’n algemene naam ‘Speciaalstraat’ voor bedacht is? Het lijkt me dat het hele Stadshart toch vol met ‘Speciaalzaken staat, dáár hebben we de Raadhuisstraat helemaal niet voor nodig. Tja, en dat Alphen aan den Rijn geen Retailvisie heeft, dát mag, na tientallen blogs over dat onderwerp, én die nota, ook geen nieuws heten. Kortom, zoveel denkwerk is er niet verricht, en de daden moeten nog volgen.

Zorg dat de klant komt, EN OPNIEUW KOMT!

Natuurlijk wordt er, op kosten van de winkeliers, in ons centrum heel wat georganiseerd. Dat trekt ook wel het nodige publiek, alhoewel….. Tenslotte heeft Alphen als stad al meer dan 70.000 inwoners, en als er daarvan dan 500 op ons Rijnplein staan, vinden de organisatoren dat al heel geweldig. Ik denk dan, nog geen één procent, op ZATERDAG, waar hebben we het over. Dáár zou ik, als bedrijfsleider bij V&D, niets betaald hebben. Kortom, ik kom daar nog wel op terug, maar het doet er, commercieel, natuurlijk helemaal niet toe hoeveel mensen op die activiteiten afkomen. Waar je iets aan hebt is dat die mensen door die activiteiten langer in dat centrum blijven, dat ze de winkels bezoeken (de horeca, dat lukt meestal wel), en dat ze in die winkel hun geld uitgeven. En zelfs áls ze dat doen, doen ze dat dan de volgende zaterdag opnieuw? En hoe zit dat op de andere dagen van de week? Hoe zit dat op de zondagmiddag?

Tigertfoto

Want de consumentenbesteding in ons Stadshart hangt natuurlijk niet alleen af van wat wij Alphenaren met z’n allen te besteden hebben. Nee, wat consumenten werkelijk in dat Stadshart besteden heeft te maken met hoe aantrekkelijk ons Stadshart is ten opzichte van andere ‘shopping centers’ in de omgeving. Hoewel ook activiteiten hierbij belangrijk zijn, is dat maar één aspect van alles wat winkels én winkelcentra aantrekkelijk maakt. En daarbij is het Stadshart van Alphen aan den Rijn té veel een ‘boodschappencentrum’ om binnen de regio potten te kunnen breken. Té gemakkelijk wordt beweerd dat leuke acties en knappe communicatie de kar wel trekken, maar, na zoveel jaar, moet toch erkend worden dat, hoewel de doelstelling ‘Alphen het koopcentrum van de regio’ te maken beslist te hoog was, we er nog niet in slagen om dat Stadshart tot “het koopcentrum voor Alphenaren” te maken. Kortom, we moeten niet alleen op dat knopje ‘Promotie’ drukken, maar op ALLE knoppen van deze ‘diamant’ van Tigert om de aantrekkelijkheid te verbeteren en de leegstand te stoppen. Tegelijkertijd valt het me op dat al die acties, op een verdwaalde poster na, nérgens hun neerslag hebben in de winkels die ze wel financieren. Waarom niet voorafgaande aan de kunstmarkt kunst geplaatst in winkels, uiteraard met verwijzingen? Waarom wordt Alphen alleen morgen geconfronteerd met 20 koren en 60 optredens? Waarom hebben onze winkels niet ‘hun’ koor geadopteerd, en daarvoor, op welke manier dan ook, hun klanten niet al weken tevoren in aanraking gebracht met dit evenement? Werkelijk je kunt met die activiteiten zoveel meer doen dan passief, meestal via de winkeliersvereniging, daar geld in stoppen dat je, in termen van mijn vader, ‘nooit meer terug ziet’?

Onderzoek?

Ach, hoe vaak is ons Stadshart al niet onderzocht, en, op basis van dat onderzoek is tot nog toe niets werkelijk verandert. Simpelweg om een dergelijk rapport voor de hele regio, zoals ik er een heel aantal maakte, een beslist ‘onaangename waarheid’ bevat voor veel huidige ondernemers en ondernemingen. We moeten fors gaan veranderen, zoals Dick Vos en ik al schetsten voor De Ridderhof, om elk winkelcentrum uit de regio binnen het gewenste functioneren langzaam (10-15 jaar) op te bouwen. En dát betekent dat er veel ondernemers moeten gaan verkassen, of zelfs hun bedrijf moeten opgeven. Het betekent ook dat bestaande én nieuwe ondernemers nieuwe kansen krijgen. Als die ondernemers, gesteund vanuit een gemeentelijke detailhandelsvisie, dat niet willen, kun je je de kosten van en de frustratie na zo’n onderzoek besparen.

Samenwerking

Niet opgenomen in dit schema, dat voor winkels is opgesteld, maar ook voor winkelcentra gebruikt kan worden, zijn twee factoren:

1. De mogelijkheden die het internet biedt om te komen tot een compact winkelaanbod in combinatie met webshops, en, als consequentie daarvan, een compact en dynamisch Stadshart. (De Nieuwe Winkelier op http://www.bricksenclicks.me)

2. De mate van samenwerking zodat de klant steeds met een optimaal aanbod wordt geconfronteerd. Deels omdat verschillende winkelformules één pand gaan exploiteren, deels omdat winkelformules veel meer elkaars kracht gebruiken om uiteindelijk samen de Alphense klant in de watten te leggen. Kortom, concentreer je op je eigen kracht, en verwijs de klant naar de buren als hij/zij daar beter wordt geholpen. Daarover later meer.

Koopzondag? Niet meer!

27 mrt

Geen Koopzondag?
Nee, natuurlijk niet! Het begrip ‘koopzondag’ is met het besluit van de Alphense gemeenteraad immers historie geworden. Je kunt moeilijk praten over een koopzondag als consumenten zich voortaan élke zondag te buiten kunnen gaan.
Want, hoewel een aantal partijen, vooral uit nostalgie, nog twijfelden, heeft de meerderheid uiteindelijk ingezien dat het politiek verstandiger is die beslissing maar aan de winkeliers zelf over te laten. Natuurlijk is de SGP mordicus tegen, en het lijkt me ook stug dat in ‘hun’ dorpen Benthuizen en Hazerswoude-dorp de winkeliers zo onverstandig zullen zijn van hun pasverworven vrijheid gebruik te maken. De SP is tegen omdat ze (terecht) bezorgd zijn dat de kleine winkelier de dupe wordt.
Maar alle winkeliers hebben nu de vrijheid voortaan elke zondag van 13:00 uur tot 22:00 uur hun deuren open te doen. Niemand kan langer naar de politiek wijzen als oorzaak van de slechte resultaten in de retailsector, en dat vind ik het belangrijkste voordeel van dit besluit.

Quo Vadis, Retailend Alphen?
Tja, wat gaan jullie nu met die extra uren doen, retailers? Want het is natuurlijk niet voldoende om nog eens die winkeldeur 9 uur langer van het slot te doen. De verwarming en/of airconditioning moet een dag langer blijven werken, de verlichtingsrekening loopt op en er zal extra personeel worden ingezet. Ook zou het geen gek idee zijn om voor die zondag speciale acties te ontwikkelen, want als er geen mensen komen, heeft het allemaal niet zoveel zin, natuurlijk. Een feit is dat onze winkeliers allemaal extra kosten moeten maken, en dan maar moeten hopen dat de eigen bevolking inderdaad nu wel de verlokkingen van andere, grotere, winkelcentra weerstaat. Intussen zullen winkeliers én personeel wéér minder tijd hebben voor hun sociale leven, er zijn meer kosten dan alleen de financiële!
Het is ook maar de vraag of de wensdroom van de VOA, winst en werkgelegenheid, werkelijkheid wordt. Ik heb zwaar mijn twijfels over het effect van die geopende winkels op de kooplust van het publiek. En geen twijfels over het feit dat de extra kosten vaak de extra bruto winst (iets anders dan omzet) zullen overtreffen.
Al vele jaren geleden heb ik geschetst hoe je voor het centrum van Alphen de ‘rustdag’ voor alle gelovigen en niet-gelovigen opnieuw zou kunnen uitvinden. Maar daarvoor is echt veel meer nodig dat geopende winkeldeuren (de horeca was al open, natuurlijk) en wat gefragmenteerde acties van winkeliers. Maar daarover, of over een alternatief, blijft het stil. Onze winkeliers willen wel graag meer omzet, maar van verhoging van promotiebudgetten is geen sprake.
Inderdaad, Waarheen, winkeliers?

Stad versus omringende kernen
Ik zie absoluut geen enkele winstkans voor de andere winkeliers in onze buurten, wijken en kernen. Vooral ook omdat in onze gemeente, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nieuwkoop, geen enkel winkelcentrum kan profiteren van toerisme. Dat lijkt voor de supermarkten anders te liggen, maar die kijken teveel naar die paar uurtjes die een paar supers nu al elke zondag open zijn, en te weinig naar het feit dat nu elke supermarkt veel meer uren open zal zijn. Er valt ook weinig meer te halen, op die zondag, van ‘de kleine ondernemer’ omdat die laatsten de ‘gemakzuchtige’ consument toch allang kwijt zijn. Dus blijft ‘de horeca’ als enig potentieel slachtoffer over. Want die supermarkten spelen steeds meer in op het leveren van kant-en-klare maaltijden, ook buiten de vriezer, waarmee ze nu ook op zondag een rechtstreekse concurrent van de gevestigde horeca is.
Maar overal elders gaat de consument vooral de zondagse verveling verdrijven via een verblijf in de stad, waarbij verblijf, en de kosten van dat verblijf (horeca én parkeren), de voornaamste uitgaven worden. Of dacht U, beste burger, dat, waar de gemeente de ‘koopavond’ acuut belastte met parkeergelden, de zondag daarvoor gespaard wordt? Kom!
Voor de rest, “kijken, kijken en niet kopen”.
Waar dat in het toch grote Stadshart van Alphen al gebeurt, zijn de winstkansen voor winkels in buurten, wijken en dorpen helemaal minimaal.

De kleine winkelier
Volgens de VOA wordt voldoende rekening gehouden met de belangen van de kleine winkelier, vooral omdat zij via hun winkeliersvereniging in die VOA vertegenwoordigd zijn. Ik weet zeker dat dit NIET het geval is. Ten eerste worden ook die ‘winkeliersverenigingen’ deels overheerst door de grotere retailbedrijven, daarbij is daarin de stem van de horeca vaak nogal luid vertegenwoordigd en tenslotte zijn de meeste kleinere retailers zo bezig met hun eigen bedrijf, dat ze zich zo weinig mogelijk met hun eigen vereniging bemoeien. Dat was zo met mijn eigen vader in mijn geboortedorp, dat was zo in Amsterdam-Noord en IJmuiden waar ik het V&D opperhoofd was, mijn studenten merkten het in de honderden onderzoeken die we in en rond Den Bosch deden, en ik heb het zelf gezien in Hulst en Vianen, waar ik uitgebreid onderzoek mocht doen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar het idee dat de mening van de winkeliersvereniging door iedereen wordt gedragen is verkeerd, en het idee dat via die vertegenwoordiging de mening van de VOA door elke winkelier wordt gedragen, is pertinent onjuist. Nu de grote gemeenschappelijke vijand, de gemeente, in deze zaak is weggevallen, zal het weer snel ‘ieder voor zich’ zijn, zoals het altijd al was. Grootwinkelbedrijven, met vaak tientallen mensen, vooral parttimers, op de loonlijst, zullen die zondagsopening (moeten) verwelkomen, middelgrote bedrijven zullen er schoorvoetend aan beginnen, bang om klanten kwijt te raken, en de kleine winkelier kan eigenlijk kiezen uit twee kwaden. Of hij/zij stort zich in die zondagsopening, met alle risico’s van dien, of hij houdt de deuren dicht, in de hoop dat niet al te veel klanten de winkel op zondag gaan missen.

Gemeente Alphen aan den Rijn
Ik constateer dat Stadshartmanager Martin de Vries het al niet voor elkaar kreeg om de winkels allemaal tot 18:00 uur (het tijdstip dat vroeger zo gewoon was) open te krijgen. Het zou me verbazen als opeens wel alle winkels op zondag hun deuren zouden openen, ook wanneer zij daar geen principiële bezwaren tegen hebben. Buiten dat Stadshart zullen veel winkeliers wel begrijpen dat er voor hen op zondag weinig te verdienen is, maar ook binnen dat Stadshart gaan winkeliers vanaf het begin hun knopen tellen. En als het, wat ik voorspel, niet lukt zonder dure promotiecampagnes die Alphenaar op zondagmiddag massaal de straat op te krijgen, zullen ze het snel voor gezien houden. De praktijk zal dan ook zijn dat het vooral de grootwinkelbedrijven zijn die, met aangepaste (minimale) personeelsbezetting, hun kansen pakken. Hoe dat uitpakt met alle supermarkten is nog afwachten, maar die gaan, behoudens uitzonderingen natuurlijk gelijk open.
Of de inwoners van de gemeente Alphen aan den Rijn daar allemaal gelukkiger van worden, waag ik te betwijfelen, en of ze hun ‘gewone’ levenspatroon op zondag daarvoor gaan wijzigen, ook. De plaatselijke retailers bieden, individueel én gezamenlijk, de Alphense klant niet wat nodig is om ons Stadshart te laten bruisen. Zolang dat niet verandert, zal de fel bevochten ‘koopzondag’ het koopgedrag in ‘stad en ommeland’ ook niet veranderen.
Ik wens de Alphense retailers veel wijsheid toe. De politiek is uitgepraat, zij zijn nu aan zet.