Tag Archives: winst

ZZP-er onder druk!

3 nov

Heeft de ZZP-er zichzelf al overleefd?
Van allerlei kanten wordt de ZZP-er onder vuur genomen. Ook in Alphen aan den Rijn leeft het idee dat een ZZP-er niet echt zelfstandig ondernemer zou zijn, volop. De vraag is of dat terecht is, of dat het hier gaat om een opportunistische aanval op een, per definitie slecht georganiseerde, groep. Tenslotte betekent het wel nieuwe concurrentie!
Mijn conclusie is dat beide waar zijn.
Het is een feit dat de ZZP-er er gewoonlijk weinig aan doet om dat beeld te veranderen! Integendeel, juist omdat hij (of zij), ontslagen uit zijn ‘vaste’ baan, daadwerkelijk probeert zoveel mogelijk te werken ‘als vroeger’, zodat hij als ‘ondernemer’ acteert als werknemer.
Aan de andere kant worden ze ook door Zelfstandigen mét Personeel vaak niet serieus genomen, gezien bijnamen als ‘Zelfstandige Zonder Poen’. Alsof we niet dagelijks worden geconfronteerd met ondernemingen, ook grote, die of zelf failliet gaan, of dat proberen te voorkomen door honderden, soms duizenden, personeelsleden op straat te zetten. En blijkbaar ook geen ‘poen’ meer hebben. Dát sociale aspect is tenminste een probleem waar de ZZP-er niets mee te maken heeft.

Winkelier Zonder Personeel
Op 14 juli 2013 publiceerde ik op mijn blog http://www.bricksenclicks.me al een stuk onder deze kop, waaruit ik het volgende citaat haal: “Het vergt wat geregel, maar uiteindelijk zal iedere betrokkene er wel bij varen zich vooral met de dingen bezig te houden waar hij of zij persoonlijk de meeste meerwaarde uit kan halen. Want niemand geeft nog geld uit voor zaken die niet, of niet op dat tijdstip, noodzakelijk zijn!”
Wat hiermee duidelijk moet zijn dat een kleine winkelier zijn (of haar) bedrijfsvoering moet afstemmen op de mogelijkheden die hij in zijn eentje heeft. Als WZP-er betekent dit een kleine, vaak super-gespecialiseerde winkel waarbij hij intensief samenwerkt met collega’s die hetzelfde ‘probleem’ hebben. Op de klassieke wijze kun je immers nooit in je eentje een winkel runnen, maar juist door je te beperken in je aanbod en je doelgroep, kun je die doelgroep veel meer bieden voor veel minder. De Nieuwe Winkelier deelt dan ook niet alleen winkelruimte met andere ondernemers (shop-in-the-shop), maar regelen ook allerlei andere zaken onderling. Mooie voorbeelden hiervan zien we in het Vanderveen Warenhuis in Assen, of, aanzienlijk kleiner, in de City Bazaar in Alphen aan den Rijn.

De echte ZZP-er
Wat een ZZP-er zou moeten doen is zich realiseren dat hij juist geen werknemer is, en ervoor moet waken zich niet als een soort veredelde uitzendkracht (niets ten nadele van deze werknemers overigens) aan te bieden. Net als die Winkelier Zonder Personeel moeten ze zich super-specialiseren en zich binnen een heel begrensd werkgebied door andere bedrijven laten inhuren. Kortom, NIET een afwezige werknemer vervangen (dat doen uitzendhulpen), maar dat bedrijf helpen door voor hen een bepaalde klus beter, sneller en goedkoper uit te voeren dan ze dat met eigen personeel kunnen doen. Dus niet een hele dag pseudo werknemer spelen, maar 2 uur hier, 3 uur daar, en nog eens een paar uur elders. Bij sommige bedrijven elke dag, soms een paar keer per week, of slechts eenmaal per maand. Uiteraard dwingt dat bestaande bedrijven hun werk op een andere manier te plannen, maar ze hoeven nu die ZZP-er alleen voor zijn specifieke expertise te betalen voor de uren die daar echt voor nodig zijn. Vaste medewerkers worden immers, ze moeten toch betaald worden, ingezet voor andere werkzaamheden, en zijn daar eigenlijk te duur, of niet competent genoeg voor. Uiteindelijk helpt deze nieuwe werkverdeling niet alleen ZZP-ers aan hoogwaardig werk, met dito beloning, maar worden bij inhurende organisatie bepaalde werkzaamheden kwantitatief en kwalitatief beter uitgevoerd. En dat maakt zowel de intern gerichte als de extern gerichte bedrijfsprocessen transparant en efficiënt.
Kortom, bij juist gebruik levert de inzet van ZZP-ers die bedrijven winst op!

Nieuw?
Och, als ik het vergelijk met hoe we in de zeventiger jaren bij V&D werkten, met een eigen huishoudelijke dienst, een relatief grote eigen etalage/decoratiedienst, en verkoopsters die voor een groot deel bezig waren met het schoonhouden van het warenhuis, zou ik nu heel veel werk uitbesteden. Zodat het verkooppersoneel zich volledig kan richten op het contact met de klant, en de verzorging van het assortiment.
Maar slechts een paar jaar later huurde ik, als verkoopdirecteur bij Pfizer, TellSell in om afspraken voor mijn buitendienstmedewerkers te laten maken, op basis van een toen al binnen het bedrijf ontwikkeld CRM systeem. Want die peperdure verkopers waren wel erg veel tijd kwijt aan het maken van afspraken met klanten, en met de rapportage van hun bezoeken. En legden daarnaast te veel bezoeken af aan klanten met maar een beperkt potentieel.
Twee jaar later was de omzetdaling omgezet in een fors verhoogd marktaandeel. En werd ik divisiedirecteur bij MSD. Zo gaan die dingen.
En dat speelde, gelukkig niet alleen bij Pfizer, in een tijd dat we nog nooit van ZZP-ers gehoord hadden, net zo min als van CRM. Toen kon ik op het Nationaal Marketing Congres mijn toehoorders iets vertellen waarvan ze nog nooit gehoord hadden. Een paar jaar later kon je die ‘Verkoop Informatie Systemen’ van de plank kopen.
Het wordt tijd dat managers in onze bedrijven eens serieus gebruik gaan maken van die ZZP-ers, anders dan er tijdelijke gaten in hun, verder onaangepaste, organisatie mee te vullen.

Ondernemershuis?

19 jun

Inwoners van Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude, medeburgers

Eindelijk, nadat diverse protesten tegen ‘hun’ ondernemershuis waren gepubliceerd, komt ook het VOA bestuur met een verklaring. Alleen is dat geen antwoord op de vragen die over dit initiatief in de Alphense gemeenschap én in de gemeenteraad rondzingen.
Natuurlijk mag het VOA bestuur besluiten ‘ergens’ een ondernemershuis te realiseren, maar dan moeten de VOA leden (waaronder ik) dat wel zelf betalen. Ook lijkt het niet erg chique om dat mede te financieren uit de opbrengst van wel 30 werkplekken voor ZZP-ers in dat ondernemershuis, daarmee een eerder initiatief van één van hun eigen leden te ondergraven. Nu zijn er zat ZZP-ers in Alphen aan den Rijn (ikzelf, o.a.), maar die hebben niet allemaal een flexibele werkplek nodig, en wie die nodig zou hebben, heeft er vaak geen geld voor over. Dus, een nogal wiebelig business model voor dat ‘ondernemershuis’.

Medeburgers, het gaat er immers helemaal niet om waarvoor die éénmalige investering van € 600.000 dient en hoe die wordt terugbetaald. Het gaat er wel om dat onze gemeente al veel te veel panden in beheer heeft en het verhuren en exploiteren van vastgoed onmogelijk tot de kerntaken van een gemeente gerekend kan worden. Kortom, waar er al veel te veel kantoorruimte bestaat, is het gewoon te gek voor woorden dat een gemeente die vrijwel haar hele cultuursector in één gebouw wil ophokken om kosten te besparen, onnodig investeert in haar onroerend goed. Dát moet de gemeente zo snel mogelijk kwijt, om zich beter met haar echte taken bezig te kunnen houden. En als verkopen niet lukt, volgens mij kun je voor slechts € 200.000 die hele bovenverdieping van dat verschrikkelijke gebouw afhalen, zodat de monumentale Adventskerk ook vanaf het Rijnplein weer een zichtbaar middelpunt van onze stad wordt. De VOA kan overal elders ruimte krijgen voor haar ‘Ondernemershuis’.

Het gaat er ook helemaal niet om, medeburgers, of de VOA nu wel dan met winstoogmerk werkt. Tenslotte doen vrijwel al hun leden dat wel, en trekken die leden zonder uitzondering hun VOA lidmaatschap af van de belasting. Kortom, een dergelijke club wordt sowieso voor een groot deel via overheidsgeld, ons geld dus, gefinancierd. Laat de VOA nu niet net doen of ze de maatschappij geen geld kost.

Tja, en dan dat verhaal over de toegevoegde maatschappelijke waarde van dat ondernemershuis, dat zo nodig jaarlijks voor € 30.000 door onze armlastige gemeente moet worden ondersteund. Een gewaardeerde instelling als MAX krijgt nog niet de helft….
Medeburgers, vrijwel elk bedrijf, vrijwel elke organisatie heeft waarde voor onze maatschappij. Iets wat juist de VOA regelmatig naar voren brengt. En wát die VOA ook in dat “Ondernemershuis” bijeen brengen, álles daar is van nut voor de ontwikkeling van het bedrijfsleven in Alphen aan den Rijn. En dat bedrijfsleven is erop gericht winst te maken, zodat de VOA activiteiten automatisch gericht zijn op winstgeneratie bij hun leden. Ik zie absoluut niet in waarom ‘de Alphenaar’ dat via gemeentelijke subsidie zou moeten betalen in een tijd dat de gemeente probeert juist die Alphenaar op te zadelen met (overigens vaak gerechtvaardigde) bezuinigingen. Want als al die 300 VOA leden € 100 PER JAAR meer betalen, is het helemaal niet nodig dat de gemeente bijspringt. Tja, en als het “Ondernemershuis” die VOA leden nog geen € 100 per jaar waard is, waarom zetten we het dan neer?

Kortom, beste medeburgers, beste mede-VOA leden, het is een prima idee om allerlei bedrijfsondersteunende functies in één gebouw te concentreren. Maar ik zie in de verste verte niet in waarom daarvoor gemeentelijke steun nodig zou zijn. Ik snap ook niet waarom een dergelijke voorziening op de allerduurste plaats in Alphen gerealiseerd moet worden terwijl er op onze industrieterreinen ruimte te over is. De nabijheid van onze stadskroegen kan toch werkelijk niet als argument naar de modale Alphenaar worden gebruikt, lijkt me. Zakenlui zonder auto ken ik ook niet (misschien zijn ze er wel, overigens) en dan is een locatie met gratis parkeerplaatsen toch aantrekkelijker dan een stadscentrum dat per uur toch een klein vermogen aan parkeergeld kost. In ieder geval, héél snel meer dan die € 100!

Kortom, geacht VOA bestuur, ga rustig door met dat idee van een ‘Ondernemershuis’, maar val daarmee de gemeente, en de Alphense burger, niet meer lastig.

MAX partynights

8 apr

Inwoners van Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude, medeburgers
We hebben, in verenigingen, scholen, kerken of in ander verband, met z’n allen een heel probleem om onze jeugd op een leuke én verantwoorde manier op te laten groeien. Vroeger, ach, vroeger bestond je niet, onder de 16 jaar, maar tegenwoordig houden scholen ‘gala-avonden’, gaan 14 jarigen massaal ‘comazuipen’ en is er een rookverbod nodig op schoolpleinen van basisscholen. In onze ogen ‘kleine kinderen’ praten over seks of het hun dagelijkse bezigheid is, kijken en masse naar TV programma’s en films waar de gruwelijkheid vanaf druipt en ‘jeugdbendes’ lijken met de dag jeugdiger te worden. Maar hoe ‘groot’ ze zich ook gedragen, hoe volwassen ze er ook uit zien, uiteindelijk zijn die mini-tieners nog kinderen, volkomen in staat om van het ene gat in het andere te vallen.
Tja, en dat spul wil dan ook nog uitgaan, alsof ze al twintigers zijn.

Nou, dát valt niet mee, uitgaan. Schoolfeesten zijn voor veel jeugdigen wel genoeg, anderen duiken met kop en kont in het sportleven, kerken, de één wat succesvoller dan de ander, organiseren het nodige, soms zijn er (gratis) festivals te bezoeken, maar voor het gros van onze jeugd werkt dat allemaal niet. De horeca zet zichzelf graag op een zelfgecreëerd maatschappelijk voetstuk, maar levert geen enkele oplossing. Zelfs 16 en 17 jarigen zijn al niet welkom, en de reden is duidelijk: aan deze groep valt niets te verdienen. Alphen aan den Rijn, en zeker wethouder Du Chatinier, hebben veel te lang rond gelopen met de onrealistische droom van een eigen, Alphense, disco waarin vooral de Alphense jongeren, van 12 tot 32, zich, elk in een eigen ruimte, zouden kunnen vermaken. Nou, alweer, die jongeren hebben daar geen geld voor, en de ouderen gaan liever elke week naar een ándere disco, of wat daar ook voor doorgaat. Als alle geld, nu besteed aan onderzoek naar die disco, gelijk in een jeugdpotje was gestopt….. Maar, medeburgers, zo werkt het nu eenmaal niet in onze Stadskas.
In de praktijk staan die jongeren gewoon op straat, vaak zelfs letterlijk. Niemand die zich iets van hen aantrekt, en dat geldt zelfs voor veel ouders.
Dan is het natuurlijk hartstikke leuk als een grote groep enthousiaste vrijwilligers besluit om juist deze jongeren een ‘eigen’ uitgaansgelegenheid te bieden: MAX Partynights. Waar ze uit hun dak kunnen gaan in een ‘eigen’ pand, midden in Alphen, maar ver genoeg weg om niemand tot last te zijn. Met voldoende jongeren om de sfeer erin te houden, en voldoende ouderen om ervoor te zorgen dat de zaak niet uit de hand loopt. Je zou zeggen, dit is het ei van Columbus, dé oplossing voor een maatschappelijk probleem waarover de gemeente, de politie, de hulpverlening en ook de ouders zich geen zorgen meer hoeft te maken. Nou, en dat blijkt: iedereen, politiek, bestuur, hulpverlening en welzijnszorg, ze vinden MAX zonder uitzondering een geweldige club.

Tja, tot blijkt dat MAX wel geld kost. Niet veel, maar tóch. Dan blijkt al dat positivisme te verdampen in mooie woorden, gemeentelijke regels en ingewikkelde drogredeneringen. Dán blijkt MAX gewoon op het lijstje te staan van leuke initiatieven die wel worden gesubsidieerd, maar wel binnen drie jaar op ‘eigen benen’ moeten staan. De afbouwende facilitering waarop wethouder Michel du Chatinier zijn hele subsidiebeleid op gebaseerd heeft.
Wel, beste Michel, dáár maak je een fundamentele denkfout.
Wat voor veel initiatieven een gezonde ‘stok achter de deur’ is om snel zelf orde op zaken te brengen, óf te stoppen, werkt niet voor MAX. Integendeel! Dat komt niet alleen omdat niemand ooit iets aan MAX zal verdienen, maar ook omdat MAX geen ‘club’ is. MAX heeft geen leden, en kan ook geen contributie vragen. MAX is een clubje, dat onze jeugd de mogelijkheid biedt om uit te gaan, maar die elke keer maar weer moet afwachten wie er komen opdraven.
De wethouder, én zijn supporters in vooral de VVD en CU fracties, blijft er maar op hameren dat MAX sponsors moet werven. Maar welk bedrijf heeft nou wat aan die doelgroep, behalve snoep, rookwaren en drankfabrikanten. En wat zou er met onze lieve jeugd gebeuren als we, als gevolg van het gemeentelijke beleid, dat soort sponsors op hen loslaten? De wethouder zelf zou de eerste zijn om daar een stokje voor te steken. Nou, en als je als Sponsor niets aan die doelgroep kunt verdienen, zou je nog kunnen sponsoren om je bedrijfsimago wat op te krikken. Maar wat kun je in dát verband nou met mini-tieners? Ik weet dat ook dát niet meevalt, maar dat ligt bij een instelling als Parkexpressie, of bij het Vakantiespel, toch wel anders.
Medeburgers, MAX zou alleen kans hebben als een bedrijf hen vanuit het perspectief van ‘Maatschappelijk Bewust Ondernemen’ zou willen ondersteunen. Alleen is die kans niet zo groot, zolang er in onze gemeente mogelijkheden te over zijn om te sponsoren, mogelijkheden waarmee je ook nog beter scoort op de hitlijst van maatschappelijke betrokkenheid. Als dit soort sponsoring zo voor de hand lag, beste volksvertegenwoordigers, was het immers allang gebeurd. Dan liggen er nog mogelijkheden voor het oprichten van “Vrienden van MAX”, maar ja, “ARC de Triomphe” biedt beslist betere netwerkkansen. De kaart van donateur is al uitgespeeld, maar zelfs ze ouders en grootouders van tieners lijken meer met hun eigen problemen bezig te zijn, dan met die van hun kinderen.
Tja, medeburger, dán zit MAX gewoon in dezelfde groep als bijvoorbeeld Participe en Sportspectrum, instellingen die voor 20 miljoen Euro op de lijst staan en MAX die daarvan maar 1/1000 ste deel, € 20.000 per jaar nodig heeft. Natuurlijk is het altijd koeien met paarden vergelijken, maar ook instellingen als de Bibliotheek en theater Castellum gaan jaarlijks met veelvouden van die TWINTIG DUIZEND EURO aan de haal. Ook niets mis mee, maar WAAROM dan toch elke keer dat gedonder over wat in feite zo’n exclusieve gemeenschapsdienst is die daarbij zo weinig geld kost. Misschien juist omdát het zo weinig geld is?

Politici, bestuurders, bedrijven, filantropen en ouders, hou nou alstublieft eens op met het doodknuffelen van MAX Partynights, en zorg ervoor dat die vrijwilligers zich eens zonder al dagelijkse zorgen over de financiën met onze jongere jeugd kan bezighouden. Dat permanente geduvel over de centen kost hen veel te veel tijd en energie. Tijd en energie die ze wel beter kunnen gebruiken.