Tag Archives: VOA

Bomen tot aan de Hemel?

5 jun

Back to the Future?
VOA voorzitter Eric Carree is geen ambitie te hoog. Dat is mooi op een ledenvergadering met Alphense ondernemers, maar of het in de echte economie zo praktisch is?
Uiteraard worden Maximabrug en de verbreding van de N207 aangevoerd als noodzakelijk voor een goed vestigingsklimaat. Maar is rond de aanleg van de N11 niet precies hetzelfde gezegd? De weg lag er nog niet, of we raakten de vestiging van L’Oreal kwijt! Supermarktbedrijf Hoogvliet zette hoog in voor de bouw van de Maximabrug, maar is, als “Hoekstra’s Funny” wordt geopend, al verdwenen naar Bleiswijk. Alphen had absoluut nieuwbouw aan de Hoge Zijde nodig om haar Stadshart te laten bloeien, maar nu, ruim tien jaar na de realisatie, stelt ons Stadshart niets meer voor dan toen. Nu wordt het jarenlang opgehemelde ‘Economisch Herstelplan’ weer uit de kast gehaald, maar volgens mij is van al de daarin genoteerde ambities alleen het “Ondernemershuis” iFlow gerealiseerd.

Zorg of Zeeman?
In het aangehaalde krantenartikel uit het AD blijkt de, vaak juist zo kritische, journalist Jan Belt, een onverbloemde propagandist voor VOA en gemeente te zijn. En het is natuurlijk niet toevallig dat pal naast dit artikel een berichtje staat over de ‘Gouden Zorggemeente’ die Alphen óók zou zijn. Ik hoop van harte dat de zorgvragers hier dat met de opstellers van dit lijstje eens zijn. Maar het is wel vreemd dat, waar ZORG landelijk hét politieke issue van dit moment is, de gemeente zich richt op de realisatie van infrastructuur waarbij het daadwerkelijke effect op de lokale economie vooral vraagtekens oproept. Nu ben ik het vaak met onze dynamische wethouder Van As eens, maar een uitspraak als ‘De markt corrigeert zichzelf’ doet mij toch de wenkbrauwen fronsen. In mijn economie is het gewoon een ZEKERHEID dat je door investeringen geld kwijt bent, maar dat je slechts kunt VERWACHTEN dat dit uiteindelijk méér geld oplevert. In een gemeente die recent 80 miljoen Euro aan het Thorbeckeplein zag verdampen, zou je dat principe bekend vooronderstellen. Maar de ambities zijn blijkbaar sterker dan het gezonde verstand.

Daarover schreef ik al eerder een blog in deze serie. Want als er écht moet worden gekozen tussen de vastgoedsector (Zeeman) en de zorg, dan weet ik het wel! Overigens geldt dat ook voor Cultuur, de muziekschool is nog niet uit het oude gemeentehuis, of juist Jan Zeeman meldt zich alweer om er een bejaardenpaleis van te maken. Met een eigen penthouse?

Concentreren
Het zwakste punt van dat Economisch Herstelplan is het grote aantal doelstellingen. Waar je in de economie altijd meer wilt realiseren dan waar je (per definitie schaarse) middelen voor hebt, is het een goed gebruik je in ambitie én doelstelling te concentreren. In feite heeft onze gemeente maar twee economische doelen. Het eerste is de realisatie van een aantrekkelijke, dus goed op elkaar afgestemde, retail-infrastructuur voor de hele gemeente. Het tweede het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor GROTE bedrijven. Zodat al die veelbelovende jongeren die jaarlijks van onze opleidingen komen ook daadwerkelijk binnen onze gemeente werk in hun sector en op hun niveau kunnen vinden, en binnen die gemeente hun gezin willen stichten en hun kinderen opvoeden. De rest is, als basis voor gemeentelijk beleid, bijzaak.
Wat we in dit ‘ Economisch Herstelplan’ zien is een soort ‘Sinterklaas’ lijstje, waarmee met veel te veel korte termijn belangen rekening is gehouden.
Maar ondanks al die gestapelde stenen is er nog geen enkel zicht op geïntegreerd retailbeleid voor de hele gemeente (liefst voor de hele regio). Dan wordt het ook niets met ons Dorpshart dat we koppig Stadshart blijven noemen.

Sterkste Economie van de Randstad?
Daarover moet ik toch echt hard lachen. Onze Eric Carree kán toch alleen het Groene Hart bedoelen. De Randstad daaromheen bestaat immers uit de grootste economische agglomeraties van ons land. Die verandering van ‘Randstad’ naar ‘Groene Hart’ maakt deze ‘strijd’ wel eenvoudig en overzichtelijk: Alphen aan den Rijn moet het veel grotere Zoetermeer overvleugelen. Kortom, Carree’s ambitie betekent alleen al dat de huidige stad Alphen aan den Rijn TWEE keer zo groot moet worden om dat te realiseren. Minstens twee keer zoveel arbeidsplaatsen, en gewoon een verdubbeling van de woningvoorraad. Ik hoop van harte dat de Alphense gemeenteraad zich realiseert waarover ze het hier hebben, en zich niet, met de VOA, in deze roze toekomstdromen verliest.
Natuurlijk is er niets op tegen wat extra geld in onze lokale economie te pompen, al vraag ik me af of er hierbij niet teveel op de Stad Alphen aan den Rijn wordt gespeeld, en te weinig op de andere kernen. Maar de suggestie dat dit een opmaat is naar een werkelijk gezaghebbende positie in de randstad is natuurlijk flauwekul.
Het is ook maar de vraag of die verdubbeling iets is wat de gemiddelde Alphenaar wil!

Stennis Dennis Leugenaar

20 mrt

“Nog een geluk dat de SGP hier geen zetels heeft”
Hoewel je zou denken dat AD/Alphen columnist Dennis Captein wel leergeld betaald zou hebben met zijn ontslag als columnist bij het Alphens Nieuwsblad, vindt hij het vandaag opnieuw nodig vanuit zijn nieuwe werkkring de grote Christelijke minderheid in Alphen aan den Rijn aan te vallen. Enfin, dáár moet de hoofdredactie zich maar zorgen over maken.
Waar het mij om gaat is dat Dennis ‘de Alphenaar’ niet alleen sprookjes zit te vertellen, naar vandaag zelfs gewoon leugens. Niets is te gek om lezers te trekken, blijkbaar.
Want met het statement “Nog een geluk dat de SGP hier geen zetels heeft” geeft hij aan een politieke onbenul te zijn, sinds de vorige verkiezingen heeft de SGP hier zelfs TWEE raadsleden.
Tja, en over ‘scheiding’ van politiek en religie? Ach, Dennis kan zijn columns en zijn broodwinning immers ook niet uit elkaar houden?

Into Business
Dennis schrijft alleen columns als je hem ervoor betaalt, zoals ook Alphens.nl merkte waar de redactie al ANDERHALF jaar zit te wachten op zijn volgende. Maar onze Dennis is tenslotte broodschrijver, hij maakt mooie verhalen voor iedereen die hem daarvoor betaalt. Met het idee van veel van zijn lezers dat hij die columns, zoals ik de mijne, “zonder last of ruggespraak” schrijft, zitten ze ver van de waarheid. Dennis is de uitgever van het zakenblad ‘Into Business’. Niet dat U dat ooit las, natuurlijk, maar ik zie af en toe een stapeltje liggen bij bedrijven en instellingen, en natuurlijk bij Ondernemershuis iFlow. Een zakelijk sprookjesblad waarin ondernemers, tegen betaling, zichzelf en hun bedrijf kunnen profileren en dat dus vol staat met wat in medialand ‘Advertorial’ heet. Goed voor hun ego, blijkbaar, maar ik prijs me gelukkig dat stukken in kranten en vakbladen míj geen geld kosten. En dat de uitgevers van boeken me daarvoor zelfs betalen. Enfin, duidelijk moet zijn dat het regionale bedrijfsleven Dennis brood op de plank bezorgt, en, wie betaalt bepaalt, hij dus altijd rekening moet houden met de mening van dat bedrijfsleven. Zijn columns zijn daarom absoluut niet journalistiek of objectief, en deze is daarop geen uitzondering.

Religie en Koopzondag
Het moet duidelijk zijn dat er vanuit het Christelijk standpunt geen steun te verwachten is voor uitbreiding van commerciële activiteiten op zondag. Maar, zoals ik in mijn vorige columns over dat onderwerp al aangaf, als de tegenstand alleen uit die hoek zou komen, waren alle winkels al jaren elke zondag open. Het lijkt er echter op dat de, ook voor mij toch wel onverwacht grote, politieke tegenstand tegen het ‘vrijheid/blijheid’ principe van ondernemersvereniging VOA, na het debacle in de raad een zondebok nodig heeft. Tja, en die is gauw gevonden: De Christelijke politieke partijen, de Kerken, en …. ik!
Dennis heeft geen idee natuurlijk, maar deze commerciële “Pavlov” reactie staat zelfs al in de bijbel. In Handelingen 19 wordt verhaald hoe de zilversmid Demetrius, die met zijn werknemers veel geld verdiende aan de verkoop van zilveren tempeltjes van de godin Artemis, een hele revolte ontwikkelde om de apostel Paulus te lynchen. Gewoon omdat deze door zijn boodschap van de ‘Ene God’ hun ‘business’ in gevaar bracht. Je kunt de boodschap van Dennis Captein dan ook gewoon lezen als ‘Religie is toegestaan zolang het mijn adverteerders maar geen geld kost’.
En zo zit hij weer lustig zijn anti-theïstische stokpaardje te berijden.

Waarheid
Die waarheid is natuurlijk dat, hoewel een koopzondag weinig bijdraagt aan mijn geluk, mijn democratische aard leidt tot de stelling dat de principes van de minderheid niet de meerderheid kunnen gijzelen. Het oogt ook wat sektarisch, omdat met de heilige dagen van Joden en Moslims nooit rekening is gehouden. Ik heb dan ook al vele jaren geleden gepleit voor het ‘heruitvinden’ van die zondag als de wekelijkse “rustdag” voor IEDEREEN. Een dag waarop mensen naar de kerk kunnen gaan, naar sportvelden of naar onze recreatieparken, een rondvaart kunnen maken, zich op terrassen kunnen laten verwennen, allerlei presentaties en voorstellingen kunnen bijwonen, en, uiteraard, ook nog kunnen winkelen. Kortom, Dennis komt nooit naar de raad, nooit in de kerk, en is blijkbaar ook NIET op de hoogte van de publicatie die ik al zeker 8 jaar geleden namens Leefbaar Alphen het licht deed zien. Maar heeft er wel een mening over!
Al die jaren heb ik, ook op deze site, beweerd helemaal geen religieuze argumenten nodig te hebben voor mijn stelling dat het heel moeilijk zal zijn in een middelgrote stad als Alphen aan den Rijn elke week een commercieel rendabele ‘koopzondag’ te houden. Zoiets zal écht met allerlei andere activiteiten, kerkelijk én seculier, moeten worden ondersteund, maar daar lijkt het bedrijfsleven, in casu de VOA, geen oog voor te hebben. Ik constateer dat die argumenten bij een groot deel van de Alphense politiek, en niet alleen de Christelijke partijen, zo aanslaan, dat zij, niet ik, de koopzondag blokkeren.

Goeroe?
Voor mij is een goeroe iemand met een leuk verhaal waar mensen graag naar luisteren maar waarop niemand kritiek mag hebben. Dennis (blijkbaar heeft hij die term uitgevonden) heeft het regelmatig over dat ‘zelfbenoemde goeroe’, maar ik ga mezelf natuurlijk niet benoemen in iets wat ik absoluut niet wil zijn.
Waar ik, praktisch én theoretisch, mijn hele leven bezig ben binnen verkoop, marketing en communicatie in een scala aan nationale en internationale organisaties, waarvan 25 jaar in het vakgebied retail, is het natuurlijk moeilijk daar geen verstand van te hebben. Dat vakgebied heb ik dan ook in 300 bladzijden beschreven in een wetenschappelijk verantwoord boek (Marketing voor Retailers, 2e editie 2011) voor het HBO retailonderwijs. De sector waar ik de ‘founding father’ van de grote HBO retailopleiding (SBRM) bij Avans Den Bosch ben.
Vanuit die achtergrond publiceer ik ook een blog (http://www.bricksenclicks.me) waarin het door mij ontwikkelde ‘bricks&clicks’ concept van ‘De Nieuwe Winkelier’ is uitgewerkt. Maar al die kennis en ervaring laat onverlet dat mijn publicaties voor veel mensen in de retailsector, ook in Alphen aan den Rijn, een ‘Ongemakkelijke Waarheid’ vormen.

Dat laatste werpt een ander licht op de column van Dennis Captein, die beter ‘His Masters Voice’ als titel had kunnen kiezen.

Koopzondag: NEE

13 mrt

 

Politiek en Zaken
Waar Edwin ten Brink zijn klanten al beloofde voortaan elke zondagmiddag open te zijn, zal hij bijster teleurgesteld zijn na de bespreking van het B&W voorstel in de gemeenteraad. Want die raad is, in meerderheid, helemaal niet geporteerd voor het idee dat de winkeliers voortaan zelf zouden mogen bepalen of ze hun winkels op zondag zouden openen. Wellicht een kleine vergroting van het aantal ‘koopzondagen’, maar zeker niet elke week. Een bittere pil voor veel Alphenaren, en zeker voor de Vereniging Ondernemingen Alphen aan den Rijn (VOA) die al jaren vrijheid van handelen voor hun leden voorstaat. De situatie blijkt helemaal niet veranderd vergeleken met acht jaar geleden toen een enthousiaste wethouder Robert Blom ook al onverwacht een bloedneus opliep met zijn toch bescheiden voorstel voor 18 koopzondagen. De huidige wethouder Van As legde de beslissing volledig in handen van onze gekozenen, maar die blijken met een dergelijke vrijheid opnieuw geen raad te weten. De koopzondagen blijven daarmee een probleem voor de politiek, en het zo bevochten punt van vrijheid voor de winkeliers heeft voor deze raadsperiode afgedaan.

 

Koopzondag en (Christelijke) Religie
Bij een peiling, deels vanuit de raad opgezet, deels vanuit het vaste panel, bleek eigenlijk al dat deze vooronderstelde relatie geen rol speelde. Tenslotte kun je van misschien slechts 20% van de hele Alphense bevolking stellen dat ze zich principieel tegen die koopzondag uitspreken, en bij dit ‘onderzoek’ bleek dat nauwelijks de helft van de Alphenaren wekelijks op zondag zou willen winkelen. Een grote minderheid is tegen, of kan het niet schelen. Mijn ervaring met dit soort onderzoeken zegt me dat hoogstens een kwart dat ook elke zondag gaat doen. En natuurlijk niet met heel mooi, of juist heel slecht weer. Want deze Alphenaren willen graag in de gelegenheid zijn om, op elk moment dat het hen uitkomt, te KUNNEN winkelen. Ze spreken helemaal niet uit dat ze dat dan ook elke zondag DOEN! Blijkbaar hebben de politici dat ook begrepen, en hebben ze juist daarom, opnieuw, een heel voorzichtige houding aangenomen.
In ieder geval is duidelijk dat, vanuit de resultaten van dat onderzoek, christelijke principes niet de reden kunnen zijn dat het VOA feestje niet door zal gaan.

Koopzondag en Commercie
Om vooral bedrijfskundige redenen, waarover ik al eerder schreef, heeft het voor de grote meerderheid aan winkeliers buiten het Alphense Stadshart helemaal geen zin de winkel op zondag open te doen. Wat ze er op zondag aan klanten bij krijgen, zijn ze op zaterdag weer kwijt. Waar ze, met één koopzondag per maand, de winkel wel kunnen mannen met wat hulpkrachten, kun je dat niet elke week zo regelen. Dát betekent dat winkelpersoneel regelmatig roulerend ook op zondag aan de bak moet, zoals dat in bijvoorbeeld de horeca al heel gewoon is. Dat is niet alleen duurder, natuurlijk pikt niemand het als, tegen het hetzelfde loon, de één wel op zondag moet werken en de ander (vanwege principes) niet. Je kunt dat wel ontkennen, of naar de toekomst schuiven, maar dat uiteindelijk IEDEREEN in de retail op zondag moet werken, is een feit.
Het is daarom maar de vraag of in een stadje als Alphen aan den Rijn de voordelen, in de vorm van extra inkomsten, wel tegen de nadelen, qua geld én organisatie, opwegen. Ik vrees dat dit bij veruit de meeste winkeliers negatief uitvalt.

Stadshartperikelen
Natuurlijk lossen extra koopzondagen de huidige problemen in ons Stadshart niet op. Want waarom zouden de mensen die op zaterdag elders gaan winkelen, opeens wel op zondag dat Alphense Stadshart gaan bezoeken. Als ze het op zaterdag al niet aantrekkelijk vinden, dan zal dat immers op zondag (omdat dan toch veel winkels dicht zullen blijven) zeker niet het geval zijn. Tenzij je, zoals ik dat al jaren geleden beschreef, als Stadshartondernemers gezamenlijk besluit de ‘zondagsrust’ gezamenlijk opnieuw uit te vinden. Helaas lijkt niemand verder te denken dan het openen van winkeldeuren. Nu kan VOA vice-voorzitter Edwin ten Brink wel stellen dat “Veel omzet verdwijnt naar omliggende steden”, maar waarom dat probleem (dat is op alle dagen zo) opeens over is met een wekelijkse ‘koopzondag’ is mij volstrekt onduidelijk. Tenslotte zijn we omringd door grote steden die zo hun eigen aantrekkingskracht hebben op consumenten, en verdwijnt er steeds meer ‘traditionele omzet’ naar gespecialiseerde beleveniswinkels buiten dat Stadshart. Van Tuincentra tot IKEA’s en andere grootschalige winkelcentra, zoals de Goudse Poort of Alexandrium.
Die omzet komt echt nooit terug.

Koopzondag en Supermarkt
Natuurlijk gaan, in wát voor type winkelcentrum ook, vrijwel alle supermarkten open. Dát maakt de actie van Ten Brink Foodretail wel duidelijk. Want het moeten accepteren dat slechts een paar supermarkten op zondagmiddag ‘avondverkoop’ houden, is beslist een tantaluskwelling voor andere supermarkteigenaars. Die hebben toch al de neiging om alles wat ‘de buren’ aanbieden, snel op te nemen. Alleen, gaan consumenten nu opeens veel meer eten kopen omdat het op elk moment te koop is? Misschien is het wel net andersom, en kiest men gewoon, elke dag opnieuw, om zelf eten te kopen, óf ergens anders te gaan eten. Zoals dat in de US al heel gewoon is. In ieder geval zal een aantal mensen besluiten voortaan hun zaterdagse boodschappen maar op zondag te gaan doen. Maar dat gaat niet voor meer omzet zorgen, wel voor (aanzienlijk) meer kosten.
En, laten we wel zijn, ook op zondag zul je voor Digros naar Leiderdorp of Ter Aar moeten, en voor JUMBO naar Nieuwkoop of Hazerswoude. En ook voor andere ketens met een ander soort assortiment, zoals Plus of Ekoplaza, zullen we nog steeds naar elders moeten gaan. Kortom, ook in supermarktland spelen een aantal problemen die met die wekelijkse koopzondag hoogstens nog zichtbaarder worden.

Gelukkig hebben we in Alphen aan den Rijn nog wel wat anders te doen dan op zondag winkels aflopen die de rest van de week ook gewoon open zijn. Voor de kerkganger is het natuurlijk elke zondag koopzondag, anderen zijn al jaren actief in ‘rondjes meer’ of andere takken van sport of cultuur, en met een abonnement op Avifauna of het Archeon ben je letterlijk ‘uit in eigen land’. En voor velen is de eigen achtertuin, balcon of bootje natuurlijk een prima plaats om de zondag door te komen.

ZZP Zelfstandige Zonder Poen?

9 dec

“De” ZZP-er
Ook in ondernemerskringen in Alphen aan den Rijn klinkt bovenstaande, denigrerende, benaming regelmatig. Helaas zonder dat de betrokken ondernemers (zelf geslaagd zolang het tegendeel niet bewezen is) zich in dit fenomeen hebben verdiept. De VOA biedt hen onderdak, maar generaliseert een heel diverse groep met die ondernemers. En zij staan hierin niet alleen, deze week hoorde ik minister Henk Kamp het probleem weer eens simplificeren: “De” ZZP-er moet gesteund worden om te groeien en straks werkgelegenheid te bieden aan meerdere mensen. Blijkbaar is dat voor politici en ondernemers vandaag de realiteit en is hen, hoe vaak zij het woord ook uitspreken, innovatie in wezen volmaakt onbekend. Dat stemt, in een tijd waarin alle zekerheden ondersteboven worden gegooid, toch wel triest. Want door de ZZP-er alleen als starter te zien, doen ze het fenomeen, en zichzelf, ernstig tekort.
We weten wel hoe ‘de politiek’ met problemen omgaat: Alle betrokkenen worden, mét hun vaak zo diverse problematiek, op één hoop gegooid, waarna er een uniforme ‘oplossing’ wordt geboden waaraan niemand wat heeft. Om vervolgens voor allerlei groepen en subgroepen zoveel uitzonderingen te creëren, dat binnen de kortste keren niemand meer begrijpt waar het nu eigenlijk over gaat. Zo devalueert ons parlement zich tot een groep wereldvreemde kletskousen die ‘regeren’ over een gemeenschap die helemaal niet bestaat! Dát is precies wat we hen zien doen bij het moderne verschijnsel “Zelfstandige Zonder Personeel”!
Helaas ligt dit probleem niet alleen bij de politiek, maar ook bij het bedrijfsleven, ook bij de VOA, en zelfs, niet in de laatste plaats, bij de ZZP-ers!

Het containerbegrip ZZP
In de praktijk zijn er drie hoofdgroepen die als ZZP-er worden aangemerkt, maar die eigenlijk NIETS met elkaar van doen hebben:
1. Ondernemers die, in de opvatting van Kamp, als zelfstandige zonder personeel een bedrijf beginnen, met als doel ooit tot een middelgroot of groot bedrijf te groeien. Dat zal in de praktijk vaak niet lukken, maar de intentie is er wel.
2. Ondernemers tegen wil en dank die, vaak ontslagen uit een vaste baan zonder veel perspectief op een nieuw dienstverband, in arren moede maar besluiten zich in te schrijven als ondernemer. Met vaak de ultieme droom via deze weg uiteindelijk weer een veilige baan te krijgen. In wezen “Uitzendhulpen Zonder Uitzendbureau” (UZU).
3. Ondernemers die hun (super-)specialistische kennis willen toepassen in verschillende bedrijven, door zich bewust te concentreren op werkzaamheden die hun specialisme vereisen, een specialisme waarvoor een bedrijf geen fulltime medewerker kan en wil aantrekken. Deze ZZP-ers zullen actief werken aan de ontwikkeling binnen hun specialisme en van hun specialisme. Werk dat daarbuiten valt, zullen ze weigeren. Integendeel, daarvoor zullen ze proberen andere ZZP-ers binnen hun eigen netwerk in te schakelen, zodat ‘de klant’ altijd een optimale oplossing kan verwachten.
Waar de eerste twee beschrijvingen vallen binnen de klassieke verdeling tussen ‘ondernemers’ en ‘loonslaven’, vormt de (kleine) derde groep in wezen de kern van wat ‘het nieuwe werken’, ‘de nieuwe onderneming’ en, jawel, ‘de nieuwe winkelier’ zou moeten worden. Uiteindelijk zullen het alleen degenen uit die onbekende en onbeminde derde groep zijn die zich trots met de titel ZZP-er kunnen en zullen tooien. Waarom?

Starters
Als je, door het ondernemersvirus gedreven, vanuit je letterlijke of spreekwoordelijke ‘garage’ een bedrijf opstart, concentreer je je misschien wel op een deelmarkt, maar nooit op één bepaald aspect van dat ondernemerschap. Integendeel, vanuit je intentie te groeien, zullen deze ZZP-ers zich met alle facetten van dat ondernemerschap bezig moeten houden, uiteraard in de hoop een groot deel daarvan later aan medewerkers over te kunnen laten. Voor hen is het ZZP-er-schap slechts een fase die ze zo snel mogelijk achter zich willen laten.
Zoals dat al vele eeuwen gebeurt!

Zelfstandigen Zonder Perspectief
Deze groep had een vaste baan, werd wellicht binnen hun bedrijf zelfs als ‘specialist’ gezien, maar komt er in de praktijk snel achter dat hun ‘specialisme’ in de grote wereld als dertien in een dozijn telt. Ze zijn vaak binnen de bedrijfsmuren zo smal opgeleid dat ze buiten dat ‘specialisme’ nauwelijks inzetbaar zijn. Maar eenmaal buiten de organisatie, blijkt hun competentie absoluut te breed en te laag om hun meerwaarde als gespecialiseerde zelfstandige binnen andere bedrijfsorganisaties te gelde te maken. In de praktijk pakt men alles aan wat ook maar op het ‘oude werk’ lijkt, en wordt deze groep, helaas zonder sociaal vangnet, door bedrijven gebruikt als ‘uitzendhulp’.
Ze zijn ‘Zelfstandigen Zonder Perspectief’, als ondernemer of als werknemer.

Echte ZZP-ers
De echte ZZP-er heeft zich, vanuit theorie én praktijk, bewust gespecialiseerd in een vakgebied waar binnen veel bedrijfsorganisaties werk is, maar onvoldoende om er intern een specialist op te zetten. De praktijk is dat ze hier een uur in de week werken, daar een halve dag en elders drie dagen in de maand. Werk wat ze deels op locatie doen, deels op een variabele werkplek, deels thuis. Werk dat ze noodzakelijkerwijs maar een beperkt aantal dagen per week kunnen doen, en daarnaar betaald moeten worden, omdat ze zich immers blijvend moeten ontwikkelen om hun status als (super-)specialist waar te kunnen blijven maken. Dít zijn de mensen die voor iedereen ‘het nieuwe werken’ mogelijk maken, de nieuwe ‘smeerolie van de economie’, en het wordt tijd dat ook Kamp zich dat realiseert.
De ZZP-er als een nieuw fenomeen binnen ons vaak verstarde bedrijfsleven, zoals dat binnen onze gemeente wordt gepropageerd door ‘Ondernemers met Zin’

Behoudzuchtige bedrijven
Een specifiek probleem is dat bedrijven moeten leren werken met deze échte specialisten. Ze moeten niet alleen onderscheid maken tussen kernactiviteiten (waarvoor INTERNE knowhow cruciaal is) en ondersteunende activiteiten waarvoor échte specialisten meer waar voor hun geld leveren. Ze moeten zich realiseren nog veel personeelsleden in dienst te hebben die in een veelheid van taken maar matig presteren, waardoor ook de prestatie van het bedrijf als geheel wordt gelimiteerd. Door die taken in handen te geven van gespecialiseerde ZZP-ers, stijgt de prestatie van het bedrijf, en daarmee haar concurrentiekracht, tegen, ondanks het hogere uurloon, lagere kosten. Tenminste, als het management zich aan deze nieuwe situatie aanpast.

Winkelier zonder Personeel
Als er natuurlijk één groep behoudende ondernemers bestaat, dán is dat de groep retailers. Pas als ze zich bekeren tot het principe van ‘De Nieuwe Winkelier’ of een ander modern business model, zullen ze zich ook realiseren géén tijd meer te hebben om allerlei klussen in en rond de winkel te doen. Omdat ze al hun tijd moeten besteden om, in winkel én geïntegreerde webshop, met klanten, potentiële klanten of leveranciers bezig te zijn. Dát geeft ruimte voor ZZP-ers die de ramen zemen, de winkel schoonhouden, display’s plaatsen, bestellingen bezorgen, of de administratie doen. Het geeft zelfs ruimte aan zelfstandige specialisten die tijdelijk het werk van die ondernemers kunnen overnemen, bij vakantie, ziekte, of wanneer er een symposium, workshop of beurs bezocht moet worden.

Elke zondag koopzondag?

21 okt

Noodzaak?
Als je de kranten leest, zou je haast denken van wel. Zo grijpt Edwin ten Brink namens de VOA het besluit van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk om de koopzondag, vreemd genoeg alleen voor supermarkten, integraal toe te staan, aan om dat ook van het Alphense gemeentebestuur te eisen. De vooronderstelling is natuurlijk dat de winkels meer omzet boeken door die dag open te gaan. Toch blijkt in veel gevallen dat winkeliers ervoor te kiezen NIET op zondag hun winkels te openen. Dat is in onze buurgemeente ook het geval in alle plaatsen, behalve Bodegraven zelf. En zelfs in een grote plaats als het Drentse Assen gaan de winkels niet op zondag open, hoewel alle winkels dat mogen. Dat is ook het geval in Gouda. Het gevoel van noodzakelijkheid, zoals de VOA dat presenteert, is blijkbaar niet algemeen.
Maar dat het niet mag, is klaarblijkelijk zo frustrerend dat veel winkeliers gewoon niet verder denken. Intussen verdiept zich hun gevoel dat juist dit verbod, om op zondag hun winkels te openen, hun bedrijf in de problemen brengt. Dus is de meest logische weg dat de gemeente iedere (alleen supermarkten is natuurlijk belachelijk) winkelier toestaat op zondagmiddag de winkel wel, dan niet, te openen. Of ze het dan ook doen, dát is maar zeer de vraag.

Zinvol?
Wel, in juni publiceerde ik al wat observaties in ons Stadshart, die nou niet de indruk gaven dat bij uitbreiding van het aantal koopzondagen het goud binnenstroomt:
“Nou, ‘shoppers’ waren er genoeg, maar ze shopten niet of nauwelijks. Integendeel, ze genoten van wijntje en hapjes in de warme zon, maar voor de vaak enorme aanbiedingen in winkels en stands was nauwelijks aandacht. Kortom, al die activiteiten op de zondagmiddag lijken, zeker als het weer meewerkt, goed uit te werken op onze horecasector, maar de winkels leggen er geld op toe!”

Kosten
Met één zondag per maand valt er nog wel wat te schuiven met de inzet van personeel, maar wanneer de winkel elke zondag geopend is, moet er personeel bij. Voor kleine ondernemers betekent dit dat ze in de praktijk 7 dagen per week werken (!). Zondag open betekent gewoon méér personeelskosten, in de verwachting dat dit ook aantoonbaar meer inkomen oplevert. Als dat laatste niet het geval is, zullen veel winkeliers al snel afhaken, zoals dat ook gebeurde tot Martin de Vries de winkels tot 18:00 uur open wilde houden.
Tja, en dan zijn er nog niet-financiële aspecten, want het is natuurlijk nogal wat om je personeel te verplichten toch zeker twee zondagen per maand gewoon te moeten werken. Natuurlijk kun je dat compenseren op andere dagen, maar voor veel werknemers (en veel ondernemers) zal dit een gevoelige aanslag op hun sociale leven betekenen. En waarvoor?

Happy Few
Natuurlijk wordt er, behalve in de horeca, door consumenten geen cent meer uitgegeven dan ze hebben. Salarissen zijn bijna bevroren, pensioengerechtigden krijgen er al jaren niets meer bij, de werkloosheid loopt nog steeds op, en faillissementen zijn aan de orde van de dag. Banken zijn nog even spaarzaam bij het verstrekken van krediet. Alleen ‘Den Haag’ blijft optimistisch beweren dat het nog voor de verkiezingen beter zal gaan. Kortom, er is helemaal geen geld om die extra koopzondagen voor iedereen rendabel te maken. Maar, zoals dat ook op werkdagen geldt, weet de ene winkelier natuurlijk succesvoller de ‘zondagsklant’ aan te spreken dan de andere. Maar de meesten zullen al snel inzien dat die koopzondag hen niets oplevert, en hun deuren weer sluiten.

Leuk?
Over het algemeen wordt aangenomen dat, om een koopzondag tot een succes te maken, toch minstens de helft van de winkels geopend moet zijn. Dát is de theorie, want consumenten vinden een winkelcentrum waar 1 op elke vijf winkels dicht is, of leeg staat, al snel ongezellig. Het zal de consument, die alleen zijn boodschappen komt doen, niet veel uitmaken, maar een Stadshart moet het juist hebben van recreatief winkelen, en daarvoor is nu juist nodig dat het gros van de winkels wél geopend is. Daar spint ook de horeca garen bij, dus uiteindelijk worden koopzondagen pas interessant als praktisch elke winkel mee gaat doen. Ik vrees dat dit in Alphen aan den Rijn niet het geval zal zijn. Ons Stadshart heeft al problemen genoeg op ándere dagen de Alphenaar naar het centrum te krijgen.

Beleid
Als gemeente doe je het natuurlijk nooit goed, maar het lijkt me dat de dagen geteld zijn dat de gemeente bepaalde wanneer winkels, natuurlijk binnen bepaalde grenzen, geopend zijn. Omdat het maar zeer de vraag of koopzondagen aantrekkelijker zijn als dat elke week het geval is (dan is het begrip ‘koopzondag’ dus helemaal verouderd) doet de gemeente er goed aan om, net zoals dat in Bodegraven en Gouda gebeurde, het aan de ondernemers over te laten of ze voortaan de zondagmiddag, élke zondagmiddag, ook als het koud en guur is, en ook als de mussen van het dak vallen, hun winkels open te stellen voor het publiek.

Zo Stom!

2 sep

Inzicht
Ja, hoe kon ik nou zo stóm zijn te denken dat ik al die jaren de enige was die wist dat Alphen aan den Rijn nu én straks veel te klein is voor de grootste plannen voor winkels rond ons Thorbeckeplein. Zéker na de ondoordachte bouw van een winkelcentrum in De Baronie.
Lees de kranten er maar op na, élke politieke partij, coalitie én oppositie, wist dat allang! Hoe dom kon ik toch zijn om daar elke keer maar overheen te lezen. Op hun websites, in hun gloednieuwe verkiezingsprogramma’s, óveral staat dat er in Alphen GEEN nieuwe winkels aan het Thorbeckeplein moeten komen omdat daar geen behoefte aan is. Wat dóm van mij dat niet te lezen.
In al die 10 verkiezingsprogramma’s staat toch al jaren dat al die nieuwe vierkante meters winkelruimte helemaal niet nodig zijn, omdat vrijwel élke winkel in ons Stadshart kleiner kan worden door de winkelformule méér op het internet te richten, en minder in fysieke winkels.
Stom, stom, stom, dat ik me dat helemaal niet is opgevallen!

Maar alle gekheid op een stokje, beste lezers, jullie begrijpen ook wel dat er bij die politieke meningen van vandaag helemaal geen sprake is van ‘voortschrijdend inzicht’, maar van politiek opportunisme. Opportunisme in het zicht van de verkiezingen voor onze nieuwe fusiegemeente. Alsof het de, voor ons nieuwe, medeburgers uit Rijnwoude en Boskoop ook maar een klap kan schelen wat er aan ons Thorbeckeplein gebeurt. Tenminste tot ook bij hen doordringt dat straks ook zij mogen opdraaien voor dat miljoenengat aan de Lage Zijde, tenminste.
Want natuurlijk staat er helemaal niets in die verkiezingsprogramma’s over een volstrekt nieuwe en op allerlei vlakken duurzame koers rond het centrumgebied achter de Kromme Aar. Alles en iedereen wil nog steeds winkels rond het Thorbeckeplein en zelfs aan de Hooftstraat! Alleen over het hoe en waarom zijn onze politici het niet eens.

Vormfout
Ach, in dat blog stelde ik al dat het Vorm plan het beste plan voor onze Lage Zijde was dat ik ooit zag. Helaas is de retailmarkt sindsdien verkleind, en vooral veranderd, en dat zal nog wel even doorgaan. Veertig jaar lang zijn winkels, in welke branche dan ook, niet alleen steeds groter geworden, maar hebben ze zich ook steeds meer op elkaars terrein begeven. Niet alleen door hele artikelgroepen van andere branches over te nemen (branchevervaging), waardoor het begrip ‘branche’ volledig verouderd raakte. Maar ook omdat steeds vaker retailers stopten een eigen, herkenbare koers te varen, zodat uiteindelijk veel te veel winkelformules op elkaar zijn gaan lijken (benchmarking). Verder wordt er steeds vaker gewinkeld in grote Megavestigingen die een deel van de binnenstadsfunctie, het deel dat op specialisatie én infrequente aankopen gericht was, hebben overgenomen. Als klap op de vuurpijl is plotseling ook de webshop populair geworden, ‘pure players’, maar vooral de webshops van bestaande winkelketens. Als er meer geïntegreerde winkelformules komen, kunnen die op een veel kleiner oppervlakte succesvol opereren, zowel in gedeelde winkelpanden, als shop-in-the-shop, pop-up winkel of kiosk, zodat stadscentra niet groter, maar kleiner zullen worden. (zie: http://www.bricksenclicks.me). Dan wordt het weer interessant om in zo’n compact Stadshart recreatief te winkelen.

Plan B
Hoewel de bewoners van onze Stadskas anders beweren, hebben ze absoluut geen Plan B achter de hand, en gokten ze volledig op het plan van VORM. Nu duidelijk is dat dít er ook niet komt, wordt tijd voor iets heel anders, zoals ik dat al eerder in een blog ‘Plan B’ schreef. Gewoon elke bewinkeling rond Thorbeckeplein en in de Hooftstraat afschrijven en het bestemmingsplan aanpassen. Dán treedt er een natuurlijk saneringsplan in werking, waardoor er niet langer nóg meer Alphens geld op de verkeerde plaats wordt verspild.
Alphen aan den Rijn moet haar Stadshart versterken door het te verkleinen. Iets anders leidt alleen tot nóg grotere verwatering van het aanbod, nog minder klanten, nog meer leegstand en uiteindelijk, volledig onnodig, de totale verpaupering van onze binnenstad. Alleen een duidelijk andere koers kan dat centrum weer perspectief geven, en een nieuwe investeerder aantrekken voor de Aarhof, o.a. Tja, dat Cultuurhuis kunnen we dan vergeten, maar in de geplande vorm zullen we dat nooit nodig hebben.

VOA
Helaas blijft ook de VOA, in ieder geval haar voorzitter John Vermeer, onverkort aan haar verouderde ideeën hangen. Tóch weer winkels bouwen aan het Thorbeckeplein, één voor één, zodat het allemaal in de vertrouwde Alphense handen kan blijven. Planologisch spreken we dan over verrommeling, en dát hebben we daar met het Thorbeckegebouw toch al eerder meegemaakt. De plannen van John betekenen niets meer of minder dan nóg meer leegstand op andere plaatsen, en doorgaande stagnatie van de ontwikkeling van ons Stadshart. Het idee van nóg meer horeca is al helemaal flauwekul. Die kan immers zonder winkelend publiek helemaal niet bestaan? Want in de ons omringende plaatsen kun je ook lekker eten en drinken.
De oubollige ideeën over een jachthaven dáár (of aan Rijnhaven) zijn al helemaal onzinnig. Het idee dat we bezuinigen op zorg, maar wel investeren in die paar Alphenaren die zo’n sloepje kunnen betalen? Nee, van de VOA moeten we zo niet teveel verwachten, helaas.

Hoekstra
Na zijn collega Lyczak gaat nu wethouder Hoekstra kijken wat er te redden valt. Helaas heeft ook hij geen idee van retailing, zodat hij voorlopig niet verder komt dan ‘afbreken’. Tja, het lijkt aan de Lage Zijde nú al of er een oorlog heeft gewoed, en dat zal op zijn manier alleen maar erger worden. Als lijsttrekker VVD of als wethouder VVD, Tseard Hoekstra zal de Alphenaren snel perspectief moeten bieden, of zijn kiezers gaan, nog meer dan ze nu al doen, buiten Alphen winkelen.
Dán wordt het pas guur, in die Alphense Stadskas!

Plan B (2)

5 jul

Wat te doen met het Thorbeckeplein?
In mijn voorgaande blog ben ik uitgebreid ingegaan op waarom Alphen aan den Rijn geen behoefte heeft aan een nieuw winkelcentrum aan dat Thorbeckeplein. Het feit dat de gemeente daar nu al jaren geld verliest is natuurlijk vervelend, maar dat mág natuurlijk niet de reden zijn om daar maar iets te bouwen dat elders in het Stadshart nóg meer geld kost.
Nu is de vraag wat we er dan wél mee moeten doen, met dat Thorbeckeplein.
Met dit “PlanB” neem ik wel afscheid van allerlei megalomane plannen die de afgelopen jaren m.b.t. die Lage Zijde over ons zijn uitgestort, maar maak ik wel gebruik van allerlei ideeën die al eerder zijn geopperd, tot aan het ‘opknipidee’ van de VOA toe.

Nieuwe Entree voor Alphen
Altijd heeft een royale toegang tot ons Stadshart aan de Lage Zijde voorop gestaan in de plannen. Dat behelst het doortrekken van de Thorbeckestraat tot aan de Oranje Nassausingel, en verbreding daarvan tot de Thorbeckelaan. De aansluiting ligt er al, inclusief verkeerslichten. Alleen moeten daarvoor de bestaande flatgebouwen wijken voor nieuwbouw, en daarvoor is de gemeente afhankelijk van Wonen Centraal. Maar als we aannemen dat tenminste die organisatie doet wat ze zegt, gaat dat in de komende jaren wel lukken. Alleen moet je in die toegang natuurlijk niet gelijk een knoop (rotonde) leggen omdat je zo nodig, lekker dorps, de Lijsterlaan en de Bloemhofstraat met het Stadshart wilt verbinden. Nergens voor nodig, die bewoners fietsen of lopen maar, en anders rijden ze zo via de Oranje Nassausingel en die Thorbeckelaan naar het Stadshart!

Thorbeckegebouw
Dit bouwsel, waarin tot voor kort de bibliotheek was gevestigd, winkels, parkeergarage en woningen is, in alle plannen, een krakkemikkig en lelijk gebouw en een enorme sta-in-de-weg voor welke ontwikkeling dan ook. Ik stel voor dit gebouw gewoon af te breken en er voorlopig niets voor in de plaats te zetten, daar hebben we immers toch het geld niet voor. Als we dat ooit wél weer hebben, is er genoeg ruimte voor een nieuw gebouw, mét parkeerruimte, uiteraard.

Thorbeckeplein
Wat overblijft, aan het eind van de nieuwe Thorbeckelaan, is een nóg veel groter Thorbeckeplein. Dat kunnen we gewoon gebruiken als parkeerplaats, en ‘ongewoon’ als evenementenplein. De weekmarkt laten we gewoon waar deze nu zit, maar we gebruiken het wel voor grotere evenementen, waarvoor het Rijnplein ongeschikt of te klein is. Zo hebben we ín de stad ruimte voor echt grote evenementen als de kermis, voor de Taptoe, de Oldtimerdag of het vakantiespel. Plaats genoeg ook voor “Beach Plaza” in de zomer of een ijsbaan in de winter.
Uiteraard zijn die parkeerplaatsen (achteraf) te betalen via de klantenkaart van het Stadshart. Hoe meer U koopt, des te langer kunt U parkeren!

Nutsgebouw
Zoals al in alle plannen staat kunnen we best zonder al die bebouwing rond dit, voor Alphense begrippen, historische gebouw. Dan is er ruimte voor uitgebreide horecafaciliteiten, en voor een permanent terras aan de Kromme Aar!

De Kromme Aar
Door simpelweg één winkel weg te breken ontstaat ruimte om ook het laatste deel van dit riviertje weer enig aanzien te geven. Het zou juist NIET de bedoeling moeten zijn die ontstane ruimte gelijk weer te vullen met allemaal sloepen omdat een paar Alphenaren er toevallig één hebben. Nee, gewoon water, om je te herinneren waarom we nu eenmaal Alphen AAN DEN RIJN heten!

De ‘Overkant’
Waarschijnlijk mijn meest oorspronkelijke idee: De Mediawinkel!
De bestaande bebouwing gewoon wegbreken, zoals de bedoeling was, en vervangen door één grote winkelruimte van zeker 2000 m2, waarin de Alphenaar Boeken, Tijdschriften, Cd’s en Dvd’s kan bekijken, lezen, kopen, verhandelen of huren. Ouderwets en sfeervol, in de winkel, of snel en eenvoudig, via het internet. Meenemen, ophalen of bezorgen, naar keuze! Volledig ‘bricks&clicks’, klaar voor de rest van deze eeuw. Een ruimte waar de meest omvangrijke functie van de openbare bibliotheek, boeken uitlenen, is opgenomen in een volledig commercieel concept. Een ruimte ook waar elke Alphenaar onder het genot van een kop koffie of een lichte lunch in het Cultuurcafé rustig kennis kan nemen van wat er zo allemaal beschikbaar is. Natuurlijk is er genoeg ruimte beschikbaar voor Sta-Art om te exposeren, en voor allerlei ándere leuke dingen die Haasbeek Centrum nú ook al doet en waarin ook de huidige bibliotheekorganisatie nog een permanente, maar kleine, ruimte huurt. U begrijpt het al, het Cultuurhuis idee is mét het Cultuurhuis zelf, volledig in dit initiatief opgenomen. En met de daarvoor gereserveerde miljoenen kun je leuk met de betreffende ondernemer gaan discussiëren!

HAT eenheden voor jongeren

Tja, en boven die winkel natuurlijk geen appartementen voor ouderen, maar juist HAT eenheden voor onze jongeren. Die wonen immers nu vooral anti-kraak, waar moeten die straks heen? Niemand die er ook maar over nadenkt, lijkt het. Maar waarom zou Alphen, met een groeiend aantal één en twee persoons ‘gezinnen’ daarvoor nóg meer drie of vier kamer appartementen gaan bouwen? Daarbij, drukte in het centrum wordt door ouderen al heel snel als overlast ervaren, terwijl de jongeren er wel bij varen. Daar moeten we niet over blijven zeuren, maar ze gewoon realiseren. Adequate woonruimte ín het centrum is voor die leeftijdscategorie écht belangrijker dan de disco, waaraan al zoveel tijd en geld is verspild!

Het ‘Waterfront’
Nou, laten we beginnen het ‘Gebelpad’ maar te vergeten. Nutteloze vierkante meters. Als Alphenaren langs de Rijn willen wandelen kan dat prima als ze de Hooftstraat uitlopen. Kunnen ze na afloop van hun wandeling gezellig een kop koffie bij ‘De Heul’ of ’s Molenaarsbrug drinken!
Afbreken en nieuwbouw, zoals zowel gemeente én VOA willen? Gewoon niet doen! Bestaande panden herontwikkelen in de ‘clicks&bricks’ stijl die ik eerder propageerde. Kleine gespecialiseerde winkeltjes die samen de nieuwe winkelruimtes gaan bezetten. Met ‘nachthoreca’ erboven! Zowel ruimte voor ondernemers die elders moeten verdwijnen (Hooftstraat, Van Nesstraat), samen met starters en andere ondernemers die nu anti-kraak huren. Gewoon als voorbeeldproject zoals het ook elders in ons Stadshart gaat worden. Hoe dat werkt? Lees http://www.bricksenclicks.me.

Conclusie:
Alles aan die Lage Zijde is mislukt omdat de participanten, de gemeente voorop, maar steeds niets beters wisten te doen dan de al opgelopen schade te beperken. Als de gemeente in 2009 5 miljoen extra had uitgegeven was dat “Lage Zijde Plan” al gerealiseerd, tenslotte! Dat bedrag zijn we nu PER JAAR kwijt! Het enige resultaat van dat getalm is dat een steeds groter deel van de al gedane investeringen als verloren beschouwd kan worden. Wat we nu móeten doen is roeien met de riemen die we WEL hebben. En afscheid nemen van allerlei mooie dromen die toch nooit werkelijkheid worden. En van geld dat we tóch nooit terugverdienen. Dat vereist een durf die ik de huidige coalitie, én veel oppositiepartijen, niet toedicht. Misschien een uitdaging voor de ‘Nieuwe Politiek’?
Duidelijk is wel dat we het belang van het hele Stadshart, én in feite van de hele distributie infrastructuur van de regio, voorrang moeten geven bóven dat Thorbeckeplein en alle emoties die daaraan verbonden zijn. En als je eenmaal eenmaal een totaal visie op die ontwikkeling hebt, dán pas kun je gaan opknippen: Aanleg Thorbeckelaan, Nieuwbouw woningen, “De overkant” mét HAT eenheden boven een innovatieve winkel, Het Nutsgebouw en Het Waterfront, met zicht op de Rijn! En natuurlijk kunnen Alphense ondernemers dat best opzetten en uitvoeren, VOA!
Maar eerst visie, dán plannen! Niet omgekeerd!

Plan B (1)

1 jul

Het VOA plan
Misschien oordeelde ik een paar weken geleden wat te ongenuanceerd over de switch die de VOA maakte rond de plannen van VORM. Blijkbaar zat er altijd al meer licht tussen hun ideeën en die van wethouder Hoekstra en zijn ‘Lage Zijde crew’ dan ik, met veel andere Alphenaren, dacht. Maar waar ik toch minstens een “Plan B” van de VOA had verwacht komt de voorzitter met het idee dat plein, pandje voor pandje, vol te bouwen op basis van de ideeën van ‘Alphense deskundigen’. Dat idee uitvoeren zou Alphen planologisch weer terugvoeren naar de middeleeuwen.

Het Alphense Stadshart
Eerlijk gezegd ontstond ons Stadshart in het Stadhuis. Het is niets meer dan het product van een werkgroep, die een paar lijnen trok op de kaart van een stad die honderd jaar geleden kunstmatig is ontstaan door samenvoeging van drie afzonderlijke dorpskernen. Drie kernen met lintbebouwing die elk al sinds mensenheugenis eigen retailvoorzieningen hadden. Allerlei soorten winkels die, zoals toen gebruikelijk, grotendeels over de bebouwing verspreid waren.
In wezen was dat de situatie die we aantroffen toen wij, ruim veertig jaar geleden, hier kwamen wonen. Hoewel het winkelcentrum ‘De Ridderhof’ toen net werd gebouwd, heeft dat, nét zoals later ‘De Herenhof’ en ‘De Atlas’, aan de situatie in ‘het oude dorp’ weinig veranderd. De Aarhof is erbij gekomen, mét veertigduizend inwoners, maar de rest bleef zoals het altijd was. Terwijl de, tijdens de eerste expansie van het dorp aangelegde winkelstrips, aan het Gouden Regenplantsoen, de Irenelaan, de Van Nesstraat en de Lijsterlaan, de door en door dorpse situatie eerder hadden verslechterd dan verbeterd.

Dorps denken
Alphen was, in die zeventiger jaren, op basis van allerlei criteria, nog een echt dorp en dat gold, en geldt nog steeds, zeker met betrekking tot de winkelvoorzieningen. Je kunt dan wel, nogal willekeurig, een paar lijnen op de kaart zetten en het tussenliggende deel ‘Stadshart’ gaan noemen, maar daarmee verandert er niets aan de functie van dat dorpscentrum. Je kunt, zoals aan de Hoge Zijde is gebeurd, dan wel de nodige stenen gaan stapelen, maar dat was opnieuw een uitbreiding, en géén upgrade tot ‘Stadshart’. Ons centrum functioneert nog altijd als dorpshart, waar consumenten, net als in Bodegraven of Boskoop, nog altijd voor al hun boodschappen terecht kunnen. Een manier van denken die haaks staat op planologische principes, maar desondanks nog altijd hoogtij viert in onze stadskas. Anders kom je toch niet met het malle idee een VIERDE supermarkt in dat ‘Stadshart’ te willen bouwen?

Supermarkten
Vreemd genoeg vindt ons gemeentebestuur wel dat dit Stadshart zich wel moet profileren als het regionale centrum voor ‘recreatief winkelen’. Maar intussen verwelkomt men al jaren de vestiging van allerlei winkels voor dagelijkse aankopen, met name als ze ‘Hoogvliet’ heten. Een ambitie zonder bodem!
Terwijl juist dat soort aankopen, om allerlei redenen (milieu, verkeersdruk, parkeervoorzieningen, vergrijzing, etc.) veel beter geconcentreerd kunnen worden in dorps-, wijk- en buurtcentra. Alphen is bepaald uniek door daar wél overbewinkeling toe te staan (Ridderhof, Baronie), maar toch dit soort ‘boodschappen’ winkels in het Stadshart te verwelkomen!

Thorbeckeplein
Nu we wat overzicht krijgen over wat het internet voor de retailers in ons land gaat betekenen, komt ook het besef dat dit internet er niet gewoon, als nieuwe concurrent, bij komt, maar dat deze technologie de retailsector fundamenteel gaat veranderen. Wat je wilt betekenen voor je klanten, voor welke klanten, hoe je dat realiseert en op welke manier je daarmee je geld gaat verdienen, kortom je hele retailconcept, gaat een heel andere invulling krijgen. Als gevolg daarvan gaan winkels zich steeds meer concentreren op specifieke behoeften en doelgroepen, en ze kunnen dat omdat ze hun omzetverlies compenseren via hun volledig geïntegreerde webshops. Winkels kunnen toe met veel minder voorraad en realiseren een hoge omloopsnelheid. Ze gebruiken veel minder dure vierkante meters verkoopoppervlak, en besparen daarom fors op kosten voor energie en personeel. Omdat de winkelruimtes zelf niet kleiner worden, leidt dit tot de situatie dat verschillende winkels samen in één pand gehuisvest zullen zijn. Dát leidt voor de klant tot méér diversiteit, mínder ketens en méér dynamiek in een compact Stadshart, óók in Alphen aan den Rijn!

Nieuwe strepen
Om tot dat compacte Stadshart te komen, zal de afdeling Ruimtelijke Ordening nieuwe strepen op de plattegrond moeten zetten. Bínnen de bestaande! Niet alleen de bestaande winkelstrips, de Hooftstraat en delen van de Julianastraat en de Raadhuisstraat moeten een andere bestemming krijgen. Ook het hele Thorbeckeplein is voor dit compacte, Retail 3.0, Stadshart helemaal niet meer nodig! Dát is de reden waarom ik problemen heb met zowel het integrale VORM plan, áls met de VOA gedachte om daar tóch maar weer gewoon winkeltjes te bouwen, alsof dat internet niet bestaat!
Wat we dan wél moeten doen, het Plan B voor dat Thorbeckeplein? Daarover heb ik natuurlijk wel een idee. Dat houd ik ook niet geheim, maar het past gewoon niet meer in dit blog. Nog een paar dagen wachten!

Vormcrisis op Stadhuis

15 jun

‘Zet Vorm aan de kant’
Nog geen maand geleden zetten college én VOA nog trots in de krant dat zij wel even samen de crisis te lijf zouden gaan. Nu zorgt diezelfde VOA voor crisisberaad ín het college. Vandaag, vrees ik, geen juichende verkiezingsbijeenkomsten, partijborrels of haringen wegspoelen voor de wethouders van Alphen aan den Rijn, maar crisisberaad. Nu VOA voorzitter en detailhandelspecialist John Vermeer het VORM plan voor de Lage Zijde laat vallen, stort hij daarmee ook de twee VVD wethouders Lyczak en Hoekstra in grote problemen. Met name VVD-lijsttrekker Tseard Hoekstra, niet bij VOA bijeenkomsten weg te slaan, leek in John Vermeer een vriend voor het leven gevonden te hebben. Met zulke vrienden heb je geen vijand meer nodig, beste Tseard, ik wens je veel sterkte!

Lage Zijde RIP
Tja, de direct verantwoordelijke VVD-wethouder Stan Lyczak kan maar beter gelijk van zijn wachtgeld gaan genieten, want nu ook de VOA zich tegen de huidige plannen keert, zal echt niemand meer tekenen, lijkt me. En daarmee is met dit project zijn zwalkende loopbaan als wethouder nu toch echt tot een eind gekomen.
Wethouder én PvdA-lijsttrekker Helene Oppatja moet nu toch écht onder ogen zien dat het niets meer wordt met haar ‘kroonjuweel’, het Cultuurhuis. Want dat is, zonder de rest, niet realiseerbaar. Gelukkig kan de bibliotheek wel tien jaar vooruit in haar dure ‘noodvoorziening’, dus krijgen we ruimte om iets meer eigentijds te verzinnen.
Nóg een lijsttrekker, wethouder Michel du Chatinier van de CU, moet constateren dat zijn financiële jongleren om het VORM plan te financieren, tijdverspilling is geweest.
En Fransje Sprunken van VORM zal wel een forse schadeclaim op tafel leggen nu de VOA zo verstandig was om NIET te wachten tot VORM zélf haar afspraken (70% verhuurd) niet na zou komen.
Kortom, de VOA zet met deze stap drie collegepartijen voor schut, en bewijst hiermee allerminst de betrouwbare partner te zijn die ze werd voorondersteld te zijn. Dat is jammer voor alle goede mensen die ook in die club zitten, maar ik ben blij kortgeleden mijn lidmaatschap opgezegd te hebben.

Kort geheugen
Onze vriend Vermeer heeft wel een heel kort geheugen, en dat weet ook Hoekstra. Dat VORM plan is écht het meest realistische plan dat ik ooit zag voor die Lage Zijde, maar de VOA heeft eerdere megalomane plannen ook altijd gesteund. Ze hebben ook altijd van harte meegewerkt in Hoekstra’s troetelkind, de Brancheadviescommissie, tot die, op last van VORM, niet meer mee mocht doen. Dát was natuurlijk al de eerste hobbel, want die commissie is er alleen maar om ervoor te zorgen dat de belangen van de bestaande winkels niet wordt geschaad. Ik weet het, de doelstelling is anders, maar ík kijk liever naar de resultaten. Hoewel heel Alphen dat Cultuurhuis zo langzamerhand wel zat is, was de VOA er altijd voor. Maar nu blijkt dat VORM écht voor eigen kracht kiest, en doet wat ik al voorspelde, namelijk verhuren aan iedereen die dat nog aandurft, zonder met VOA belangen rekening te houden, haalt de VOA dat plan onderuit.
Kom nou, John, hoe vaak heb ik jullie al voorgerekend dat, de crisis daargelaten, Alphen niet én De Baronie, én de Lage Zijde kan dragen?

Domme plannen
Natuurlijk is de stelling van Hoekstra dat dit VORM plan alleen een ‘trekkers’ nodig heeft om andere retailers over de streep te trekken, grenzeloos naïef. Dat is, met de rug tegen de muur, gewoon gokken en hopen dat het goed gaat.
Maar het plan van John Vermeer om dat Thorbeckeplein stukje bij beetje te herbouwen is compleet visieloos te noemen. Visieloos voor de stad natuurlijk, want het zou voor Vermeer en zijn vrienden de bouwwerken opleveren, die bij het huidige plan écht allemaal naar VORM zouden gaan. Zo altruïstisch is zijn actie nou ook weer niet.

Quo Vadis?
De stadhuis tactiek om deze VORMcrisis over de verkiezingen heen te tillen, is door de VOA om zeep geholpen. Daar zijn, zoals gezegd, VIER wethouders, en DRIE lijsttrekkers bij betrokken. Ik ga ervan uit dat hun verkiezingsprogramma’s ijlings aangepast gaan worden. Fransje is verlost van het probleem op een gegeven moment te moeten opbiechten dat ze het niet voor elkaar krijgt, en zij kan dus eeuwig blijven beweren dat het allemaal wél was gelukt áls de VOA het plan niet onderuit gehaald had.

Intussen is Alphen aan den Rijn weer terug bij af, en is er ruimte om eens helemaal opnieuw over de kansen van ons Stadshart na te denken. Een compact Stadshart waarin stenen én internet met elkaar zijn vergroeid. Tenslotte gaat het om dat Stadshart en niet over het bebouwen van het Thorbeckeplein.

Alphen en VOA de crisis te lijf?

20 mei

Heel lang geleden stelde een econoom dat je beter een markt dan een fabriek kon hebben, maar die wetenschap lijkt nóch bij onze wethouder van economische zaken, noch bij onze grote Vereniging van Ondernemers in Alphen aan den Rij aangekomen te zijn. Die denken nog altijd de economische problemen in deze gemeente ook bínnen Alphen aan den Rijn op te lossen. Dát denken ze te doen door via wel 35 doelen 250 arbeidsplaatsen te realiseren (Alphen.CC, 18 mei). Alleen hebben ze daar wel, om de één of andere duistere reden, wel een duur ‘ondernemershuis’ voor nodig!

De Alphense Economie: Industrie en Dienstverlening
Onze Alphense Economie steunt op twee belangrijke pijlers, de retailsector en de industriële ondernemingen. Die industriële ondernemingen zijn, omdat ze voor een groot deel gericht zijn op de sectoren bouw en distributie, op dit moment vooral bezig zélf het vege lijf te redden. Want het zijn juist die sectoren die het meest door de crisis getroffen zijn. Een grote werkgever als Hoogvliet verlaat de gemeente, een opvolger gaat zich niet aandienen, de situatie in de supermarktsector kennend. En hoelang Zeeman blijft?? En Dirk??
De containerhaven zou de motor achter het ‘innovatief meerlagig bedrijventerrein’ moeten zijn, maar voorlopig zie ik, mét alle andere Alphenaren, daar alleen maar ZAND. Ik hoor daar ook niemand meer over, al jaren niet!
Kortom, het koene plan van VOA en gemeente lijkt vooral gerealiseerd te moeten worden binnen de uiterst dunne marges van de bestaande bedrijvigheid.

De Alphense Economie: Retail
Die retailsector steunt, en daarmee vertel ik niets nieuws, volledig op het vrij besteedbaar inkomen van ons Alphenaren. Kortom, als je die sector wilt steunen moet je in ieder geval ervoor zorgen dat die Alphenaren méér geld kunnen en willen uitgeven. Tja, en hoe ik dan alle lastenverzwaringen die de overheid (óók de gemeente Alphen aan den Rijn) ons oplegt moet uitleggen? Want die zorgen ervoor dat een steeds slinkend deel van de bevolking meer geld kán uitgeven. En de landelijke crisis zorgt voor een klimaat waarin Alphenaren die dat wél kunnen, dat even niet wíllen. Dit plan gaat daar in ieder geval weinig aan bijdragen omdat het inkomen van 2/3 van alle Alphenaren helemaal niet in deze gemeente wordt verdiend.
Al jaren is ook duidelijk dat er in Alphen aan den Rijn sprake is van overbewinkeling, maar van sanering is geen sprake: 10.000 m2 in de Baronie en straks ook nog 10.000 m2 rond het Thorbeckeplein? Terwijl er nú al minstens 10.000 m2 teveel is! Waar moeten die klanten allemaal vandaan komen, en waar moeten ze op hun beurt het geld vandaan halen?
Tja, dan kun je wel een centrummanager aanstellen, maar (een beetje) méér toeters en bellen zullen dat probleem niet oplossen.

250 banen
Hoekstra rekent even uit dat tien banen de gemeente alleen aan uitkeringen al 120.000 Euro minder kost. Als hij dus in zijn opzet slaagt, betekent dat jaarlijks 25*120.000 = € 3 miljoen Euro minder uit de gemeentekas. En om die 3 miljoen te realiseren trekt hij slechts 90.000 Euro uit!!!! Ik kan alleen daaruit al concluderen dat de wethouder niet veel fiducie heeft in zijn eigen plan. Want 250 nieuwe arbeidsplaatsen leveren natuurlijk nog veel méér op dan alleen een reductie van de uitkeringen.

Ondernemershuis
Merkwaardigerwijze heeft onze Tseard zelfs méér geld over voor de realisatie van het ondernemershuis, een oude VOA droom, dan voor die 250 extra arbeidsplaatsen. Terwijl het volstrekt onduidelijk is hoe dat ‘ondernemershuis’ ooit zou bijdragen aan de verbetering van de economische situatie van Alphen aan den Rijn. Natuurlijk moet die VOA wel een kantoor hebben, maar die zouden zó kunnen gaan inwonen bij ‘Zin in Ondernemen’ en daar bestaande faciliteiten delen, i.p.v. die allemaal zelf op te zetten. En waarom die honderden ondernemers binnen de VOA financiering door de overheid (van ons burgers dus) nodig hebben voor een ruimte die zó belangrijk is voor hun voortbestaan, dát is mij al járen een raadsel. Ik hoop dan ook werkelijk dat onze gemeenteraad zich realiseert dat ze het, zo vlak voor de verkiezingen, niet kunnen maken bejaarden hun kaartclubje in De Wielewaal en Westerhove af te pakken, maar wel dit kaartclubje van de Alphense ondernemers te financieren.
Dweilen met de kraan open
Ik kom weer terug op die fabriek en de markt. Soms lijkt het erop dat Alphense ondernemers vooral aan elkaar verkopen. Niet erg bij ZZP-ers, maar de grotere ondernemingen moeten, willen ze écht groeien, hun afnemers vooral BUITEN Alphen aan den Rijn zoeken. In plaats daarvan gaan ze lekker samenklitten in hun knusse ondernemershuis.
En ook Tseard Hoekstra moet zich toch eens gaan realiseren dat hij niet rustig in onze Stadskas kan blijven wachten tot de broodnodige grote ondernemingen zich aanmelden, maar dat hij de hort op moet. Natuurlijk zijn ook starters belangrijk, maar díe gaan echt de eerste 5-10 jaar onze economie niet redden. Tseard moet zíjn neus, en die van Alphen aan den Rijn, meer buiten Alphen laten zien. Hoe leuk dat ook is, maar op manifestaties binnen de gemeente kom je die zo gewenste nieuwe ondernemingen natuurlijk niet tegen. Maar wat is de kans dat die potentiële dragers van onze economie Tseard, óf wie dan ook vnuit de gemeente, óf de VOA, buiten de gemeente tegenkomen? Natuurlijk is niet alleen de wethouder hiervoor verantwoordelijk, maar hoe vaak heeft hij, met zijn mensen, vorig jaar Alphen BUITEN Alphen vertegenwoordigd? En dan bedoel ik niet op het provinciehuis!
Zolang we niet stoppen met navelstaren, blijft de ‘economische stimulans’ van dit grootse plan hangen bij ‘dweilen met de kraan open’.