Tag Archives: VOA

Bomen tot aan de Hemel?

5 jun

Back to the Future?
VOA voorzitter Eric Carree is geen ambitie te hoog. Dat is mooi op een ledenvergadering met Alphense ondernemers, maar of het in de echte economie zo praktisch is?
Uiteraard worden Maximabrug en de verbreding van de N207 aangevoerd als noodzakelijk voor een goed vestigingsklimaat. Maar is rond de aanleg van de N11 niet precies hetzelfde gezegd? De weg lag er nog niet, of we raakten de vestiging van L’Oreal kwijt! Supermarktbedrijf Hoogvliet zette hoog in voor de bouw van de Maximabrug, maar is, als “Hoekstra’s Funny” wordt geopend, al verdwenen naar Bleiswijk. Alphen had absoluut nieuwbouw aan de Hoge Zijde nodig om haar Stadshart te laten bloeien, maar nu, ruim tien jaar na de realisatie, stelt ons Stadshart niets meer voor dan toen. Nu wordt het jarenlang opgehemelde ‘Economisch Herstelplan’ weer uit de kast gehaald, maar volgens mij is van al de daarin genoteerde ambities alleen het “Ondernemershuis” iFlow gerealiseerd.

Zorg of Zeeman?
In het aangehaalde krantenartikel uit het AD blijkt de, vaak juist zo kritische, journalist Jan Belt, een onverbloemde propagandist voor VOA en gemeente te zijn. En het is natuurlijk niet toevallig dat pal naast dit artikel een berichtje staat over de ‘Gouden Zorggemeente’ die Alphen óók zou zijn. Ik hoop van harte dat de zorgvragers hier dat met de opstellers van dit lijstje eens zijn. Maar het is wel vreemd dat, waar ZORG landelijk hét politieke issue van dit moment is, de gemeente zich richt op de realisatie van infrastructuur waarbij het daadwerkelijke effect op de lokale economie vooral vraagtekens oproept. Nu ben ik het vaak met onze dynamische wethouder Van As eens, maar een uitspraak als ‘De markt corrigeert zichzelf’ doet mij toch de wenkbrauwen fronsen. In mijn economie is het gewoon een ZEKERHEID dat je door investeringen geld kwijt bent, maar dat je slechts kunt VERWACHTEN dat dit uiteindelijk méér geld oplevert. In een gemeente die recent 80 miljoen Euro aan het Thorbeckeplein zag verdampen, zou je dat principe bekend vooronderstellen. Maar de ambities zijn blijkbaar sterker dan het gezonde verstand.

Daarover schreef ik al eerder een blog in deze serie. Want als er écht moet worden gekozen tussen de vastgoedsector (Zeeman) en de zorg, dan weet ik het wel! Overigens geldt dat ook voor Cultuur, de muziekschool is nog niet uit het oude gemeentehuis, of juist Jan Zeeman meldt zich alweer om er een bejaardenpaleis van te maken. Met een eigen penthouse?

Concentreren
Het zwakste punt van dat Economisch Herstelplan is het grote aantal doelstellingen. Waar je in de economie altijd meer wilt realiseren dan waar je (per definitie schaarse) middelen voor hebt, is het een goed gebruik je in ambitie én doelstelling te concentreren. In feite heeft onze gemeente maar twee economische doelen. Het eerste is de realisatie van een aantrekkelijke, dus goed op elkaar afgestemde, retail-infrastructuur voor de hele gemeente. Het tweede het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor GROTE bedrijven. Zodat al die veelbelovende jongeren die jaarlijks van onze opleidingen komen ook daadwerkelijk binnen onze gemeente werk in hun sector en op hun niveau kunnen vinden, en binnen die gemeente hun gezin willen stichten en hun kinderen opvoeden. De rest is, als basis voor gemeentelijk beleid, bijzaak.
Wat we in dit ‘ Economisch Herstelplan’ zien is een soort ‘Sinterklaas’ lijstje, waarmee met veel te veel korte termijn belangen rekening is gehouden.
Maar ondanks al die gestapelde stenen is er nog geen enkel zicht op geïntegreerd retailbeleid voor de hele gemeente (liefst voor de hele regio). Dan wordt het ook niets met ons Dorpshart dat we koppig Stadshart blijven noemen.

Sterkste Economie van de Randstad?
Daarover moet ik toch echt hard lachen. Onze Eric Carree kán toch alleen het Groene Hart bedoelen. De Randstad daaromheen bestaat immers uit de grootste economische agglomeraties van ons land. Die verandering van ‘Randstad’ naar ‘Groene Hart’ maakt deze ‘strijd’ wel eenvoudig en overzichtelijk: Alphen aan den Rijn moet het veel grotere Zoetermeer overvleugelen. Kortom, Carree’s ambitie betekent alleen al dat de huidige stad Alphen aan den Rijn TWEE keer zo groot moet worden om dat te realiseren. Minstens twee keer zoveel arbeidsplaatsen, en gewoon een verdubbeling van de woningvoorraad. Ik hoop van harte dat de Alphense gemeenteraad zich realiseert waarover ze het hier hebben, en zich niet, met de VOA, in deze roze toekomstdromen verliest.
Natuurlijk is er niets op tegen wat extra geld in onze lokale economie te pompen, al vraag ik me af of er hierbij niet teveel op de Stad Alphen aan den Rijn wordt gespeeld, en te weinig op de andere kernen. Maar de suggestie dat dit een opmaat is naar een werkelijk gezaghebbende positie in de randstad is natuurlijk flauwekul.
Het is ook maar de vraag of die verdubbeling iets is wat de gemiddelde Alphenaar wil!

Stennis Dennis Leugenaar

20 mrt

“Nog een geluk dat de SGP hier geen zetels heeft”
Hoewel je zou denken dat AD/Alphen columnist Dennis Captein wel leergeld betaald zou hebben met zijn ontslag als columnist bij het Alphens Nieuwsblad, vindt hij het vandaag opnieuw nodig vanuit zijn nieuwe werkkring de grote Christelijke minderheid in Alphen aan den Rijn aan te vallen. Enfin, dáár moet de hoofdredactie zich maar zorgen over maken.
Waar het mij om gaat is dat Dennis ‘de Alphenaar’ niet alleen sprookjes zit te vertellen, naar vandaag zelfs gewoon leugens. Niets is te gek om lezers te trekken, blijkbaar.
Want met het statement “Nog een geluk dat de SGP hier geen zetels heeft” geeft hij aan een politieke onbenul te zijn, sinds de vorige verkiezingen heeft de SGP hier zelfs TWEE raadsleden.
Tja, en over ‘scheiding’ van politiek en religie? Ach, Dennis kan zijn columns en zijn broodwinning immers ook niet uit elkaar houden?

Into Business
Dennis schrijft alleen columns als je hem ervoor betaalt, zoals ook Alphens.nl merkte waar de redactie al ANDERHALF jaar zit te wachten op zijn volgende. Maar onze Dennis is tenslotte broodschrijver, hij maakt mooie verhalen voor iedereen die hem daarvoor betaalt. Met het idee van veel van zijn lezers dat hij die columns, zoals ik de mijne, “zonder last of ruggespraak” schrijft, zitten ze ver van de waarheid. Dennis is de uitgever van het zakenblad ‘Into Business’. Niet dat U dat ooit las, natuurlijk, maar ik zie af en toe een stapeltje liggen bij bedrijven en instellingen, en natuurlijk bij Ondernemershuis iFlow. Een zakelijk sprookjesblad waarin ondernemers, tegen betaling, zichzelf en hun bedrijf kunnen profileren en dat dus vol staat met wat in medialand ‘Advertorial’ heet. Goed voor hun ego, blijkbaar, maar ik prijs me gelukkig dat stukken in kranten en vakbladen míj geen geld kosten. En dat de uitgevers van boeken me daarvoor zelfs betalen. Enfin, duidelijk moet zijn dat het regionale bedrijfsleven Dennis brood op de plank bezorgt, en, wie betaalt bepaalt, hij dus altijd rekening moet houden met de mening van dat bedrijfsleven. Zijn columns zijn daarom absoluut niet journalistiek of objectief, en deze is daarop geen uitzondering.

Religie en Koopzondag
Het moet duidelijk zijn dat er vanuit het Christelijk standpunt geen steun te verwachten is voor uitbreiding van commerciële activiteiten op zondag. Maar, zoals ik in mijn vorige columns over dat onderwerp al aangaf, als de tegenstand alleen uit die hoek zou komen, waren alle winkels al jaren elke zondag open. Het lijkt er echter op dat de, ook voor mij toch wel onverwacht grote, politieke tegenstand tegen het ‘vrijheid/blijheid’ principe van ondernemersvereniging VOA, na het debacle in de raad een zondebok nodig heeft. Tja, en die is gauw gevonden: De Christelijke politieke partijen, de Kerken, en …. ik!
Dennis heeft geen idee natuurlijk, maar deze commerciële “Pavlov” reactie staat zelfs al in de bijbel. In Handelingen 19 wordt verhaald hoe de zilversmid Demetrius, die met zijn werknemers veel geld verdiende aan de verkoop van zilveren tempeltjes van de godin Artemis, een hele revolte ontwikkelde om de apostel Paulus te lynchen. Gewoon omdat deze door zijn boodschap van de ‘Ene God’ hun ‘business’ in gevaar bracht. Je kunt de boodschap van Dennis Captein dan ook gewoon lezen als ‘Religie is toegestaan zolang het mijn adverteerders maar geen geld kost’.
En zo zit hij weer lustig zijn anti-theïstische stokpaardje te berijden.

Waarheid
Die waarheid is natuurlijk dat, hoewel een koopzondag weinig bijdraagt aan mijn geluk, mijn democratische aard leidt tot de stelling dat de principes van de minderheid niet de meerderheid kunnen gijzelen. Het oogt ook wat sektarisch, omdat met de heilige dagen van Joden en Moslims nooit rekening is gehouden. Ik heb dan ook al vele jaren geleden gepleit voor het ‘heruitvinden’ van die zondag als de wekelijkse “rustdag” voor IEDEREEN. Een dag waarop mensen naar de kerk kunnen gaan, naar sportvelden of naar onze recreatieparken, een rondvaart kunnen maken, zich op terrassen kunnen laten verwennen, allerlei presentaties en voorstellingen kunnen bijwonen, en, uiteraard, ook nog kunnen winkelen. Kortom, Dennis komt nooit naar de raad, nooit in de kerk, en is blijkbaar ook NIET op de hoogte van de publicatie die ik al zeker 8 jaar geleden namens Leefbaar Alphen het licht deed zien. Maar heeft er wel een mening over!
Al die jaren heb ik, ook op deze site, beweerd helemaal geen religieuze argumenten nodig te hebben voor mijn stelling dat het heel moeilijk zal zijn in een middelgrote stad als Alphen aan den Rijn elke week een commercieel rendabele ‘koopzondag’ te houden. Zoiets zal écht met allerlei andere activiteiten, kerkelijk én seculier, moeten worden ondersteund, maar daar lijkt het bedrijfsleven, in casu de VOA, geen oog voor te hebben. Ik constateer dat die argumenten bij een groot deel van de Alphense politiek, en niet alleen de Christelijke partijen, zo aanslaan, dat zij, niet ik, de koopzondag blokkeren.

Goeroe?
Voor mij is een goeroe iemand met een leuk verhaal waar mensen graag naar luisteren maar waarop niemand kritiek mag hebben. Dennis (blijkbaar heeft hij die term uitgevonden) heeft het regelmatig over dat ‘zelfbenoemde goeroe’, maar ik ga mezelf natuurlijk niet benoemen in iets wat ik absoluut niet wil zijn.
Waar ik, praktisch én theoretisch, mijn hele leven bezig ben binnen verkoop, marketing en communicatie in een scala aan nationale en internationale organisaties, waarvan 25 jaar in het vakgebied retail, is het natuurlijk moeilijk daar geen verstand van te hebben. Dat vakgebied heb ik dan ook in 300 bladzijden beschreven in een wetenschappelijk verantwoord boek (Marketing voor Retailers, 2e editie 2011) voor het HBO retailonderwijs. De sector waar ik de ‘founding father’ van de grote HBO retailopleiding (SBRM) bij Avans Den Bosch ben.
Vanuit die achtergrond publiceer ik ook een blog (http://www.bricksenclicks.me) waarin het door mij ontwikkelde ‘bricks&clicks’ concept van ‘De Nieuwe Winkelier’ is uitgewerkt. Maar al die kennis en ervaring laat onverlet dat mijn publicaties voor veel mensen in de retailsector, ook in Alphen aan den Rijn, een ‘Ongemakkelijke Waarheid’ vormen.

Dat laatste werpt een ander licht op de column van Dennis Captein, die beter ‘His Masters Voice’ als titel had kunnen kiezen.

Koopzondag: NEE

13 mrt

 

Politiek en Zaken
Waar Edwin ten Brink zijn klanten al beloofde voortaan elke zondagmiddag open te zijn, zal hij bijster teleurgesteld zijn na de bespreking van het B&W voorstel in de gemeenteraad. Want die raad is, in meerderheid, helemaal niet geporteerd voor het idee dat de winkeliers voortaan zelf zouden mogen bepalen of ze hun winkels op zondag zouden openen. Wellicht een kleine vergroting van het aantal ‘koopzondagen’, maar zeker niet elke week. Een bittere pil voor veel Alphenaren, en zeker voor de Vereniging Ondernemingen Alphen aan den Rijn (VOA) die al jaren vrijheid van handelen voor hun leden voorstaat. De situatie blijkt helemaal niet veranderd vergeleken met acht jaar geleden toen een enthousiaste wethouder Robert Blom ook al onverwacht een bloedneus opliep met zijn toch bescheiden voorstel voor 18 koopzondagen. De huidige wethouder Van As legde de beslissing volledig in handen van onze gekozenen, maar die blijken met een dergelijke vrijheid opnieuw geen raad te weten. De koopzondagen blijven daarmee een probleem voor de politiek, en het zo bevochten punt van vrijheid voor de winkeliers heeft voor deze raadsperiode afgedaan.

 

Koopzondag en (Christelijke) Religie
Bij een peiling, deels vanuit de raad opgezet, deels vanuit het vaste panel, bleek eigenlijk al dat deze vooronderstelde relatie geen rol speelde. Tenslotte kun je van misschien slechts 20% van de hele Alphense bevolking stellen dat ze zich principieel tegen die koopzondag uitspreken, en bij dit ‘onderzoek’ bleek dat nauwelijks de helft van de Alphenaren wekelijks op zondag zou willen winkelen. Een grote minderheid is tegen, of kan het niet schelen. Mijn ervaring met dit soort onderzoeken zegt me dat hoogstens een kwart dat ook elke zondag gaat doen. En natuurlijk niet met heel mooi, of juist heel slecht weer. Want deze Alphenaren willen graag in de gelegenheid zijn om, op elk moment dat het hen uitkomt, te KUNNEN winkelen. Ze spreken helemaal niet uit dat ze dat dan ook elke zondag DOEN! Blijkbaar hebben de politici dat ook begrepen, en hebben ze juist daarom, opnieuw, een heel voorzichtige houding aangenomen.
In ieder geval is duidelijk dat, vanuit de resultaten van dat onderzoek, christelijke principes niet de reden kunnen zijn dat het VOA feestje niet door zal gaan.

Koopzondag en Commercie
Om vooral bedrijfskundige redenen, waarover ik al eerder schreef, heeft het voor de grote meerderheid aan winkeliers buiten het Alphense Stadshart helemaal geen zin de winkel op zondag open te doen. Wat ze er op zondag aan klanten bij krijgen, zijn ze op zaterdag weer kwijt. Waar ze, met één koopzondag per maand, de winkel wel kunnen mannen met wat hulpkrachten, kun je dat niet elke week zo regelen. Dát betekent dat winkelpersoneel regelmatig roulerend ook op zondag aan de bak moet, zoals dat in bijvoorbeeld de horeca al heel gewoon is. Dat is niet alleen duurder, natuurlijk pikt niemand het als, tegen het hetzelfde loon, de één wel op zondag moet werken en de ander (vanwege principes) niet. Je kunt dat wel ontkennen, of naar de toekomst schuiven, maar dat uiteindelijk IEDEREEN in de retail op zondag moet werken, is een feit.
Het is daarom maar de vraag of in een stadje als Alphen aan den Rijn de voordelen, in de vorm van extra inkomsten, wel tegen de nadelen, qua geld én organisatie, opwegen. Ik vrees dat dit bij veruit de meeste winkeliers negatief uitvalt.

Stadshartperikelen
Natuurlijk lossen extra koopzondagen de huidige problemen in ons Stadshart niet op. Want waarom zouden de mensen die op zaterdag elders gaan winkelen, opeens wel op zondag dat Alphense Stadshart gaan bezoeken. Als ze het op zaterdag al niet aantrekkelijk vinden, dan zal dat immers op zondag (omdat dan toch veel winkels dicht zullen blijven) zeker niet het geval zijn. Tenzij je, zoals ik dat al jaren geleden beschreef, als Stadshartondernemers gezamenlijk besluit de ‘zondagsrust’ gezamenlijk opnieuw uit te vinden. Helaas lijkt niemand verder te denken dan het openen van winkeldeuren. Nu kan VOA vice-voorzitter Edwin ten Brink wel stellen dat “Veel omzet verdwijnt naar omliggende steden”, maar waarom dat probleem (dat is op alle dagen zo) opeens over is met een wekelijkse ‘koopzondag’ is mij volstrekt onduidelijk. Tenslotte zijn we omringd door grote steden die zo hun eigen aantrekkingskracht hebben op consumenten, en verdwijnt er steeds meer ‘traditionele omzet’ naar gespecialiseerde beleveniswinkels buiten dat Stadshart. Van Tuincentra tot IKEA’s en andere grootschalige winkelcentra, zoals de Goudse Poort of Alexandrium.
Die omzet komt echt nooit terug.

Koopzondag en Supermarkt
Natuurlijk gaan, in wát voor type winkelcentrum ook, vrijwel alle supermarkten open. Dát maakt de actie van Ten Brink Foodretail wel duidelijk. Want het moeten accepteren dat slechts een paar supermarkten op zondagmiddag ‘avondverkoop’ houden, is beslist een tantaluskwelling voor andere supermarkteigenaars. Die hebben toch al de neiging om alles wat ‘de buren’ aanbieden, snel op te nemen. Alleen, gaan consumenten nu opeens veel meer eten kopen omdat het op elk moment te koop is? Misschien is het wel net andersom, en kiest men gewoon, elke dag opnieuw, om zelf eten te kopen, óf ergens anders te gaan eten. Zoals dat in de US al heel gewoon is. In ieder geval zal een aantal mensen besluiten voortaan hun zaterdagse boodschappen maar op zondag te gaan doen. Maar dat gaat niet voor meer omzet zorgen, wel voor (aanzienlijk) meer kosten.
En, laten we wel zijn, ook op zondag zul je voor Digros naar Leiderdorp of Ter Aar moeten, en voor JUMBO naar Nieuwkoop of Hazerswoude. En ook voor andere ketens met een ander soort assortiment, zoals Plus of Ekoplaza, zullen we nog steeds naar elders moeten gaan. Kortom, ook in supermarktland spelen een aantal problemen die met die wekelijkse koopzondag hoogstens nog zichtbaarder worden.

Gelukkig hebben we in Alphen aan den Rijn nog wel wat anders te doen dan op zondag winkels aflopen die de rest van de week ook gewoon open zijn. Voor de kerkganger is het natuurlijk elke zondag koopzondag, anderen zijn al jaren actief in ‘rondjes meer’ of andere takken van sport of cultuur, en met een abonnement op Avifauna of het Archeon ben je letterlijk ‘uit in eigen land’. En voor velen is de eigen achtertuin, balcon of bootje natuurlijk een prima plaats om de zondag door te komen.

ZZP Zelfstandige Zonder Poen?

9 dec

“De” ZZP-er
Ook in ondernemerskringen in Alphen aan den Rijn klinkt bovenstaande, denigrerende, benaming regelmatig. Helaas zonder dat de betrokken ondernemers (zelf geslaagd zolang het tegendeel niet bewezen is) zich in dit fenomeen hebben verdiept. De VOA biedt hen onderdak, maar generaliseert een heel diverse groep met die ondernemers. En zij staan hierin niet alleen, deze week hoorde ik minister Henk Kamp het probleem weer eens simplificeren: “De” ZZP-er moet gesteund worden om te groeien en straks werkgelegenheid te bieden aan meerdere mensen. Blijkbaar is dat voor politici en ondernemers vandaag de realiteit en is hen, hoe vaak zij het woord ook uitspreken, innovatie in wezen volmaakt onbekend. Dat stemt, in een tijd waarin alle zekerheden ondersteboven worden gegooid, toch wel triest. Want door de ZZP-er alleen als starter te zien, doen ze het fenomeen, en zichzelf, ernstig tekort.
We weten wel hoe ‘de politiek’ met problemen omgaat: Alle betrokkenen worden, mét hun vaak zo diverse problematiek, op één hoop gegooid, waarna er een uniforme ‘oplossing’ wordt geboden waaraan niemand wat heeft. Om vervolgens voor allerlei groepen en subgroepen zoveel uitzonderingen te creëren, dat binnen de kortste keren niemand meer begrijpt waar het nu eigenlijk over gaat. Zo devalueert ons parlement zich tot een groep wereldvreemde kletskousen die ‘regeren’ over een gemeenschap die helemaal niet bestaat! Dát is precies wat we hen zien doen bij het moderne verschijnsel “Zelfstandige Zonder Personeel”!
Helaas ligt dit probleem niet alleen bij de politiek, maar ook bij het bedrijfsleven, ook bij de VOA, en zelfs, niet in de laatste plaats, bij de ZZP-ers!

Het containerbegrip ZZP
In de praktijk zijn er drie hoofdgroepen die als ZZP-er worden aangemerkt, maar die eigenlijk NIETS met elkaar van doen hebben:
1. Ondernemers die, in de opvatting van Kamp, als zelfstandige zonder personeel een bedrijf beginnen, met als doel ooit tot een middelgroot of groot bedrijf te groeien. Dat zal in de praktijk vaak niet lukken, maar de intentie is er wel.
2. Ondernemers tegen wil en dank die, vaak ontslagen uit een vaste baan zonder veel perspectief op een nieuw dienstverband, in arren moede maar besluiten zich in te schrijven als ondernemer. Met vaak de ultieme droom via deze weg uiteindelijk weer een veilige baan te krijgen. In wezen “Uitzendhulpen Zonder Uitzendbureau” (UZU).
3. Ondernemers die hun (super-)specialistische kennis willen toepassen in verschillende bedrijven, door zich bewust te concentreren op werkzaamheden die hun specialisme vereisen, een specialisme waarvoor een bedrijf geen fulltime medewerker kan en wil aantrekken. Deze ZZP-ers zullen actief werken aan de ontwikkeling binnen hun specialisme en van hun specialisme. Werk dat daarbuiten valt, zullen ze weigeren. Integendeel, daarvoor zullen ze proberen andere ZZP-ers binnen hun eigen netwerk in te schakelen, zodat ‘de klant’ altijd een optimale oplossing kan verwachten.
Waar de eerste twee beschrijvingen vallen binnen de klassieke verdeling tussen ‘ondernemers’ en ‘loonslaven’, vormt de (kleine) derde groep in wezen de kern van wat ‘het nieuwe werken’, ‘de nieuwe onderneming’ en, jawel, ‘de nieuwe winkelier’ zou moeten worden. Uiteindelijk zullen het alleen degenen uit die onbekende en onbeminde derde groep zijn die zich trots met de titel ZZP-er kunnen en zullen tooien. Waarom?

Starters
Als je, door het ondernemersvirus gedreven, vanuit je letterlijke of spreekwoordelijke ‘garage’ een bedrijf opstart, concentreer je je misschien wel op een deelmarkt, maar nooit op één bepaald aspect van dat ondernemerschap. Integendeel, vanuit je intentie te groeien, zullen deze ZZP-ers zich met alle facetten van dat ondernemerschap bezig moeten houden, uiteraard in de hoop een groot deel daarvan later aan medewerkers over te kunnen laten. Voor hen is het ZZP-er-schap slechts een fase die ze zo snel mogelijk achter zich willen laten.
Zoals dat al vele eeuwen gebeurt!

Zelfstandigen Zonder Perspectief
Deze groep had een vaste baan, werd wellicht binnen hun bedrijf zelfs als ‘specialist’ gezien, maar komt er in de praktijk snel achter dat hun ‘specialisme’ in de grote wereld als dertien in een dozijn telt. Ze zijn vaak binnen de bedrijfsmuren zo smal opgeleid dat ze buiten dat ‘specialisme’ nauwelijks inzetbaar zijn. Maar eenmaal buiten de organisatie, blijkt hun competentie absoluut te breed en te laag om hun meerwaarde als gespecialiseerde zelfstandige binnen andere bedrijfsorganisaties te gelde te maken. In de praktijk pakt men alles aan wat ook maar op het ‘oude werk’ lijkt, en wordt deze groep, helaas zonder sociaal vangnet, door bedrijven gebruikt als ‘uitzendhulp’.
Ze zijn ‘Zelfstandigen Zonder Perspectief’, als ondernemer of als werknemer.

Echte ZZP-ers
De echte ZZP-er heeft zich, vanuit theorie én praktijk, bewust gespecialiseerd in een vakgebied waar binnen veel bedrijfsorganisaties werk is, maar onvoldoende om er intern een specialist op te zetten. De praktijk is dat ze hier een uur in de week werken, daar een halve dag en elders drie dagen in de maand. Werk wat ze deels op locatie doen, deels op een variabele werkplek, deels thuis. Werk dat ze noodzakelijkerwijs maar een beperkt aantal dagen per week kunnen doen, en daarnaar betaald moeten worden, omdat ze zich immers blijvend moeten ontwikkelen om hun status als (super-)specialist waar te kunnen blijven maken. Dít zijn de mensen die voor iedereen ‘het nieuwe werken’ mogelijk maken, de nieuwe ‘smeerolie van de economie’, en het wordt tijd dat ook Kamp zich dat realiseert.
De ZZP-er als een nieuw fenomeen binnen ons vaak verstarde bedrijfsleven, zoals dat binnen onze gemeente wordt gepropageerd door ‘Ondernemers met Zin’

Behoudzuchtige bedrijven
Een specifiek probleem is dat bedrijven moeten leren werken met deze échte specialisten. Ze moeten niet alleen onderscheid maken tussen kernactiviteiten (waarvoor INTERNE knowhow cruciaal is) en ondersteunende activiteiten waarvoor échte specialisten meer waar voor hun geld leveren. Ze moeten zich realiseren nog veel personeelsleden in dienst te hebben die in een veelheid van taken maar matig presteren, waardoor ook de prestatie van het bedrijf als geheel wordt gelimiteerd. Door die taken in handen te geven van gespecialiseerde ZZP-ers, stijgt de prestatie van het bedrijf, en daarmee haar concurrentiekracht, tegen, ondanks het hogere uurloon, lagere kosten. Tenminste, als het management zich aan deze nieuwe situatie aanpast.

Winkelier zonder Personeel
Als er natuurlijk één groep behoudende ondernemers bestaat, dán is dat de groep retailers. Pas als ze zich bekeren tot het principe van ‘De Nieuwe Winkelier’ of een ander modern business model, zullen ze zich ook realiseren géén tijd meer te hebben om allerlei klussen in en rond de winkel te doen. Omdat ze al hun tijd moeten besteden om, in winkel én geïntegreerde webshop, met klanten, potentiële klanten of leveranciers bezig te zijn. Dát geeft ruimte voor ZZP-ers die de ramen zemen, de winkel schoonhouden, display’s plaatsen, bestellingen bezorgen, of de administratie doen. Het geeft zelfs ruimte aan zelfstandige specialisten die tijdelijk het werk van die ondernemers kunnen overnemen, bij vakantie, ziekte, of wanneer er een symposium, workshop of beurs bezocht moet worden.

Elke zondag koopzondag?

21 okt

Noodzaak?
Als je de kranten leest, zou je haast denken van wel. Zo grijpt Edwin ten Brink namens de VOA het besluit van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk om de koopzondag, vreemd genoeg alleen voor supermarkten, integraal toe te staan, aan om dat ook van het Alphense gemeentebestuur te eisen. De vooronderstelling is natuurlijk dat de winkels meer omzet boeken door die dag open te gaan. Toch blijkt in veel gevallen dat winkeliers ervoor te kiezen NIET op zondag hun winkels te openen. Dat is in onze buurgemeente ook het geval in alle plaatsen, behalve Bodegraven zelf. En zelfs in een grote plaats als het Drentse Assen gaan de winkels niet op zondag open, hoewel alle winkels dat mogen. Dat is ook het geval in Gouda. Het gevoel van noodzakelijkheid, zoals de VOA dat presenteert, is blijkbaar niet algemeen.
Maar dat het niet mag, is klaarblijkelijk zo frustrerend dat veel winkeliers gewoon niet verder denken. Intussen verdiept zich hun gevoel dat juist dit verbod, om op zondag hun winkels te openen, hun bedrijf in de problemen brengt. Dus is de meest logische weg dat de gemeente iedere (alleen supermarkten is natuurlijk belachelijk) winkelier toestaat op zondagmiddag de winkel wel, dan niet, te openen. Of ze het dan ook doen, dát is maar zeer de vraag.

Zinvol?
Wel, in juni publiceerde ik al wat observaties in ons Stadshart, die nou niet de indruk gaven dat bij uitbreiding van het aantal koopzondagen het goud binnenstroomt:
“Nou, ‘shoppers’ waren er genoeg, maar ze shopten niet of nauwelijks. Integendeel, ze genoten van wijntje en hapjes in de warme zon, maar voor de vaak enorme aanbiedingen in winkels en stands was nauwelijks aandacht. Kortom, al die activiteiten op de zondagmiddag lijken, zeker als het weer meewerkt, goed uit te werken op onze horecasector, maar de winkels leggen er geld op toe!”

Kosten
Met één zondag per maand valt er nog wel wat te schuiven met de inzet van personeel, maar wanneer de winkel elke zondag geopend is, moet er personeel bij. Voor kleine ondernemers betekent dit dat ze in de praktijk 7 dagen per week werken (!). Zondag open betekent gewoon méér personeelskosten, in de verwachting dat dit ook aantoonbaar meer inkomen oplevert. Als dat laatste niet het geval is, zullen veel winkeliers al snel afhaken, zoals dat ook gebeurde tot Martin de Vries de winkels tot 18:00 uur open wilde houden.
Tja, en dan zijn er nog niet-financiële aspecten, want het is natuurlijk nogal wat om je personeel te verplichten toch zeker twee zondagen per maand gewoon te moeten werken. Natuurlijk kun je dat compenseren op andere dagen, maar voor veel werknemers (en veel ondernemers) zal dit een gevoelige aanslag op hun sociale leven betekenen. En waarvoor?

Happy Few
Natuurlijk wordt er, behalve in de horeca, door consumenten geen cent meer uitgegeven dan ze hebben. Salarissen zijn bijna bevroren, pensioengerechtigden krijgen er al jaren niets meer bij, de werkloosheid loopt nog steeds op, en faillissementen zijn aan de orde van de dag. Banken zijn nog even spaarzaam bij het verstrekken van krediet. Alleen ‘Den Haag’ blijft optimistisch beweren dat het nog voor de verkiezingen beter zal gaan. Kortom, er is helemaal geen geld om die extra koopzondagen voor iedereen rendabel te maken. Maar, zoals dat ook op werkdagen geldt, weet de ene winkelier natuurlijk succesvoller de ‘zondagsklant’ aan te spreken dan de andere. Maar de meesten zullen al snel inzien dat die koopzondag hen niets oplevert, en hun deuren weer sluiten.

Leuk?
Over het algemeen wordt aangenomen dat, om een koopzondag tot een succes te maken, toch minstens de helft van de winkels geopend moet zijn. Dát is de theorie, want consumenten vinden een winkelcentrum waar 1 op elke vijf winkels dicht is, of leeg staat, al snel ongezellig. Het zal de consument, die alleen zijn boodschappen komt doen, niet veel uitmaken, maar een Stadshart moet het juist hebben van recreatief winkelen, en daarvoor is nu juist nodig dat het gros van de winkels wél geopend is. Daar spint ook de horeca garen bij, dus uiteindelijk worden koopzondagen pas interessant als praktisch elke winkel mee gaat doen. Ik vrees dat dit in Alphen aan den Rijn niet het geval zal zijn. Ons Stadshart heeft al problemen genoeg op ándere dagen de Alphenaar naar het centrum te krijgen.

Beleid
Als gemeente doe je het natuurlijk nooit goed, maar het lijkt me dat de dagen geteld zijn dat de gemeente bepaalde wanneer winkels, natuurlijk binnen bepaalde grenzen, geopend zijn. Omdat het maar zeer de vraag of koopzondagen aantrekkelijker zijn als dat elke week het geval is (dan is het begrip ‘koopzondag’ dus helemaal verouderd) doet de gemeente er goed aan om, net zoals dat in Bodegraven en Gouda gebeurde, het aan de ondernemers over te laten of ze voortaan de zondagmiddag, élke zondagmiddag, ook als het koud en guur is, en ook als de mussen van het dak vallen, hun winkels open te stellen voor het publiek.

Zo Stom!

2 sep

Inzicht
Ja, hoe kon ik nou zo stóm zijn te denken dat ik al die jaren de enige was die wist dat Alphen aan den Rijn nu én straks veel te klein is voor de grootste plannen voor winkels rond ons Thorbeckeplein. Zéker na de ondoordachte bouw van een winkelcentrum in De Baronie.
Lees de kranten er maar op na, élke politieke partij, coalitie én oppositie, wist dat allang! Hoe dom kon ik toch zijn om daar elke keer maar overheen te lezen. Op hun websites, in hun gloednieuwe verkiezingsprogramma’s, óveral staat dat er in Alphen GEEN nieuwe winkels aan het Thorbeckeplein moeten komen omdat daar geen behoefte aan is. Wat dóm van mij dat niet te lezen.
In al die 10 verkiezingsprogramma’s staat toch al jaren dat al die nieuwe vierkante meters winkelruimte helemaal niet nodig zijn, omdat vrijwel élke winkel in ons Stadshart kleiner kan worden door de winkelformule méér op het internet te richten, en minder in fysieke winkels.
Stom, stom, stom, dat ik me dat helemaal niet is opgevallen!

Maar alle gekheid op een stokje, beste lezers, jullie begrijpen ook wel dat er bij die politieke meningen van vandaag helemaal geen sprake is van ‘voortschrijdend inzicht’, maar van politiek opportunisme. Opportunisme in het zicht van de verkiezingen voor onze nieuwe fusiegemeente. Alsof het de, voor ons nieuwe, medeburgers uit Rijnwoude en Boskoop ook maar een klap kan schelen wat er aan ons Thorbeckeplein gebeurt. Tenminste tot ook bij hen doordringt dat straks ook zij mogen opdraaien voor dat miljoenengat aan de Lage Zijde, tenminste.
Want natuurlijk staat er helemaal niets in die verkiezingsprogramma’s over een volstrekt nieuwe en op allerlei vlakken duurzame koers rond het centrumgebied achter de Kromme Aar. Alles en iedereen wil nog steeds winkels rond het Thorbeckeplein en zelfs aan de Hooftstraat! Alleen over het hoe en waarom zijn onze politici het niet eens.

Vormfout
Ach, in dat blog stelde ik al dat het Vorm plan het beste plan voor onze Lage Zijde was dat ik ooit zag. Helaas is de retailmarkt sindsdien verkleind, en vooral veranderd, en dat zal nog wel even doorgaan. Veertig jaar lang zijn winkels, in welke branche dan ook, niet alleen steeds groter geworden, maar hebben ze zich ook steeds meer op elkaars terrein begeven. Niet alleen door hele artikelgroepen van andere branches over te nemen (branchevervaging), waardoor het begrip ‘branche’ volledig verouderd raakte. Maar ook omdat steeds vaker retailers stopten een eigen, herkenbare koers te varen, zodat uiteindelijk veel te veel winkelformules op elkaar zijn gaan lijken (benchmarking). Verder wordt er steeds vaker gewinkeld in grote Megavestigingen die een deel van de binnenstadsfunctie, het deel dat op specialisatie én infrequente aankopen gericht was, hebben overgenomen. Als klap op de vuurpijl is plotseling ook de webshop populair geworden, ‘pure players’, maar vooral de webshops van bestaande winkelketens. Als er meer geïntegreerde winkelformules komen, kunnen die op een veel kleiner oppervlakte succesvol opereren, zowel in gedeelde winkelpanden, als shop-in-the-shop, pop-up winkel of kiosk, zodat stadscentra niet groter, maar kleiner zullen worden. (zie: http://www.bricksenclicks.me). Dan wordt het weer interessant om in zo’n compact Stadshart recreatief te winkelen.

Plan B
Hoewel de bewoners van onze Stadskas anders beweren, hebben ze absoluut geen Plan B achter de hand, en gokten ze volledig op het plan van VORM. Nu duidelijk is dat dít er ook niet komt, wordt tijd voor iets heel anders, zoals ik dat al eerder in een blog ‘Plan B’ schreef. Gewoon elke bewinkeling rond Thorbeckeplein en in de Hooftstraat afschrijven en het bestemmingsplan aanpassen. Dán treedt er een natuurlijk saneringsplan in werking, waardoor er niet langer nóg meer Alphens geld op de verkeerde plaats wordt verspild.
Alphen aan den Rijn moet haar Stadshart versterken door het te verkleinen. Iets anders leidt alleen tot nóg grotere verwatering van het aanbod, nog minder klanten, nog meer leegstand en uiteindelijk, volledig onnodig, de totale verpaupering van onze binnenstad. Alleen een duidelijk andere koers kan dat centrum weer perspectief geven, en een nieuwe investeerder aantrekken voor de Aarhof, o.a. Tja, dat Cultuurhuis kunnen we dan vergeten, maar in de geplande vorm zullen we dat nooit nodig hebben.

VOA
Helaas blijft ook de VOA, in ieder geval haar voorzitter John Vermeer, onverkort aan haar verouderde ideeën hangen. Tóch weer winkels bouwen aan het Thorbeckeplein, één voor één, zodat het allemaal in de vertrouwde Alphense handen kan blijven. Planologisch spreken we dan over verrommeling, en dát hebben we daar met het Thorbeckegebouw toch al eerder meegemaakt. De plannen van John betekenen niets meer of minder dan nóg meer leegstand op andere plaatsen, en doorgaande stagnatie van de ontwikkeling van ons Stadshart. Het idee van nóg meer horeca is al helemaal flauwekul. Die kan immers zonder winkelend publiek helemaal niet bestaan? Want in de ons omringende plaatsen kun je ook lekker eten en drinken.
De oubollige ideeën over een jachthaven dáár (of aan Rijnhaven) zijn al helemaal onzinnig. Het idee dat we bezuinigen op zorg, maar wel investeren in die paar Alphenaren die zo’n sloepje kunnen betalen? Nee, van de VOA moeten we zo niet teveel verwachten, helaas.

Hoekstra
Na zijn collega Lyczak gaat nu wethouder Hoekstra kijken wat er te redden valt. Helaas heeft ook hij geen idee van retailing, zodat hij voorlopig niet verder komt dan ‘afbreken’. Tja, het lijkt aan de Lage Zijde nú al of er een oorlog heeft gewoed, en dat zal op zijn manier alleen maar erger worden. Als lijsttrekker VVD of als wethouder VVD, Tseard Hoekstra zal de Alphenaren snel perspectief moeten bieden, of zijn kiezers gaan, nog meer dan ze nu al doen, buiten Alphen winkelen.
Dán wordt het pas guur, in die Alphense Stadskas!

Plan B (2)

5 jul

Wat te doen met het Thorbeckeplein?
In mijn voorgaande blog ben ik uitgebreid ingegaan op waarom Alphen aan den Rijn geen behoefte heeft aan een nieuw winkelcentrum aan dat Thorbeckeplein. Het feit dat de gemeente daar nu al jaren geld verliest is natuurlijk vervelend, maar dat mág natuurlijk niet de reden zijn om daar maar iets te bouwen dat elders in het Stadshart nóg meer geld kost.
Nu is de vraag wat we er dan wél mee moeten doen, met dat Thorbeckeplein.
Met dit “PlanB” neem ik wel afscheid van allerlei megalomane plannen die de afgelopen jaren m.b.t. die Lage Zijde over ons zijn uitgestort, maar maak ik wel gebruik van allerlei ideeën die al eerder zijn geopperd, tot aan het ‘opknipidee’ van de VOA toe.

Nieuwe Entree voor Alphen
Altijd heeft een royale toegang tot ons Stadshart aan de Lage Zijde voorop gestaan in de plannen. Dat behelst het doortrekken van de Thorbeckestraat tot aan de Oranje Nassausingel, en verbreding daarvan tot de Thorbeckelaan. De aansluiting ligt er al, inclusief verkeerslichten. Alleen moeten daarvoor de bestaande flatgebouwen wijken voor nieuwbouw, en daarvoor is de gemeente afhankelijk van Wonen Centraal. Maar als we aannemen dat tenminste die organisatie doet wat ze zegt, gaat dat in de komende jaren wel lukken. Alleen moet je in die toegang natuurlijk niet gelijk een knoop (rotonde) leggen omdat je zo nodig, lekker dorps, de Lijsterlaan en de Bloemhofstraat met het Stadshart wilt verbinden. Nergens voor nodig, die bewoners fietsen of lopen maar, en anders rijden ze zo via de Oranje Nassausingel en die Thorbeckelaan naar het Stadshart!

Thorbeckegebouw
Dit bouwsel, waarin tot voor kort de bibliotheek was gevestigd, winkels, parkeergarage en woningen is, in alle plannen, een krakkemikkig en lelijk gebouw en een enorme sta-in-de-weg voor welke ontwikkeling dan ook. Ik stel voor dit gebouw gewoon af te breken en er voorlopig niets voor in de plaats te zetten, daar hebben we immers toch het geld niet voor. Als we dat ooit wél weer hebben, is er genoeg ruimte voor een nieuw gebouw, mét parkeerruimte, uiteraard.

Thorbeckeplein
Wat overblijft, aan het eind van de nieuwe Thorbeckelaan, is een nóg veel groter Thorbeckeplein. Dat kunnen we gewoon gebruiken als parkeerplaats, en ‘ongewoon’ als evenementenplein. De weekmarkt laten we gewoon waar deze nu zit, maar we gebruiken het wel voor grotere evenementen, waarvoor het Rijnplein ongeschikt of te klein is. Zo hebben we ín de stad ruimte voor echt grote evenementen als de kermis, voor de Taptoe, de Oldtimerdag of het vakantiespel. Plaats genoeg ook voor “Beach Plaza” in de zomer of een ijsbaan in de winter.
Uiteraard zijn die parkeerplaatsen (achteraf) te betalen via de klantenkaart van het Stadshart. Hoe meer U koopt, des te langer kunt U parkeren!

Nutsgebouw
Zoals al in alle plannen staat kunnen we best zonder al die bebouwing rond dit, voor Alphense begrippen, historische gebouw. Dan is er ruimte voor uitgebreide horecafaciliteiten, en voor een permanent terras aan de Kromme Aar!

De Kromme Aar
Door simpelweg één winkel weg te breken ontstaat ruimte om ook het laatste deel van dit riviertje weer enig aanzien te geven. Het zou juist NIET de bedoeling moeten zijn die ontstane ruimte gelijk weer te vullen met allemaal sloepen omdat een paar Alphenaren er toevallig één hebben. Nee, gewoon water, om je te herinneren waarom we nu eenmaal Alphen AAN DEN RIJN heten!

De ‘Overkant’
Waarschijnlijk mijn meest oorspronkelijke idee: De Mediawinkel!
De bestaande bebouwing gewoon wegbreken, zoals de bedoeling was, en vervangen door één grote winkelruimte van zeker 2000 m2, waarin de Alphenaar Boeken, Tijdschriften, Cd’s en Dvd’s kan bekijken, lezen, kopen, verhandelen of huren. Ouderwets en sfeervol, in de winkel, of snel en eenvoudig, via het internet. Meenemen, ophalen of bezorgen, naar keuze! Volledig ‘bricks&clicks’, klaar voor de rest van deze eeuw. Een ruimte waar de meest omvangrijke functie van de openbare bibliotheek, boeken uitlenen, is opgenomen in een volledig commercieel concept. Een ruimte ook waar elke Alphenaar onder het genot van een kop koffie of een lichte lunch in het Cultuurcafé rustig kennis kan nemen van wat er zo allemaal beschikbaar is. Natuurlijk is er genoeg ruimte beschikbaar voor Sta-Art om te exposeren, en voor allerlei ándere leuke dingen die Haasbeek Centrum nú ook al doet en waarin ook de huidige bibliotheekorganisatie nog een permanente, maar kleine, ruimte huurt. U begrijpt het al, het Cultuurhuis idee is mét het Cultuurhuis zelf, volledig in dit initiatief opgenomen. En met de daarvoor gereserveerde miljoenen kun je leuk met de betreffende ondernemer gaan discussiëren!

HAT eenheden voor jongeren

Tja, en boven die winkel natuurlijk geen appartementen voor ouderen, maar juist HAT eenheden voor onze jongeren. Die wonen immers nu vooral anti-kraak, waar moeten die straks heen? Niemand die er ook maar over nadenkt, lijkt het. Maar waarom zou Alphen, met een groeiend aantal één en twee persoons ‘gezinnen’ daarvoor nóg meer drie of vier kamer appartementen gaan bouwen? Daarbij, drukte in het centrum wordt door ouderen al heel snel als overlast ervaren, terwijl de jongeren er wel bij varen. Daar moeten we niet over blijven zeuren, maar ze gewoon realiseren. Adequate woonruimte ín het centrum is voor die leeftijdscategorie écht belangrijker dan de disco, waaraan al zoveel tijd en geld is verspild!

Het ‘Waterfront’
Nou, laten we beginnen het ‘Gebelpad’ maar te vergeten. Nutteloze vierkante meters. Als Alphenaren langs de Rijn willen wandelen kan dat prima als ze de Hooftstraat uitlopen. Kunnen ze na afloop van hun wandeling gezellig een kop koffie bij ‘De Heul’ of ’s Molenaarsbrug drinken!
Afbreken en nieuwbouw, zoals zowel gemeente én VOA willen? Gewoon niet doen! Bestaande panden herontwikkelen in de ‘clicks&bricks’ stijl die ik eerder propageerde. Kleine gespecialiseerde winkeltjes die samen de nieuwe winkelruimtes gaan bezetten. Met ‘nachthoreca’ erboven! Zowel ruimte voor ondernemers die elders moeten verdwijnen (Hooftstraat, Van Nesstraat), samen met starters en andere ondernemers die nu anti-kraak huren. Gewoon als voorbeeldproject zoals het ook elders in ons Stadshart gaat worden. Hoe dat werkt? Lees http://www.bricksenclicks.me.

Conclusie:
Alles aan die Lage Zijde is mislukt omdat de participanten, de gemeente voorop, maar steeds niets beters wisten te doen dan de al opgelopen schade te beperken. Als de gemeente in 2009 5 miljoen extra had uitgegeven was dat “Lage Zijde Plan” al gerealiseerd, tenslotte! Dat bedrag zijn we nu PER JAAR kwijt! Het enige resultaat van dat getalm is dat een steeds groter deel van de al gedane investeringen als verloren beschouwd kan worden. Wat we nu móeten doen is roeien met de riemen die we WEL hebben. En afscheid nemen van allerlei mooie dromen die toch nooit werkelijkheid worden. En van geld dat we tóch nooit terugverdienen. Dat vereist een durf die ik de huidige coalitie, én veel oppositiepartijen, niet toedicht. Misschien een uitdaging voor de ‘Nieuwe Politiek’?
Duidelijk is wel dat we het belang van het hele Stadshart, én in feite van de hele distributie infrastructuur van de regio, voorrang moeten geven bóven dat Thorbeckeplein en alle emoties die daaraan verbonden zijn. En als je eenmaal eenmaal een totaal visie op die ontwikkeling hebt, dán pas kun je gaan opknippen: Aanleg Thorbeckelaan, Nieuwbouw woningen, “De overkant” mét HAT eenheden boven een innovatieve winkel, Het Nutsgebouw en Het Waterfront, met zicht op de Rijn! En natuurlijk kunnen Alphense ondernemers dat best opzetten en uitvoeren, VOA!
Maar eerst visie, dán plannen! Niet omgekeerd!